Operating practice

Wie van ons (de oude garde die geen examen moest afleggen buiten beschouwing gelaten) heeft zijn rijbewijs op zak door enkel een theoretisch examen af te leggen? Niemand.
Tot de cursus basisvergunning is er in België nooit enige vorm van opleiding geweest over hoe men een QSO diende te maken. Een theoretisch examen en hopla, de kersverse radioamateur wordt op de banden losgelaten. Met een niet altijd even fraai gevolg. Naar analogie van het rijexamen: stel je voor dat je enkel een theoretisch examen aflegt, je rijbewijs krijgt, en dan de baan op mag in een voertuig dat je nog nooit bestuurd hebt. Welnu, dit is precies wat er met radioamateurs gebeurt.

De auteur heeft in zijn eerste jaren als radioamateur net als iedereen fouten gemaakt (nog steeds trouwens, maar een pak minder) en wil met dit schrijven een aanzet geven voor nieuwkomers om snel als een ‘pro’ te klinken op de banden. De fouten die hij in het verleden maakte waren veelal overgenomen door naar de old-timers te luisteren. Hen treft geen blaam. Een duidelijke handleiding over hoe je moet communiceren op de amateurbanden heeft nooit bestaan.

Het belang van goede ‘operating practice’ mag niet onderschat worden. Uiteindelijk zijn onze uitzendingen door iedereen te beluisteren, zij het door radioamateurs, luisteraars, officiële instanties enz. Het technische aspect van onze hobby is één zaak. Als we dan onze apparatuur gebruiken om verbindingen te maken krijgen we een tweede aspect, namelijk dat we ons landje vertegenwoordigen op de radiogolven…we zijn dan als het ware een uithangbord.

Om succesvol op eender welke frequentie en in eender welke mode te zenden dienen enkele eenvoudige ongeschreven regels in acht genomen te worden. Volgt u mij in de queeste naar goede ‘operating practice’?

1. HAMTAAL 
Ken de ‘hamtaal’. Maak je de taal van de radioamateur eigen, dus geen ‘Radiootje 4’, maar wel ‘Leesbaarheid 4’. Maak je verder ook vertrouwd met alle gangbare zaken zoals het fonetische alfabet, CW-afkortingen, de Q-code, de getallencode (73/88) en zorg dat dit een tweede taalgebruik is dat je volledig beheerst alvorens een QSO te voeren.
Gebruik het fonetische alfabet steeds correct: A is Alfa, en niet Alabama. Waarom? Zie verder onder punt 8 (PILEUPS).

2. LUISTEREN 
Als beginnende radioamateur wil je zo vlug mogelijk beginnen zenden, logisch. Take it easy, neem je tijd, blijf van die micro, morsesleutel of dat keyboard af. Maak jezelf eerst vertrouwd met ALLE functies van je zend/ontvangsttoestel(len) alvorens je gaat uitzenden. Vooral het zendgedeelte is belangrijk want hier kan je je eerste fouten maken.
Leer in de eerste plaats LUISTEREN. Wie luistert zal veel succesvoller zijn in het maken van goede verbindingen. In het hoofdstuk PILEUPS gaan we hier dieper op in.

3. CORRECT GEBRUIK VAN JE CALLSIGN/ROEPNAAM 
Gebruik je roepnaam correct. Je moet een examen afleggen om een hobby te mogen beoefenen. Wees dan ook trots op je roepnaam, hij is uniek in de wereld. Enkel als je deze correct gebruikt, maak je een legale transmissie. Waarom wordt dit aangehaald? Al eens op VHF geluisterd naar de roepnaam 4ZZZZ? Voorzover me bekend gaat het hier over een uitzending van een station uit Israël en niet uit België. ON4ZZZZ is de correcte roepnaam. Een roepnaam bestaat dus uit een prefix EN een suffix. Zelfs op HF valt deze laakbare praktijk af en toe te beluisteren. Als je auto gestolen is, zal je dan aan de politie meedelen dat je nummerplaat 123 is, of ABC123?

4. WEES BELEEFD 
Het kortste maar zonder enige twijfel allerbelangrijkste punt in deze uiteenzetting: blijf steeds beleefd onder gelijk welke omstandigheid. Je uitgezonden signaal wordt door heel wat mensen en instanties beluisterd. We komen hierop uitgebreid terug onder het punt ‘Conflictsituaties’. Met beleefdheid kom je een heel eind verder, ook in ons wereldje.

5. ENKELE TIPS BIJ HET MAKEN VAN VHF/UHF REPEATERVERBINDINGEN 
Vele van de volgende punten uit dit document zijn gewijd aan specifieke situaties bij het streven naar DX-verbindingen (lange afstand) op de HF-banden. Vele van die punten zijn ook van toepassing bij het werken op de VHF/UHF-banden.

Zeer specifiek aan de VHF- en UHF-banden is de mogelijkheid om gebruik te maken van de repeaters (vergeet je niet de verantwoordelijken van de repeaters eens een hart onder de riem te steken?). Repeaters (relaisstations) zijn er in de eerste plaats om de operationele reikwijdte van mobiele en portabele stations te vergroten. Vaste stations moeten zich hiervan bewust zijn. Als twee vaste stations probleemloos een verbinding kunnen maken zonder gebruik van een relaisstation, is het dan opportuun dat ze een repeater gebruiken om een uitgebreid QSO te maken?

Wie verbindingen via repeaters maakt moet zich realiseren dat hij geen ‘monopolie’ op het gebruik ervan geniet. Dit geldt trouwens voor het maken van verbindingen op alle frequenties. Op niet-repeaterfrequenties is het ‘first come, first served’ principe een beetje van toepassing. Op repeaters mag dit echter niet primeren. Iedereen moet een kans krijgen om van dit bijzonder nuttige medium gebruik te maken, in het bijzonder de mobiele en portabele stations.

Als gedurende een QSO op een repeater de micro doorgegeven wordt aan het tegenstation, is het goede (bijna verplichte) gewoonte dat er een korte pauze wordt ingelast. Zo kan iemand anders snel een oproep plaatsen, of tussenkomen in het aan de gang zijnde QSO. Wie vliegensvlug de PTT (Push to Talk) indrukt verhindert deze mogelijkheid. Denk eraan.

6. HOE MAAK IK EEN QSO? WAAROVER MAG ER GESPROKEN WORDEN? 
Vele nieuwkomers zullen bij hun eerste kennismaking van de amateurbanden verbijsterd zijn over de talrijke QSOs waarbij slechts de roepnamen en rapporten worden uitgewisseld. Dit hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Zelf vond ik dit in het begin onaangenaam en hield ik van ‘lange’ en uitgebreide QSOs. Ik was een ware ‘ragchewer’. Daar is niks mis mee, integendeel! Door de jaren heen ben ik echter overgeschakeld van lange naar heel korte QSOs. Ieder zijn meug.

Alhoewel we vooral een technische hobby beoefenen hoeven onze QSOs niet beperkt te blijven tot technische zaken. Een gezond evenwicht nastreven blijft echter noodzakelijk. Het radioamateurisme dient bijvoorbeeld niet om over kruidenierswaren te keuvelen. Laat je gezond verstand hierover oordelen.

Waar we ons zeker niet mogen aan begeven: religie, politiek, reclame en muziekprogramma’s.

In de cursus basisvergunning wordt er voor het eerst aandacht besteed aan ‘Operating Practice & Procedures’. Daarin leer je ook hoe je een gewoon QSO (of verbinding) maakt. Wat hierna volgt is een beknopte herhaling en wat toevoegingen:

  • alvorens een transmissie te beginnen, steeds grondig checken of de frequentie die je wil gebruiken niet bezet is door andere stations;

  • dan je CQ plaatsen (algemene oproep – CQ komt mogelijks van het Engelse ‘I seek you’ – ik zoek je. Pat W5THT geeft eenverklaring voor CQ, gebruikt tijdens de ‘pre-wireless days’). In punt 7 ‘Hoe zelf CQ te roepen?’ wordt hierop verder ingegaan om de finesses hiervan weer te geven;

  • als je niet goed weet in welke volgorde de roepnamen te plaatsen in een gesprek, onthou dan gewoon dat je beleefd moet zijn: eerst de roepnaam van je tegenstation vermelden, dan pas jouw roepnaam. Voorbeeld (jij bent ON4ZZZZ): ‘Bedankt OM, microfoon terug naar u. ON4XXXX (van) ON4ZZZZ’ (einde van jouw transmissie).

  • aan het einde van een transmissie moet je steeds je roepnaam vermelden. Indien je veelvuldig korte transmissies maakt tijdens een QSO, moet je zeker minstens eens per vijf minuten je roepnaam vermelden;

  • bij de microfoonwissel (of sleutelwissel), las je steeds een korte pauze in: zo krijgen stations die zich eventueel willen aanmelden de gelegenheid om dit te doen;

  • hou geen ellenlang betoog over honderdeneen verschillende zaken, maar maak je uitzendingen kort en bondig zodat je tegenstation tijdig kan antwoorden alvorens hij vergeet waarover je het allemaal hebt gehad;

  • als je in fonie jouw uitzending beëindigt en de microfoon doorgeeft aan het tegenstation, zeg dan ‘over’. Dit is bij amateurverbindingen strikt genomen niet echt nodig, maar het is soms wel handig. De ervaring zal leren wanneer dit wel of niet te doen;

  • in CW beëindig je jouw transmissie gedurende een QSO-wissel met de letter K (van ‘Key’). Ook ‘KN’ wordt gebruikt; dit is nog specifieker en betekent dat je enkel het station wiens roepnaam je net seinde, uitnodigt om terug te komen;

  • in CW beëindig je een QSO met de letters ‘SK’ (‘Stop Keying’). Nadat je dit seinde is de verbinding volledig gedaan;

  • in fonie beëindig je een QSO NOOIT met ‘over en uit’ of ‘over and out’. Ofwel zeg je ‘over’ tijdens een wissel gedurende het QSO, ofwel zeg je ‘uit/out’ gans op het einde en dan is het QSO ook volledig gedaan.

Iemand bracht me ook het volgende aan. Naarmate amateurs vorderen in hun ‘carrière’ schijnen ze te vergeten dat ze ooit ook nieuwkomers waren. Je hoort inderdaad dikwijls amateurs op de HF-banden ‘CQ DX’ roepen waarna ze door een ‘lokaal’ station (dat voor hen op dat moment geen langeafstandsverbinding betekent) aangeroepen worden. Veelal krijgt dit lokaal station ‘een veeg uit de pan’, waarna hij verweesd en boos achterblijft. Dit is een mes dat langs twee kanten snijdt. De nieuwkomer zou moeten begrijpen dat, als een station ‘CQ DX’ roept, hij degene die DX zoekt eigenlijk niet moet roepen op dat moment (als hij geen DX is uiteraard). De ervaren amateur die gebrand is op het maken van exotische verbindingen zou zich van zijn kant moeten herinneren dat hij in zijn beginperiode net hetzelfde gedaan heeft omdat hij ‘een nieuwe’ wou werken.
In zo een situatie geef ik meestal een kort rapport, log het station, en zeg hem dat ik eigenlijk op zoek ben naar DX. De nieuwkomer begrijpt meestal de hint en zal een volgende maal beter opletten, maar hij is toch ook tevreden dat hij ‘een nieuwe’ gelogd heeft…en dat is uiteindelijk het belangrijkst! Dus… gun iedereen een QSO en vergeet op latere leeftijd je eigen beginjaren niet!

7. HOE ZELF CQ ROEPEN? 
Ga in eerste instantie na of de frequentie die je wil gebruiken vrij is. Dit doe je niet enkel door eerst te luisteren maar ook door effectief te vragen of de frequentie in gebruik is.
In SSB zal je bijvoorbeeld vragen, na eerst een poos geluisterd te hebben: ‘Is this frequency in use?’, gevolgd door je roepnaam. Indien geen respons, herhaal je deze vraag nog een keer, gevolgd door je roepnaam. Daarna kan je zelf CQ roepen.
In CW en RTTY vraag je ‘QRL?’ Sommigen vinden dat in CW een ‘vraagteken’ voldoende is. Dit kan verwarring geven. Als er op die frequentie effectief een verbinding aan de gang is (die je uiteraard zelf niet hoort), kan iemand jouw vraagteken begrijpen alsof je de roepnaam van het station vraagt. De kans bestaat dat er een ‘cop’ scenario ontstaat (zie punt 12). ‘QRL?’ neemt alle twijfel weg, en is eenduidig over wat je bedoeling is, namelijk vragen of de frequentie vrij is. Een vraagteken is nietszeggend en kan honderdeneen zaken betekenen.

In CW krijg je dan mogelijks één van de volgende antwoorden als de frequentie in gebruik is:

  • R (received-roger)

  • Y (yes)

  • YES

  • QSY

Als je toevallig op een ‘hot frequency’ bent terechtgekomen van bijvoorbeeld een DX-peditie of zeldzaam station, dan bestaat de kans dat je vrij kort van antwoord wordt gediend. Niks van aantrekken, niet op reageren, gewoon snel verhuizen naar een andere frequentie. Of uitvissen welk het DX-station is (door te luisteren – niet door het te vragen!) en dit proberen te werken.

Veel problemen kunnen vermeden worden door de eerste regel van het DX-en toe te passen: LUISTEREN. Deze gouden regel, toegepast in combinatie met het magische woordje ‘QRL?’, zal je uit de problemen houden als je een CQ wil lanceren.

  • Als je CQ roept, doe dan niet het volgende: tien maal CQ roepen, dan tweemaal je roepnaam geven, en dan overgaan op ontvangst. Beter is: tweemaal CQ roepen en tienmaal je roepnaam geven (niet doen, het is maar bij wijze van voorbeeld… viermaal je roepnaam is ruim voldoende!).

  • Het belangrijkste tijdens een oproep is dus niet het woordje CQ, maar wel je roepnaam. Als de condities slecht zijn, is het belangrijk dat het station aan de andere kant van de wereld (liefst toch?) je roepnaam kan horen.

Al doende leert men. Als je nog niet ervaren bent, luister dan toch eerst maar een poos naar anderen alvorens de grote stap te zetten. Je zal vlug het kaf van het koren scheiden en je eigen stijl ontwikkelen om succesvolle en aangename verbindingen te maken.

8. PILEUPS 
Wie eenmaal de microbe van het DX-jagen te pakken heeft zal veelvuldig met PILEUPS in contact komen. Als een zeldzaam DX-station op de band komt, zal die al heel snel een grote groep amateurs op zijn dak krijgen, die hem willen werken. Aan het einde van een QSO begint gans de meute tegelijkertijd en bovenop mekaar het DX-station aan te roepen. Dit noemt men een ‘pileup’.

Niet alleen een zeldzaam DX-station genereert pileups. Af en toe worden DX-pedities ingericht naar landen waar bijna geen hamradio-activiteit is, soms zelfs naar onbewoonde eilanden. Het doel van dergelijke expedities bestaat erin om zoveel mogelijk amateurstations te kunnen contacteren gedurende het beperkte verblijf in de zeldzame entiteit. Contacten met zulke expedities dienen dan ook ZO KORT MOGELIJK te zijn. De expeditie-operator is niet geïnteresseerd in je QTH, werkmiddelen of de naam van je hond.

Hoe handel je het best om een zeldzaam DX-station of DX-peditie station zo vlug mogelijk in je log te krijgen?

LUISTER  LUISTER

En, waarom moet ik luisteren? Omdat wie niet luisteren wil, moet voelen? Inderdaad. Wie niet luistert, zal niet succesvol zijn om de pileup te doorbreken én om het rare DX-station relatief snel te werken.

Luisteren dient om het ‘gedrag’ van en het ritme waarin het DX-station werkt, te leren kennen. Ook om te zien of hij SPLIT werkt. Tijdens het luisteren heb je tijd om het zend- en ontvangstgedeelte van je eigen station optimaal af te regelen:

  • Juiste antenne gekozen?

  • Split-functie ingeschakeld?

  • Zender en eventuele versterker goed afgeregeld op een VRIJE frequentie?

Hoe dikwijls hoort men dit laatste niet gebeuren OP de frequentie van het DX-station! Foei! Dit lokt enkel reacties uit van de zogenaamde ‘COPS’ (waarop later teruggekomen wordt) en verbrodt al gauw het plezier van velen doordat het DX-station niet meer hoorbaar is.

  • Vooraleer ook maar één transmissie te maken: vergewis je ervan dat je wel degelijk de roepnaam van het DX-station juist gehoord hebt.

Veelal komen we in een pileup terecht omdat we afgaan op een melding in een DX-cluster. Het gebeurt meer dan eens dat de melding niet correct is! Wees dus zeker dat je de roepnaam van het station dat je werkt correct hebt opgenomen. Dit zal je ook de gevreesde retour QSL-kaart met boodschap ‘NOT IN LOG’, ‘NON EXISTING CALL’ of ‘NOT ACTIVE THAT DAY’ besparen.

Een doorwinterd DX-station dat ondervindt dat de pileup te groot wordt doordat er teveel stations tegelijk aanroepen zal overschakelen op SPLIT operatie. Zo blijft zijn zendfrequentie vrij en kunnen de aanroepende stations hem steeds duidelijk blijven verstaan.
Een niet zo ervaren DX-station zal misschien simplex blijven werken en geeft er dikwijls na een korte tijd de brui aan omdat hij de pileup niet meer de baas kan.
Hier kan je zelf een belangrijke rol spelen, door tijdens je QSO met het DX-station hem subtiel aan te brengen dat het misschien aangewezen is om SPLIT te werken (indien er teveel stations tegelijkertijd aanroepen uiteraard!). De andere DXers zullen je dankbaar zijn indien het je lukt om het DX-station naar SPLIT mode te doen overschakelen!

Hierna volgen de verschillende pileup-situaties.

A. SSB SIMPLEX PILEUP  
Hoe geraak je nu het best door een SIMPLEX pileup (een echte pileup met tientallen stations die staan te popelen om het DX-station te werken)?

  • wacht tot het vorige QSO VOLLEDIG afgelopen is

  • timing is HEEL belangrijk. Als je onmiddellijk na het vorige QSO je roepnaam geeft zal je weinig of geen succes hebben.

  • wacht een seconde of zeven en geef pas dan EENMAAL je volledige roepnaam

  • LUISTER …

Varianten op deze benadering zijn legio. Dit is ervaring die je enkel opdoet door veelvuldig naar simplex pileups te luisteren. Veel hangt af van het ritme waarin het DX-station werkt en hoe goed of minder goed hij roepnamen kan ontcijferen uit de kakofonie.
Als je onmiddellijk roept nadat een vorig QSO beëindigd is zal jouw roepnaam verdwijnen in de tientallen anderen die tegelijkertijd aan het roepen zijn. Veelal geven de pileup stations tweemaal, soms zelfs drie- of viermaal (foei!) hun roepnaam na mekaar. Ondertussen heeft het DX-station meer dan waarschijnlijk reeds een station uit de pileup aangeroepen, maar bijna niemand hoort dit doordat sommige stations ‘eindeloos’ hun roepnaam blijven doorgeven, zonder te luisteren.
Als je ongeveer zeven seconden wacht neemt de meerderheid van de pileup een adempauze en dit is het moment waarop je best toeslaat en zelf roept, éénmalig. Dan LUISTEREN.

  • geef je roepnaam relatief snel. ‘Uitrekken’ van het fonetische alfabet heeft GEEN ENKELE ZIN
    ‘Oscar November Four Zulu Zulu Zulu Zulu’ is de correcte manier en dit mag tamelijk snel uitgesproken worden.
    ‘Ooooscaaaar Noooveeeember Fooouuurr Zuuuluuu’ enzoverder is tijdverspillend en draagt niets bij tot de verstaanbaarheid van je roepnaam bij het DX-station. Integendeel!

  • gebruik STEEDS het CORRECTE fonetische alfabet als je in een pileup roept.
    Het fonetische alfabet (Alfa tot Zulu) in radioverkeer dient om vergissingen bij het uitwisselen van letters en/of woorden uit te sluiten. Er zijn slechts 26 letters, elk met hun eigen unieke woord, om deze doelstelling te bereiken.
    Een DX-station luistert in de pileup-kakofonie naar deze welbepaalde woorden. Zijn oren worden geteisterd door een samensmelting van al deze woorden (en cijfers), de vermoeidheid neemt toe. Als we dan ook nog eens afwijken van de standaardwoorden van het fonetische alfabet, dan wordt het nog moeilijker voor hem.
    Al te vaak wordt in pileups vastgesteld dat het DX-station net DIE letter die afweek van het standaardalfabet niet verstaan heeft en om een herhaling moet vragen.
    Voorbeeld:
    ‘Lima’ klinkt vlijmscherp. Velen gebruiken ‘London’ als alternatief. Als je signaal heel zwak is bij het DX-station heb je veel kans dat hij ‘Lima’ wel opneemt en ‘London’ niet!
    Nog enkele voorbeelden:
    Bravo – Baltimore. Echo – Easy (zeer slecht). Hotel – Honolulu (slecht). Juliett – Japan. Kilo – Kentucky. Lima – London (zeer slecht). November – Norway (zeer slecht). Oscar – Ontario/Ocean (zeer slecht). Papa – Portugal (zeer slecht). Quebec – Quitto (zeer slecht). Romeo – Radio. Sierra – Santiago. Tango – Toronto (slecht). Uniform – United/University (slecht). Victor – Venezuela (slecht). Whiskey – Washington (zeer slecht). X-ray – Xylophone (zeer slecht). Yankee – Yokohama (zeer slecht). Zulu – Zanzibar (slecht).

Niet enkel luistert het DX-station naar de correcte woorden, hij verwacht in bepaalde woorden ook bepaalde klanken en een welbepaald aantal lettergrepen. Als er door static/QRN een lettergreep verloren gaat, kan hij die dikwijls zelf correct aanvullen doordat hij de klanken en het aantal lettergrepen correct aaneenrijgt tot het juiste woord.
De woordspelingen die vooral vroeger op VHF/UHF gebruikt werden zijn misschien leuk, maar niet effectief (we denken hierbij aan Ouwe Neuze vier Zotte Zatte Zwoele Zieners).
De BBC heeft een interessant audio programma gemaakt dat de geschiedenis van het fonetische alfabet weergeeft. Dit alfabet werd meer dan 50 jaar geleden door de NATO op punt gesteld. Het programma kan beluisterd worden op de volgende linkhttp://www.bbc.co.uk/radio4/history/pip/dho56/ (klik op ‘Listen again to this programme’).

  • als het DX-station terugkomt met je volledige en correcte roepnaam dan is er geen reden om tijd te verliezen en je roepnaam nogmaals te herhalen aan het begin van je transmissie. Geef het DX-station enkel zijn rapport. Je kan facultatief afsluiten met je roepnaam, maar dit is tijdrovend en zeker bij het werken van DX-pedities te vermijden.
    Hoe korter je uitzending, hoe beter, en hoe meer de rest van de pileup dit op prijs zal stellen. Veelal geef je best enkel een rapport zonder daaraan iets toe te voegen. Eén seconde en het QSO is gemaakt, en het DX-station kan het volgend station werken.

  • als je in de pileup roept, zend dan nooit de roepnaam van het DX-station; die kent hij namelijk maar al te goed… puur tijdverlies

  • geef je roepnaam eenmaal. Tweemaal is het maximum, maar niet aan te raden. In sommige gevallen (meestal als het DX-station niet goed hoort of onervaren is) moet je dit toch doen. Driemaal is helemaal uit den boze!

  • Als het DX-station terugkomt met een gedeelte van je roepnaam, benadruk dan dat gedeelte van je roepnaam dat het DX-station niet verstaan heeft

Voorbeelden:
QRZ, XU7ACV.
(kakofonie-7seconden wachttijd)
ON4zzzz.
ON4zzzz, you are 59, QSL?
QSL, 59.
Thanks, QRZ, XU7ACV

QRZ, XU7ACV.
(kakofonie-7seconden wachttijd)
ON4zzzz.
4zzzz, you are 59, QSL?
ON4 – ON4zzzz, 59 , QSL?
ON4zzzz, QSL tnx, QRZ, XU7ACV

  • als het DX-station terugkomt met een gedeeltelijke roepnaam die niet overeenstemt met letters uit jouw roepnaam, ZWIJG dan! Nogmaals: ZWIJG, WEES STIL! Hou je niet van de voorgaande schreeuwerige woorden? Wel, het DX-station houdt niet van jouw roepnaam die hij op dat moment niet meer wil horen.
    Mocht iedereen in een pileup dit toch wel logische principe volgen dan zouden er veel meer stations gelogd kunnen worden door het DX-station!
    Jammer genoeg primeert het ‘IK’ gevoel bij veel DXers, en vinden ze excuses te over om toch maar terug beginnen te roepen ook al weten ze dat het DX-station niet naar hen terugkwam.
    Puur tijdverlies is dit!

  • als het DX-station terugkomt met ‘ONLY’ en een gedeeltelijke roepnaam betekent dit meestal dat hij reeds meerdere malen geprobeerd heeft om de volledige roepnaam te nemen maar door onsportief gedrag van de pileup DXers (blijven roepen bovenop het station dat hij probeert te werken) telkens opnieuw moet proberen de roepnaam op te nemen.

  • als het DX-station met ‘JA ONLY, Europe Standby’ aanroept, dan verwacht hij ENKEL Japanese stations te horen. Zwijgen is dan de boodschap. Roep niet in de pileup ‘Europe PLEASE’, dit is echt helemaal uit den boze.

  • Als je een QRP-station gebruikt (5 W of minder in CW, 10 W of minder in fonie), roep het DX-station dan niet aan met je roepnaam gevolgd door /QRP (‘stroke QRP’). Nooit. Dit is een niet toegelaten achtervoegsel volgens de Belgische wetgeving. Enkel /P, /M, /MM en /A zijn toegelaten. Hoe dikwijls hoort men niet iemand in een pileup enkel ‘stroke QRP’ roepen zonder roepnaam? Dan moet het DX-station hem uiteindelijk toch om zijn roepnaam vragen, opnieuw puur tijdverlies. Tijdens een gewoon ‘ragchew’ QSO kan je uiteraard verduidelijken dat je QRP werkt.

B. CW SIMPLEX PILEUP

  • Dezelfde punten als hierboven aangehaald gelden voor een CW simplex pileup.

  • Zend nooit ‘de ON4ZZZZ’.
    Waarom niet ‘de ON4ZZZZ’ maar gewoon ‘ON4ZZZZ’ zenden? Omdat het woordje ‘de’ (morse voor ‘van’ in het Nederlands) enkel bijdraagt tot verwarring bij het ontrafelen van de roepnamen door het DX-station.

  • Eindig nooit met een ‘k’ (uitnodiging tot zenden) als je een DX-station aanroept.
    Hoe meer irrelevante informatie je doorgeeft, hoe groter de kans op vergissingen. Een extreem voorbeeld van hoe het zenden van ‘k’ tijdens het aanroepen van een DX-station tot verwarring kan leiden, kan je terugvinden op het einde van punt 13 (tweeletter-roepnamen), zie verder.
    Als het aanroepend station (jij dus) niet zendt gedurende een tijd die beduidend langer is dan een spatie tussen twee letters zal het DX-station begrijpen dat je uitzending gestopt is.

  • Pas je snelheid aan.
    Je zal vlug horen (nadat je eerst goed geluisterd hebt naar de pileup en naar het ritme waarin het DX-station werkt) welke stations door het DX-station opgepikt worden. Pas je seinsnelheid aan aan de snelheid van de gewerkte stations.
    Het is niet omdat het DX-station aan 40 wpm werkt dat enkel stations die aan 40 wpm seinen worden uitverkoren. Dikwijls pikt het DX-station er stations uit die een pak trager seinen. Dan sein je best ook trager.

  • Als het DX-station terugkomt met ‘ONLY’ en/of op het einde afsluit met ‘KN’ (in plaats van K = Over, uitnodiging tot zenden), betekent dit dat hij ENKEL het specifieke station dat hij aanroept (of de gedeeltelijke roepnaam) wil horen terugkomen. Meestal wijst dit erop dat het DX-station het op zijn heupen begint te krijgen door de vele ongedisciplineerde aanroepers die telkens weer seinen bovenop het station dat hij probeert te werken!

C. RTTY (EN ANDERE DIGIMODES) SIMPLEX PILEUP 
Hier zal eenmaal je roepnaam geven meestal niet werken. Tweemaal is aan te raden en, naargelang het DX-station de calls eruitpikt, is het soms nodig driemaal je roepnaam te geven. Dit laatste is zoveel mogelijk te vermijden.
Beter is heel goed te timen en op het juiste moment aan te roepen. Hopelijk gaat het DX-station snel naar SPLIT mode over!

D. SSB SPLIT PILEUP 
Oef, het DX-station werkt SPLIT mode, wat een opluchting! Inderdaad een opluchting, want in SPLIT mode gaat het tempo van QSOs maken met rasse schreden vooruit in vergelijking met het werken in SIMPLEX mode.

Hoe geraak je nu snel in de log van het DX-station als deze SPLIT werkt?

  • LUISTER, LUISTER, LUISTER …

  • Neem nog eens goed de bovenstaande technieken van het simplex werken door, veel punten zijn van toepassing.

  • Je transceiver staat toch in SPLIT mode?

  • Wie enkele minuten LUISTERT alvorens een transmissie te maken heeft veel kans om met enkele welgeplaatste aanroepen vlug in de log te staan!

Er zijn hams die er een sport van maken om met één welgeplaatste aanroep onmiddellijk door de pileup te breken en zo in de log van DX-station terecht te komen.

Wie enkele minuten de tijd neemt om te luisteren zal:

  1. het ritme waarin het DX-station werkt aanvoelen;

  2. de breedte van de SPLIT kennen (bijv. 5 tot 10 kHz up/down), ofwel aangegeven door het DX-station zelf (dit is de aanbevolen methode, maar jammer genoeg doen niet alle DX-stations dit regelmatig of correct!), ofwel door het zelf uit te vissen;

  3. begrijpen of hij een reële kans maakt om op dat moment door de pileup heen te geraken (werkt het DX-station enkel Japan omdat hij betere propagatie heeft naar ginder toe dan naar België?);

  4. doorhebben hoe het DX-station zich een weg baant doorheen het SPLIT-venster;
    Met andere woorden, gaat hij van onderaan het SPLIT-venster naar boven toe en begint hij dan terug van onderaan? Of keert hij eenmaal boven aangekomen stapsgewijs terug naar beneden?

  5. doorhebben in welke frequentiestappen het DX-station de stations werkt. Met andere woorden, als het SSB SPLIT-venster bijvoorbeeld 10 kHz bedraagt, werkt hij iemand om de 2 kHz, of is het eerder 3 of 5 kHz? Of werkt hij een paar stations onderaan het venster, dan in het midden, en dan bovenaan?

Pas daarna:

  1. geef één (1) maal je roepnaam;

  2. en LUISTER.

Als je bovenstaande punten doorlopen hebt, is het meestal een fluitje van een cent om je roepnaam op het juiste moment en op de juiste frequentie door te geven. Wedden dat je succesvoller bent dan vroeger (toen je deze tips niet volgde) om door de pileup heen te ‘breken’? En neen, je hebt daar geen kiloWatt vermogen voor nodig.

Nogmaals: wanneer het DX-station terugkomt met een gedeeltelijke roepnaam en deze stemt niet overeen met de jouwe, ZWIJG – WEES STIL! Dit punt kan niet genoeg worden benadrukt. Als je toch roept, dan kan je, zelfs bij SPLIT operatie, een ander QSO naar de bliksem helpen en de snelheid waarmee het DX-station werkt naar beneden halen! DOE DIT NIET! Ook niet als je hoort dat anderen het wel doen! Wees een dame/heer in het radioverkeer!
Als je dit niet doet – en dus luistert – heb je veel kans om te horen welk station het DX-station werkt, en op welke frequentie!

Afhankelijk van de capaciteit van het DX-station om roepnamen uit de pileup te halen is het aan te raden om je call slechts eenmaal te geven. Dit moet je zelf aanvoelen. Tweemaal is een absoluut maximum, driemaal is uit den boze. Ik val in herhaling, doch dit is een belangrijk punt.

Verschillende DX-stations hebben verschillende operating styles. De ene zal je al beter liggen dan de andere. Sommige werken met nummers om de pileup uit te dunnen. Als het gevraagde nummer niet in je roepnaam voorkomt: ZWIJG – WEES STIL!

E. CW SPLIT PILEUP

  • De meeste punten van de SSB SPLIT pileup technieken zijn ook hier van toepassing. Neem ze nog eens door.

  • Pas je snelheid initieel aan aan die van het DX-station en als je doorhebt welke de gemiddelde snelheid is van de stations die door de pileup heenraken, zend dan ook met die snelheid. Dit is de snelheid waarbij het DX-station zich het meest comfortabel voelt.

  • Sein je roepnaam één (1) maal, en LUISTER. Tweemaal je roepnaam in CW geven heeft geen enkele zin.

  • Als je toch tweemaal je roepnaam geeft, werk dan in QSK mode (CW full break-in). Zo hoor je wanneer het DX-station terug begint te seinen. Je kan dan onmiddellijk je transmissie stoppen en met de 2e VFO op zoek gaan naar wie hij werkt.

F. RTTY (EN ANDERE DIGIMODES) SPLIT PILEUP

  • De meeste punten van de SSB SPLIT Pileup technieken zijn ook hier van toepassing. Neem ze nog eens door.

  • Zend je roepnaam tweemaal (2x) en luister. Als je driemaal je roepnaam geeft zal je vlug merken dat het DX-station reeds een rapport aan het geven is. Als je geluk hebt, geeft het DX-station de roepnaam van het aangeroepen station nogmaals op het einde van zijn transmissie. Dan kan je met je 2e VFO op zoek gaan waar die aan het zenden is. Heel dikwijls heb je dat geluk niet en dan is het belangrijk dat je het begin van de transmissie van het DX-station hoort. Meestal lukt dit prima als je je roepnaam slechts tweemaal geeft.

9. TAIL ENDING 
Een twintigtal jaar geleden was ‘tail ending’ een nieuw ding waarrond nogal wat controverse bestond. PRO’s en CONTRA’s dus.

Wat is tail ending? Vrij vertaald zou je kunnen zeggen ‘op zijn staart trappen’. Met de invoering van de 2e VFO (eerst extern, later in het toestel ingebouwd) werd SPLIT operatie een algemeen ingeburgerde manier van werken door DX-stations en DX-pedities. Aandachtige DXers luisterden op hun 2e VFO naar de DXer die door het DX-station aangeroepen werd. Als de aandachtige DXer hoorde dat het QSO in orde was (roepnamen en rapport correct uitgewisseld) trapte hij als het ware op de staart van de DXer die nog bezig was met afsluiten met het DX-station. Zodoende kon het DX-station hem reeds horen – als zijn signaal voloende sterk was – en eventueel zijn roepnaam noteren. Als het DX-station dan op zijn beurt afsloot, riep hij dadelijk erna de DXer die aan ‘tail ending’ had gedaan. Op die manier dacht men om tijd uit te sparen en meer QSOs te kunnen loggen. Maar de tijd heeft intussen uitgewezen dat heel weinig stations ‘correct’ aan ‘tail ending’ doen en te vlug bovenop het aan de gang zijnde QSO te roepen waardoor het QSO moet overgedaan worden (gedeelte van de roepnaam ontbreekt, rapport niet begrepen, enz.).

Doordat er vandaag de dag sowieso al heel wat minder discipline aan de dag gelegd wordt dan vroeger blijkt dat vele operatoren denken dat ze steeds bovenop een bestaand QSO moeten roepen. Als ze dan ook nog horen dat het DX-station direct een volgend station aanroept zonder eerst ‘QRZ’ of iets dergelijks gezegd te hebben, is het hek helemaal van de dam.

‘Tail ending’, ja of nee? Algemene consensus de dag van vandaag is: neen.

10. DX-WINDOWS 
De frequentiebanden waarop we mogen uitzenden zijn ons voorgeschreven door onze voogdijoverheid. Welke soort uitzendingen waar precies dienen te gebeuren schrijft zij niet voor. Om de zaken wat beter gecoördineerd te houden, bestaat de IARU bandplanning die ervoor moet zorgen dat er orde heerst op onze banden. De IARU bandplanning spreekt alleen op 80m van twee frequentiebanden (3500-3510 kHz en 3775-3800 kHz) waar ‘prioriteit’ dient te worden gegeven aan ‘intercontinentale contacten’, wat zoveel wil zeggen als ‘DX’. Buiten dit zijn er ‘de facto’ DX-frequenties, waar de DX-pedities en stations uit zeldzame landen te vinden zijn.
Ken deze DX-frequenties, ook wel ‘DX-windows’ geheten, en respecteer ze.
Toen ik met een laagvermogen station actief was uit hartje Afrika wou ik zoveel mogelijk OM’s plezieren met een nieuw ‘raar’ landje in hun log. Daarom zocht ik ook steeds een plaatsje in één van de DX-windows om CQ te roepen. Ik wist namelijk dat vele DXers deze windows in het oog houden in de hoop dat er iets ‘raar’ verschijnt.
Mijn teleurstelling was groot toen ik deze windows gevuld zag met ‘normale’ Europese of Amerikaanse stations die er een ‘lokaal’ QSO voerden, of er CQ DX zaten te roepen en me niet hoorden toen ik hun aanriep!
Velen denken dat de DX-windows er zijn om als gewoon station zelf CQ DX te roepen. Ik ben het daar niet mee eens en beschouw deze windows als een thuishaven voor zwakke DX-stations die ‘opgemerkt’ willen worden. Best zelf geen CQ roepen dus in die windows en ze enkel gebruiken om zeldzame DX op te sporen.

Volgende ‘de facto’ DX-windows en DX-frequenties zijn gangbaar en in het oog te houden, te vermijden door gewone stations zoals onszelf om er CQ te roepen:

  • SSB: 28490-28500, 24945, 21290-21300, 18145, 14190-14200, 7045, 3790-3800, 1845 kHz;

  • CW: meestal de eerste 5 kHz van de band, en ook volgende frequenties: 28020-28025, 24895, 21020-21025, 18075, 14020-14025, 10103-10105, 3500-3510. 1830-1835 kHz;

  • RTTY: ± 28080-21080-14080 kHz

Natuurlijk kunnen DX-stations en DX-pedities ook op andere frequenties buiten de DX-windows tevoorschijn komen.

11. CONFLICTSITUATIES 
Laten we niet vergeten dat we met vele honderdduizenden zijn die allemaal op hetzelfde terrein, namelijk de ether, dezelfde hobby beoefenen. Conflicten zijn dan ook niet uitgesloten. Het lijkt me niet realistisch erover te zwijgen, en een beetje goede raad kan ook hier zeker geen kwaad.

Zoals gezegd in punt 4: WEES STEEDS BELEEFD. Dit is de enige manier waarmee je op lange termijn resultaat zal behalen in conflictsituaties.

Laat ons beginnen met een voorbeeld van een zeer extreem geval, namelijk IZ9xxxx uit Sicilië.
OM Pipo heeft/had de onhebbelijke gewoonte om CQ te roepen op 14195 kHz, een DX frequentie bij uitstek voor DX-stations en DX-pedities, en er QSOs te voeren met gewone stations uit Europa en Amerika. Dit zette wereldwijd heel wat kwaad bloed bij DXers. 14195 kHz werd dan ook tot een puinhoop herschapen telkens Pipo ten tonele kwam, doordat de DX-gemeenschap het niet nam dat hij die frequentie ‘monopoliseerde’.
Als we dit geval analyseren, komen we tot de volgende objectieve waarnemingen:

  • Pipo vraagt ‘Is this frequency in use?’ alvorens hij zijn CQ begint, en maakt QSY als de frequentie in gebruik blijkt te zijn.

  • Pipo gebruikt een frequentie die hij, bij wet vastgelegd, steeds mag gebruiken (zie verder).

  • 14195 kHz ligt in het de facto DX-window 14190-14200 kHz. Dit frequentiesegment is in IARU Region 1 sinds 1 januari 2006 prioritair voorbehouden voor DX-pedities (dus moet Pipo nu uitwijken naar andere frequenties).

  • Telkens Pipo legaal uitkwam op 14195 kHz (vóór 1 januari 2006) werd hij gestoord door tientallen stations zonder enige identificatie, die dus eigenlijk pirateerden.

Midden 2003 is deze situatie onder mijn aandacht gekomen en heb ik vele malen geconstateerd hoe tientallen zogenaamde DXers Pipo opzettelijk aan het storen waren. Laat er geen twijfel over bestaan: elk van deze stations werkte buiten de normen opgelegd door zijn licentie. Mocht het wagentje van NCS (Nationale Controle van het Spectrum, BIPT) toevallig aan HUN deur gestaan hebben en de officieren van dienst deze opzettelijke storingen geconstateerd hebben, dan zouden deze DXers hun licentie kwijtgeraakt zijn, en niet Pipo IZ9xxxx, die steeds binnen de wettelijke perken van zijn licentie werkte!

Als quasi-objectieve waarneming kunnen we stellen dat Pipo een asociale radioamateur is die opzettelijk het plezier van anderen verpest. Doch: hij deed dit steeds binnen de hem opgelegde regelgeving.

Hoe ga je nu best om met zo een geval?

  • zeker niet door hem te storen (en zelf illegale uitzendingen te maken). Dat geeft hem een gevoel van macht, en macht smaakt naar meer… dus hij zal zeker zijn best doen om de mensen nog meer het bloed van onder de nagels te halen!

  • laat hem links liggen, en verdraai je VFO naar een andere frequentie

  • maak een normale verbinding met hem en probeer de oorzaak van zijn gedrag te achterhalen

Inderdaad, op 12 augustus 2003 werd het ook deze jongen teveel. Ik riep Pipo op een normale manier aan, en we hebben een QSO van ongeveer 20 minuten gevoerd op 14195 kHz. Uit dat QSO leerde ik dat Pipo het niet nam dat hij opzettelijk gestoord werd door tientallen ‘onbekende’ radioamateurs, dat hij het niet nam dat er telefoons met doodsbedreigingen (!) toekwamen (telefoon die door zijn dochter opgenomen werd!), enz. Tijdens dit ‘rustige’ QSO werd argumentatie langs beide kanten aangevoerd waarom 14195 kHz al dan niet verder door Pipo zou gebruikt worden. We hebben uiteindelijk het QSO beëindigd zonder echt een compromis te bereiken, maar de volgende weken bleef 14195 kHz vrij van IZ9xxxx uitzendingen.

Uiteraard is Pipo na een maand of zo opnieuw begonnen met 14195 kHz te gebruiken, misschien wel omdat iemand hem op een andere frequentie onheus behandelde? Bij een volgende gelegenheid, in 2005, toen de K7C expeditie op 14195 kHz actief was, hoorde ik Pipo vragen ‘Is this frequency in use?’. Ik antwoordde hem onmiddellijk ‘Yes Pipo, by K7C, tnx QSY, 73 from ON4WW’. Pipo ging onmiddellijk 5 kHz naar beneden om daar CQ te roepen. Case closed.

Een incident dat ik in het begin van mijn radioamateurcarrière aan den lijve mocht ondervinden vond plaats op 21300 kHz. Een beduchte en beruchte ON6 was bovenop een DX-peditie een lokaal QSO aan het voeren. Ik meldde me aan, legde de situatie uit, vroeg hem beleefd om QSY te maken en sloot af met mijn roepnaam.
Wat ik toen naar mijn hoofd geslingerd heb gekregen is niet voor publicatie vatbaar. Ik heb later geleerd dat die ON6 samen met zijn ON4-kompaan steeds gestoord werd op het VHF-relais. Misschien lag hun onbehouwen mentaliteit aan het feit dat ze gestoord werden, of misschien hebben ze die mentaliteit opgebouwd doordat ze ten onrechte gestoord werden (door alweer ‘illegale’ stoorders)?

Een heel ander voorbeeld van een ongepaste tussenkomst. Twee ON3-stations waren op een VHF relais met elkaar in verbinding. De ene zei tegen de andere dat hij hem zeer goed op de repeater inputfrequentie kon horen. Waarop een ON4 op een heel arrogante manier ‘bevolen’ heeft het relais te verlaten daar hij een oproep wou plaatsen. Dit kan dus niet. Zoals gezegd: blijf steeds BELEEFD. De ON4-operator kon inbreken en meedelen dat hij een oproep wou plaatsen. Ik veronderstel dat hij als gebruiker van een relais weet dat deze stations speciaal opgezet zijn om mobiele gebruikers een grotere operationele reikwijdte te geven. Indien deze twee onfortuinlijke ON3-stations elkaar op een autosnelweg aan 120 km/u in tegenovergestelde richting kruisten zou hun QSO op een simplex frequentie snel voorbij zijn. Het feit dat ‘nieuwkomers’ uitgekafferd worden door een ‘old-timer’ is ronduit beschamend. Moeten we hen niet op weg zetten om ervaren amateurs te worden?

Is dit waar gebeurd? Doet dat ertoe? ‘Bottom line’: blijf beleefd. Je zal niet altijd bekomen wat je wil, maar meer wèl dan niet.

En dit brengt me naar het volgende punt, dat eigenlijk ook onder ‘conflictsituaties’ zou kunnen vallen…

12. ‘COPS’ (POLICE) 
Van de radioamateurgemeenschap wordt verwacht dat ze in grote mate ‘self policing’ is, dat de radioamateurs dus zelf de orde in hun rangen houden. Zolang er niets illegaal gebeurt zullen de ‘officiële instanties’ dan ook niet tussenkomen. Dat wil echter niet zeggen dat de radioamateurdienst haar eigen politie moet hebben! Zelfdiscipline, ja.

Laat ons nog even doorgaan met onze vriend Pipo uit Sicilië. Was ik 2 seconden trager geweest om te antwoorden op zijn vraag ‘Is this frequency in use?’, dan zou zeker één van de zelfaangestelde DX-‘cops’ het woord hebben genomen en hem een hoop verwijten in allerminst vriendelijke termen naar de kop hebben geslingerd. De gebruikte woorden zijn bijna steeds van die aard dat de situatie alleen van kwaad naar erger kan evolueren.

Een te verwachten reactie na al deze verwijten, is dat Pipo, gezien zijn karakter, gewoon op 14195 kHz blijft zitten. Niet alleen zal hij de volgende twee uur constant gestoord worden, ook de K7C DX-peditie zal van het toneel verdwijnen… Kostbare tijd en veel QSOs gaan verloren dankzij onze ‘behulpzame’ cops.

  • De meeste ‘cops’ bedoelen het goed en zijn ze niet zo extreem in hun taalgebruik. Ze blijven beleefd en hebben dan ook dikwijls succes in hun poging om een frequentie vrij te houden/krijgen.

  • Andere ‘cops’ bedoelen het ook goed maar zijn niet al te subtiel in hun taalgebruik en oogsten het omgekeerde van wat ze beogen. Deze ‘cops’ veroorzaken chaos in plaats van rust.

  • Een derde categorie ‘cops’, zijn deze die expliciet taalgebruik aanwenden, met de bedoeling om chaos te creëren. Hun zeer expliciet taalgebruik lokt dan weer commentaren uit van collega ‘cops’, met als resultaat een complete chaos!

Deze drie categorieën van ‘cops’ hebben één ding gemeen: op het moment dat ze ‘cop spelen’, zijn ze ook effectief PIRAAT. Want ze maken transmissies zonder hun roepnaam kenbaar te maken.

In welke gevallen kom je ‘cops’ meestal tegen?

  • ‘cops’ verschijnen bijna steeds waar een zeldzaam DX-station of een DX-peditie actief is, meestal als dit station in SPLIT mode werkt;

  • een station dat vergeten heeft de SPLIT knop van zijn transceiver in te drukken begint het DX-station op diens frequentie aan te roepen. Veelal geeft deze operator dan ook nog drie of vier maal zijn roepnaam zodat niemand in de pileup hoort wie het DX-station aanroept. Juist, … dan komen de ‘cops’ in actie.

Een beschaafde ‘cop’ kan op een strikt neutrale manier aan de ‘overtreder’ melden dat hij ‘UP’ of ‘DOWN’ moet zenden. Hij wil hem helpen, het is niet de bedoeling hem verwijten te maken.

Hoe de operator die een ‘foutje’ maakte, op een neutrale manier ‘helpen’?

Vooraleer aan uw roeping tot ‘cop’ toe te geven:

  • stel vooral eerst bij jezelf de vraag wat de toegevoegde waarde kan zijn van JOUW tussenkomst;

  • zwijg als er reeds een andere ‘cop’ (of ‘cops’) op het toneel zijn;

En als je dan toch de ‘goede cop’ wil spelen:

  • geef de laatste 2 of 3 letters van zijn roepnaam gevolgd door UP of DWN. Dat is alles;

Alle andere boodschappen brengen mee dat zij/hij die de fout maakte het verwijt of de instructie misschien niet verstaat, de fout dus niet rechtzet en er chaos zal ontstaan.

Voorbeeld:
ON4WW roept verkeerdelijk op de frequentie van het DX-station. Men seint dan het volgende: ‘WW UP’. Als men enkel UP seint, dan heeft ON4WW waarschijnlijk niet door dat de ‘UP’ voor hem bedoeld was. Met als gevolg dat hij dezelfde fout herhaalt en op de frequentie van het DX-station blijft roepen. Een tweede gevolg is dat er hoogstwaarschijnlijk nog verschillende andere ‘cops’ UP UP zullen beginnen seinen, met chaos als resultaat.

Dus: altijd enkele letters van de roepnaam van het station seinen, gevolgd door UP. Zo zal hij begrijpen dat hij verkeerd is, en niet een ander. Als men in CW de volledige roepnaam en dan UP seint, heeft men veel kans dat men reeds een deel van de transmissie van het DX-station overkoepelt.

Nog beter zou zijn dat niemand zich geroepen voelt tot het ‘ham-cop-dom’, maar dit is een utopie. Een gerichte aanroep tot het verkeerd roepende station, kan dus vlug voor soelaas zorgen. Een aanroep met scheldwoorden haalt niks uit en bezorgt de pileup en het DX-station weinig vreugde, om het eufemistisch uit te drukken. Eén goede ‘cop’ kan een zegen zijn, twee goede ‘cops’ is reeds van het goede teveel.

In SSB- en RTTY-modes geldt hetzelfde principe. Geef een deel van de call (of zelfs de volledige call in deze modes) gevolgd door de correcte aanwijzing (listening UP/DOWN), en de frequentie van het DX-station zal vlug terug vrij zijn.

Als DXer zal je al snel doorhebben dat je meer voordeel haalt door helemaal niet op ‘cops’ te reageren. Probeer van iets negatiefs iets positiefs te maken. Blijf door het tumult heen LUISTEREN (daar is het magische woord weer) naar het DX-station en in vele gevallen zal je in staat zijn om het DX-station te loggen terwijl de ‘cops’ zich op hun manier ‘amuseren’.

Vergeet niet dat, strikt genomen, een ‘cop’ STEEDS illegale uitzendingen maakt, tenzij men zijn roepnaam vermeldt!

13. TWEELETTER ROEPNAMEN (GEDEELTELIJKE ROEPNAMEN) EN DX-NETTEN 
Zoals reeds aangehaald in punt 3 (CORRECT GEBRUIK VAN JE CALLSIGN), gebruik je in ALLE modes STEEDS je volledige roepnaam.

In vele DX-netten (vooral te horen op de 15, 20 en 40 m banden) is het de gewoonte dat de MOC (‘Master of Ceremony’) een lijst aanlegt van stations die een DX-station, dat zich in het DX-NET ingelogd heeft, willen werken.

Voor het aanleggen van die lijst, vraagt de MOC dikwijls om de laatste twee letters van je roepnaam door te geven. Dit is niet enkel illegaal, maar bovendien hebben velen deze methode overgenomen wanneer ze rechtstreeks een DX-station aanroepen. Dit is volledig verkeerd. Het vertraagt het ritme waarmee een DX-station/DX-peditie de stations kan werken. Vele malen zelf gehoord, ook toen ik ‘aan de andere kant’ zat: iemand roept drie maal de laatste twee letters van zijn roepnaam. Hij is heel sterk bij het DX-station en had hij éénmaal zijn volledige roepnaam gegeven dan was het QSO in vijf seconden gemaakt. Nu duurt dit QSO drie à vier maal langer!

In CW hoor je dit veel minder en in RTTY zie je het zelden of nooit. Hoe dan ook, het is zinloos. Het meest onwaarschijnlijke dat ik in deze categorie van bloopers ooit ben tegengekomen: iemand riep me in CW aan met ‘XYK XYK’. Hij was zodanig sterk dat ik hem uiteindelijk toch moest loggen om de zwakkere stations te kunnen horen die onder hem aan het roepen waren. Dus seinde ik: ‘XYK 599’. De roepnaam die nu volgt is fictief, maar je begrijpt waarover het gaat. ‘IZ9ZXY IZ9ZXY 599 K’. Deze brave OM seinde dus de laatste twee letters van zijn roepnaam gevolgd door de letter K (uitnodigen tot zenden in morse=Key). De letter K plakte bovendien aan de laatste twee letters zodat het leek alsof het de laatste drie letters van zijn roepnaam waren. In het Engels noemt men dit ‘a waste of space and time’!

Tenslotte dit nog over DX-netten. Bijgaande figuur zegt er veel over. De QSOs worden er met de paplepel ingegeven. De MOC steekt dikwijls een handje toe en dit kan niet echt de bedoeling zijn voor wie zelf een two-way QSO wil maken. Probeer zelfstandig je verbindingen te maken. Het plezier dat je eraan beleeft zal veel groter zijn.

14. HET GEBRUIK VAN QRZ EN HET VRAAGTEKEN 
Sommige DX-stations en DX-peditie operators hebben de slechte gewoonte om hun roepnaam slechts heel sporadisch kenbaar te maken. Dit zorgt voor problemen.

DXers die over de band gaan (en niet ingelogd zijn op een DX-Cluster) horen een station, maar niet zijn roepnaam. Na verloop van tijd beginnen ze dan ‘QRZ’ of ‘?’ of ‘CALL?’ te seinen in CW, en ‘QRZ’ of ‘What’s your/his call?’ in SSB te roepen. Dit is hoogst vervelend want als het DX-station SPLIT werkt hoort het dit uiteraard niet. De pileup stations zitten op een andere frequentie te roepen en worden gestoord door diegene die ‘QRZ’ of ‘?’ of ‘CALL?’ seint. Gevolg: de gevreesde ‘cops’ duiken op. En chaos volgt.

Als je chaos wil vermijden, volg dan regel nummer één van het DX-en: LUISTER. Vraag niet ‘QRZ’, ‘?’, ‘What’s your/his call?’, het zal je niet vooruithelpen om de roepnaam van het station te weten te komen.

‘QRZ’ wordt hier trouwens verkeerd gebruikt! QRZ betekent: Who is calling me?

15. EEN CONTESTSTATION AANROEPEN 
Als je een conteststation wil aanroepen of zelf in een contest wil meedoen, lees dan eerst zeer aandachtig de reglementen. In sommige contesten kan je niet alle stations aanroepen en het is dan ook ietwat beschamend als je iemand aanroept die jou eigenlijk niet kan en wil werken op dat moment. In zulk een geval maakt de logging-software het de contestoperator zelfs onmogelijk je te loggen. Enkele gulden regels volgen:

  • een conteststation wil zo rap mogelijk zoveel mogelijk stations werken. De boodschap luidt dus: hou het kort!

  • geef nooit tweemaal je roepnaam als je een conteststation aanroept. Eénmaal volstaat;

  • als het conteststation je roepnaam volledig heeft opgenomen, herhaal dan niet je roepnaam maar geef hem enkel het gevraagde contestrapport;

  • als het conteststation voor iemand anders terugkomt: ZWIJG, WEES STIL!

16. DX CLUSTERS 
Een heikel thema. Sommigen houden er niet van, de meesten echter wel.

Het is opvallend hoeveel verkeerde ‘spots’ de lucht worden ingestuurd. Alvorens op de ENTER knop te drukken: lees alles nog eens na en zie of er geen fouten staan als je een melding maakt.

Een DX-cluster heeft ook een ‘ANNOUNCE’ functie. Deze wordt door heel wat stations ‘een beetje verkeerd’ gebruikt. Meestal om te klagen of te zagen, en om QSL-info op te vragen. Klagen en zagen? Ja, recent nog waargenomen tijdens de 3Y0X DX-peditie, maar ook bij andere gelegenheden:
– ‘ik zit al 3 uur te roepen en heb nog geen QSO kunnen maken’
– ‘ik zit al 5 uur te luisteren en heb hem nog niet gehoord. Slechte expeditie!’
– ‘slechte operatoren, ze kennen de propagatie niet’
– ‘why not SPLIT?’
– ‘please RTTY’
– ‘BINGOOOOO!’
– ‘New one !!!’ ‘
– ‘My #276 !!!’
– enz. enz.

Dit houdt geen steek. De toegevoegde DX-waarde is nihil. Op een DX-cluster maak je DX-meldingen, punt uit. Eventuele tekst in het commentaarveld kan je gebruiken om informatie over de SPLIT frequentie te geven, QSL-manager enz. DX-Cluster = DX-meldingen, eventueel met relevante informatie die toegevoegde waarde heeft voor alle DXers.

QSL-info kan je opvragen via het commando ‘SH/QSL roepnaam’. Of als deze functie niet bestaat op je DX-cluster: ‘SH/DX 25 roepnaam’. Je bekomt dan de laatste 25 meldingen over dit station en meestal staat ergens in een commentaarveld wel een QSL VIA vermeld. Beter nog is het commando: ‘SH/DX roepnaam QSL info’. Hiermee bekom je de laatste 10 meldingen van dit station met QSL info in het commentaarveld. Als de lokale DX-cluster je gezochte informatie niet heeft, kan je je wenden tot één van de vele internet QSL websites.

Je frustraties hoef je niet over te dragen op anderen. Je kan misschien beter wat meer tijd investeren in het verbeteren van je station of het verbeteren van je vaardigheden als operator?

De meldingen met ‘Worked 1st call’ en ‘Worked with 5 W’ zeggen niets over het signaal van het DX-station, maar wel alles over het ego van de DXer die de melding maakt.

Dikwijls zien we ‘DX-meldingen’ van stations die zichzelf of hun chat-partner melden, om dan een private boodschap in het tekstveld te zetten. Dit is uit den boze!

Dan zijn er ook de meldingen van PIRAAT stations. Een PIRAAT verdient geen aandacht, laat hem links liggen.

Als je stations zoals onze vriend Pipo meldt, wat denk je dat er dan gebeurt? Juist, niet doen dus.

Samengevat: maak correcte DX-meldingen. Erger je medemens niet met je frustraties. Aan opschepperij heeft niemand een boodschap, wel aan bruikbare info zoals SPLIT frequentie en QSL info. Gebruik de functies van een DX-cluster correct. Indien je ze niet kent, zoek ze op. De handleiding kan je meestal op de DX-cluster terugvinden. Lees de handleiding.

Opgelet: de hele wereld leest je melding! Je kan dus heel vlug en heel gemakkelijk een slechte reputatie opbouwen.

Voor de hardleersen, maar ook voor ons puur vermaak, is deze link van de Cluster Monkeys (http://www.kh2d.net/dxmonkey.cfm) een aanrader. De boodschap is duidelijk.

17. TIPS VOOR DX-STATIONS EN DX-PEDITIES 
Ga je graag met gezin en radio op vakantie? Of ben je voor je werk in het buitenland werkzaam en kan je ‘radioactief’ zijn? Of ben je helemaal gek (toch volgens je XYL) en spendeer je graag je centen aan een DX-peditie? Dan heb je kans dat je uitzendingen zal maken vanuit een entiteit die gegeerd is bij je medeamateurs. Hoe meer gegeerd de plaats is van waaruit je uitzendt, hoe meer kans dat je te maken zal krijgen met situaties zoals hoger vermeld: ‘cops’, niemand die naar je instructies luistert, enz. Het is dan heel belangrijk dat JIJ de touwtjes goed in handen neemt en blijft houden.

  • Als je op vakantie gaat naar Spanje of Frankrijk zal je geen grote pileups creëren.

  • Ga je op vakantie naar de Balearen, Kreta of Cyprus, dan nemen de pileup-kriebels toe en zal je toch al een hoop ‘callers’ krijgen.

  • Ga je voor je werk naar Iran en krijg je de kans om van ginder uit te komen, zet je dan maar schrap!

  • En mocht je naar Scarborough Reef op DX-peditie vertrekken, dan is het pileup-hek helemaal van de dam… ‘fasten your seatbelts’!

Hoe kan je de touwtjes in handen nemen, en houden? Voorwaar geen eenvoudige opdracht, maar toch een haalbare kaart. Hier volgen enkele tips:

  • vermeld je roepnaam na ieder QSO. Heb je een echt lange roepnaam zoals SV9/ON4ZZZZ/P, geef de roepnaam dan minstens om de drie QSOs;

  • als je simplex werkt en je wordt gewaar dat je de roepnamen niet meer volledig kan opnemen doordat er teveel stations tegelijkertijd roepen (dat kan bv. al vanaf 5 stations zijn), schakel dan onmiddellijk over op SPLIT mode;

  • als je overschakelt op SPLIT mode zorg dan dat de frequenties waar je zelf zal luisteren niet in gebruik zijn! Wees voorzichtig dat je een aan de gang zijnde QSO niet verbrodt;

  • werk je in SPLIT mode, meld dit dan na ieder QSO. Geef ook aan welke SPLIT je gebruikt. Bijvoorbeeld in CW: UP 1, UP 1-2, UP 5. In SSB: listening 5 up, listening 5 to 10 (kHz) up;

  • luister in CW SPLIT minstens 1 kHz hoger (of lager). Beter is 3 kHz, zo vermijd je dat iemand met keyclicks storing maakt op je TX frequentie => geen ‘cops’ die hem terechtwijzen;

  • luister in SSB SPLIT minstens 5 kHz boven of onder je TX-frequentie. Je houdt het niet voor mogelijk hoe breed sommige signalen zijn en als je slechts 3 kHz SPLIT werkt kunnen die doorsplatteren op je frequentie;

  • maak je SPLIT-venster niet te groot, eis niet onnodig veel spectrum voor jezelf op;

  • als je in SSB een roepnaam slechts gedeeltelijk hebt kunnen opnemen (wat in een grote pileup vaak gebeurt), geef dan die partiële roepnaam en een rapport, bv. Yankee Oscar 59;

  • sein in CW geen vraagteken als je een partiële roepnaam antwoordt. Vraagtekens seinen zijn uit den boze want zodra je dit doet zal het overgrote deel van de (ongedisciplineerde) pileup je terug beginnen aanroepen. Bijvoorbeeld: 3TA, 599. Niet: ??3TA, 599. Dan begint de pileup terug te roepen;

  • zowel in SSB als CW (en digimodes): als je eerst slechts een deel van de roepnaam opgenomen hebt en een rapport gegeven hebt, herhaal dan de volledige roepnaam van het station zodat die zeker weet dat je hem en niet een ander gelogd hebt. Sommige onervaren DX-stations geven bv. een rapport: TA, 59. OH3TA komt terug, herhaalt zijn roepnaam enkele keren, geeft een rapport. Het DX-station komt terug en zegt: QSL, tnx, QRZ? Tja, zo weet OH3TA natuurlijk niet of hij correct in de log staat. Hier moest het DX-station zeggen: OH3TA, tnx, QRZ?

  • eens je een rapport gegeven hebt aan een partiële roepnaam, blijf dat station werken tot je zijn volledige roepnaam genomen hebt. De pileup kan zeer ongedisciplineerd zijn. Als ze horen dat blijven roepen niet helpt, dat je toch blijft volhouden om dat ene station te werken waarvan je slechts een partiële roepnaam opgenomen hebt, dan zal de pileup vanzelf meer discipline aan de dag leggen. Laat je de partiële roepnaam op een bepaald moment vallen en werk je een ander station dan verlies je gegarandeerd de strijd en breekt de chaos uit;

  • als de pileup te ongedisciplineerd blijft, ga dan QRT of verander van zendfrequentie of frequentieband;

  • blijf steeds ‘cool’ en begin niet op de pileup te schelden;

  • werk geen ‘tweeletter roepnamen’; zeg hen ook dat je volledige roepnamen wil horen;

  • word je in SPLIT mode gewaar dat de stations die je aanroept je niet horen, luister dan op je TX-frequentie, veel kans dat er iemand stoort (o.a. ‘cops’);

  • in CW is 40 wpm snelheid op de hogere banden een limiet waar je best niet boven gaat. Op de lagere banden (40-160 m) ligt de maximumsnelheid – afhankelijk van de omstandigheden – tussen de 20 en 30 wpm;

  • laat de pileup steeds weten wat je doet. Ga je QRT, zeg het hen. Moet je een pitstop maken, zeg het hen: QRX 5 (5 minuten QRX, standby). Maak je QSY naar een andere mode of frequentie, zeg het hen. Er is niets vervelender voor een pileup dan niet te weten waar je heen gaat of wat je doet. Ze willen je namelijk werken en blijven graag op de hoogte van je activiteiten. ‘You are hot’!

Als een pileup te groot voor je wordt, zal je misschien beslissen om per continent/regio of per nummer te werken.
Per continent/regio werken betekent dat je een specifiek continent (bijv. Europa) of een specifieke regio (noord Europa, westkust USA) aanroept, waarbij de DXers in andere continenten/regio’s standby blijven.
Per nummer werken betekent dat je de stations aanroept met het nummer dat in hun roepnaam voorkomt (0-9).

Deze manier van werken is over het algemeen niet aan te raden. Grote groepen operatoren hebben niks omhanden en zitten nerveus te wachten tot het hun beurt is. Terwijl ze wachten, hebben ze geen zekerheid of je hun continent/regio of nummer zal aanroepen; je kan immers op ieder moment QRT gaan. Zodoende zijn ze nerveus. En nerveuze operatoren kunnen snel veranderen in onaangename ‘cops’. Als je per nummer werkt, heeft 90% van de pileup niks omhanden!

Dit gezegd zijnde, wil ik toch vermelden dat deze werkwijzen een hulp kunnen bieden aan beginnende operatoren.
Een voordeel bij het werken per continent/regio is dat bepaalde gebieden die normaal gezien slechte propagatie naar je toe hebben, toch de kans krijgen om je te werken.

Sommige zaken om in gedachten te houden als je per continent/regio werkt:

  • gebruik deze techniek om gebieden te bereiken die slechte propagatie naar je toe hebben;

  • als je deze techniek gebruikt omdat de pileup te groot voor je geworden is, roteer dan snel tussen de verschillende continenten;

  • licht de andere continenten van je plannen in: ga je JA gedurende de volgende 10 minuten werken, werk je daarna EU, en dan NA? Zeg het hen.

  • Wanneer de grootte van de pileup afneemt, schakel terug over op het tegelijk werken van alle continenten/regio’s.

Sommige zaken om in gedachten te houden als je per nummer werkt:

  • eens met een nummer sequentie begonnen, beëindig ze ook. Soms stopt een operator in het midden van een sequentie en gaat QRT of begint opnieuw te werken zonder nummers: wees er zeker van, zo win je de sympathie van de pileup niet!

  • Start de nummer sequentie met 0 (nul), ga door met 1-2-…-9 en begin opnieuw met 0;

  • smijt de nummers niet door mekaar: 0-5-2-3-8-4-…de pileup zal je haten.

  • Werk maximaal 10 stations per nummer, zorg steeds dat je een gelijk aantal stations per nummer werkt.

  • Zeg de pileup hoeveel stations je per nummer zal werken en herhaal deze informatie telkens je naar een volgend nummer overschakelt.

  • Vergeet niet, 90% van de pileup operatoren heeft niks omhanden, ‘cops’ zullen op je frequentie beginnen zenden. Probeer dus indien mogelijk het werken per nummer te vermijden.

Buiten de technieken om per continent/regio of nummer te werken, proberen sommige operatoren per land te werken. Dit moet ten allen tijde vermeden worden. Ik herhaal, doe dit niet, je zal onvermijdelijk alle ‘cops’ van de ‘standby’ landen activeren. Je zal er hoe dan ook niet in slagen om elk van de 335 DX entiteiten te werken, waarom zou je zelfs overwegen om deze zinloze techniek te gebruiken?

Om af te sluiten. Eén van de belangrijkste zaken bij het afwerken van een pileup is dat je je RITME aanhoudt. Als je dat kan, zal je zelf veel meer ontspannen zijn, en ook de pileup. Het allerbelangrijkste: geniet ervan!

18. VARIA 
In CW zorgen keyclicks voor heel wat ergernis. Ben je eigenaar van een toestel dat ‘vuiligheid’ produceert, laat dan een modificatie aanbrengen (of doe dit als radioamateur zelf!). Je medemens zal je dankbaar zijn. Ook zo in SSB: overgemoduleerde signalen maken weinig vrienden. Zorg dat je uitzending ‘proper’ is!

De Q-code en de getallencode (73/88) zijn ontstaan om bepaalde vragen en woorden gemakkelijker en korter over te brengen in CW. Eigenlijk horen ze helemaal niet thuis in fonie (SSB/AM/FM) QSOs! Je hoeft toch geen 73 te zeggen als je ook gewoon ‘de groeten’ kan overmaken in fonie? Probeer hierin een gulden middenweg te vinden. Een fonie-QSO moet niet uit ‘zoveel mogelijk’ Q-code woorden en getallen bestaan.

En 73 (many greetings) in fonie in het meervoud zeggen, dat laat je best achterwege als je het correct wil doen. Ooit al eens 73’s in CW proberen seinen?

Indien de snelheid van een DX-station in CW te snel voor je is om op te nemen en je wil het toch werken, gebruik dan een hulpmiddel (software decoding) zodat je begrijpt wat hij seint. Zoniet kan er heel wat tijd verloren gaan om slechts één QSO te voltooien, namelijk het jouwe. Dit doordat je niet tijdig reageert omdat je niet begrijpt wat er geseind wordt. Vergeet niet dat er nog vele wachtenden zijn. Enkel door veel te oefenen zal je je snelheid dermate kunnen opdrijven dat je zowat elk CW-station kan kopiëren zonder moeite en ook zonder software.

‘QSO NOT IN LOG’: als je regelmatig QSL-kaarten terugkrijgt met deze gevreesde boodschap, dan betekent het dat je dringend je ‘operating practice’ moet aanpassen. LUISTEREN is een eerste vereiste: als je het station niet kan horen, waarom dan roepen? Herlees dit document verschillende malen, handel ernaar, en wees een succesvol operator. Wedden dat de QSO NOT IN LOG boodschap nog slechts sporadisch zal voorkomen?

Nu we het toch over QSL-kaarten hebben. Het gezegde gaat als volgt: ‘The final courtesy of a QSO is the QSL card’. De meesten onder ons houden eraan om je QSL-kaart in hun collectie te krijgen. Sommigen echter niet. Persoonlijk hou ik eraan om alle QSL-kaarten die me bereiken te beantwoorden, zowel via het bureau systeem als direct. QSL’s van radioamateurs zowel als van SWL’s (short wave listeners). We hebben geluk in België, de kosten voor het gebruik van het bureau systeem zijn vervat in ons jaarlijks lidmaatschap van de UBA, onze nationale radioamateur vereniging. Daardoor is het voor ons enorm goedkoop om wereldwijd QSL kaarten uit te wisselen. Niet alle amateurs zijn zo goedkoop af, het gebruik van het bureau systeem in andere landen is soms vrij duur. Hou dit in gedachten wanneer je je QSL verstuurt en informeer je (eventueel via de IARU website) of er een wel degelijk goed werkend bureau systeem is in het land waar je je kaart naartoe wil sturen. Indien niet, kan je overwegen om direct te sturen met een SAE (self addressed envelope-zelf geaddresseerde briefomslag) met voldoende retour-fondsen (zoals bijv. een IRC – International Reply Coupon) om de kosten te dekken.
Je kan ook je contacten electronisch bevestigen bijv. via LoTW (Logbook of the World) van de ARRL (American Radio Relay League). Zo hoef je geen echte papieren QSL kaart te versturen, maar hé, ik vind het leuk om die ouderwetse QSL kaarten in schoendozen te bewaren!
Sommige DX-stations maken gebruik van een QSL-manager om je QSL-kaart te bevestigen, zodoende hebben ze meer tijd om QSO’s te maken in plaats van zich bezig te houden met het tijdverslindende beantwoorden van QSL-kaarten. Er zijn vele websites die je alle benodigde informatie omtrent die managers verschaffen. Eén daarvan is QRZ.com, die veelvuldig in conversaties op de banden vermeld wordt.

Iets over de nationale radioamateur verenigingen. Tijdens Wereldoorlog II waren alle radioamateur licenties opgeschort en werd alle radio materiaal opgevorderd. Weet je wie na de oorlog ervoor zorgden dat de amateurs terug operationeel konden worden? Inderdaad, het waren de nationale radioamateurverenigingen (lid van de IARU) die daarvoor verantwoordelijk waren. Deze non-profit organisaties zijn de enige wettelijke organen die het vermogen hebben om te onderhandelen met de overheid die ons het voorrecht geeft om onze hobby te beoefenen. Het is belangrijk dat deze nationale verenigingen sterk in hun schoenen staan, en dat kan enkel als ook jij er lid van bent. Samen zijn we sterk, l’Union fait la Force. Ben je geen lid? Overweeg dan om lid te worden. En waarom zou je niet als vrijwilliger meewerken in je vereniging? Vergeet niet, de nationale verenigingen zijn onze enige optie als het erop aan komt om gehoor te vinden bij de overheid! Ze zijn belangrijk.

Op het internet zijn er vele informatiebronnen te vinden in verband met radioamateurisme en DX. De lijst hiervan is heel groot, een zoektocht op het web helpt je verder. Om er enkele te noemen: UBA, 425 DX News Letter, ARRL Propagation Bulletins, enz…

Ken het IARU Region 1 bandplan en de door het BIPT toegelaten frequenties, print ze uit en hang ze goed zichtbaar op.

IZ9xxxx en Pipo zijn de om begrijpelijke redenen aangepaste roepnaam en voornaam van een Siciliaanse radioamateur.

We mogen ook eens goed lachen, bekijk eens de scherpe observaties (http://www.qsl.net/dl4tt/DawgX-rayClub.html) van DL4TT in verband met ‘Dog X-ray’, na hoofdstuk 19 gelezen te hebben.

19. TOT SLOT 
Deze jongen is als klein amateurke begonnen. In den beginne was hij al heel tevreden als hij één QSO met een grote DX-peditie kon maken. Met laag vermogen (ook al beweerden kwatongen anders) werkte hij zijn eerste 300+ landen. Er was geen geheim, er was geen ampli, er was enkel de sterke wil om een nieuw land te werken.

Dat hield in dat alle ‘DXboekskes’ doorbladerd werden, hij op het 2m DX-kanaal afstemde om naar de old-timer DXers te luisteren of ze met hun betere antennes geen DX hoorden die nieuw voor hem kon zijn. Slapeloze nachten. Uren zitten roepen om één QSO te kunnen maken. Zonder succes. Om daarna nog uren te zitten roepen tot hij uiteindelijk door de pileup heen geraakte. Of misschien niet, en de dag erna opnieuw probeerde. Soms vakantie opnam om ‘een nieuwe’ te kunnen werken.

Deze jongen is nog steeds een klein amateurke. Als andere DXers vanuit het oosten des lands op bezoek komen, is het steeds van: ‘Amai, is dat alles wat ge staan hebt? Werkt ge daar al die DX mee?’

Inderdaad, de wil om DX te werken is er, en dan ga je op zoek om je station zo goed en efficiënt mogelijk uit te bouwen. Megagroot hoeft dat niet te zijn om succesvol te zijn. Bovenal is goede operating practice de sleutel tot succes.

Dikwijls kriebelt het om naar die ‘DX-clusterklagers’ te rijden en hen voor te tonen hoe ze een moeilijk QSO kunnen maken, in plaats van tijd te zitten verliezen door op een DX-cluster steen en been te zitten klagen.

‘Get a life, and work DX’. Zoals een grote meneer ooit zei, “DX IS” !

Succes met het werken van ‘nieuwe’ op de banden, in de hoop dat bovenstaande tips het operating practice niveau wat omhoog kunnen duwen. Als het je niet lukt om door de pileups heen te geraken mag je steeds beroep op me doen. Een goede trappist per nieuw land van bij jou thuis gewerkt is al wat er nodig is…

En, vergeet niet, niemand zal ooit zonder fouten zijn. Wedden dat je de auteur ooit wel eens zal betrappen op het maken van een fout? Glimlach dan en probeer beter dan hem te doen in plaats van hem ‘af te schieten’.

Veel succes en plezier op de banden! Met dank aan de goede vrienden die aan dit project meewerkten.

73 – Mark – ON4WW.
(april 2006)

De Copyright rechten van dit artikel zijn voor België exclusief toegekend aan de UBA, de Koninklijke Unie van de Belgische Zendamateurs.

en met toestemming geplaatst op www.ham-radio.nl