|
Transistors moeten gepolariseerd of ingesteld worden al naargelang het gewenst doel. Hoewel het principe eenvoudig is, is dit in de praktijk toch dikwijls een bron van frustratie bij het ontwerpen van kringen. | |
|
De noodzaak om te polariseren : | |
|
1 - De transistor MOET gepolariseerd worden, zoveel is zeker. We moeten op de aansluitingen (één of twee) een bepaalde spanning aanleggen om de transistor naar wens te laten functioneren. Polariseren gebeurt door het aanleggen van een gelijkspanning die voldoet aan bepaalde criteria. Deze criteria hangen af van wat we met de transistor willen doen. Je begrijpt wel dat een toepassing als schakelaar andere eisen stelt dan een versterker voor kleine of grote signalen. 2 - Bij een versterker moet de polarisatie
zo zijn dat we na de versterking van een zwakke wisselspanning op de
ingang, we een signaal met precies dezelfde vorm aan de uitgang
terugvinden. 180° faseverschuiving, of vergroting van het signaal,
beschouwen we hier niet als een wijziging. We spreken hier van een
lineaire versterking (Noteer: verzwakking kan men als een negatieve
versterking zien, een versterking één (1) levert een identiek signaal op.)
| |
|
De eenvoudigste polarisatievorm : vaste polarisatie of basispolarisatie. | |
|
Laten we beginnen met te wennen aan de
voorstelling zoals hiernaast. |
![]() |
|
Bij dit type van polarisatie is het zo goed als uitgesloten om een stabiele instelling als versterker te verkrijgen. Zoals reeds opgemerkt zullen thermische effecten ( bijv. opwarming ) tot een verschuiving van de instelling leiden. β wordt hierdoor beïnvloed.. Het is duidelijk dat we hierdoor dit soort polarisatie zullen vinden wanneer de transistor als schakelaar wordt gebruikt. | |
|
Leggen we de basis
aan massa dan is de basis/collector-overgang niet gepolariseerd en
vloeit GEEN basisstroom met als gevolg GEEN collector- of emitorstroom. De
transisor is gesperd en Vce is dezelfde als de voedingsspanning
Vcc. | |
|
Tweede manier, door reactie van de emittor : | |
|
We kunnen het niet voldoende herhalen, maar de grootste moeilijkheid bij de instelling van een transistor in het lineair gedeelte van de belastingslijn, is de stroomversterkingsfaktor β die varieert volgens de temperatuur. Een minimale stroomverandering als gevolg van temperatuur heeft bij grote versterking, ook grote gevolgen. |
We benadrukken: een verandering van Ic als gevolg van de verandering van β door de temperatuur, laat het punt P verschuiven. Op het diagram van de collector merken we dit doordat Vce verkleint als gevolg van een grotere spanningsval over de collector- weerstand. Het is belangrijk dit mechanisme ( vergroten of verkleinen tot het uiteindelijke resultaat ) goed te begrijpen. Dit soort gedachtengang zal nog voorkomen. |
![]() |
Er zou geen transistortoepassing bestaan als het niet mogelijk was om dit effect tegen te gaan. De gevolgen van verandering door temperatuur moet tegengegaan worden. Een weerstand in de emitorkring brengt de oplossing. Volg de gids: Stel, in het schema links vergroot de IC om een of andere oorzaak (ook temperatuur). De stroom Ic (emitor) zijnde Ie = Ic + Ib zal eveneens vergroten. De spanningsval over Re zal volgen. VRe = Re * Ie. |
|
We zien onmiddellijk dat hiermee de instelling van de basis veranderd wordt (spanning junctie basis/emitor). Langs de kant van de basis is op het vlak van de spanning niets verandert . Maar als we de spanning tussen de emitor en massa bepalen, zullen we opmerken dat deze een weinig is gestegen. (VRe= Re * Ie). Het gevolg hiervan is, een daling van Vbe. Bij nader toezien is de stuurspanning gedaald met als onvermijdelijk gevolg, een daling van de stuurstroom Ib. Eenvoudig om hieruit te besluiten dat de collector stroom Ic in waarde daalt en natuurlijk ook de emittorstroom Ie. Dat is nu juist wat we wensten. De omgekeerde werking, dalende temperatuur is eenvoudig te reconstrueren. Maak deze oefening eens ter controle. | |
|
Belangrijk
: | |
|
Over naar de praktijk : | |
|
Denk er aan dat Ic en Ie niet veel van
elkaar verschillen. Immers Ib is zeer klein. We gaan IC berekenen. |
![]() |
|
Na wat herschikken vinden we: Vcc - Vce Ic = ___________ Rc + Re We gaan na wat dit op de belastingslijn geeft. Hiervoor gaan we terug naar de twee bijzondere punten: spertoestand (Ic zijnde NUL) en verzadiging (Vce zijnde zowat NUL voor Ic maximaal en enkel door Rc en Re beperkt). We vinden : voor Ic=0 hebben we Vcc = Vce voor Vce=0, Ic= Vcc/ Rc + Re. Hiermee kunnen we deze fameuze lijn tekenen: (zie hieronder) | |
![]() | |
|
We hebben het over verzadigingsstroom van de transistor. Dit begrip moeten we goed inzien.
Laten we de stroom Ic toenemen door het stijgen van Ib op de basis. We
stellen dan een spanningsstijging over Re en Rc vast. Toch een eenvoudige
toepassing van de wet van Ohm ? |
Op een bepaald moment wordt Vce zowat gelijk aan NUL (verzadiging). De transistor kan dan niet nog meer stroom door de collector laten vloeien. Dit punt wordt verzadigings- punt genoemd. Hoe groot deze verzadigingsstroom zal zijn wordt niet door de transistor maar wel door uitwendige elementen Rc en Re bepaald. Deze waarden zijn van groot belang bij de berekening van de versterking van de transistor (zie later). |
|
Bekijken we eens wat er aan de kant van de BASIS gebeurt : | |
|
We berekenen enkele spanningen aan de basiskant : We kunnen schrijven (zie hiervoor het schema) : Vcc - (Rb.Ib +Vbe + Re.Ie) = 0 Kirchoff in een gesloten kring... enz). Verder werd aangenomen dat Ic ongeveer gelijk aan Ie is, en dat b Ib = Ic We schrijven dan: Vcc - Vbe Ic = _________ Re +
(Rb/ β) | |
|
Voor- en nadeel van deze polarisatiemethode : |
We beschikken nu al over een tamelijk goede
stabilisatiemethode maar we weten dat transistors een grote spreiding van
eigenschappen of parameters kunnen hebben. Een voorbeeld : een bekende
transistor type BC 107 kan een stroomversterking hebben tussen pakweg 70
en 300. |
|
Praktische toepassing : | |
|
Stel dat we een transistor hebben met
β = 100. Bereken dit ook eens voor een β = 300 |
![]() |
|
Een derde methode, de automatische polarisatie : | |
|
Deze werkwijze is economisch en wordt daarom veel en met goed gevolg toegepast. | |
![]() |
Wat nieuws ? |
|
Een paar berekeningen volgens het schema aan
de basiskant: | |
|
Om in dit voorbeeld ons werkingspunt in het midden van de belastingslijn te plaatsen passen we volgende relatie toe: |
Rb = β . Rc |
|
De stroom IC wordt bepaald door: |
Ic = _____________ Rc + ( Rb/ β) |
|
Voor- en nadeel van dit soort polarisatie : |
Ons werkpunt is beter gestabiliseerd, maar we stellen vast dat de stroomwinst van de transistor nog steeds mee de regeling van de ruststroom bepaalt. Verzadiging wordt nu wel vermeden. |
|
Een toepassing : | |
|
Veronderstel β gelijk aan 100. Vcc - Vbe |
![]() |
|
Ic . (Re + (Rb/β)) =
Vcc-Vbe | |
|
Een vierde methode: top of the bill !, de polarisatie door spanningsdeling : | |
|
Bekijk, bewonder en onthoud de fig. rechts: Dit is de typische manier die je meestal in schema's zal ontmoeten . Je merkt direct de spanningsdeler R1/R2 om de basisspanning te bepalen. Gezien vanuit de basis hebben we een deler, maar zoals je wel weet, kan volgens Thevenin (voor de berekeningen) dit geheel door één spanningsbron en één vervangings- weerstand voorgesteld worden. Voor de emitter gaat het om Re die een regelende functie bij de temperatuurverandering zal uitoefenen. De collector wordt door Rc belast. In dit specifiek systeem is de ruststroom TOTAAL onafhankelijk van de winst β van de transistor. |
![]() |
|
We nemen de spanningsdeler onder de loep
R1-R2:
| |
|
R2 |
Er komt geen magie bij te pas. De wet van Ohm, Thevenin, Norton en voila... |
|
We kennen de vaste spanning op de basis Vb van de transistor. Wat is volgens jou nu de spanning op de emittor ? |
Simpel : (ook over Re) |
|
| |
|
Vbe is een junctie spanning en dus 0,7 Volt. Daarmee kunnen we de stroom doorheen de emitter berekenen ( en bijgevolg ongeveer deze door de collector). Kijk hiernaast hoe eenvoudig dit is: . |
Ve |
|
Nooit meer vergeten: |
|
|
Hoe is dit nu mogelijk
? Op de emitter vinden we deze spanning verminderd met Vbe of 0,7 V (dit is immers een diode ). De stroom Ie = Ic + Ib, waarin Ib kan verwaarloosd worden aangezien deze zeer klein is. Aangepast hebben we Ic=Ie. De wet van Ohm op de emittorweerstand toegepast: De stroom doorheen Re de spanning over de klemmen gedeeld door de weerstand zelf, dus: Ie = Ure / Re of Ie = Ve / Re Met andere woorden: het is wel degelijk Re die de stroom Ic bepaalt. |
|
|
Een paar vuisregels bij dit type schakeling : | |
|
Niet direct wetenschappelijk maar eenvoudig: |
- Voor een degelijke stabilisatie moet de spanningsval aan de klemmen van Re minstens 1 V bedragen (bij gebruik van een normale voedingsbron). - De stroom door de spanningsdeler die Vbasis regelt, mag 5 à 10 maal die van de basis zelf zijn, zoniet zal de basisstroom zelf de deling beïnvloeden (denk eraan dat Ib ook door R1 vloeit). |
|
Een voorbeeld met cijfers zal heel wat verduidelijken. | |
![]() |
Links zie je deze schakeling: merk wel op
dat de waarden van de weerstanden niet uit een E-reeks komen. Verder is de
voedingsspanning 10 V. |
|
1 - berekenen we eerst de spanning die door de deler R1 (3K) en R2 (7K) wordt geleverd: |
Reken
maar: |
|
2 - We berekenen de spanning op de emittor van de transistor: |
Ve = Vb - Vbe |
|
3 - Vervolgens de stroom door de emittor, die eigenijk gelijk is aan de stroom door de collector: |
Ie = Vre / Re |
|
4 - Nu berekenen we de spanningsval over de collector weerstand: |
U = Rc . Ic |
|
5 - Berekenen we Vce |
Vce= Vcc - Rc.Ic - Re.Ie |
|
6 - Onze rust of instelspanning wordt als volgt bepaald: |
Ic = 1 mA |
|
7 - We bepalen de belastingslijn bij middel van de bijzondere (karakteristieke) sper- en verzadigingspunten : |
Algemene vergelijking
op de collector : |
|
| |
|
Het valt op dat het instelpunt niet optimaal
geplaatst werd. Grotere signalen zullen vrij snel door het afknijpen van
één alternantie vervormen . We doen er dus goed aan om dit rustpunt wat
lager op de belastingslijn te plaatsen (liefst in het midden). | |
|
Als conclusie onthouden we: Als één en ander niet naar wens verloopt doen we er goed aan om de spanning op de emitter te meten. Twee gevallen : - We meten GEEN spanning. De transistor voert GEEN stroom. Aan jou om de reden te vinden. (is er wel voeding ? basisspanning ?...) - Er staat wel een spanning. We delen die door de weerstand in de emitterkring en krijgen zo een idee van de stroom die er vloeit. Bij toepassingen als spannings- of vermogensversterking zal men steeds een lineaire polarisatie (in het midden van de belastingslijn) betrachten. Slechts uitzonderlijk zal men naar een extreme instelling gaan, maar dat is een ander verhaal. | |