inleiding examens

Proefexamen F 12 februari 2009


1- Zie afbeelding 1

     

     De  automatische versterkingsregeling wordt verkregen met:

alleen D2 D3 en D4 alleen D1 D1 en D2
 

2 - Zie afbeelding bij vraag 1:

 

      Transformator T2 dient voor het: 

aanpassen aan de luidspreker-impedantie opwekken van de BFO-spanning aanpassen aan de antenne verkrijgen van de juiste voedingsspanning
 

3 - Tussen een zender en een voedingslijn is een laagdoorlaatfilter geplaatst.

 

      Het meest waarschijnlijke gevolg van het gebruik van niet ideale componenten voor dit filter is dat er: 

ruis op de uitzending ontstaat parasitair oscilleren in de eindtrap optreedt minder onderdrukking van harmonischen wordt bereikt laagfrequentdetectie in audioapparatuur optreedt
 

4 - Een radiozendamateur laat voor een georganiseerd radioamateur-peilevenement zijn zender werkend

      achter in het bos.

 

     Dit is: 

uitsluitend toegestaan als hiervoor toestemming van Agentschap Telecom is verkregen niet toegestaan uitsluitend toegestaan onder voorwaarde dat Agentschap Telecom daarvan vooraf in kennis is gesteld toegestaan
 
5 - De spanning over de spoel is:
    
200 V 100 V 400 V 300 V
 
6 - Van Amsterdam naar Stockholm wordt een radioverbinding op 145 MHz gemaakt.

     Dit is mogelijk omdat:
de antennes op 100 meter hoogte zijn opgesteld sporadische E-laag reflectie optreedt het zogenaamde Dellinger-effect optreedt de kritische frequentie voor ionosfeerreflectie bij 20 MHz ligt
 
7 - De vervangingswaarde is:
     
3/6 µF 18 µF 2 µF 6 µF
 
8 - Een bitstroom wordt in 4-PSK gemoduleerd.

     Als de bitsnelheid 4800 bits/s is, is de symboolsnelheid:
1200 baud 2400 baud 9600 baud 4800 baud
 
9 - Een aardlekschakelaar beveiligt tegen het optreden van:
een potentiaalverschil tussen de nuldraad van het net en het chassis een verschil tussen de stroomsterkte in de nuldraad en de fasedraad een potentiaalverschil tussen de nuldraad van het net en aarde een hoogfrequentstroom naar het net
 
10 - Uit de luidspreker van een geluidsinstallatie wordt het signaal van een 144 MHz amateurzender hoorbaar.
        Er is al een netfilter aangebracht en er zijn smoorspoelen in de luidsprekerleidingen geplaatst.
        De storing blijft ook aanwezig als alle signaaltoevoerdraden zijn losgenomen.

        De oorzaak van de storing is waarschijnlijk het gevolg van:
directe instraling onjuist gebruik van ringkerntransformatoren extreme propagatie-omstandigheden te sterke harmonischen van de zender
 
11 - Een zender is afgesloten met een belastingsweerstand van 50 Ω.
      
        Het rendement van de eindversterker is ongeveer:
20% 60% 50% 24%
 
12 - Ingang P kan zowel logisch 0 als logisch 1 zijn.
       
        Juist is:
X=0 en Y=0 X=1 en Y=1 X=0 en Y=1 X=1 en Y=0

13 - De volgende gebieden bevinden zich in ITU regio III:
Australië en China Noord- en Zuid-Amerika Europa en Afrika Afrika en Australië
 
14 - Een frequentiemeting kan het meest nauwkeurig worden uitgevoerd met een:
absorbtiefrequentiemeter dipmeter frequentieteller oscilloscoop
 

15 - Bij welke schakeling staat de wijzer van de meter precies op het einde van de schaal?

        de meters mogen als ideaal worden verondersteld.

         

schakeling 3 schakeling 4 schakeling 2 schakeling 1
 

16 - In de schakeling wordt de collector-emitterspanning van de transistor gemeten.

       De meter zelf heeft geen afwijking.

         

       Welke meter veroorzaakt de kleinste meetfout? 

een meter met een inwendige weerstand van 0,1 Ω een meter met 0,5 mA volle uitslag een meter met een gevoeligheid van 10kΩ/V een meter met een inwendige weerstand van 1 MΩ

 

17 - Bewering 1:

        Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

        De klasse van uitzending is G3E.

        Bewering 2:

        Een FM-zender wordt gebruikt voor het uitzenden van een analoog TV-signaal.

        De klasse van uitzending is F1D.

 

        Wat is juist? 

alleen bewering 2 alleen bewering 1 bewering 1 en bewering 2 geen van beide beweringen
 
18 - De dioden hebben gelijke doorlaatkarakteristieken maar de belastbaarheid is verschillend.
      
        Kies uit de alternatieven de combinatie van de hoogste Uuit en de grootste Iuit die de
        schakeling kan leveren:
Uuit = 20 V en Iuit = 1 A Uuit = 10 V en Iuit = 2 A Uuit = 30 V en Iuit = 2 A Uuit = 10 V en Iuit = 1 A
 
19 - Ingang Y gaat over van 0 naar 1.



        Uitgang Q:
blijft 0 gaat van 0 naar 1 gaat van 1 naar 0 blijft 1
 

20 - De frequentiestabiliteit van een zender wordt voornamelijk bepaald door:

de modulator de mengtrap het kristal de kring in de eindtrap
 
21- Een voeding wordt beveiligd met een of meer smeltveiligheden in de netleiding.

       Dit wordt in de praktijk gedaan met:
een snelle zekering een trage zekering een snelle en een trage zekering in serie een snelle en een trage zekering parallel
 
22 - Een EZB-zender is belast met een kunstantenne (dummy load) en wordt met spraak gemoduleerd.
        De ingang van de oscilloscoop is aangesloten op deze dummy load.
        De ingangsgevoeligheid van de oscilloscoop bedraagt 20 volt/schaaldeel.
       
        De peak Envelope Power (PEP) bedraagt:
400 W 200 W 100 W 50 W
 

23 - in een periode met een groot aantal zonnevlekken:

wordt de 28 MHz band bruikbaarder voor grote afstanden splitst de E-laag zich vaker op in de F1- en F2- laag wordt de kans op temperatuurinversie groter neemt de skip-distance toe
 

24 - De transistor staat in:

        

GDS GCS GBS GES
 

25 - Van twee telegrafiezenders (A1A) zijn hieronder de hoogfrequent uitgangssignalen weergegeven.

        

        Wat is juist? 

signaal 1 heeft dezelfde bandbreedte als signaal 2 er kan geen conclusie over het verschil in bandbreedte worden getrokken signaal 1 heeft een kleinere bandbreedte dan signaal 2 signaal 1 heeft een grotere bandbreedte dan signaal 2
 

26 - Yagi-antennes bevatten zogenaamde parasitaire elementen.

 

       Als ze op de juiste manier geplaatst zijn: 

verhogen ze de versterking (gain) en de voor/achterverhouding verhogen ze alleen de voor/achterverhouding verhogen ze alleen de versterking (gain) verbeteren ze alleen de voetpunt-impedantie
 

27 - Ingang Y kan zowel logisch 1 als logisch 0 zijn.

        

       Uitgang Q is: 

niet- Y 1 Y 0

28 - Het maximaal toegestane zendvermogen voor een radiozendamateur met een F-registratie is
        in de 2-meter amateurband:
100 W 25 W 400 W 120 W
 

29 - Bewering 1:

        Een Fm-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

        De klasse van uitzending is F2A

        Bewering 2:

        Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

        De klasse van uitzending is J2B.

 

        Wat is juist? 

geen van beide beweringen alleen bewering 1 alleen bewering 2 bewering 1 en bewering 2
 
30 - Bij het toepassen van fasemodulatie in een zender voor de overdracht van een telefoniesignaal
        is de klasse van uitzending:
G3E F3E A3A J3E
 

31 - Deze L-C schakeling heeft:

       

zowel een parallel- als een serieresonantiefrequentie alleen een serieresonantiefrequentie geen resonantiefrequentie alleen een parallelresonantiefrequentie
 

32 - Een open (niet kortgesloten) stuk coaxiale kabel kan gebruikt worden als parallelresonantiekring

        indien de met een meetlat gemeten lengte: 

ongeveer 30% korter is dan een halvegolflengte een kwartgolflengte lang is ongeveer 30% langer is dan een halvegolflengte een halvegolflengte lang is
 

33 - De impedantie van de schakeling is:

         

500 Ω 300 Ω 400 Ω 700 Ω
 
34 - Het uitgangsvermogen van een zender wordt verhoogd van 1 watt naar 2 watt.

       Dit is een verhoging van:
1 db 6 db 3 db 2 db
 

35 - Juist is:

        

X=1 en Y=0 X=1 en Y=1 X=0 en Y=0 X=0 en Y=1
 
36 - Stelling 1:
      
De anode-roostercapaciteit van een triode is veel kleiner dan van een pentode.
        Stelling 2:
      
De electronenstroom in een triode loopt van het rooster naar de anode.

       Wat is juist:
alleen stelling 1 alleen stelling 2 stelling 1 en 2 geen van beide stellingen
 

37 - Voor een EZB-zender geldt:

de trappen na de balansmodulator moeten in klasse A of B worden ingesteld de zendereindtrap mag in klasse C worden ingesteld er kan geen frequentietransformatie worden toegepast in de trappen na de balansmodulator mag frequentievermenigvuldiging worden toegepast
 

38 - De demping tussen twee verticale halvegolfdipolen wordt gemeten op een bepaalde frequentie.

        De antennes zijn opgesteld in de vrije ruimte.

 

        Als de frequentie wordt verdubbeld en de afmetingen van de halvegolfdipolen hierop worden aangepast, dan

        zal de demping: 

3 DB afnemen 3 db toenemen 6 db toenemen gelijk blijven
 
39 - Dit is het blokschema van een zender.
       
        Het blokje gemerkt met een X stelt voor:
de enkelzijbandmodulator de stuurtrap de fasemodulator de oscillator
 

40 - De roepletters PI4RSN worden volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

Papa India Vier Radio Scouting Nederland Papa Italy Vier Radio Sierra November Papa India Vier Radio Sierra November Papa India Vier Romeo Sierra November
 

41 - De waarde van Rb is:

         

120 kΩ 180 kΩ 160 kΩ 60 kΩ
 

42 - Van een fase-regellus is het met een + aangegeven onderdeel:

        

de fase-vergelijker de referentie oscillator de spanninggeregelde oscillator het laagdoorlaatfilter
 
43 - Deze karakteristiek heeft betrekking op een:
      
spanningsbron zenerdiode weerstand FET
 
44 - Het lichaamsdeel dat het snelst beschadigd kan worden door de invloed van electromagnetische golven
        met frequenties boven de 400 MHz is/zijn:
de nieren de hand het hart de hersenen
 

45 - Een halvegolf gevouwen dipoolantenne voor de 40-meter band wordt gevoed door een lintlijn

        met een karakteristieke impedantie van 300Ω.

 

       De lengte van deze voedingslijn: 

moet een oneven aantal kwartgolf-lengten bedragen mag iedere willekeurige lengte hebben moet precies 20 meter zijn moet een even aantal halvegolf-lengten bedragen
 
46 - Na inval van de schemering zijn signalen van ver verwijderde zenders op de 80-meter band sterker omdat:
de D-laag is verdwenen de D-laag dikker is geworden de F-laag is gedaald de F-laag is gestegen
 
47 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:
       
"(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."

        In plaats van (-X-) staat:
radio-ontvangapparaten radioversterkerapparaten meetapparaten radiozendapparaten
 
48 - De werking van een geaarde aluminium afschermbus om een hf-spoel berust op:
inductie van een stroom in de bus die een tegengesteld magnetisch veld opwekt magnetische geleiding van aluminium naar aarde afvoeren van magnetische veldlijnen diamagnetische eigenschappen van aluminium
 

49 - De spanning over de weerstand Rc is:

         

        

0,2 V 20 V 9,8 V 19,8 V
 
50 - Bij een bepaalde frequentie is XL = 400Ω
      
        Als de frequentie wordt verdubbeld, dan wordt de impedantie Z ongeveer:
850 Ω 500 Ω 1100 Ω 700 Ω