1- R2 en R3:

     

dienen voor demping van het kwartskristal X dienen voor de tegenkoppeling van Q zorgen voor de werkpuntinstelling van Q worden gebruikt voor het instellen van de frequentiezwaai
 

2 - De schakeling rondom Q2 is bedoeld:

      

als detectorschakeling voor signalen in Q1 voor het regelen van het laagfrequentvolume van de hoofdtelefoon voor het opwekken van het oscillatorsignaal voor het precies instellen van de drain-source spanning Q1
 

3 - In deze zender zijn R9 en R10 aanwezig om de basis van Q3:

      

te dempen om parasitaire oscillaties te voorkomen van basisspanning en modulatiesignaal te voorzien van een vaste basisstroom te voorzien van een vaste basisspanning te voorzien
 

4 - Bewering 1:

     Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

     De klasse van uitzending is J3E.

     Bewering 2:

     Een FM-zender zendt datasignalen uit.

     De klasse van uitzending is F1D

 

     Wat is juist? 

alleen bewering 1 geen van beide beweringen bewering 1 en bewering 2 alleen bewering 2
 
5 - Voor het meten van het door een zender opgenomen gelijkstroomvermogen wordt gebruik gemaakt van:
een ampèremeter en een voltmeter een ohmmeter alleen een ampèremeter alleen een voltmeter
 
6 - Radioverbindingen in de 2-meter band tussen stations op aarde vinden in het algemeen plaats via de:
biosfeer ionosfeer troposfeer stratosfeer
 
7 - Welke van de schakelingen geeft de meest veilige aankoppeling van de antenne aan de eindtrap van de zender:
    
schakeling 2 schakeling 1 schakeling 4 schakeling 3
 
8 - De lekstroom van een diode:
neemt toe bij temperatuurverhoging neemt af bij temperatuurverhoging is niet afhankelijk van de temperatuur is alleen afhankelijk van de spanning
 
9 - Afscherming van bedrading en onderdelen die een hoge spanning voeren bevordert:
het zender rendement de ontvanger-gevoeligheid de lineairiteit van de eindtrap de veiligheid
 
10 - Een radfiozendamateur werkt op een amateurfrequentie waarop de amateurdienst met secundaire
        status is toegelaten.

        De radiozendamateur is verplicht om gedurende de uitzendingen:
in het geval hij storing veroorzaakt bij een andere gebruiker, zijn uitzendingen altijd te staken altijd voorrang te verlenen aan diensten met een primaire status altijd voorrang te verlenen aan professionele diensten met een secundaire status in het geval hij storing veroorzaakt bij een andere radiozendamateur, zijn uitzendingen direct te staken
 
11 - Stelling 1:
        De anodestroom van een triode is afhankelijk van de roosterspanning.
        Stelling 2:
       
De anodestroom van een triode is afhankelijk van de anodespanning.

        Wat is juist:
alleen stelling 2 stelling 1 en 2 alleen stelling 1 geen van beide stellingen
 
12 - Twee stukken coaxkabel met een elektrische lengte van elk 0,25λ en een karakteristieke impedantie van 70 ohm zijn in serie
        geschakeld.
      
        De staandegolfmeter (SGM), welke gemaakt is voor 50Ω, geeft een staandegolfverhouding aan van ongeveer:

2,8 1,0 2,0 1,4

13 - Sleutelklikken kunnen worden verminderd door tussen de seinsleutel en de zender op te nemen:
       
schakeling 1 schakeling 3 schakeling 2 schakeling 4
 
14 - De amplitude van de wisselspanning is:
T/2 T U 1 U 2
 

15 - In een FM-ontvanger wordt een begrenzer toegepast om de:

ongewenste uitstraling te verminderen vervorming van de mengtrap te beperken selectiviteit te verbeteren detector van een signaal van constante amplitude te voorzien
 

16 - De "oervorm" van een NPN-transistor is de "twee-dioden" schakeling in:

schakeling 1 schakeling 3 schakeling 2 schakeling 4

17 - De ITU radio regio II omvat het volgende gebied:

Afrika Europa Amerika Azië
 
18 - Een zender neemt een aanzienlijke grotere bandbreedte in beslag dan normaal is voor de gebruikte
        modulatiemethode (veroorzaakt "splatter").

       Dit wordt veroorzaakt door:
onvoldoende onderdrukking van harmonischen brom op de draaggolf overmodulatie te lage plaatsing van de antenne
 
19 - De schakelende voeding wordt belast door RL.
        T1 werkt als een schakelaar: open of dicht.
        De basisstroom van T1 heeft de getekende golfvorm.
     

        Uu is ongeveer:
24 V 4 V -12 V 12 V
 

20 - Een gloeilampje van 24 volt en 50 milli-ampère wordt via een voorschakelweerstand aangesloten

        op een spanning van 60 volt.

 

        De juiste waarde van de voorschakelweerstand is: 

1800 Ω 480 Ω 720 Ω 1200 Ω
 
21- De frequentiezwaai van een fasegemoduleerd (PM) signaal wordt bepaald door:
alleen de frequentie van het modulerende signaal de frequentie van de draaggolf en de frequentie van het modulerende signaal de amplitude en de frequentie van het modulerende signaal alleen de amplitude van het modulerende signaal
 
22 - Het belangrijkste kwaliteitskenmerk van een HF-signaalgenerator voor metingen aan ontvangers is een:
nauwkeurig instelbare verzwakker laag stroomgebruik snel aansprekende overspanningsbeveiliging hoge uitgangsspanning
 

23 - Een sinusvormige spanning van 100 Veff  heeft op t=0 een nuldoorgang van negatief naar positief.

 

       Driekwart periode later is de momentele waarde: 

+70,7 V -141,4 V +141,4 V +100 V
 

24 - Dit is het blokschema van een FM-zender.

  

       Het blokje gemerkt met X stelt voor: 

de modulator de stuurtrap de scheidingstrap de detector
 

25 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

       "(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."

 

       In plaats van (-X-) staat: 

radioversterkerapparaten radio-ontvangapparaten meetapparaten radiozendapparaten
 

26 - Een balun met een impedantie-transformatieverhouding van 1:4 wordt toegepast om:

het richteffect te verbeteren de antenne op de juiste frequentie in resonantie te brengen een gevouwen dipool van 300 ohm aan een coaxiale kabel van 75 ohm aan te passen een 300 ohm dipool aan een 300 ohm open voedingslijn aan te passen
 

27 - Een zender werkt met een klasse van uitzending F3E (FM).

       Het gemiddelde vermogen dat door de eindtrap aan de antenne-inrichting wordt afgegeven bedraagt 8 watt.

 

      Volgens de "gebruiksbepalingen" is het zendvermogen: 

4 W 16 W 1 W 8 W

28 - Juist is:
X=0 en Y=0 X=1 en Y=0 X=0 en Y=1 X=1 en Y=1
 
29 - van "skip distance" kan slechts sprake zijn als:
zendfrequentie zo laag is dat geen ruimtegolf ontstaat zendfrequentie hoger is dan de kritische frequentie antenne verticaal is gepolariseerd zendfrequentie lager is dan de kritische frequentie
 
30 - De radiozendamateur moet:
kunnen vaststellen hoeveel hoogfrequentvermogen aan de antenne van de zendinrichting wordt toegevoerd er voor zorgdragen dat het toegestane zendvermogen niet wordt overschreden in staat zijn vast te stellen dat het door de antenne uitgestraalde zendvermogen niet wordt overschreden kunnen vaststellen met welk zendvermogen de zendinrichting werkt
 

31 - Een overtone kristaloscillator oscilleert op:

de grondfrequentie een oneven harmonische frequentie zowel oneven als even harmonische frequenties een even harmonische frequentie
 

32 - Voor de uitgang Q geldt:

tabel 2 tabel 1 tabel 4 tabel 3
 

33 - Bij de modulatiewijze QAM, waarbij 16 toestanden worden onderscheiden, is het aantal bits per symbool:

16 4 2 8
 
34 - Om een gestabiliseerde spanning op punt P te verkrijgen moet punt 1 worden doorverbonden met:
punt 3 punt 5 punt 2 punt 4
 

35 - In netvoedingen moet de aarddraad van het netsnoer worden verbonden met het metalen chassis.

 

       Hierdoor zal in alle gevallen dat er een fout in de voeding optreedt: 

geen hf-spanning op het net komen de aardlekschakelaar aanspreken het chassis geen hoge spanning ten opzichte van aarde krijgen de netveiligheid aanspreken
 
36 - een voordeel van frequentiemodulatie vergeleken met enkelzijbandmodulatie is:
er is ruimte voor meer zenders per 100 kHz spectrum de eindtrap van de zender kan in klasse C worden ingesteld de bandbreedte van de ontvanger kan kleiner zijn in de ontvanger kan een produktdetector worden toegepast
 

37 - De wetgever onderscheidt registratie in de categorieën F en N voor het doen van onderzoekingen

       door radiozendamateurs.

 

       Dit onderscheid bepaalt uitsluitend de toegestane:

frequentiebanden zendvermogens en klasse van uitzendingen klassen van uitzendingen en de status op de toegewezen banden frequentiebanden en zendvermogens
 

38 - Een voor gelijkspanning geijkte draaispoelmeter wordt via een diodebrug aangesloten op een

       sinusvormige wisselspanning van 1 kHz.

       De meter wijst van de spanning tussen A en B aan: 

de maximale waarde de effectieve waarde de gemiddelde waarde de momentele waarde
 
39 - Fading in de HF-banden (3-30 MHz) kan worden veroorzaakt door:
het toepassen van een te klein zendvermogen twee in lengte verschillende propagatiewegen verontreiniging van de atmosfeer regengebieden tussen zender en ontvanger
 

40 - Een voorversterker voor de tweemeter amateurband heeft minimaal een bandbreedte van:

2 meter 2 MHz 146 MHz 144 MHz
 

41 - Voor elk van de (ideaal veronderstelde) condensatoren is de maximaal toelaatbare spanning 80 volt.

      Wat is de hoogste waarde van de gelijkspanning die op deze schakeling mag worden aangesloten? 

40 V 120 V 160 V 80 V
 

42 - Een bitstroom wordt in FSK gemoduleerd met een shift van 170 Hz en een symboolsnelheid van 50 baud.

 

       De benodigde bandbreedte van het uitgezonden signaal is in de praktijk: 

50 Hz 8500 Hz 250 Hz 170 Hz
 
43 - In deze schakeling wordt in plaats van een transistor met een stroomversterkingsfactor hfe = 100 een
        transistor toegepast met een hfe = 50.

        Wat is het gevolg?
de spanningsversterking wordt veel groter de schakeling zal niet meer werken de spanningsversterking wordt veel kleiner de spanningsversterking blijft ongeveer gelijk
 
44 - Een open (niet kortgesloten) stuk coaxiale kabel kan gebruikt worden als parallelresonantiekring
        indien de met een meetlat gemeten lengte:
een halvegolflengte lang is ongeveer 30% langer is dan een halvegolflengte ongeveer 30% korter is dan een halvegolflengte een kwartgolflengte lang is
 

45 - De uitgangsspanning Uuit van de schakeling met een siliciumtransistor is ongeveer:

  

8,4 V 5,6 V 5,0 V 6,2 V
 
46 - Tijdens een uitzending moeten de roepletters uitgezonden worden ten minste eenmaal per:
15 minuten 5 minuten 10 minuten 3 minuten
 
47 - Een radioverbinding over lange afstand op 145 MHz is mogelijk door:
de ultra-violette zonnestraling temperatuurinversie magnetische stormen de afwezigheid van zonnevlekken
 
48 - De 40-meter amateurband grenst aan een omroepband.

       Als `s-avonds een aantal omroepzenders door elkaar hoorbaar wordt op een in de amateurband afgestemde
       ontvanger is dit waarschijnlijk te wijten aan:
intermodulatie harmonischen overmodulatie bijzondere propagatiecondities
 

49 - Een veel voorkomende spanning en stroom van een LED zijn:

5 V en 60 mA 1,7 V en 20 mA 60 V en 20 mA 0,7 V en 60 mA
 
50 - In de schakeling is de wisselstroom 0,5 ampère.

       De aangesloten spanning is:
25 V 15 V 20 V 35 V