inleiding examens

Proefexamen F juli 2009


 

1-  De diodeschakeling D is hier een: 

 

frequentiemodulator bruggelijkrichter balansmodulator frequentievermenigvuldiger
 

2 - De componenten L3, L4 en C6 dienen voor het:

      

aanpassen van de belasting aan Q2 voorkomen van sleutelclicks instellen van Q2 in klasse B toevoeren van de spanning V+ aan Q2
 

3 - C5 , C10 en C12 :

      

ontkoppelen de hoogfrequent signalen van de voedingslijn V+ naar aarde vormen met respectievelijk L1, L3 en rfc4 hoogdoorlaatfilters voorkomen brom op de modulatie van de stuurtrap zijn de afstemcondensatoren van de resonantiekringen
 

4 - De parallelresonantiefrequentie van deze schakeling wordt bepaald door:

       

L1 en L2 C en L1 en L2 C en L1 C en L2
 
5 - De totale versterking tussen A en B is:
    
12 dB 15 dB 162 dB 18 dB
 
6 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:
     
"(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."

     In plaats van (-X-) staat:
radioversterkerapparaten radiozendapparaten meetapparaten radio-ontvangapparaten
 
7 - Het uitgangsvermogen van de zender is:
     
400 mW 4 W 200 mW 2 W
 
8 - Een amateurzender werkend in de 21 Mhz band veroorzaakt storingen in de TV-ontvangst van kanaal 4 (61-68 MHz)
     De storingen kunnen worden opgeheven door:
de eindtrap in klasse C in te stellen een laagdoorlaatfilter in de antennevoedingskabel van de zender toe te passen een hoogdoorlaatfilter in de antennevoedingskabel van de zender toe te passen in de modulatortrap een laagdoorlatend filter toe te passen
 
9 - Van een niet aangesloten kring is de resonantiefrequentie te bepalen met een:
digitale voltmeter dipmeter frequentieteller universeelmeter
 
10 - De schakeling stelt voor:
       
een fasemodulator een frequentiemodulator een buffer (scheidingstrap) een variabele frequentie oscillator
 
11 - Een 430 MHz zender is door 25 meter coaxiale kabel (demping 16 dB/100 m) en een balun (demping 0,5 dB)
        verbonden met een yagi-antenne (winst 14,5 dB).
        Het zendvermogen bedraagt 30 watt.

        Het effectief uitgestraald vermogen (ERP) is:
1000 W 300 W 100 W 30 W
 
12 - Stelling 1:
       
De "MUF" is afhankelijk van het zendvermogen.
        Stelling 2:
       
De "MUF" is onafhankelijk van het aantal zonnevlekken.

       Juist is:
stelling 2 geen van beide stellingen stelling 1 en 2 stelling 1

13 - Een 50 MHz zender is door 20 meter coaxiale kabel (demping = 20 dB/100 meter) en een balun (demping = 0,4 dB)
        verbonden met een Yagi-antenne (winst = 10,4 dB)
        Het zendvermogen bedraagt 10 watt.

        Het effectief uitgestraald vermogen (erp) is:
10 W 30 W 40 W 20 W
 
14 - Bewering 1:
       
Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
        De klasse van uitzending is J3E.
        Bewering 2:
       
Een FM-zender zendt datasignalen uit.
        De klasse van uitzending is F1D.

        Wat is juist?
bewering 1 en bewering 2 alleen bewering 2 alleen bewering 1 geen van beide beweringen
 

15 - Een luidspreker met een impedantie van 6 ohm wordt via een aanpassingstransformator aangesloten op een

        versterker die belast moet worden met 600 ohm.

 

       De wikkelverhouding van de transformator moet zijn:

10 : 1 10.000 : 1 60 : 1 100 : 1
 

16 - De coaxiale antennekabel van een 2-meter zender dient zo kort mogelijk te zijn in verband met de:

verliezen in de kabel aanpassing van de antenne aan de kabel optimale staandegolfverhouding aanpassing van de kabel aan de zender

 

17 - Het primaire doel van de hf-versterker in een ontvanger is om:

de gevoeligheid van de ontvanger te verhogen automatische versterkingsregeling te kunnen toepassen voldoende nabij-selectiviteit te bereiken de antenne aan te passen
 
18 - De versterker heeft een rendement van 50%.
       Het aan de belastingsweerstand R afgegeven vermogen is 18 watt.
      
      De toegevoerde gelijkstroom is:
2 A 1 A 4 A 0,5 A
 
19 - De spanning U is:
       
8 V 6 V 5 V 10 V
 

20 - Een omroepontvanger wordt over het hele afstembereik gestoord door een amateurstation.

 

      De meest waarschijnlijke oorzaak is: 

Laagfrequentdetectie in de ontvanger harmonischen van de zender splatter van de zender slechte spiegelonderdrukking van de ontvanger
 
21- De kantelfrequentie van dit filter bedraagt ongeveer:
     
2000 Hz 500 Hz 200 Hz 50 Hz
 
22 - De versterking van de schakeling is:
       
11 0,1 10 10.000
 

23 - De volgende gebieden bevinden zich in ITU regio III:

Noord en Zuid-Amerika Europa en Afrika Afrika en Australië Australië en China
 

24 - Deze schakeling maakt deel uit van een:

        

productdetector AVR-detector FM-detector FM-modulator
 

25 - De weerstanden R1 en R2 zorgen voor:

        

tegenkoppeling ontkoppeling automatische voorspanning vaste voorspanning
 

26 - De juiste volgorde van toenemende bandbreedte is:

CW, FM-telefonie, EZB-telefonie CW, EZB-telefonie, FM-telefonie FM-telefonie, EZB-telefonie, CW EZB-telefonie, FM-telefonie, CW
 

27 - De gebruikelijke bandbreedte van een amateur EZB-telefoniesignaal is:

500 Hz 1 kHz 12 a 15 kHz 2 a 3 kHz

28 - Het volgende middenfrequent-signaal wordt toegevoerd aan een FM-detectorschakeling.
       
        Welke uitgangssignaal geeft de detectorschakeling af?
signaal 3 signaal 2 signaal 4 signaal 1
 

29 - Deze karakteristiek heeft betrekking op een:

        

zenerdiode spanningsbron FET weerstand
 
30 - Onder de dode zone wordt verstaan het gebied rondom een zender dat:
zowel door de grondgolf als door de ruimtegolf wordt bestreken noch door de grondgolf noch door de ruimtegolf wordt bestreken wel door de grondgolf maar niet door de ruimtegolf wordt bestreken wel door de ruimtegolf maar niet door de grondgolf wordt bestreken
 

31 - De impedantie Z bedraagt:

        

1 Ω 1 kΩ 100 Ω 10 kΩ
 

32 - Het woord "EXPORT"wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

Echo Xantippe Papa Oslo Romeo Tango Echo X-ray Portugal Ontario Romeo Tango Echo X-ray Papa Oscar Romeo Tango Echo X-ray Papa Ontario Radio Tango
 

33 - Bewering 1:

        Een dubbelzijband AM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

        De klasse van uitzending is J3E.

        Bewering 2:

        Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

        De klasse van uitzending is F3E.

 

       Wat is juist? 

alleen bewering 2 bewering 1 en bewering 2 alleen bewering 1 geen van beide beweringen
 
34 - Drie gelijke spoelen met dezelfde Q-factor worden parallel geschakeld.
        Er is geen magnetische koppeling.

       De Q-factor van de schakeling:
wordt 3 x hoger wordt 3 x lager wordt 9 x lager blijft gelijk
 

35 - De spanning over de weerstand Rc is:

        

9,8 V 20 V 19,8 V 0,2 V
 
36 - Deze LC-oscillator blijkt niet te werken.
        De gelijkspanning wordt op enkele punten gemeten; de waarden staan in het schema.
       
        Het waarschijnlijke defect is:
L1 kortgesloten C3 kortgesloten L2 onderbroken R2 onderbroken
 

37 - Bewering 1:

       Een dubbelzijband AM-zender zendt een muzieksignaal uit.

       De klasse van uitzending is A3C.

       Bewering 2:

       Via een FM-zender worden met de hand geseinde morsesignalen verzonden.

       De klasse van uitzending is F1E.

 

      Wat is juist? 

alleen bewering 2 geen van beide beweringen bewering 1 en bewering 2 alleen bewering 1
 

38 - Een condensator wordt aangesloten op een sinusvormige wisselspanning van 15 volt.

        Bij een frequentie van 100 Hz is de stroom door de condensator 50 mA.

 

       Indien de frequentie 2000 Hz bedraagt is de stroom: 

20 maal zo groot √20 maal zo groot even groot 20 maal zo klein
 
39 - In de weerstand R wordt een vermogen gedissipeerd van:
       
80 W 10 W 20 W 200 W
 

40 - De zelfinductie van een spoel is hoofdzakelijk afhankelijk van:

de diameter van de draad het isolatiemateriaal van de draad de diameter van de spoel de resonantiefrequentie
 

41 - De belastingsstroom Ibel varieert van 100 tot 300 mA.

       

        Het maximaal gedissipeerde vermogen door de zenerdiode is: 

2 W 3 W 1 W 8 W
 

42 - Bij een radiogolf is de kritische frequentie:

de laagste frequentie waarbij, bij verticale opstraling, nog reflectie door de ionosfeer optreedt de hoogste frequentie waarbij, bij verticale opstraling, nog reflectie door de ionosfeer optreedt de hoogste frequentie die voor grondgolfpropagatie nog bruikbaar is een andere uitdrukking voor "Maximum Usable Frequency" (MUF)
 
43 - De Peak Envelope Power (PEP) van deze gemoduleerde hf-spanning over een 75Ω belastingsweerstand is:
        
75 W 50 W 37,5 W 16,6 W
 
44 - Voor verbindingen over zeer grote afstand moet de opstraalhoek van de antenne:
minder dan 30 graden zijn tussen 45 en 90 graden liggen 90 graden zijn tussen 30 en 45 graden liggen
 

45 - Het houden van radiowedstrijden (contesten) is niet toegestaan in de frequentieband:

10,1 - 10,15 MHz 3,5 - 3,8 MHz 7,0 - 7,1 MHz 1,81 - 1,85 MHz
 
46 - Op een oscilloscoop, aangesloten op de uitgang van de zender, zien we het geschetste beeld.
      
       De verticale gevoeligheid is 50 volt/div.
       De belasting is 50 ohm.

       Het afgegeven vermogen is dan ongeveer:
100 W 25 W 50 W 200 W
 
47 - Een amateurzender wekt een minimaal vermogen aan harmonischen op door de eindtrap in te stellen in:
klasse C klasse B klasse A klasse A/B
 
48 - De voetpunt-impedantie van een kwartgolf verticale hf-antenne op een goed geleidend horizontaal
        grondvlak is ongeveer:
52 Ω 36 Ω 18 Ω 75Ω
 

49 - Een voeding wordt beveiligd met een of meer smeltveiligheden in de netleiding.

 

       Dit wordt in de praktijk gedaan met: 

een snelle en een trage zekering parallel een snelle zekering een trage zekering een snelle en een trage zekering in serie
 
50 - Twee radiozendamateurs, die dicht bij elkaar wonen, hebben onderling een duplexverbinding in FM op 70 cm.
        De ene amateur zendt op 431,5 MHz en de andere op 438,5 MHz.
       In dezelfde straat worden op een portofoon beide amateurstations hoorbaar op 424,5 MHz.

       Er is hier waarschijnlijk sprake van storing door:
intermodulatie harmonischen laagfrequentdetectie overmodulatie