inleiding examens

Proefexamen F maart 2010


1- Transformator T2 dient voor het:

      

verkrijgen van de juiste voedingsspanning aanpassen van de antenne aanpassen aan de luidspreker-impedantie opwekken van de BFO-spanning
 

2 - Instelling oscilloscoop:

     
     
     Horizontaal: 1 usec/schaaldeel
      Vertikaal: 10V/schaaldeel

      Uit dit beeld lijdt u de volgende waarden af:

amplitude 40V; periodeduur 2 µsec amplitude 20V; periodeduur 2 µsec amplitude 40V; periodeduur 4 µsec amplitude 20V; periodeduur 4 µsec
 

3 - Een analoog signaal wordt aangeboden aan een ADC.

     De nauwkeurigheid van de conversie kan worden vergroot door:

het ingangssignaal van de ADC te verzwakken minder bits per sample te gebruiken de bemonsteringsfrequentie te verlagen meer bits per sample te gebruiken
 

4 - Tijdens het moduleren van een FM-telefoniezender met een toon van constante amplitude varieert:

de frequentie en de amplitude van het uitgezonden signaal de amplitude van het uitgezonden signaal de frequentie van het uitgezonden signaal de frequentiezwaai van het uitgezonden signaal
 
5 - Het zendvermogen van een zender wordt verlaagd van 16 Watt naar 4 Watt.
     
     Hierdoor zal de hoogfrequentstroom in de antenne:
2x zo klein worden 4x zo klein worden 16x zo klein worden 8x zo klein worden
 
6 - Een EZB-zender is belast met een kunstantenne (dummy load) en wordt met spraak gemoduleerd.
      De ingang van een oscilloscoop is aangesloten op deze dummy load.
      De ingangsgevoeligheid van de oscilloscoop bedraagt 20 Volt/schaaldeel.
     
       De Peak Envelop Power (PEP) bedraagt:
100 W 200 W 50 W 400 W
 
7 - De transformator is verliesvrij.
     Als de schakelaar in stand 1 staat, is de stroom door de ampčremeter 9 ampčre.
   
     Zetten we de schakelaar in stand 2, dan is de stroom door de ampčremeter:
9 A 3 A 1,5 A 4,5 A
 
8 - Om deze schakeling te kunnen maken beschikt u over 4 trafo's met verschillende wikkelverhoudingen.
      U wenst een onbelaste uitgangsspanning van 10 V zo dicht mogelijk te benaderen.
     
      U kiest een een transformator met een wikkelverhouding van:
44:1 5,5:1 31:1 22:1
 
9 - Een varicap wordt vaak gebruikt voor:
signaaldetectie in een AM-ontvanger het gelijkrichten van de netspanning het moduleren van een FM-zender het regelen van de versterking
 
10 - De waarde van Rb is:
        
170 kΩ 10 kΩ 120 kΩ 200 kΩ
 
11 - Als van een elektronenbuis een gegeven wordt uitgedrukt in een aantal mA/V dan heeft dat betrekking op de:
ingangsweerstand steilheid inwendige weerstand versterkingsfactor
 
12 - Deze schakeling heeft een:
      
OF-functie NEN-functie EN-functie NOF-functie
13 - Ingang Y kan zowel logisch 1 als logisch 0 zijn.
         
        Uitgang Q is:
niet-Y 0 Y 1
 
14 - In de schakeling komt +5V overeen met een logisch 1 en 0V met een logisch 0.
       
tabel 1 tabel 4 tabel 2 tabel 3
 

15 - Deze schakeling kan gezien worden als:

        

NEN-poort (NAND) EN-poort NOF-poort OF-poort
 

16 - Een spoel van 10 mH wordt parallel geschakeld aan een spoel van 15 mH.

        De spoelen zijn niet inductief gekoppeld.

        Voor de vervangingswaarde L geldt:

L ligt tussen 10 mH en 15 mH L is groter dan 15 mH L is kleiner dan 5 mH L ligt tussen 5 mH en 10 mH
17 - In de schakeling is de wisselstroom 0,5 ampere.
      
       De aangesloten spanning is:
35V 20V 15V 25V
 
18 - De collectorstroom is 100 mA.
       
        De stroom I is:
50 mA 25 mA 100 mA 7 mA
 
19 - De spanning U over de spoel is ongeveer gelijk aan:
      
        De stroom I is:
71 V 50 V 38 V 20 V
 

20 - De weerstand tussen A en B is:

        

720 Ω 750 Ω 221 Ω 660 Ω
 
21- Een versterker heeft de gegeven amplitude/frequentiekarakteristiek.
     
      De versterker is ontworpen als:
VHF-versterker op 100 MHz. lf-versterker versterker voor alle frequenties tot 100 MHz hf-versterker op 10 MHz
 
22 - De schakeling stelt voor een:
      
spanningvolger somversterker detector verschilversterker
 

23 - De schakeling werkt als een overtone-oscillator.
       Stelling 1: De kring is afgestemd op de tweede harmonische van het kristal.
       Stelling 2: Het kristal werkt in serie-resonantie.

     
       Wat is juist?

geen van beide stellingen stelling 1 en 2 alleen stelling 1 alleen stelling 2
 

24 - De automatische versterkersregeling van een ontvanger regelt de:

middenfrequentversterker oscillator detector BFO
 

25 - Een frequentieverdrievoudiger met een (1) transistor wordt gestuurd met een 10 MHz-signaal.

       In de collectorstroom zijn de volgende frequenties aanwezig:

15 MHz en 30 MHz 5 MHz en 15 MHz 10 MHz en 30 MHz 10 MHz en 25 MHz
 

26 - Het voornaamste doel van een aanpassingsnetwerk tussen zender en antennekabel is:

meting van de staandegolfverhouding in de antennekabel optimale belasting van de zender vermindering van de terugwerking op de zendfrequentie beveiliging tegen gevaar bij aanraking antennedraad
 

27 - Om de in het HF-spectrum ingenomen bandbreedte te beperken wordt in de modulatieversterker van een EZB-zender

       een laagdoorlaat- en een hoogdoorlaatfilter opgenomen.

       De gebruikelijke afsnijdfrequenties van deze filters bedragen:

hoogdoorlaat: fc 50 Hz; laagdoorlaat: fc 15000 Hz hoogdoorlaat: fc 600 Hz; laagdoorlaat: fc 1800 Hz hoogdoorlaat: fc 300 Hz; laagdoorlaat: fc 3000 Hz hoogdoorlaat: fc 0 Hz; laagdoorlaat: fc 6000 Hz

28 - Voor een EZB-zender geldt:
de zendereindtrap mag in klasse C worden ingesteld de trappen na de balansmodulator moeten in klasse A of B worden ingesteld in de trappen na de balansmodulator mag frequentievermenigvuldiging worden toegepast er kan geen frequentietransformatie worden toegepast
 

29 - Een in het midden gevoede halvegolfantenne is in resonantie op 7 MHz.

Bij gebruik van deze antenne op 14 MHz is de impedantie in het voedingspunt:

veel hoger sterk capacitief sterk inductief veel lager
 
30 - De verliezen in een coaxiale kabel:
nemen toe bij hogere frequenties nemen af met toenemende lengte zijn onafhankelijk van de frequentie nemen af bij hogere frequenties
 

31 - Een 50 ohm coaxiale kabel wil men aanpassen op een antenne met een impedantie van 72 ohm.

       Men gebruikt hiervoor een kwartgolf impedantietransformator.

       De transformator wordt gemaakt met coaxiale kabel met een karakteristieke impedantie van:

50 Ω 100 Ω 72 Ω 60 Ω
 

32 - De reflectie van electromagnetische golven door de ionosfeer is het minst afhankelijk van:

de tijd van de dag de frequentie het jaarseizoen de polarisatie
 

33 - Bij een radiogolf is de kritieke frequentie:

een andere uitdrukking voor "Maximum Usable Frequency" (MUF) de laagste frequentie waarbij, bij vertikale opstelling, nog reflectie door de ionosfeer optreedt de hoogste frequentie waarbij, bij vertikale opstelling, nog reflectie door de ionosfeer optreedt de hoogste frequentie die voor grondgolfpropagatie nog bruikbaar is
 
34 - Onder de MUF (Maximum Usable Frequency) voor een bepaalde verbinding wordt verstaan:
de hoogste frequentie waarvoor de apparatuur geschikt is de frequentie waarop altijd kan worden gewerkt de frequentie waarbij de fading maximaal is de hoogste frequentie die kan worden toegepast
 

35 - Stelling 1:
        De "MUF" is afhankelijk van het zendvermogen
        Stelling 2:
        De "MUF" is onafhankelijk van het aantal zonnevlekken

        Juist is:

geen van beide stellingen stelling 1 en 2 stelling 2 stelling 1
 
36 - Een ideale voltmeter, geijkt voor gelijkspanning, wordt via een gelijkrichter aangesloten op een sinusvormige
        wisselspanning met een effectieve waarde van 10 Volt.
          
        De meter zal dan ongeveer aanwijzen:
9 Volt 10,0 Volt 14,1 Volt 7,1 Volt
 

37 - De tijdbasis van een oscilloscoop is ingesteld op 1 microseconde per schaaldeel.
        
        De frequentie van het signaal is:

50 kHz 500 kHz 25 kHz 250 kHz
 

38 - De gevoeligheid van een ontvanger wordt het beste bepaald met een:

oscilloscoop frequentieteller signaalgenerator spectrum analyser
 
39 - Een radiozendamateur werkt met zijn 70-cm FM-transceiver op de camping.
        Zijn buurman gebruikt een draagbare TV,ingesteld op ca. 480 MHz.
        Hij merkt dat het beeld donker wordt als de amateur uitzendt.

        Dit kan het gevolg zijn van:
blokkering van de mengtrap in de TV verkeerde antenne-aanpassing van de amateurzender te grote frequentiezwaai van de amateurzender harmonischen van de amateurzender
 

40 - Een amateurzender werkend in de 21 MHz band veroorzaakt storing in de frequentieband 61-68 MHz.

       De storing kan worden verminderd door:

de frequentiestabiliteit te verhogen een hoogdoorlaatfilter achter de zender te plaatsen de afvlakking van de voeding te verbeteren de uitsturing van de eindtrap te verkleinen
 

41 - De meest effectieve schakeling om "laagfrequent inpraten" te voorkomen is:

        

schakeling 1 schakeling 4 schakeling 2 schakeling 3
 

42 - Voor de koppeling van de zender met de antenne wordt vaak coaxiale kabel gebruikt.

       Een belangrijke reden hiervoor is:

lage prijs goede staandegolfverhouding lage demping afscherming tegen ongewenste straling
 
43 - Een aardlekschakelaar beveiligt tegen het optreden van:
een potentiaalverschil tussen de nuldraad van het net en het chassis een hoogfrequentstroom naar het net een potentiaalverschil tussen de nuldraad van het net en de aarde een verschil tussen de stroomsterkte in de nuldraad en de fasedraad
 
44 - Een AM-zender wordt gemoduleerd met spraak.

       De klasse van uitzending is:
F3A F1D A3E J1B
 

45 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

       " (- X -): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."

         In plaats van (- X -) staat:

radio-ontvangapparaten radiozendapparaten radioversterkerapparaten meetapparaten
 
46 - In de "gebruikersbepalingen" wordt onder het radiostation verstaan:
een of meerdere radiozendapparaten met de daartoe behorende antenne-inrichtingen een samenstel van radio-ontvang en -zendapparaten voor het onderhouden van amateurradioverbindingen een inrichting waarmee met toestemming van Agentschap Telecom technische onderzoekingen wordt gedaan een inrichting waarmee bevoegde personen die geďnteresseerd zijn in radiotechniek onderlinge radioverbindingen onderhouden
 
47 - Een zendamateur zendt uit in de klasse van uitzending J3E (EZB).
       Het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap van het radiozendapparaat afgegeven gemiddelde vermogen,
       gerekend over een (1) periode van de hoogfrequent uitgangswisselspanning tijdens het maximum van de omhullende,
        bedraagt 100 Watt.

       Volgens de "gebruikersbepalingen" is het zendvermogen:
25 W 400 W 100 W 200 W
 
48 - Het maximaal toegestane zendvermogen voor een radioamateur met een F-registratie is in de 2-meter amateurband:
120 W 100 W 400 W 25 W
 

49 - Het houden van radiowedstrijden (contesten) is niet toegestaan in de frequentieband:

7,0 - 7,1 MHz 10,1 - 10,15 MHz 3,5 - 3,8 MHz 1,81 - 1,85 MHz
 
50 - De roepletters PA3RMI worden volgens het voorgeschreven spellingsalfabet gespeld als:
Papa Alfa Drie Radio Mike India Papa Alfa Drie Romeo Mike Italy Papa Alfa Drie Romeo Mike India Papa Alfa Drie Roger Mike India