17 - In de schakeling is de wisselstroom 0,5 ampere
![]() De aangesloten spanning is: |
|||
| 35V | 20V | 15V | 25V |
18 - De collectorstroom is 100 mA.![]() De stroom I is: |
|||
| 50 mA | 25 mA | 100 mA | 7 mA |
19 - De spanning U over de spoel is ongeveer gelijk aan:![]() De stroom I is: |
|||
| 71 V | 50 V | 38 V | 20 V |
|
20 - De weerstand tussen A en B is:
|
|||
| 720 Ω | 750 Ω | 221 Ω | 660 Ω |
21- Een versterker heeft de gegeven amplitude/frequentiekarakteristiek.![]() De versterker is ontworpen als: |
||||
| VHF-versterker op 100 MHz. | lf-versterker | versterker voor alle frequenties tot 100 MHz | hf-versterker op 10 MHz | |
22 - De schakeling stelt voor een:![]() |
|||
| spanningvolger | somversterker | detector | verschilversterker |
|
23 - De schakeling werkt als een overtone-oscillator. |
||||
| geen van beide stellingen | stelling 1 en 2 | alleen stelling 1 | alleen stelling 2 | |
|
24 - De automatische versterkersregeling van een ontvanger regelt de: |
||||
| middenfrequentversterker | oscillator | detector | BFO | |
|
25 - Een frequentieverdrievoudiger met een (1) transistor wordt gestuurd met een 10 MHz-signaal. |
||||
| 15 MHz en 30 MHz | 5 MHz en 15 MHz | 10 MHz en 30 MHz | 10 MHz en 25 MHz | |
|
26 - Het voornaamste doel van een aanpassingsnetwerk tussen zender en antennekabel is: |
||||
| meting van de staandegolfverhouding in de antennekabel | optimale belasting van de zender | vermindering van de terugwerking op de zendfrequentie | beveiliging tegen gevaar bij aanraking antennedraad | |
|
27 - Om de in het HF-spectrum ingenomen bandbreedte te beperken wordt in de modulatieversterker van een EZB-zender
een laagdoorlaat- en een hoogdoorlaatfilter opgenomen. |
||||
| hoogdoorlaat: fc 50 Hz; laagdoorlaat: fc 15000 Hz | hoogdoorlaat: fc 600 Hz; laagdoorlaat: fc 1800 Hz | hoogdoorlaat: fc 300 Hz; laagdoorlaat: fc 3000 Hz | hoogdoorlaat: fc 0 Hz; laagdoorlaat: fc 6000 Hz | |
| 28 - Voor een EZB-zender geldt: | ||||
| de zendereindtrap mag in klasse C worden ingesteld | de trappen na de balansmodulator moeten in klasse A of B worden ingesteld | in de trappen na de balansmodulator mag frequentievermenigvuldiging worden toegepast | er kan geen frequentietransformatie worden toegepast | |
|
29 - Een in het midden gevoede halvegolfantenne is in resonantie op 7 MHz. |
||||
| veel hoger | sterk capacitief | sterk inductief | veel lager | |
| 30 - De verliezen in een coaxiale kabel: | ||||
| nemen toe bij hogere frequenties | nemen af met toenemende lengte | zijn onafhankelijk van de frequentie | nemen af bij hogere frequenties | |
|
31 - Een 50 ohm coaxiale kabel wil men aanpassen op een antenne met een impedantie van 72 ohm.
Men gebruikt hiervoor een kwartgolf impedantietransformator. |
||||
| 50 Ω | 100 Ω | 72 Ω | 60 Ω | |
|
32 - De reflectie van electromagnetische golven door de ionosfeer is het minst afhankelijk van: |
||||
| de tijd van de dag | de frequentie | het jaarseizoen | de polarisatie | |
|
33 - Bij een radiogolf is de kritieke frequentie: |
||||
| een andere uitdrukking voor "Maximum Usable Frequency" (MUF) | de laagste frequentie waarbij, bij vertikale opstelling, nog reflectie door de ionosfeer optreedt | de hoogste frequentie waarbij, bij vertikale opstelling, nog reflectie door de ionosfeer optreedt | de hoogste frequentie die voor grondgolfpropagatie nog bruikbaar is | |
| 34 - Onder de MUF (Maximum Usable Frequency) voor een bepaalde verbinding wordt verstaan: | ||||
| de hoogste frequentie waarvoor de apparatuur geschikt is | de frequentie waarop altijd kan worden gewerkt | de frequentie waarbij de fading maximaal is | de hoogste frequentie die kan worden toegepast | |
|
35 - Stelling 1: |
||||
| geen van beide stellingen | stelling 1 en 2 | stelling 2 | stelling 1 | |
| 36 - Een ideale voltmeter, geijkt voor gelijkspanning, wordt via een gelijkrichter aangesloten op een sinusvormige
wisselspanning met een effectieve waarde van 10 Volt. ![]() De meter zal dan ongeveer aanwijzen: |
||||
| 9 Volt | 10,0 Volt | 14,1 Volt | 7,1 Volt | |
|
37 - De tijdbasis van een oscilloscoop is ingesteld op 1 microseconde per schaaldeel. |
||||
| 50 kHz | 500 kHz | 25 kHz | 250 kHz | |
|
38 - De gevoeligheid van een ontvanger wordt het beste bepaald met een: |
||||
| oscilloscoop | frequentieteller | signaalgenerator | spectrum analyser | |
| 39 - Een radiozendamateur werkt met zijn 70-cm FM-transceiver op de camping.
Zijn buurman gebruikt een draagbare TV,ingesteld op ca. 480 MHz. Hij merkt dat het beeld donker wordt als de amateur uitzendt. Dit kan het gevolg zijn van: |
||||
| blokkering van de mengtrap in de TV | verkeerde antenne-aanpassing van de amateurzender | te grote frequentiezwaai van de amateurzender | harmonischen van de amateurzender | |
|
40 - Een amateurzender werkend in de 21 MHz band veroorzaakt storing in de frequentieband 61-68 MHz. |
||||
| de frequentiestabiliteit te verhogen | een hoogdoorlaatfilter achter de zender te plaatsen | de afvlakking van de voeding te verbeteren | de uitsturing van de eindtrap te verkleinen | |
|
41 - De meest effectieve schakeling om "laagfrequent inpraten" te voorkomen is:
|
||||
| schakeling 1 | schakeling 4 | schakeling 2 | schakeling 3 | |
|
42 - Voor de koppeling van de zender met de antenne wordt vaak coaxiale kabel gebruikt. |
||||
| lage prijs | goede staandegolfverhouding | lage demping | afscherming tegen ongewenste straling | |
| 43 - Een aardlekschakelaar beveiligt tegen het optreden van: | ||||
| een potentiaalverschil tussen de nuldraad van het net en het chassis | een hoogfrequentstroom naar het net | een potentiaalverschil tussen de nuldraad van het net en de aarde | een verschil tussen de stroomsterkte in de nuldraad en de fasedraad | |
| 44 - Een AM-zender wordt gemoduleerd met spraak. De klasse van uitzending is: |
||||
| F3A | F1D | A3E | J1B | |
|
45 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:
" (- X -): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen." |
||||
| radio-ontvangapparaten | radiozendapparaten | radioversterkerapparaten | meetapparaten | |
| 46 - In de "gebruikersbepalingen" wordt onder het radiostation verstaan: | ||||
| een of meerdere radiozendapparaten met de daartoe behorende antenne-inrichtingen | een samenstel van radio-ontvang en -zendapparaten voor het onderhouden van amateurradioverbindingen | een inrichting waarmee met toestemming van Agentschap Telecom technische onderzoekingen wordt gedaan | een inrichting waarmee bevoegde personen die geïnteresseerd zijn in radiotechniek onderlinge radioverbindingen onderhouden | |
| 47 - Een zendamateur zendt uit in de klasse van uitzending J3E (EZB). Het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap van het radiozendapparaat afgegeven gemiddelde vermogen, gerekend over een (1) periode van de hoogfrequent uitgangswisselspanning tijdens het maximum van de omhullende, bedraagt 100 Watt. Volgens de "gebruikersbepalingen" is het zendvermogen: |
||||
| 25 W | 400 W | 100 W | 200 W | |
| 48 - Het maximaal toegestane zendvermogen voor een radioamateur met een F-registratie is in de 2-meter amateurband: | ||||
| 120 W | 100 W | 400 W | 25 W | |
|
49 - Het houden van radiowedstrijden (contesten) is niet toegestaan in de frequentieband: |
||||
| 7,0 - 7,1 MHz | 10,1 - 10,15 MHz | 3,5 - 3,8 MHz | 1,81 - 1,85 MHz | |
| 50 - De roepletters PA3RMI worden volgens het voorgeschreven spellingsalfabet gespeld als: | ||||
| Papa Alfa Drie Radio Mike India | Papa Alfa Drie Romeo Mike Italy | Papa Alfa Drie Romeo Mike India | Papa Alfa Drie Roger Mike India | |