inleiding examens
Proefexamen F Najaar 2005
4 - Een vergunning in de categorie F voor het doen van onderzoekingen door radiozendamateurs wordt door de
overheid verstrekt onder de volgende voorwaarden:
5 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:
"[ - X - ]: apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van
radiocommunicatiesignalen."
In plaats van [ - X - ] staat:
Dit is:
9 - Bij welke waarde van R levert de spanningsbron de maximale stroom?
12 - De gemiddelde waarde van de sinusvormige stroom over het tijdsinterval van 0 tot t1 seconde is:
13 - Een symmetrisch blokvormig signaal heeft een grondfrequentie van 1500 Hz.
Het signaal bevat de volgende frequenties:
16 - De voltmeter wordt ideaal verondersteld. De temperatuur van de NTC-weerstand is 80° C.
De voltmeter wijst aan:
De weerstand wordt dan:
20 - De primaire wikkeling van een transformator is aangesloten op een wisselspanning van 230 volt.
De secundairespanning bedraagt 23 volt.
De wikkelverhouding nprimair : nsecundair is:
22 - De transistor is niet in verzadiging. De 100 Ω weerstand wordt vervangen door een weerstand met een 3 maal zo
kleine waarde.
Het opgenomen elektrisch vermogen in de weerstand:
23 - Als S1 geopend wordt zal de lamp:
24 - Juist is:
25 - De dioden hebben gelijke doorlaatkarakteristieken maar de belastbaarheid is verschillend.
Kies uit de alternatieven de combinatie van hoogste Uuit en grootste Iuit die de schakeling kan leveren:
26 - De stroom door de weerstand is:
27 - De bandfilters P en Q zijn gelijk.
De bandbreedte van de schakeling wordt bepaald door:
28 - De uitgangsspanning van een belaste enkelzijdige gelijkrichter met een afvlakcondensator verloopt als aangegeven
in figuur:
29 - Van de gelijke zenerdiodes is de karakteristiek gegeven.
Hoe groot is U?
30 - Door het sluiten van schakelaar S wordt (na enige tijd) de:
31 - Deze schakeling is een:
32 - De schakeling werkt als overtone-oscillator. Stelling 1: De kring is afgestemd op de tweede harmonische van het kristal; Stelling 2: Het kristal werkt in serie-resonantie.
Wat is juist?
33 - De regellus is in stabiele toestand (“gelocked”).
Welke bewering is juist?
34 - Blokschema superheterodyne ontvanger:
Het blokje gemerkt met X stelt voor de:
36 - Een hf-telegrafie ontvanger is afgestemd op een 15 MHz standaardfrequentie- zender.
Gedurende 15 minuten verloopt de lftoonhoogte van 1000 Hz naar 1300 Hz.
De frequentiestabiliteit van de ontvanger voor deze periode is:
37 - Een 432 MHz FM-zender bestaat uit een gemoduleerde oscillator op 18 MHz, gevolgd door
frequentievermenigvuldigtrappen. De frequentiezwaai van het 432 MHz signaal is 1440 Hz.
De frequentiezwaai van het oscillatorsignaal is:
38 - In een EZB-zender wordt de lage zijband opgewekt op een draaggolffrequentie van 1 MHz.
Dit signaal wordt in een mengtrap gemengd met dat van een oscillator op 4 MHz.
Aan de uitgang van de mengtrap vinden we onder andere een éénzijbandsignaal op:
39 - In een EZB-zender wordt een zijbandfilter toegepast.
Dit filter is geplaatst tussen:
40 - Deze L-C schakeling heeft:
41 - De voetpuntimpedantie van een kwartgolf verticale hf-antenne op een goed geleidend horizontaal grondvlak is
ongeveer:
42 - In welke figuur is de aanpassing bij de halvegolf antenne juist?
43 - staandegolfmeter is gemaakt voor 50 Ω. De antenne-aanpassingseenheid (ATU) wordt zo afgeregeld dat de staandegolfmeter (SGM) 1 aanwijst.
Er is nu een staandegolfverhouding van 1 bereikt in:
44 - Getekend zijn het stralingsdiagram van een enkele dipool en dat van een dipool met parasitaire reflector.
Wat is juist:
46 - De waarde van Rx is:
48 - Een TV-toestel ondervindt op de meeste kanalen storing van een hf-amateurradiozender.
De meest waarschijnlijke oorzaak is:
49 - Een schakeling om mantelstromen tegen te gaan is: