Proefexamen F Najaar 2005


1- De code QSB betekent:
de sterkte van uw signaal verandert ik heb last van atmosferische storingen ik verminder mijn zendvermogen mijn positie is
 
2 - Voor roepletters van radiostations is aan Nederland de letterserie toegewezen:
PHA t/m PKZ PNL t/m PST PAA t/m PIZ PIZ t/m PKZ
 
3 - De ITU regio I, waartoe Nederland behoort, omvat de volgende gebieden:
alleen Nederland, België en Luxemburg alleen de CEPT-landen alleen Europa alleen Europa, Afrika en enkele Aziatische landen
 

4 - Een vergunning in de categorie F voor het doen van onderzoekingen door radiozendamateurs wordt door de

      overheid verstrekt onder de volgende voorwaarden:

leeftijd tenminste 12 jaar en geslaagd voor het examen
Radiotechniek en Voorschriften I
leeftijd tenminste 14 jaar en geslaagd voor het examen
Radiotechniek en Voorschriften I
leeftijd tenminste 12 jaar en geslaagd voor het examen
Radiotechniek en Voorschriften II
leeftijd tenminste 14 jaar en geslaagd voor het examen
Radiotechniek en Voorschriften II
 

5 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

 

      "[ - X - ]: apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van

         radiocommunicatiesignalen."

 

      In plaats van [ - X - ] staat:

radiozendapparaten radio-ontvangapparaten communicatie-apparaten radioversterkerapparaten
 
6 - Een N-vergunninghouder gebruikt een 80-meter zender van een F-vergunninghouder (geen verenigingsstation).

    Dit is:

toegestaan, mits de F-vergunninghouder aanwezig is bij de zender niet toegestaan toegestaan, mits de N-vergunninghouder zijn eigen roepletters gebruikt toegestaan, mits de N-vergunninghouder de roepletters
van de F-vergunninghouder gebruikt
 
7 - De bandbreedte van een FM-signaal:
is onafhankelijk van het modulerende signaal is alleen afhankelijk van de frequentie van het
modulerende signaal
is alleen afhankelijk van de amplitude van het
modulerende signaal
is afhankelijk van de amplitude en de frequentie van het
modulerende signaal
 
8 - Bij een spanning van 6 V en een stroom van 1 A wordt gedurende 1 minuut een hoeveelheid energie opgenomen van:
1 Ws 6 Ws 60 Ws 360 Ws
 

9 - Bij welke waarde van R levert de spanningsbron de maximale stroom?

     

100 Ω 50 Ω 10 Ω 0 Ω
 
10 - Om het elektrische veld tussen twee geleiders af te schermen van de omgeving dient men:
één van de geleiders te aarden tussen de geleiders een condensator aan te brengen om beide geleiders samen een omhulsel van metaal aan te
brengen
om beide geleiders samen een omhulsel van een isolerende
stof aan te brengen
 
11 - Door de wikkeling van een luchtspoel loopt een gelijkstroom.
        Hierdoor ontstaat een magnetisch veld:
alleen binnen de spoel alleen buiten de spoel zowel binnen als buiten de spoel alleen als in de spoel een ijzerkern is aangebracht
 

12 - De gemiddelde waarde van de sinusvormige stroom over het tijdsinterval van 0 tot t1 seconde is:

       

2/π A 1/π A π A 0 A

13 - Een symmetrisch blokvormig signaal heeft een grondfrequentie van 1500 Hz.

       

          Het signaal bevat de volgende frequenties:

500 Hz, 1000 Hz, 1500 Hz en hoger 750 Hz, 1500 Hz, 3000 Hz en hoger 1500 Hz, 4500 Hz, 7500 Hz en hoger 3000 Hz, 4500 Hz, 6000 Hz en hoger
 
14 - De frequentiezwaai van een FM-zender wordt vergroot van 2 kHz naar 3 kHz.
        Het zendvermogen van de zender:
wordt 2/3 maal de vroegere waarde blijft gelijk wordt 3/2 maal de vroegere waarde wordt 9/4 maal de vroegere waarde
 
15 - De kans dat een zender te veel harmonischen uitstraalt is het grootst als de eindtrap wordt ingesteld in:
klasse A klasse B klasse C klasse AB
 

16 - De voltmeter wordt ideaal verondersteld. De temperatuur van de NTC-weerstand is 80° C.

       

         

             De voltmeter wijst aan:

4 V 4,5 V 6 V 7,5 V
17 - De lengte van een stuk koperdraad wordt gehalveerd en de diameter verdubbeld.

        De weerstand wordt dan:

2 x zo klein 4 x zo klein 8 x zo klein 16 x zo klein
 
18 - Bij een condensator is het faseverschil tussen stroom en spanning:
90° 180° afhankelijk van de frequentie
 
19 - Het bepalen van het afgegeven hoogfrequentvermogen van een zender geschiedt door:
een dipmeter op de zenderuitgang aan te sluiten de zender af te sluiten met een juiste afsluitweerstand
en de spanning met een draaispoelvoltmeter te meten
de zender af te sluiten met een juiste afsluitweerstand
en daarover met een geschikte oscilloscoop de spanning
te bepalen
de stroom die door een juiste afsluitweerstand loopt te
meten met een draaispoelampèremeter
 

20 - De primaire wikkeling van een transformator is aangesloten op een wisselspanning van 230 volt.

        De secundairespanning bedraagt 23 volt.

 

        De wikkelverhouding nprimair : nsecundair is:

100 : 1 10 : 1 √10 : 1 1 : 10
 
21- De sperspanning van een normale siliciumdiode is:
kleiner dan 0,4V tussen 0,4V en 2V tussen 2V en 10V groter dan 10V
 

22 - De transistor is niet in verzadiging. De 100 Ω weerstand wordt vervangen door een weerstand met een 3 maal zo

        kleine waarde.

       

        Het opgenomen elektrisch vermogen in de weerstand:

wordt 3 maal zo groot wordt 3 maal zo klein wordt 9 maal zo klein blijft gelijk
 

23 - Als S1 geopend wordt zal de lamp:

       

uitgaan gaan branden gaan knipperen blijven branden
 

24 - Juist is:

       

X = 0 en Y = 0 X = 0 en Y = 1 X = 1 en Y = 0 X = 1 en Y = 1
 

25 - De dioden hebben gelijke doorlaatkarakteristieken maar de belastbaarheid is verschillend.

       

       Kies uit de alternatieven de combinatie van hoogste Uuit en grootste Iuit die de schakeling kan leveren:

      

A B C D
 

26 - De stroom door de weerstand is:

       

2 A 4 A 8 A 12 A
 

27 - De bandfilters P en Q zijn gelijk.

       

         De bandbreedte van de schakeling wordt bepaald door:

de versterker V alleen bandfilter P alleen bandfilter Q bandfilters P en Q samen

28 - De uitgangsspanning van een belaste enkelzijdige gelijkrichter met een afvlakcondensator verloopt als aangegeven

        in figuur:

       

A B C D
 

29 - Van de gelijke zenerdiodes is de karakteristiek gegeven.

       

        Hoe groot is U?

10,8 V 8,8 V 12,8 V 7,4 V
 

30 - Door het sluiten van schakelaar S wordt (na enige tijd) de:

        

spanningsversterking 2x zo groot spanningsversterking 2x zo klein collectorgelijkstroom 2x zo groot collectorgelijkstroom 2x zo klein
 

31 - Deze schakeling is een:

       

productdetector AM-detector FM-detector begrenzer
 

32 - De schakeling werkt als overtone-oscillator.
        Stelling 1: De kring is afgestemd op de tweede harmonische van het kristal;
        Stelling 2: Het kristal werkt in serie-resonantie.

       

           Wat is juist?

stelling 1 en 2 alleen stelling 1 alleen stelling 2 geen van beide stellingen
 

33 - De regellus is in stabiele toestand (“gelocked”).

       

       Welke bewering is juist?

de frequentie op punt A is hoger dan
de frequentie op punt B
de frequenties op de punten A en B zijn gelijk de frequentie op punt A is lager dan
de frequentie op punt B
de spanning op de punten A en B zijn altijd in fase
 

34 - Blokschema superheterodyne ontvanger:

       

         Het blokje gemerkt met X stelt voor de:

detector mengtrap buffertrap middenfrequentversterker
 
35 - De begrenzer in een FM-ontvanger begrenst:
de frequentiezwaai het frequentieverloop van de oscillator de amplitude van het te detecteren signaal de bandbreedte van het laagfrequentsignaal
 

36 - Een hf-telegrafie ontvanger is afgestemd op een 15 MHz standaardfrequentie- zender.

       Gedurende 15 minuten verloopt de lftoonhoogte van 1000 Hz naar 1300 Hz.

 

         De frequentiestabiliteit van de ontvanger voor deze periode is:

        

A B C D
 

37 - Een 432 MHz FM-zender bestaat uit een gemoduleerde oscillator op 18 MHz, gevolgd door

        frequentievermenigvuldigtrappen.
        De frequentiezwaai van het 432 MHz signaal is 1440 Hz.

 

        De frequentiezwaai van het oscillatorsignaal is:

60 Hz 450 Hz 1440 Hz 2880 Hz
 

38 - In een EZB-zender wordt de lage zijband opgewekt op een draaggolffrequentie van 1 MHz.

        Dit signaal wordt in een mengtrap gemengd met dat van een oscillator op 4 MHz.

 

        Aan de uitgang van de mengtrap vinden we onder andere een éénzijbandsignaal op:

5 MHz met de hoge zijband 5 MHz met de lage zijband 4 MHz met de hoge zijband 3 MHz met de lage zijband
 

39 - In een EZB-zender wordt een zijbandfilter toegepast.

 

        Dit filter is geplaatst tussen:

de balansmodulator en de daaropvolgende versterkertrap
van de zender
de draaggolfgenerator en de balansmodulator de microfoonversterker en de balansmodulator de microfoon en de microfoonversterker
 

40 - Deze L-C schakeling heeft:

       

geen resonantiefrequentie alleen een serieresonantiefrequentie alleen een parallelresonantiefrequentie zowel een parallel- als een serieresonantiefrequentie
 

41 - De voetpuntimpedantie van een kwartgolf verticale hf-antenne op een goed geleidend horizontaal grondvlak is

        ongeveer:

18 Ω 36 Ω 52 Ω 75 Ω
 

42 - In welke figuur is de aanpassing bij de halvegolf antenne juist?

       

A B C D
 

43 - staandegolfmeter is gemaakt voor 50 Ω.
        De antenne-aanpassingseenheid (ATU) wordt zo afgeregeld dat de staandegolfmeter (SGM) 1 aanwijst.

       

         Er is nu een staandegolfverhouding van 1 bereikt in:

kabel 1 en kabel 2 alleen kabel 1 alleen kabel 2 geen van beide kabels
 

44 - Getekend zijn het stralingsdiagram van een enkele dipool en dat van een dipool met parasitaire reflector.

       

           Wat is juist:

stelling 1 en 2 alleen stelling 1 alleen stelling 2 geen van beide stellingen
 
45 - Om een afstand van meer dan 5000 km te overbruggen wilt u gebruik maken van de ruimtegolf.
        U kunt dan het best gebruik maken van:
een langegolf frequentie (b.v. 136 kHz) in combinatie
met reflecties door de stratosfeer
een kortegolf frequentie (b.v. 21 MHz) in combinatie met
reflecties door de ionosfeer
een UHF-frequentie (b.v. 435 MHz) in combinatie met
reflecties door de biosfeer
soms optredende verstoringen van de propagatie door
temperatuur-inversies
 

46 - De waarde van Rx is:

       

20 kilo-ohm 30 kilo-ohm 90 kilo-ohm 180 kilo-ohm
 
47 - Met een dipmeter bepaalt men:
de resonantiefrequentie van een kring de frequentiezwaai van een FM-zender de staandegolfverhouding het zendvermogen
 

48 - Een TV-toestel ondervindt op de meeste kanalen storing van een hf-amateurradiozender.

 

        De meest waarschijnlijke oorzaak is:

de ingangstrap van de TV wordt overbelast bij de TV ontbreekt een laagdoorlaatfilter de zender straalt harmonischen uit de zender is slecht geaard
 

49 - Een schakeling om mantelstromen tegen te gaan is:

       

A B C D
 
50 - Om veiligheidsredenen dienen de metalen afschermingen van hoge spanning voerende delen in een zender:
onderling te worden doorverbonden van aarding te worden vrij gehouden te worden verbonden met een hf-aarde te worden verbonden met de geaarde metalen behuizing van
de zender