inleiding examens

Proefexamen F Najaar 2008-3


1- De gebruikelijke waarde voor C21 is ongeveer:

      

100 µF 500 pF 10 pF 10 nF
 

2 - Zie afbeelding bij vraag 1

      De ontvanger wordt afgestemd met:

alleen C25 alleen C6 C3, C6 en C25 alleen C3
 

3 - De antenne is ontworpen voor de 80- en 40-meter amateur-band.

     In de antenne zijn 2 gelijke "traps" opgenomen.

 

      

      Stelling 1: de traps gedragen zich op 40-meter als een sperfilter waardoor de eindstukken van de antenne niet meewerken;

      Stelling 2: de traps gedragen zich op 80-meter als een capacitieve reactantie, waardoor beide eindstukken worden aangekoppeld.

 

       Wat is juist:

geen van beide stellingen alleen stelling 1 alleen stelling 2 stelling 1 en 2
 

4 - Een sinusvormige wisselspanning heeft een effectieve waarde van 100 volt.

 

     De momentele waarden van deze wisselspanning liggen tussen:

- 100 V en + 100 V - 70,7 V en + 70,7 V 0 V en + 141,4 V - 141,4 V en + 141,4 V
 

5 - De spanning loopt 90º voor op de stroom in:

     

afbeelding 2 afbeelding 1 afbeelding 4 afbeelding 3
 

6 - Een gevoelige CW-ontvanger voor de 28 MHz band heeft omschakelbare middenfrequentfilters.

 

      Als de middenfrequent bandbreedte wordt omgeschakeld van 500 Hz naar 1000 Hz, dan zal het ruisvermogen

      aan de ingang van de productdetector:

gelijk blijven verdubbelen halveren verviervoudigen
 

7 - Om de lamp maximaal te laten branden moet de wikkelverhouding van de aanpassingstrafo zijn:

    

8 : 1 1 : 1 4 : 1 2 : 1
 

8 - Een EZB-zender wordt gestuurd met een dubbeltoon (1100 Hz en 1900 Hz, van gelijke amplitude).

      De meter wijst 71 volt aan.

    

       De Peak Envelope Power (PEP) bedraagt:

150 W 100 W 50 W 71 W
 
9 - Een condensator is aangesloten op een wisselspanning.

     Wat is juist?

bij het verhogen van de frequentie neemt de stroom toe bij het verhogen van de frequentie vermindert de stroom bij het verhogen van de spanning vermindert de stroom in de condensator loopt geen stroom
 

10 - Een in een enkele laag gewikkelde spoel wordt vervangen door een spoel met een 2 maal zo grote diameter.

        De overige eigenschappen (aantal windingen, bewikkelde lengte, kernmateriaal) blijven gelijk.

 

        De zelfinductie wordt:

de helft 4 x zo groot 8 x zo groot 2 x zo groot
 

11 - Drie gelijke spoelen met dezelfde Q-factor worden parallel geschakeld.

        Er is geen magnetische koppeling

 

        De Q-factor van de schakeling

wordt 3 x hoger wordt 9 x lager blijft gelijk wordt 3 x lager
 
12 - Een transformator heeft primair 2000 windingen en secundair 1000 windingen.

        Indien de primaire spanning 230 volt bedraagt is de secundaire spanning:

55 V 115 V 155 V 460 V

13 - Bij een Id = 4 mA en een Ugs = -3 V behoort een source-weerstand Rs

         

1 kΩ 750 Ω 3 kΩ 375 Ω
 

14 - De waarde van Rb is:

      

180 kΩ 60 kΩ 160 kΩ 120 kΩ
 

15 - In de schakeling komt +5 V overeen met logisch 1 en 0 V met logisch 0.

       

        De juiste waarheidstabel is:

tabel 4

tabel 1

tabel 2

tabel 3

 

16 - De waarheidstabel, waarin Q de uitgang is, behoort bij een:

       

OF-poort (OR) EN-poort (AND) NEN-poort (NAND) NOF-poort (NOR)

17 - Deze schakeling functioneert als een:

      

exclusiefe OF-poort (EXOR) tweedeler opteller (full adder) D-flipflop
 

18 - Juist is:

      

X=1 en Y=1 X=1 en Y=0 X=0 en Y=0 X=0 en Y=1
 

19 - Een waarde van 340 pF, gemeten tussen de aansluitklemmen, wordt bereikt met:

       

schakeling 2 beide schakelingen schakeling 1 geen van beide schakelingen
 

20 - Iemand wil een gloeilamp van 12 V/10 W voeden uit het 230 V net.

        Er staan twee gelijke transformatoren ter beschikking van elk primair 115 V en secundair 6 V/1A

    

        De juiste schakeling is:

schakeling 4 schakeling 3 schakeling 1 schakeling 2
 

21- De impedantie Z is bij resonantie:

      

1000 Ω 100 Ω 1100 Ω oneindig hoog
 

22 - In de schakeling wordt de weerstand R vervangen door een weerstand met een tweemaal zo grote waarde.

        De spoel L en de condensator C zijn verliesvrij.

           

        De bandbreedte van de schakeling wordt hierdoor:

4X zo groot 2X zo klein 2X zo groot niet gewijzigd
 

23 - Als voedingsgelijkrichter kan worden toegepast:

       

gelijkrichter 4 gelijkrichter 2 gelijkrichter 3 gelijkrichter 1
 

24 - Van de gelijke zenerdiodes is de karakteristiek gegeven.

        

        Hoe groot is U?

8,8 V 12,8 V 10,8 V 7,4 V
 

25 - De PLL wekt een frequentie op tussen 144 en 146 MHz.

        Het uitgangssignaal Uuit wordt gemoduleerd door het microfoonsignaal.

       

        De meest geschikte kantelfrequentie van het filter in de regellus is:

30 Hz 3000 Hz 146 MHz 12,5 KHz
 

26 - Een frequentieverdrievoudiger met een transistor wordt gestuurd met een frequentie f.

 

        In de collectorstroom zijn de volgende frequenties aanwezig:

1/3 f en 3 f f en 3 f f en 1/2 f f en 1/3 f
 

27 - De schakeling stelt voor een:

       

frequentiediscriminator balansmodulator dubbelfasige gelijkrichter spanningsverdubbelaar

28 - Dit is het blokschema van een zender.

      

        Het blokje gemerkt met X stelt voor:

de fasemodulator de enkelzijbandmodulator de stuurtrap de oscillator
 

29 - In een 2-meter zender wordt het signaal van een 12 MHz oscillator vermenigvuldigd naar een zendfrequentie van 144 MHz.

        De oscillator heeft een frequentieverloop van 12 Hz per minuut.

 

        De zendfrequentie verloopt in 10 minuten:

12 Hz 10 Hz 144 Hz 1440 Hz
 
30 - Een richtantenne met parasitaire elementen (yagi) voor 28 MHz heeft:
een reflector van 4 meter een director langer dan de straler een of meer directors tussen de straler en de reflector een stralend element van ongeveer 5 meter
 

31 - De verkortingsfactor van een coaxiale kabel is afhankelijk van:

de lengte van de kabel het diëlektricum de staandegolfverhouding de toegepaste frequentie
 

32 - Als er rondom een kortegolf-zendantenne een dode zone aanwezig is, dan is de zendfrequentie:

lager dan de laagst bruikbare frequentie hoger dan de kritische frequentie gelijk aan de kritische frequentie lager dan de kritische frequentie
 

33 - Verticaal opgestraalde signalen met een frequentie hoger dan de kritische frequentie worden door de ionosfeer:

teruggekaatst geabsorbeerd doorgelaten van frequentie veranderd
 
34 - Stelling 1: De "MUF" is afhankelijk van het zendvermogen.

        Stelling 2: De "MUF" is onafhankelijk van het aantal zonnevlekken.

        Juist is:

geen van beide stellingen stelling 1 en 2 stelling 2 stelling 1
 

35 - De dode zone is het gebied tussen:

de antenne en de dichtstbijzijnde plaats waar de gereflecteerde golf aanwezig is het eind van het grondgolfbereik en de dichtstbijzijnde plaats waar de gereflecteerde golf aanwezig is de antenne en de reflecterende ionosfeerlaag twee gereflecteerde golfen
 

36 - De schakeling wordt gebruikt voor het meten van een wisselspanning met een frequentie van 50 Hz.

       

        De draaispoelmeter, die voor gelijkstroom geijkt is, meet van de gelijkgerichte spanning:

de gemiddelde waarde de effectieve waarde het kwadraat van de effectieve waarde de topwaarde
 

37 - Een ampèremeter heeft een inwendige weerstand van 20 ohm.

        Met een parallelweerstand van 5 ohm is het meetgebied 20 mA.

       

        Het meetgebied van de meter zonder parallelweerstand is:

4 mA 15 mA 16 mA 5 mA
 

38 - Een kunstantenne (dummy load) wordt gebruikt om:

een zender te belasten zonder signalen uit te stralen nauwkeurige frequentiemetingen uit te voeren de kans op televisiestoring (TVI) te verminderen lange afstand verbindingen te maken
 

39 - Als een radiozendamateur zijn yagi-antenne in een bepaalde richting zet en gaat zenden, blijkt bij de buren de

        CD-speler gestoord te worden.

        De CD-speler heeft een CE-keurmerk.

 

        De storing is waarschijnlijk het gevolg van:

het gebruik van afgeschermde kabel frequentie-instabiliteit van de zender de hoge veldsterkte van het zendsignaal in de CD-speler harmonischen van de zender
 

40 - De juiste kleuraanduiding van de draden in een netaansluiting is:

Fase: blauw

     Nul:     bruin

     Aarde:zwart

Fase:bruin

     Nul:    blauw

     aarde:geel/groen

Fase:bruin

     Nul:    blauw

     Aarde:zwart

Fase:blauw

     Nul:    bruin

     aarde:geel/groen

 

41 - Een aardlekschakelaar beveiligt tegen het optreden van:

een potentiaalverschil tussen de nuldraad van het net en aarde een hoogfrequentstroom naar het net een potentiaalverschil tussen de nuldraad van het net en het chassis een verschil tussen de stroomsterkte in de nuldraad en de fasedraad
 

42 - Een dipool-antenne is door een open voedingslijn (kippenladder) met een ontvanger verbonden.

 

        De beste wijze om schade ten gevolge van een nabije bliksemontlading te voorkomen is:

de voedingslijn aarden de ontvanger uitschakelen de voedingslijn kortsluiten de voedingslijn losnemen en de netstekker uittrekken
 

43 - Bewering 1: een FM-zender wordt gebruikt voor het uitzenden van een digitaal TV-signaal.

                                De klasse van uitzending is F1D

        Bewering 2: Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

                                De klasse van uitzending is J3E.

 

         Wat is juist?

bewering 1 en bewering 2 alleen bewering 1 alleen bewering 2 geen van beide beweringen
 

44 - Bewering 1:Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

                               De klasse van uitzending is F3E

        Bewering 2:Via een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf worden met behulp van een hulpdraaggolf met de hand

                                geseinde morsetekens verzonden.

                                De klasse van uitzending is J2A

 

         Wat is juist?

alleen bewering 2 alleen bewering 1 geen van beide beweringen bewering 1 en bewering 2
 

45 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

        "( -X- ): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."

 

        In plaats van ( -X- ) staat:

radiozendapparaten meetapparaten radio-ontvangapparaten radioversterkerapparaten
 

46 - Een registratie voor het gebruik van frequentieruimte voor het doen van onderzoekingen door radiozendamateurs

        wordt uitgevoerd namens de minister van:

Verkeer en waterstaat Economische Zaken Justitie Binnenlandse Zaken
 

47 - Een zendamateur zend uit in de klasse van uitzending J3E (EZB).

        Het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap van het radiozendapparaat afgegeven gemiddeld vermogen,

        gerekend over een periode van de hoogfrequent uitgangswisselspanning tijdens het maximum van de omhullende,

        bedraagt 100 watt.

 

        Volgens de "gebruiksbepalingen"is het zendvermogen:

200 W 25 W 100 W 400 W
 

48 - Een radiozendamateur maakt vanuit de auto een verbinding op 2 meter.

        Tot zijn schrik merkt hij dat hij een zakelijke afspraak niet kan nakomen.

        Hij vraagt aan de radiozendamateur met wie hij verbinding heeft dit telefonisch door te geven.

 

        Dit is:

toegestaan als het bericht maar zeer kort is en er in de directe omgeving geen telefoon aanwezig is niet toegestaan toegestaan toegestaan als de zakelijke relatie ook radiozendamateur is
 

49 - Tijdens een amateurradio-uitzending moet de radiozendamateur er voor zorgen dat:

de zendfrequentie zo stabiel mogelijk is het maximum zendvermogen niet wordt overschreden de grenzen van de hem toegewezen frequentiebanden en het toegestane zendvermogen niet worden overschreden het zendvermogen constant blijft
 
50 - Een radiozendamateur laat voor een radiopeilevenement (vossenjacht) een amateurstation onbeheerd achter.

        Dit is:

toegestaan alleen toegestaan met toestemming van Agentschap Telecom alleen toegestaan met toestemming van een amateurvereniging niet toegestaan