inleiding examens
Proefexamen F voorjaar 2005
10 - De amplitude van de wisselspanning is:
11 - In een circuit loopt een wisselstroom bestaande uit een grondgolf en zijn derde harmonische. Welke grafische voorstelling van de totale stroom past hierbij?
14 - De transformator is verliesvrij. Als de schakelaar in stand 1 staat, is de stroom door de ampèremeter 9 ampère. Zetten we de schakelaar in stand 2, dan is de stroom door de ampèremeter:
16 - Tussen de platen van een luchtcondensator wordt een passende plaat geschoven met een diëlektrische constante van 5.
De waarde van de capaciteit zal nu:
17 - Een belasting wordt aangesloten op een sinusvormige wisselspanning. Het verloop van de stroom i en de spanning u is in de grafiek aangegeven.
De belasting bestaat uit:
19 - Van een dubbelfasige gelijkrichter is de uitgangsspanning 10 volt bij een belasting met 100 ohm.
De transformator en de diodes worden ideaal verondersteld.
De primaire wisselstroom is:
22 - Voor de transistor geldt: Ube = 0,7 volt. De basisstroom is verwaarloosbaar klein.
Uce is:
23 - Van de schakeling is ingang X logisch 0. Ingang Y kan zowel logisch 0 als logisch 1 zijn.
Uitgang Q is:
Y
0
1
25 - Op de schakeling van twee ideale condensatoren wordt een sinusvormige spanning U1 van 100 volt aangesloten.
De spanning U2 is:
26 - Dit is de frequentiekarakteristiek van een resonantiekring.
De kwaliteitsfactor (Q) van deze kring bedraagt:
27 - Een 50 Ω staandegolfmeter is met coaxiale kabels van 50 Ω opgenomen tussen een zender en een antenne. Deze meter geeft een SWR van 20:1 aan.
Dit betekent dat de:
28 - De onbelaste uitgangsspanningen U1 en U2 zijn ongeveer:
29 - Welke frequentiekarakteristiek behoort bij een VHFvoorversterker?
Rondgaande versterking Rondgaande fasedraaiing A. oneindig 90° B. groter dan 1 180° C. kleiner dan 1 270° D. gelijk aan 1 360°
32 - Het uitgangssignaal kan worden ingesteld op kanalen in een 25 kHz raster.
De frequentie van de referentie-oscillator is:
33 - Blokschema 2-meter ontvanger (dubbelsuper):
Wat is de minimale bandbreedte van de 1e mf-versterker?
37 - Een hf-ontvanger met een doorlaatbandbreedte van 300 Hz ontvangt een CW-signaal (A1A).
De signaal/ruisverhouding aan de uitgang bedraagt 20 dB. Als de doorlaatbandbreedte wordt overgeschakeld naar 3000 Hz, wordt bij gelijkblijvende versterking de signaal/ruisverhouding:
46 - De voltmeter heeft een inwendige weerstand van 200 kilo-ohm. Wanneer de spanning tussen de punten X en Y met deze voltmeter wordt gemeten, bedraagt de meetfout ongeveer:
47 - Een wisselspanning is aangesloten op een oscilloscoop met een verticale gevoeligheid van 10 volt per schaaldeel.
De effectieve waarde van de wisselspanning is ongeveer:
49 - Een breedband-antenneversterker is aangesloten tussen de TV-antenne en een TV-ontvanger.
Bij het inschakelen van de hf-amateurzender worden alle TV-kanalen gestoord. Deze storing is in het algemeen op te heffen door: