inleiding examens

Proefexamen  N 4 Juni 2009

1- Transformator T1 dient voor het: (zie afbeelding 1)

opwekken van de BFO spanning aanpassen van de luidspreker verkrijgen van de gewenste voedingsspanning
 

2 - In R1 wordt 36 watt gedissipeerd.

      

     In R2 wordt gedissipeerd: 

144 W 72 W 18 W
 

3 - Van een frequentiegemoduleerd signaal is de:

bandbreedte gelijk aan de modulatiefrequentie bandbreedte onafhankelijk van de modulatiefrequentie amplitude constant
 

4 - Een met spraak in frequentie gemoduleerd signaal heeft als eigenschap:

de frequentie van het uitgezonden signaal is constant de bandbreedte is afhankelijk van de amplitude van het modulerende signaal alle zijbandcomponenten hebben gelijke amplitude
 

5 - Indien bij een seriekring de zelfinductie en de capaciteit beiden verdubbeld worden zal de resonantiefrequentie:

gehalveerd worden 4 maal zo hoog worden

2 maal zo hoog worden

 

6 - Volgens het Internationale Radioregelement is radiocommunicatie tussen amateurstations van verschillende landen:

alleen toegestaan voor amateurs die hebben aangetoond teksten in morseschrift correct met de hand te kunnen seinen en correct op het gehoor te kunnen ontvangen. alleen toegestaan als in het internationale amateuroverleg hierover een overeenkomst is bereikt. verboden indien de administratie van een der betrokken landen heeft laten weten hiertegen bezwaar te hebben.
 
7 - Van een amplitude-gemoduleerde 2-meter zender is de modulatie hoorbaar uit de luidspreker van een TV-ontvanger,
      zelfs als de volumeregelaar hiervan op minimum is ingesteld.

      De juiste conclusie is:
de storing zal verdwijnen als in de zender enkelzijbandmodulatie wordt toegepast de TV-antenne heeft te weinig richteffect in de laagfrequentversterker van de TV-ontvanger treden detectieverschijnselen op
 

8 - Fading of sluiering van radiogolven beneden 30 MHz ontstaat doordat:

de D-laag alleen overdag aanwezig is en deze de radiogolven grotendeels absorbeert de absorptie van de D-laag afneemt met toenemende frequentie ze langs meer dan een pad de ontvangstantenne bereiken
 

9 - In het geval van een FM-zender wordt volgens de "gebruiksbepalingen" onder zendvermogen verstaan:

het door de eindtrap opgenomen gelijkstroomvermogen het door de zender afgegeven hoogfrequentvermogen het door de antenne afgegeven gemiddelde hoogfrequentvermogen
 

10 - Een voordeel van frequentiemodulatie vergeleken met enkelzijbandmodulatie is:

de bandbreedte van de ontvanger kan kleiner zijn minder last van impulsvormige storingen er is ruimte voor meer zenders per 100 kHz spectrum
 

11 - Radiogolven met een frequentie van 10 MHz kunnen worden teruggekaatst in de:

troposfeer stratosfeer ionosfeer
 

12 - Om de maximaal toelaatbare vermogensdissipatie van een weerstand te verhogen, kan men het beste:

het oppervlak van de weerstand zo klein mogelijk maken het oppervlak van de weerstand zo groot mogelijk maken de weerstandwaarde zo klein mogelijk maken
 

13 - De schakeling is een:

        

detector stabilisator laagdoorlaatfilter
 

14 - Twee of meer golven van een radiosignaal kunnen verschillende wegen volgen naar de ontvangantenne, waardoor

        de sterkte van het ontvangen signaal varieert.

 

        Deze sterkteverandering heet: 

reflectie fading absorptie
 

15 - Dit is het schema van een:

         

banddoorlaatfilter laagdoorlaatfilter hoogdoorlaatfilter
 

16 - Een halvegolfantenne heeft een lengte van 1 meter.

 

       Deze antenne is in resonantie voor signalen met een frequentie van ongeveer: 

37,5 MHz 150 MHz 75 MHz

 

17 - De eigenschappen in de troposfeer bepalen in belangrijke mate de voortplanting van radiogolven in de:

VHF en HF-band VHF-band HF-band
 

18 - Een waarde van 200 pF wordt bereikt met:

        

alleen schakeling 1 geen van beide schakelingen alleen schakeling 2
 

19 - Een radiozendamateur in de categorie N gebruikt de klasse van uitzending F3E met een bandbreedte van 16 kHz.

 

       Hij mag zenden op: 

145,795 MHz 144,995 MHz 145,016 MHz
 

20 - Het is de radiozendamateur in alle gevallen toegestaan het amateurstation te gebruiken om informatie uit te zenden:

die betrekking heeft op amateurstations die versleuteld is van commerciële aard
 

21- De frequentiestabiliteit van een 2-meter FM-ontvanger wordt bepaald door de:

FM-detector oscillator modulator
 

22 - Een sinusvormig signaal gaat per seconde 20 keer door het nulpunt.

 

       De frequentie van dit signaal is: 

10 Hz 20 Hz 40 Hz
 

23 - De versterkertrap werkt op 145 MHz.

           

       Wat is juist? 

C1 is een keramische condensator
     C2 is een keramische condensator
C1 is een kunststofcondensator
     C2 is een elektrolytische condensator
C1 is een keramische condensator
     C2 is een elektrolytische condensator
 

24 - Bewering 1:

       Een dubbelzijband AM-zender zendt een muzieksignaal uit.

       De klasse van uitzending is A3C.

       Bewering 2:

       Via een FM-zender worden met de hand geseinde morsesignalen verzonden.

       De klasse van uitzending is F1E.

 

       Wat is juist? 

alleen bewering 2 alleen bewering 1 geen van beide beweringen
 

25 - Welke schakeling stelt een banddoorlaatfilter voor?

         

schakeling 1 schakeling 2 schakeling 3
 
26 - Het deel van een EZB-station dat zou kunnen bijdragen aan de onderdrukking van hogere harmonischen
        in het uitgangssignaal is:
de staandegolfmeter de antenne aanpassingseenheid het EZB-filter
 

27 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

       "( -X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."

 

       In plaats van (-X-) staat: 

radioversterkerapparaten radiozendapparaten radio-ontvangapparaten
 

28 - De maximaal toelaatbare stroom die continu door een 10 watt weerstand van 1000 ohm mag lopen is:

0,1 A 0,01 A 1 A
 

29 - De eenheid van capaciteit is:

hertz henry farad
 

30 - Bewering 1:

       Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

       De klasse van uitzending is F2A.

       Bewering 2:

       Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

       De klasse van uitzending is J2B.

 

       Wat is juist? 

geen van beide beweringen alleen bewering 1 alleen bewering 2
 

31 - In het blokschema is de functie van blok 7:

       

laagdoorlaatfilter laagfrequentversterker interferentie oscillator
 
32 - U moet een reparatie uitvoeren aan een 300 volt voeding.

       Na het uitschakelen van de netspanning neemt u de volgende  veiligheidsmaatregel:
u wacht nog ongeveer 5 minuten voordat u begint u ontlaadt alle condensatoren u verwijdert de zekeringen
 

33 - De belangrijkste component van een breedband-kunstantenne is een:

draadgewonden weerstand luchtspoel niet-inductieve weerstand
 

34 - De gebruikelijke naam voor element nr.2 van de yagi-antenne is:

         

straler director reflector
 

35 - In de schakeling zijn alle weerstanden 100 ohm.

        In R2 wordt een vermogen gedissipeerd van 1 watt.

           

        In R1 wordt een vermogen gedissipeerd van: 

1 W 4 W 2 W
 

36 - Een 2-meter EZB-zender veroorzaakt storing in een geluidsversterker.

        LF-detectie wordt voorkomen door toepassing van een weerstand van ongeveer 500 Ω in de basisleiding van de

        1e transistor en de C naar aarde.

              

        De goede keuze voor C is: 

100 nF 1 pF 100 pF
 

37 - Drie weerstanden van elk 300 ohm worden parallel geschakeld.

 

       De vervangingswaarde is: 

300 Ω 900 Ω 100 Ω
 

38 - De bandbreedte van een superheterodyne-ontvanger wordt hoofdzakelijk bepaald door:

de oscillatorkring de middenfrequentkringen de hoogfrequentkringen

 

39 - Een zender is via een kabel met de antenne verbonden.

 

       Door het toevoegen van een antennetuner tussen de zender en de kabel kan: 

de antenne aan de kabel worden aangepast de zender aan de antenne-inrichting worden aangepast de zender worden afgestemd
 

40 - Een 2 meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF-televisie uitzending.

 

       De oorzaak hiervan is: 

een te grote frequentiezwaai van de 2-meter zender onvoldoende onderdrukking van de harmonischen in de 2-meter zender geen goede aanpassing van de zendantenne