inleiding examens
1- Transformator T1 dient voor het: (zie afbeelding 1)
2 - In R1 wordt 36 watt gedissipeerd.
In R2 wordt gedissipeerd:
3 - Van een frequentiegemoduleerd signaal is de:
4 - Een met spraak in frequentie gemoduleerd signaal heeft als eigenschap:
5 - Indien bij een seriekring de zelfinductie en de capaciteit beiden verdubbeld worden zal de resonantiefrequentie:
2 maal zo hoog worden
6 - Volgens het Internationale Radioregelement is radiocommunicatie tussen amateurstations van verschillende landen:
8 - Fading of sluiering van radiogolven beneden 30 MHz ontstaat doordat:
9 - In het geval van een FM-zender wordt volgens de "gebruiksbepalingen" onder zendvermogen verstaan:
10 - Een voordeel van frequentiemodulatie vergeleken met enkelzijbandmodulatie is:
11 - Radiogolven met een frequentie van 10 MHz kunnen worden teruggekaatst in de:
12 - Om de maximaal toelaatbare vermogensdissipatie van een weerstand te verhogen, kan men het beste:
13 - De schakeling is een:
14 - Twee of meer golven van een radiosignaal kunnen verschillende wegen volgen naar de ontvangantenne, waardoor
de sterkte van het ontvangen signaal varieert.
Deze sterkteverandering heet:
15 - Dit is het schema van een:
16 - Een halvegolfantenne heeft een lengte van 1 meter.
Deze antenne is in resonantie voor signalen met een frequentie van ongeveer:
17 - De eigenschappen in de troposfeer bepalen in belangrijke mate de voortplanting van radiogolven in de:
18 - Een waarde van 200 pF wordt bereikt met:
19 - Een radiozendamateur in de categorie N gebruikt de klasse van uitzending F3E met een bandbreedte van 16 kHz.
Hij mag zenden op:
20 - Het is de radiozendamateur in alle gevallen toegestaan het amateurstation te gebruiken om informatie uit te zenden:
21- De frequentiestabiliteit van een 2-meter FM-ontvanger wordt bepaald door de:
22 - Een sinusvormig signaal gaat per seconde 20 keer door het nulpunt.
De frequentie van dit signaal is:
23 - De versterkertrap werkt op 145 MHz.
Wat is juist?
24 - Bewering 1:
Een dubbelzijband AM-zender zendt een muzieksignaal uit.
De klasse van uitzending is A3C.
Bewering 2:
Via een FM-zender worden met de hand geseinde morsesignalen verzonden.
De klasse van uitzending is F1E.
25 - Welke schakeling stelt een banddoorlaatfilter voor?
27 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:
"( -X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."
In plaats van (-X-) staat:
28 - De maximaal toelaatbare stroom die continu door een 10 watt weerstand van 1000 ohm mag lopen is:
29 - De eenheid van capaciteit is:
30 - Bewering 1:
Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is F2A.
Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is J2B.
31 - In het blokschema is de functie van blok 7:
33 - De belangrijkste component van een breedband-kunstantenne is een:
34 - De gebruikelijke naam voor element nr.2 van de yagi-antenne is:
35 - In de schakeling zijn alle weerstanden 100 ohm.
In R2 wordt een vermogen gedissipeerd van 1 watt.
In R1 wordt een vermogen gedissipeerd van:
36 - Een 2-meter EZB-zender veroorzaakt storing in een geluidsversterker.
LF-detectie wordt voorkomen door toepassing van een weerstand van ongeveer 500 Ω in de basisleiding van de
1e transistor en de C naar aarde.
De goede keuze voor C is:
37 - Drie weerstanden van elk 300 ohm worden parallel geschakeld.
De vervangingswaarde is:
38 - De bandbreedte van een superheterodyne-ontvanger wordt hoofdzakelijk bepaald door:
39 - Een zender is via een kabel met de antenne verbonden.
Door het toevoegen van een antennetuner tussen de zender en de kabel kan:
40 - Een 2 meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF-televisie uitzending.
De oorzaak hiervan is: