1- Een zender bestaat uit drie modulen.

     Het totale opgenomen vermogen van deze drie modulen is: 

36 W 48 W 24 W
 

2 - Een radiozendamateur in de catagorie N zendt uit op 145,798 MHz.

 

     Dit is: 

toegestaan met F3E als klasse van uitzending toegestaan niet toegestaan
 

3 - Een TV-toestel ondervindt op de meeste kanalen storing van een amateurradiozender werkend in de

     50 MHz band.

 

     De meest waarschijnlijke oorzaak is: 

de ingangstrap van de TV wordt overbelast de zender straalt harmonischen uit bij de TV ontbreekt een laagdoorlaatfilter
 

4 - Welk figuur stelt een eindgevoede halvegolfantenne voor?

       

figuur 2 figuur 3 figuur 1
 

5 - Dit is het blokschema van een ontvanger.

    Het blokje gemerkt met X stelt voor de: 

detector buffertrap

mengtrap

 

6 - Een zender werkt met een klasse van uitzending F3E (FM).

     Het gemiddelde vermogen dat door de eindtrap aan de antenne-inrichting wordt afgegeven bedraagt 8 watt.

 

     Volgens de "gebruiksbepalingen" is het zendvermogen: 

8 W 1 W 4 W
 
7 - Een potentiometer is:
een weerstand met verplaatsbare aftakking een meetinstrument voor het meten van potentiaalverschil een meetinstrument voor het meten van weerstand
 

8 - In een hoogfrequentkring wordt een vaste condensator van 80 pF in serie geschakeld met een variabele

     condensator.

     De capaciteit van de variabele condensator kan worden ingesteld tussen 20 en 80 pF.

 

     De kring ziet een capaciteitsvariatie van: 

20 tot 80 pF 16 tot 40 pF 4 tot 40 pF
 

9 - De radioamateur wordt in het Internationale Radioreglement gedefinieerd als:

     Bewering 1: een persoon die radiotechniek toepast met geldelijk oogmerk en zonder persoonlijk gewin.

     Bewering 2: een bevoegd persoon die geinteresseerd is in radiotechniek, uitsluitend met een persoonlijk

     oogmerk en zonder geldelijke interesse.

 

     Wat is juist? 

 

bewering 1 en bewering 2 alleen bewering 2 alleen bewering 1
 

10 - het doel van een FM-detector in een ontvanger is:

de amplitudevariaties van het middenfrequentsignaal om te zetten in een laagfrequentsignaal de frequentievariaties van het middenfrequentsignaal om te zetten in een laagfrequentsignaal de frequentievariaties in het middenfrequent gedeelte constant houden
 

11 - Bij gebruik van frequenties in het VHF-gebied kunnen grote afstanden beter overbrugd worden door:

temperatuurinversies een goed geleidend aardoppervlak reflecties tegen geïoniseerde F-lagen
 

12 - Onder troposfeer wordt verstaan het gedeelte van de atmosfeer boven het aardoppervlak

tussen 120 en 500 km hoogte tussen zee-niveau en ongeveer 10 km hoogte tussen 80 en 120 km hoogte
 

13 - Welke stof is een elektrische isolator?

grafiet nikkel polystyreen
 

14 - Een antenne straalt in het horizontale vlak gelijkmatig in alle richtingen.

       Deze antenne kan zijn een: 

horizontale halvegolf dipool dipool met reflector groundplane
 

15 - In de "gebruiksbepalingen" wordt onder het radiostation verstaan:

een of meer radiozendapparaten met de daartoe behorende antenne inrichtingen een samenstel van radio-ontvang en zendapparaten voor het onderhouden van amateurverbindingen een inrichting waarmee bevoegde personen die geïnteresseerd zijn in radiotechniek onderlinge radioverbindingen onderhouden
 

16 - Een zender is via een kabel met de antenne verbonden.

        Door het toevoegen van een antennetuner tussen de zender en de kabel kan: 

de antenne aan de kabel worden aangepast de zender aan de antenne inrichting worden aangepast de zender worden afgestemd

17 - De voortplanting van radiogolven over grote afstand in de 2-meter band is vooral afhankelijk van:

het aantal zonnevlekken de temperatuurverdeling in de onderste luchtlagen de stand van de zon
 

18 - Een AM zender wordt gemoduleerd met spraak.

       De klasse van uitzending is: 

F1D F3A A3E
 

19 - De spanning die een gelijkstroomvoeding levert wordt met een universeelmeter gemeten.

       De meter gedraagt zich als een: 

isolator weerstand met hoge waarde weerstand met lage waarde
 

20 - De schakeling stelt voor:

        

een versterkertrap een oscillator een mengtrap
 

21- Een zonnevlekkencyclus duurt gemiddeld:

17 jaar 11 jaar 5 jaar
 

22 - De functie van de stuurtrap in een FM zender is het:

uitsturen van de eindtrap moduleren van de draaggolf opwekken van de zendfrequentie
 

23 - Een zendamateur zendt uit in de klasse van uitzending J3E (EZB).

       Het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap van het radiozendapparaat afgegeven gemiddeld

       vermogen, gerekend over een periode van de hoogfrequent uitgangswisselspanning tijdens het maximum van

        de omhullende, bedraagt 100 watt.

 

       Volgens de "gebruiksbepalingen" is het zendvermogen: 

400 W 200 W 100 W
 

24 - De middenfrequentversterker van een superheterodyne-ontvanger:

scheidt de modulatie van het hoogfrequentsignaal bepaalt de selectiviteit van de ontvanger scheidt de oscillator en de mengtrap van elkaar
 

25 - De hoogfrequent verliezen van een condensator zijn het kleinst indien als dielectricum wordt toegepast::

olie papier lucht
 
26 - De zelfinductie van de spoel in de kring van de eindtrap van een 145 MHz zender is over het algemeen:
veel groter dan die van een 28 MHz zender veel kleiner dan die van een 28 MHz zender ongeveer gelijk aan die van een 28 MHz zender
 

27 - Alle condensatoren hebben een capaciteit van 6 µF ?

         

       In welke schakeling is de capaciteit tussen X en Y kleiner dan 3 µF?

schakeling 1 schakeling 3 schakeling 2
 

28 - R dissipeert 4 watt.

          

      Het gedissipeerd vermogen van de gehele schakeling is: 

8 W 12 W 6 W
 

29 - Een condensator bestaat uit:

twee isolatoren gescheiden door een geleider een geleider en een isolator gescheiden door een dielektricum twee geleiders gescheiden door een isolator
 

30 - Variabele condensatoren worden toegepast in:

gelijkspanningsvoedingen antenne-aanpasschakelingen netontstoringsfilters
 

31 - De schakeling wordt aangesloten op een batterij van 40 volt.

         

       De stroom die de batterij levert is: 

13,3 mA 8 mA 20 mA
 
32 - Welk karakteristiek behoort bij een hoogdoorlaatfilter?
 
karakteristiek 1 karakteristiek 2 karakteristiek 3
 

33 - Op een condensator staat vermeld: 200pF / 5%.

 

       De waarde ligt dan tussen: 

195 en 205 pF 190 en 210 pF 180 en 220 pF
 

34 - Een parallelkring heeft:

in resonantie een hoge impedantie bij alle frequenties dezelfde impedantie in resonantie een lage impedantie
 

35 - De modulatievorm welke de minste storing door laagfrequentdetectie veroorzaakt is:

frequentiemodulatie amplitudemodulatie enkelzijbandmodulatie
 

36 - Volgens het Internationale Radioreglement is radiocommunicatie tussen amateurstations van

       verschillende landen: 

alleen toegestaan als in het internationale amateuroverleg hierover een overeenkomst is bereikt verboden indien de administratie van een der betrokken landen heeft laten weten hiertegen bezwaar te hebben alleen toegestaan voor amateurs die hebben aangetoond teksten in morseschrift correct met de hand te kunnen seinen en correct op het gehoor te kunnen ontvangen
 

37 - Een zender is aangesloten op een kunstantenne (dummy load).

       Het uitgangsvermogen van de zender wordt met een factor 4 vergroot.

 

       De uitgangsstroom wordt dan: 

2 maal zo groot 16 maal zo groot 4 maal zo groot
 

38 - Laagfrequentdetectie wordt veroorzaakt door:

niet-lineaire effecten van halfgeleiders onvoldoende harmonischen onderdrukking van de zender niet lineaire zendereindtrappen

39 - De beste methode om een ontvanger te beschermen tegen de effecten van een nabije blikseminslag is:

de ontvangerkast goed aarden de ontvanger loskoppelen van antenne en lichtnet een smoorspoel over de antenne ingang plaatsen
 

40 - Welke schakeling stelt een banddoorlaatfilter voor?

         

schakeling 1 schakeling 2 schakeling 3