1- Door een weerstand loopt een stroom.

     Hierdoor ontstaat over deze weerstand een spanning van 12 volt.

     De stroom wordt vier maal zo groot gemaakt.

 

     De spanning wordt dan: 

48 V 24 V 3 V
 

2 - Een voordeel van frequentiemodulatie vergeleken met enkelzijbandmodulatie is:

er is ruimte voor meer zenders per 100 kHz spectrum minder last van impulsvormige storingen de bandbreedte van de ontvanger kan kleiner zijn
 

3 - Vergroting van de frequentiezwaai van een FM-zender heeft tot gevolg dat:

het zendbereik wordt verkleind er uitgezonden wordt met een grotere bandbreedte het zendvermogen wordt vergroot
 

4 - Een zender is afgesloten met een belastingsweerstand van 50 Ω.

      4

    Het gelijkstroom-ingangsvermogen van de eindversterker is: 

30 W 18 W 36 W
 

5 - De kleurcode voor een weerstand van 4700 ohm kan zijn:

geel - violet - rood - zilver geel - blauw - oranje - zilver

oranje - blauw - bruin - goud

 

6 - De versterkertrap werkt op 145 MHz.

       2

     Wat is juist? 

C1 is een keramische condensator
     C2 is een elektrolytische condensator
C1 is een keramische condensator
     C2 is een keramische condensator
C1 is een kunststofcondensator
     C2 is een elektrolytische condensator
 
7 - Elektrolytische condensatoren worden toegepast in:
netontstoringsfilters antenne aanpasschakelingen gelijkspanningsvoedingen
 

8 - De secundaire spanning van een transformator:

is altijd hoger dan de primaire spanning kan hoger of lager zijn dan de primaire spanning is altijd lager dan de primaire spanning
 

9 - Om wisselspanning om te zetten in een gelijkspanning wordt gebruik gemaakt van een:

diode transformator filter
 

10 - De schakeling is een:

        3

laagdoorlaatfilter stabilisator detector
 

11 - Als selectieve hoogfrequentversterker kan worden gebruikt:

      4

schema 2 schema 3 schema 1
 

12 - Als transistoroscillator kan het best worden gebruikt:

5

schakeling 3 schakeling 2 schakeling 1
 

13 - Indien bij een seriekring de zelfinductie en de capaciteit beiden verdubbeld worden zal de

       resonantiefrequentie: 

4 maal zo hoog worden gehalveerd worden 2 maal zo hoog worden
 

14 - De parallelresonantiefrequentie van deze schakeling wordt bepaald door:

          6

C en L2 C en L1 C en L1 en L2
 

15 - Welk schema stelt een resonantiekring voor?

        7

schema 1 schema 3 schema 2
 

16 - Welke schakeling wordt als laagdoorlaatfilter gebruikt?

    7

schakeling 3 schakeling 1 schakeling 2

17 - Welke karakteristiek behoort bij een bandsperfilter?

       8

karakteristiek 3 karakteristiek 2 karakteristiek 1
 

18 - Als de detectieschakeling met BFO wordt meegeteld dan heeft een enkelvoudige

       superheterodyne-ontvanger: 

3 mengtrappen 1 mengtrap 2 mengtrappen
 

19 - Dit is het blokschema van een ontvanger.

       het blokje gemerkt met een X stelt voor:

    

de middenfrequentversterker de hoogfrequentversterker de oscillator
 

20 - De voornaamste functie van een lf-versterker in een ontvanger is het vergroten van:

de spiegelonderdrukking het uitgangsvermogen de gevoeligheid
 

21- Dit is het blokschema van een 2-meter FM-zender.

      Het blokje gemerkt met X stelt voor de : 

een oscillator een modulator een vermenigvuldiger
 

22 - Een antenne straalt in het horizontale vlak gelijkmatig in alle richtingen.

       Deze antenne kan zijn een: 

groundplane dipool met reflector horizontale halvegolf dipool
 

23 - De antennevoedingslijn die het best dicht bij metalen objecten kan worden toegepast is:

coaxiale kabel twin-lead open lijn
 

24 - Een zender is via een kabel met de antenne verbonden.

 

       Door het toevoegen van een antennetuner tussen zender en de kabel kan: 

de zender worden afgestemd de zender aan de antenne-inrichting worden aangepast de antenne aan de kabel worden aangepast
 

25 - Overdag is een noord-zuid radioverbinding over 10.000 km vrijwel steeds mogelijk op:

14 MHz 28 MHz 7 MHz
 
26 - fading in de HF-banden (3 - 30 MHz) kan worden veroorzaakt door:
twee in lengte verschillende propagatiewegen regengebieden tussen zender en ontvanger het toepassen van een te klein zendvermogen
 

27 - Regelmatige veranderingen in de ionosfeer ten gevolge van zonnevlekkenactiviteit treden op in een

       cyclus van: 

11 dagen 11 jaren 11 maanden
 

28 - De afstand, waarover in de 2-meter band een verbinding gemaakt kan worden, wordt soms

        sterk vergroot door: 

buiging in luchtlagen van verschillende temperatuur een relatief hoog aantal zon-uren per dag veel stof in de lucht
 

29 - Een draaispoelmeter geeft bij 0,1 milli-ampère volle uitslag.

        De spanning over de meter bedraagt dan 0,2 volt.

 

       Om het meetgebied 10 volt te maken is een voorschakelweerstand nodig van: 

100 kΩ 98 kΩ 20 kΩ
 

30 - laagfrequentdetectie wordt veroorzaakt door:

niet lineaire effecten van halfgeleiders onvoldoende harmonischen onderdrukking van de zender niet lineaire zendereindtrappen
 

31 - Ter voorkoming van oversturing van een TV ontvanger door uitzendingen van een 2-meter zender, wordt in

        de antennekabel van de TV ontvanger een filter geplaatst, afgestemd op 145 MHz.

     Het juiste schema is? 

schema 3 schema 1 schema 2
 
32 - Op grote afstand van een 21 MHz zender worden rasterstoringen ondervonden in de televisie ontvangst
        op kanaal 4 (63 MHz).
        De storingen kunnen worden opgeheven door:
frequentiemodulatie in de zender toe te passen de afscherming van de antennekabel van de televisie ontvanger te verbeteren de harmonischen uitstraling van de zender te verminderen
 

33 - De veiligste plaats om te werken aan apparatuur onder hoge spanning is een:

betonvloer droge houten vloer plavuizen vloer
 

34 - De radioamateur wordt in het Internationale Radioreglement gedefinieerd als:

 

       Bewering 1:  een persoon die radiotechniek toepast met geldelijk oogmerk en zonder persoonlijk gewin.

       bewering 2:   een bevoegd persoon die geïnteresseerd is in radiotechniek, uitsluitend met een persoonlijk

                              oogmerk en zonder geldelijke interesse.

 

       Wat is juist? 

alleen bewering 2 alleen bewering 1 bewering 1 en bewering 2
 

35 - De wetgever onderscheidt registratie in de categorieën F en N voor het doen van onderzoekingen

        door radiozendamateurs. 

 

      Dit onderscheid bepaalt uitsluitend de toegestane: 

frequentiebanden en zendvermogens zendvermogens en klasse van uitzending klassen van uitzending en de status op de toegewezen banden
 

36 - In de "gebruiksbepalingen" wordt onder het radiostation verstaan:

een of meer radiozendapparaten met de daarbij behorende ontvangers een of meer radiozendapparaten met uitzondering van radiozendapparaten die niet op het vaste adres staan opgesteld een of meer radiozendapparaten met de daartoe behorende antenne-inrichting
 

37 - Binnen het kader van de amateurdienst is de Nederlandse radiozendamateur bevoegd:

uitzendingen te doen ten behoeve van de begeleiding van sportmanifestaties technische onderzoekingen te doen op frequentiebanden die daarvoor zijn aangewezen technische onderzoekingen te doen met persoonlijk oogmerk en met geldelijke interesse
 

38 - De radiozendamateur moet:

in staat zijn vast te stellen dat het door de antenne uitgestraalde zendvermogen niet wordt overschreden kunnen vaststellen met welk zendvermogen de zendinrichting werkt er voor zorgdragen dat het toegestane zendvermogen niet wordt overschreden

39 - het zendvermogen van een zender is instelbaar van 1 tot 50 watt.

       De zender kan werken van 144-148 MHz. 

 

       Mag een radiozendamateur met een N-registratie dit apparaat gebruiken? 

ja, mits hij binnen de grenzen van zijn N-bevoegdheid blijft alleen als de niet toegestane frequenties zijn geblokkeerd nee
 

40 - De roepletters moeten worden uitgezonden:

bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste twee maal en tijdens de uitzending een maal per 5 minuten bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste een maal en tijdens de uitzending een maal per 5 minuten bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste ee maal en tijdens de uitzending een maal per 10 minuten