1- Halfgeleidend materiaal wordt het meest toegepast in een:

smoorspoel diode condensator
 

2 - Het spanningsverschil tussen P en Q is:

       

4 V 2 V 0 V
 

3 - Van een wisselstroom wijzigt de stroomrichting 3.500.000 maal per seconde van richting.

 

      De frequentie bedraagt: 

7000 kHz 1750 kHz 3500 kHz
 

4 - Een VHF-zender wordt in frequentie gemoduleerd met een lf-signaal.

 

     Het VHF signaal heeft: 

veel zijbandfrequenties twee zijbandfrequenties een zijbandfrequentie
 

5 - De stroom die een weerstand in gaat is:

groter dan de str5oom die er uit komt gelijk aan de stroom die er uit komt

kleiner dan de stroom die er uit komt

 

6 - Een weerstand kan gemaakt zijn van:

mica polystyreen koolstof
 
7 - In R3 wordt een vermogen gedissipeerd van 2 watt.
     
     Het vermogen dat in R1 gedissipeerd wordt is:
4 W 8 W 16 W
 

8 - Twee weerstanden van verschillende waarde zijn parallel aangesloten op een spanningsbron.

     De warmte ontwikkeling in de weerstand met de laagste waarde is: 

groter dan in de weerstand met de hoogste waarde gelijk aan die in de weerstand met de hoogste waarde kleiner dan in de weerstand met de hoogste waarde
 

9 - In R1 wordt 36 watt gedissipeerd.

      

     In R2 wordt gedissipeerd: 

72 W 144 W 18 W
 

10 - De maximaal toelaatbare gelijkstroom I bedraagt:

        

1 A 0,01 A 0,1 A
 

11 - Een van deze toepassingen van een transformator is niet juist:

aanpassen van antenne aan kabel versterken van vermogen wijzigen van wisselspanning
 

12 - De schakeling is een:

        

detector laagdoorlaatfilter stabilisator
 

13 - Alle condensatoren hebben een capaciteit van 6 µF.

        

      In welke schakeling is de capaciteit tussen X en Y kleiner dan 3 µF ?

schakeling 3 schakeling 2 schakeling 1
 

14 - Drie condensatoren van respectievelijk 200, 300 en 600 pF worden in serie geschakeld.

 

       De vervangingscapaciteit is: 

1100 pF 120 pF 100 pF
 

15 - De impedantie van een parallelkring in resonantie is:

hoog laag nul
 

16 - De resonantiefrequentie van een afstemkring wordt bepaald door:

uitsluitend de zelfinductie van de spoel uitsluitend de capaciteit van de condensator de capaciteit van de condensator en de zelfinductie van de spoel

17 - Dit is het schema van een:

        

hoogdoorlaatfilter laagdoorlaatfilter bandfilter
 

18 - Een ontvanger is afgestemd op 144 MHz.

       De oscillator werkt hierbij op 134 MHz.

       Vervolgens wordt de oscillator afgestemd op 135 MHz.

 

       Nu is de ontvanger afgestemd op: 

143 MHz 146  MHz 145 MHz
 

19 - De oscillator in een superheterodyne ontvanger:

zorgt voor de spiegelonderdrukking scheidt de zijbanden van de draaggolf wekt de hulpfrequentie voor de mengtrap op
 

20 - De middenfrequentversterker van een superheterodyne ontvanger:

scheidt de modulatie van het hoogfrequentsignaal bepaalt de selectiviteit van de ontvanger scheidt de oscillator en de mengtrap van elkaar
 

21- Dit is het blokschema van een FM-zender.

      

      Het blokje gemerkt met X stelt voor: 

de modulator de stuurtrap de scheidingstrap
 

22 - Van een drie elements yagi antenne moet de voedingslijn worden aangesloten op:

de director de reflector de straler
 

23 - De antennevoedingslijn die het best dicht bij metalen objecten kan worden toegepast is:

open lijn coaxiale kabel twin lead
 

24 - Een zender is via een kabel met de antenne verbonden.

        Door het toevoegen van een antennetuner tussen de zender en de kabel kan: 

de zender worden afgestemd de antenne aan de kabel worden aangepast de zender aan de antenne inrichting worden aangepast
 

25 - lange afstand communicatie op hf banden wordt mogelijk gemaakt door het afbuigen van radiogolven in de:

stratosfeer ionosfeer troposfeer
 
26 - De hoogste laag in de ionosfeer is:
de E-laag de D-laag de F-laag
 

27 - Radioverbindingen in de 2-meter band tussen stations op aarde vinden in het algemeen plaats via de:

ionosfeer troposfeer stratosfeer
 

28 - De voortplanting van radiogolven over grote afstand in de 2-meter band is vooral afhankelijk van:

de temperatuurverdeling in de onderste luchtlagen het aantal zonnevlekken de stand van de zon
 

29 - De schakeling stelt de eindtrap van een zender voor.

       men wil de gelijkstroom door de eindtrap meten met een universeelmeter.

         

       De juiste plaats voor de meter is: 

plaats 1 plaats 2 plaats 3
 

30 - In een elektronisch orgel treedt laagfrequentdetectie op.

       Deze is het duidelijkst waarneembaar bij: 

frequentiemodulatie enkelzijbandmodulatie bij alle modulatie soorten
 

31 - Een amateurzender veroorzaakt storing in een elektronisch orgel.

        De oorzaak hiervan kan zijn: 

in het orgel treedt ongewenste detectie op de zender heeft een te grote bandbreedte de zender straalt harmonischen uit
 
32 - Ter voorkoming van oversturing van een TV-ontvanger door uitzendingen van een 2-meter zender, wordt
        in de antennekabel van de TV-ontvanger een filter geplaatst, afgestemd op 145 MHz.
  
       Het juiste schema is:
schema 2 schema 3 schema 1
 

33 - In netvoedingen moet de aarddraad van het netsnoer worden verbonden met het metalen chassis.

 

       Hierdoor zal in alle gevallen dat er een fout in de voeding optreedt: 

het chassis geen hoge spanning ten opzichte van aarde krijgen de aardlekschakelaar aanspreken de netveiligheid aanspreken
 

34 - De ITU regio 1, waartoe Nederland behoort, omvat de volgende gebieden:

alleen Europa, Afrika en enkele Aziatische landen alleen Europa alleen de CEPT landen
 

35 - Bewering 1: Een dubbelzijband AM zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

                             De klasse van uitzending is F3E

       Bewering 2: Een FM zender zendt een telegrafiesignaal uit, bestemd voor automatische ontvangst.

                             De klasse van uitzending is F1B.

 

       Wat is juist? 

alleen bewering 2 bewering 1 en bewering 2 alleen bewering 1
 

36 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor.

       "(-X-):apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van

        radiocommunicatiesignalen."

 

       In plaats van (-X-) staat: 

radioversterkerapparaten radio ontvangapparaten radiozendapparaten
 

37 - Een radiozendamateur laat voor een georganiseerd radioamateur peilevenement zijn zender

        werkend achter in het bos.

 

       Dit is: 

toegestaan niet toegestaan uitsluitend toegestaan als hiervoor toestemming van Agentschap Telecom is verkregen
 

38 - Het woord "KILOBYTE" wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

Kilo India Lima Oscar Bravo Yankee Tango Echo Kilo Italy Lima Oscar Bravo Yankee Tango Echo Kilo India Lima Oscar Baltimore Yankee Texas Echo

39 - De roepletters G5BEQ worden volgens het voorgeschreven spellingsalfabet gespeld als:

Golf Vijf Bravo Echo Quebec Golf Vijf Baker Echo Quebec George Vijf Bravo Echo Quebec
 

40 - Voor de radiozendamateur in de categorie N is het maximaal toegestane zendvermogen:

15 W 25 W 35 W