inleiding examens

Proefexamen  N 12 Februari 2009


1- De condensatoren C22 en C24 zijn:

 

      

elektrolytische condensatoren polyestercondensatoren keramische condensatoren
 

2 - Aan de antenne-ingang van een TV-ontvanger, geschikt voor frequenties tot 900 MHz, wordt een voorziening

     geplaatst om oversturing door een 13-cm amateurzender te voorkomen.

 

      Dit moet zijn een: 

breedbandversterker laagdoorlaatfilter hoogdoorlaatfilter
 

3 - Bij resonantie is de impedantie Z:

       

1000 Ω 1100 Ω 100 Ω
 

4 - Bewering 1:

      Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

      De klasse van uitzending is F3E.

      Bewering 2:

      Via een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf worden met behulp van een hulpdraaggolf met de hand geseinde

      morsetekens verzonden.

      De klasse van uitzending is J2A.

 

      Wat is juist? 

alleen bewering 2 alleen bewering 1 bewering 1 en bewering 2
 

5 - Deze LC-kring, parallel aan de ingang van de ontvanger, dient om:

      

een storend signaal uit te filteren de bandbreedte van de ontvanger te verkleinen

de bandbreedte van de ontvanger te vergroten

 

6 - Een amateurzender werkt op 2 meter met FM.

     Zijn tegenstations melden dat de uitzending sterk vervormd is.

     De zender werkt op de juiste frequentie.

 

     De oorzaak van de vervorming is waarschijnlijk: 

een repeater draait de zijbanden om de zendereindtrap is onvoldoende lineair de frequentiezwaai van de zender is te groot
 
7 - De aansluitingen van een transistor worden genoemd:
collector, basis en source emitter, basis en collector basis, emitter en drain
 

8 - De gebruikelijke naam voor element nr.1 van de yagi-antenne is:

      

straler director reflector
 

9 - Een radiozendamateur in de catagorie N gebruikt de klasse van uitzending F3E met een bandbreedte van 16 kHz.

 

     Hij mag zenden op: 

145,016 MHz 145,795 MHz 144,995 MHz
 

10 - De schakeling geeft een spanningsverzwakking (Uin / Uuit ) van:

        

2 maal 1 maal 3 maal
 

11 - Onder troposfeer wordt verstaan het gedeelte van de atmosfeer boven het aardoppervlak:

tussen zee-niveau en ongeveer 10 km hoogte tussen 80 en 120 km hoogte tussen 120 en 500 km hoogte
 

12 - De parasitaire elementen van een yagi-antenne zijn:

de director en de reflector de straler en de director de straler en de reflector
 

13 - Een goede frequentiestabiliteit van een superheterodyne-ontvanger wordt vooral bereikt door het

        toepassen van: 

een kristaldetector een kristaloscillator een middenfrequent-kristalfilter
 

14 - Indien bij een parallelkring de zelfinductie wordt verdubbeld en de capaciteit wordt gehalveerd, dan zal

        de resonantiefrequentie: 

gelijk blijven gehalveerd worden 2 maal zo hoog worden
 

15 - De weerstand R is:

        

100 Ω 200 Ω 2.500 Ω
 

16 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

        "(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."

 

        In plaats van (-X-) staat:

 

radioversterkerapparaten radiozendapparaten radio-ontvangapparaten

17 - De versterkertrap werkt op 145 MHz.

        

        Wat is juist? 

C1 is een kunststofcondensator
     C2 is een elektrolytische condensator
C1 is een keramische condensator
     C2 is een keramische condensator
C1 is een keramische condensator
     C2 is een elektrolytische condensator
 

18 - In R1 wordt 36 watt gedissipeerd.

       

       In R2 wordt gedissipeerd: 

144 W 72 W 18 W
 

19 - De meest gebruikte impedantie van kunstantennes voor VHF is:

100 Ω 25 Ω 50 Ω
 

20 - Een weerstand van 100 ohm kan gemaakt zijn van:

polystyreen teflon nikkel
 

21- De FM-detector in een 2-meter ontvanger dient om:

de frequentiezwaai van het middenfrequentsignaal constant te houden de amplitude van het middenfrequentsignaal constant te houden het laagfrequentsignaal af te leiden uit het middenfrequentsignaal
 

22 - Een radiozendamateur met een N-registratie installeert een onbemand packetradiostation in de 70-cm band.

 

       Dit is: 

toegestaan uitsluitend toegestaan, indien de zender automatisch kan worden uitgeschakeld niet toegestaan
 

23 - In het geval van een FM-zender wordt volgens de "gebruiksbepalingen" onder zendvermogen verstaan:

het door de antenne afgegeven gemiddelde hoogfrequentvermogen het door de eindtrap opgenomen gelijkstroomvermogen het door de zender afgegeven hoogfrequentvermogen
 

24 - De meest geschikte bandbreedte voor een hf-amateur-ontvanger, die gebruikt wordt voor EZB-telefonie

        ontvangst, bedraagt: 

7,5 kHz 15 kHz 2,4 kHz
 

25 - Een radiozendamateur met een N-registratie heeft een zelfbouw 2-meter zender met een

        zendvermogen van maximaal 60 watt.

 

       Het gebruik van deze zender door de N-geregistreerde is: 

alleen toegestaan als het zendvermogen wordt verminderd tot ten hoogste 25 W niet toegestaan zonder beperkingen toegestaan
 
26 - Het spanningsverschil tussen P en Q is:
       
2 V 0 V 4 V
 

27 - In de UHF-band ligt de frequentie:

432 MHz 144 MHz 136 kHz
 

28 - In een enkelzijbandzender wordt de draaggolf onderdrukt om:

de verstaanbaarheid te verbeteren het beschikbare vermogen in de zijband te concentreren de bandbreedte te halveren
 

29 - Door frequentievermenigvuldiging van een frequentiegemoduleerd signaal:

wordt de frequentiezwaai groter blijft de frequentiezwaai gelijk wordt de frequentiezwaai kleiner
 

30 - Een 2-meter FM-ontvanger heeft een middenfrequentie van 10 MHz.

 

       Om een signaal op 145 MHz te ontvangen kan de oscillatorfrequentie zijn: 

155 MHz 10 MHz 145 MHz
 

31 - U moet een reparatie uitvoeren aan een 300 volt voeding.

 

        Na het uitschakelen van de netspanning neemt u de volgende veiligheidsmaatregel: 

u verwijdert de zekeringen u wacht nog ongeveer 5 minuten voordat u begint u ontlaadt alle condensatoren
 
32 - Na inval van de schemering zijn signalen van ver verwijderde zenders op de 80-meterband sterker omdat:
de F-laag is gestegen de D-laag is verdwenen de D-laag dikker is geworden
 

33 - Dit is een schema van een:

         

hoogdoorlaatfilter banddoorlaatfilter laagdoorlaatfilter
 

34 - Bewering 1:

        Een dubbelzijband AM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

        De klasse van uitzending is F3E.

        Bewering 2:

        EenFM-zender zendt een telegrafiesignaal uit, bestemd voor automatische ontvangst.

        De klasse van uitzending is F1B.

 

        Wat is juist?

alleen bewering 2 alleen bewering 1 bewering 1 en bewering 2
 

35 - Als een radiozendamateur zijn yagi-antenne in een bepaalde richting zet en gaat zenden, blijkt bij de buren

        de CD-speler gestoord te worden.

        De CD-speler heeft een CE-keurmerk. 

 

        De storing is waarschijnlijk het gevolg van: 

frequentie-instabiliteit van de zender harmonischen van de zender de hoge veldsterkte van het zendsignaal in de CD-speler
 

36 - Een zender is via een kabel met de antenne verbonden.

 

       Door het toevoegen van een antennetuner tussen de zender en de kabel kan: 

de zender worden afgestemd de antenne aan de kabel worden aangepast de zender aan de antenne-inrichting worden aangepast
 

37 - De radialen van een groundplane antenne voor de 2-meter band hebben een lengte van ongeveer:

100 cm 50 cm 25 cm
 

38 - In de schakeling zijn alle weerstanden 100 ohm.

        In R2 wordt een vermogen gedissipeerd van 1 watt.

         

        In R1 wordt een vermogen gedissipeerd van: 

1 W 2 W 4 W

 

39 - Een 2-meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF-televisie-uitzending.

 

       De oorzaak hiervan is: 

geen goede aanpassing van de zendantenne onvoldoende onderdrukking van harmonischen in de 2-meter zender een te grote frequentiezwaai van de 2-meter zender
 

40 - Welk schema stelt een resonantiekring voor?

        

schema 2 schema 1 schema 3