inleiding examens

Proefexamen  N 12 Maart 2009


1- De radialen van een groundplane antenne voor de 2-meter band hebben een lengte van ongeveer:

25 cm 50 cm 100 cm
 

2 - Eén van deze toepassingen van een transformator is niet juist:

wijzigen van wisselspanning versterken van vermogen aanpassen van antenne aan kabel
 

3 - Indien bij een seriekring de zelfinductie en de capaciteit beiden verdubbeld worden zal de resonantiefrequentie:

gehalveerd worden 2 maal zo hoog worden 4 maal zo hoog worden
 

4 - Een lokaal station in de AM-omroepband wordt `s-avonds onvervormd ontvangen.

     Tegelijkertijd wordt op een nabijgelegen frequentie een veraf gelegen station met zo nu en dan ernstig

      vervormde modulatie ontvangen. 

 

      De meest waarschijnlijke oorzaak van deze vervorming is:

selectieve fading een plotselinge troposferische verstoring een fout in de zender
 

5 - Op de ontwerpfrequentie zal deze Yagi-antenne de meeste energie uitzenden naar:

      

links rechts

boven

 

6 - Bewering 1:

     Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

     De klasse van uitzending is F3E.

     Bewering 2:

     Via een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf worden met behulp van een hulpdraaggolf met de hand

     geseinde morsetekens verzonden.

     De klasse van uitzending is J2A

 

     Wat is juist? 

alleen bewering 1 bewering 1 en bewering 2 alleen bewering 2
 
7 - Als laagfrequentversterker kan het beste worden gebruikt:
   
schema 1 schema 2 schema 3
 

8 - De roepletters PA3RMI worden volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

Papa Alfa Drie Radio Mike India Papa Alfa Drie Romeo Mike Italy Papa Alfa Drie Romeo Mike India
 

9 - De afstand, waarover in de 2-meter band een verbinding gemaakt kan worden, wordt soms sterk vergroot door:

een relatief hoog aantal zon-uren per dag buiging in luchtlagen van verschillende temperatuur veel stof in de lucht
 

10 - Een micro-ampèremeter kan geschikt worden gemaakt voor het meten van een spanning van enige volts door:

een hoge weerstand parallel te schakelen een hoge weerstand in serie te schakelen een lage weerstand parallel te schakelen
 

11 - In een hoogfrequentkring wordt een vaste condensator van 80 pF in serie geschakeld met een

       variabele condensator.

       De capaciteit van de variabele condensator kan worden ingesteld tussen 20 en 80 pF. 

 

      De kring ziet een capaciteitsvariatie van: 

20 tot 80 pF 4 tot 40 pF 16 tot 40 pF
 

12 - De beste methode om een ontvanger te beschermen tegen de effecten van een nabije blikseminslag is:

de ontvanger loskoppelen van antenne en lichtnet een smoorspoel over de antenne-ingang plaatsen de ontvangerkast goed aarden
 

13 - Een 2-meter FM-station straalt te sterke harmonischen uit.

 

       Als gevolg hiervan kan storing optreden in: 

een TV-toestel afgestemd in de UHF-band een ontvanger afgestemd in de FM-omroepband een laagfrequentversterker
 

14 - De middenfrequentversterker van een superheterodyne-ontvanger:

bepaald de selectiviteit van de ontvanger scheidt de oscillator en de mengtrap van elkaar scheidt de modulatie van het hoogfrequentsignaal
 

15 - De mengtrap van een enkel superheterodyne-ontvanger dient om uit het antennesignaal met het oscillatorsignaal:

het middenfrequentsignaal te verkrijgen het laagfrequentsignaal te verkrijgen het signaal voor automatische frequentiebijregeling te verkrijgen
 

16 - Het zendvermogen van een zender is instelbaar van 1 tot 50 watt.

        De zender kan werken van 144-148 MHz.

 

      Mag een radiozendamateur met een N-registratie dit apparaat gebruiken? 

alleen als de niet toegestane frequenties zijn geblokkeerd ja, mits hij binnen de grenzen van zijn N-bevoegdheid blijft nee

17 - Op welke frequentie is de antenne in resonantie?

        

200 MHz 100 MHz 150 MHZ
 

18 - Bij geopende schakelaar S dissiperen de weerstanden elk 50 watt.

        

       Als de schakelaar S wordt gesloten, is het gedissipeerde vermogen: 

200 W 100 W 400 W
 

19 - Radiogolven met een frequentie van 10 MHz kunnen worden teruggekaatst in de:

ionosfeer troposfeer stratosfeer
 

20 - De functie van de stuurtrap in een FM-zender is het:

opwekken van de zendfrequentie uitsturen van de eindtrap moduleren van de draaggolf
 

21- Een voordeel van enkelzijbandmodulatie vergeleken met amplitudemodulatie is:

de zendereindtrap kan in klasse C worden ingesteld de vervorming ten gevolge van selectieve fading is minder hinderlijk de frequentiestabiliteit van de ontvanger kan lager zijn
 

22 - Voor een constante uitgangsspanning dient de ingangsspanning:

        

gelijk te zijn aan de zenerspanning lager te zijn dan de zenerspanning hoger te zijn dan de zenerspanning
 

23 - De bandbreedte van een superheterodyne-ontvanger wordt hoofdzakelijk bepaald door:

de oscillatorkring de middenfrequentkringen de hoogfrequentkringen
 

24 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

       "(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."

 

       In plaats van (-X-) staat: 

radio-ontvangapparaten radioversterkerapparaten radiozendapparaten
 

25 - De waarde van deze weerstand is:

        

1700 Ω, tolerantie 10% 270 Ω, tolerantie 5% 1700 Ω, tolerantie 5%
 
26 - Hoe lang moeten de parasitaire elementen X, Y en Z zijn?
      
X= 105 cm; Y= 102 cm; Z= 92 cm X= 92 cm; Y= 102 cm; Z= 105 cm X= 91 cm; Y= 92 cm; Z= 102 cm
 

27 - Bewering 1:

       een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

       De klasse van uitzending is J2B.

       Bewering 2:

       Een FM-zender zendt een telegrafiesignaal uit, bestemd voor automatische ontvangst.

       De klasse van uitzending is F1B

 

       Wat is juist? 

alleen bewering 2 alleen bewering 1 bewering 1 en bewering 2
 

28 - Een klein signaal wordt toegevoerd aan de ingang van een transistorschakeling.

        Aan de uitgang ontstaat een gelijkvormig signaal met een grotere amplitude.

 

       Dit effect heet: 

detectie modulatie versterking
 

29 - Een zender bestaat uit drie modulen.

        De totale opgenomen gelijkstroom is 1 ampère.

       

       De stroom in module 3 bedraagt: 

480 mA 580 mA 900 mA
 

30 - Drie condensatoren van 30 nanofarad worden in serie geschakeld.

 

       De vervangingscapaciteit is: 

30 nanofarad 90 nanofarad 10 nanofarad
 

31 - Een amateurzender werkend in de 21 MHz band veroorzaakt storing in de frequentieband 61-68 MHz.

 

       De storing kan worden verminderd door: 

de uitsturing van de eindtrap te verkleinen de frequentiestabiliteit te vergroten een hoogdoorlaatfilter achter de zender te plaatsen
 
32 - Voor de radiozendamateur in de categorie N is het maximaal toegestane zendvermogen:
25 W 35 W 15 W
 

33 - Iedere condensator is 6 µF.

       

        De vervangingswaarde is: 

4 µF 9 µF 6 µF
 

34 - Een wisselstroom heeft een frequentie van 3500 kHz.

 

       Het aantal malen dat de stroom per seconde van richting verandert bedraagt: 

1.750.000 7.000.000 3.500.000
 

35 - In R1 wordt 36 watt aan warmte ontwikkeld.

      

        De warmte ontwikkeling in R2 bedraagt: 

36 W 18 W 9 W
 

36 - Een 2-meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF-televisie uitzending.

 

       De oorzaak hiervan is: 

een te grote frequentiezwaai van de 2-meter zender onvoldoende onderdrukking van harmonischen in de 2-meter zender geen goede aanpassing van de zendantenne
 

37 - Bij een FM-zender wordt door het moduleren het aan de antenne afgegeven vermogen:

kleiner groter niet veranderd
 

38 - In R1 wordt 36 watt aan warmte ontwikkeld.

      

        De warmte ontwikkeling in R2 bedraagt: 

36 W 18 W 9 W

 

39 - De maximaal toelaatbare stroom die continu door een 10 watt weerstand van 1000 ohm mag lopen is:

0,1 A 1 A 0,01 A
 

40 - Het woord "KILOBYTE" wordt volgens het voorgeschreven spellingsalfabet gespeld als:

Kilo Italy Lima Oscar Bravo Yankee Tango Echo Kilo India Lima Oscar Bravo Yankee Tango Echo Kilo India Lima Oscar Baltimore Yankee Texas Echo