inleiding examens

Proefexamen  N - 15 Januari 2009


1- Van een drie-elements yagi-antenne moet de voedingslijn worden aangesloten op:

de straler de director de reflector
 

2 - De eigenschappen in de troposfeer bepalen in belangrijke mate de voortplanting van radiogolven in de:

VHF-band VHF- en HF-band HF-band
 

3 - De frequentie van een radiogolf is 0,3 GHz.

 

      De golflengte is: 

0,001 m 1 m 0,1 m
 

4 - De versterkertrap werkt op 145 MHz.

       

      Wat is juist? 

C1 is een keramische condensator, C2 is een elektrolytische condensator C1 is een kunststofcondensator, C2 is een elektrolytische condensator C1 is een keramische condensator, C2 is een keramische condensator
 

5 - De modulatievorm welke de minste storing door laagfrequentdetectie veroorzaakt is:

frequentiemodulatie enkelzijbandmodulatie

amplitudemodulatie

 

6 - Een bandfilter past men toe in:

de middenfrequentversterker een voedingsapparaat de laagfrequentversterker
 
7 - De roepletters PI4RSN worden volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:
Papa Italy Vier Radio Sierra November Papa India Vier Radio Sierra November Papa India Vier Romeo Sierra November
 

8 - Een seriekring heeft:

bij alle frequenties dezelfde impedantie in resonantie een lage impedantie in resonantie een hoge impedantie
 

9 - Het spanningsverschil tussen P en Q is:

       

4 V 2 V 0 V
 

10 - De maximaal toelaatbare stroom die continu door een 10 watt weerstand van 1000 ohm mag lopen is:

0,01 A 1 A 0,1 A
 

11 - Indien bij een parallelkring de zelfinductie wordt verdubbeld en de capaciteit wordt gehalveerd,

        dan zal de resonantiefrequentie: 

gehalveerd worden 2 maal zo hoog worden gelijk blijven
 

12 - Een voeding wordt beveiligd met ייn of meer smeltveiligheden in de netleiding.

 

        Dit wordt in de praktijk gedaan met: 

een snelle en een trage zekering parallel een snelle zekering een trage zekering
 

13 - Een waarde van 200 pF wordt bereikt met:

         

geen van beide schakelingen alleen schakeling 1 alleen schakeling 2
 

14 - Een enkelzijbandzender wordt gebruikt voor het uitzenden van morsetekens.

 

        De klasse van uitzending is: 

F2A J1E J2A
 

15 - Een geregistreerde radiozendamateur gebruikt zijn amateurstation als een onbemand relaisstation.

 

        Dit is: 

nooit toegestaan uitsluitend toegestaan met een vergunning van Agentschap Telecom altijd toegestaan
 

16 - Een radiozendamateur met een N-registratie heeft een zelfbouw 2-meter zender met een zendvermogen van maximaal

        60 watt.

 

        Het gebruik van deze zender door de N-geregistreerde is: 

niet toegestaan alleen toegestaan als het zendvermogen wordt verminderd tot ten hoogste 25 W zonder beperkingen toegestaan

17 - De meest effectieve schakeling om "laagfrequent inpraten" te voorkomen is:

         

schakeling 2 schakeling 1 schakeling 3
 

18 - Welke bewering is het meest juist?

 

        Radiogolven met een golflengte van 2 meter: 

volgen de kromming van het aardoppervlak planten zich vrijwel rechtlijnig voort worden gereflecteerd door de ionosfeer
 

19 - Een zender, welke werkt in de band 144-148 MHz en 100 watt kan leveren, wordt te koop aangeboden.

 

        Mag een radiozendamateur met een N-registratie deze apparatuur gebruiken? 

alleen als de eindtrap is gedemonteerd ja, mits hij zich aan de gebruiksbepalingen houdt alleen als de niet toegestane frequenties zijn geblokkeerd
 

20 - De parallelresonantiefrequentie van deze schakeling wordt bepaald door:

         

C en L1 en L2 C en L1 C en L2
 

21- De juiste volgorde van toenemende bandbreedte is:

EZB-telefonie, FM-telefonie, CW CW, EZB-telefonie,  FM-telefonie, CW, FM-telefonie, EZB-telefonie
 

22 - De lengte van een halvegolf dipool voor de 7 MHz band is ongeveer:

10,2 m 20,4 m 40,8 m
 

23 - Het frequentiebereik van een ontvanger loopt van 144 tot 146 MHz.

        De middenfrequentie is 10 MHz.

 

        Het frequentiebereik van de oscillator kan zijn: 

154 - 156 MHz 164 - 166 MHz 144 - 146 MHz
 

24 - Het zendvermogen van een 2-meter FM-telefoniezender is:

afhankelijk van de frequentie van het modulerend signaal onafhankelijk van de sterkte van het modulerend signaal afhankelijk van de sterkte van het modulerend signaal
 

25 - In een voedingsapparaat wordt de aangeboden netspanning omgezet naar een andere wisselspanning door:

de transformator de gelijkrichter het filter
 
26 - De Henry is de eenheid van:
capaciteit zelfinductie frequentie
 

27 - Onder troposfeer wordt verstaan het gedeelte van de atmosfeer boven het aardoppervlak:

tussen 80 en 120 km hoogte tussen zee-niveau en ongeveer 10 km hoogte tussen 120 en 500 km hoogte
 

28 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

 

        "(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen. "

 

        In plaats van (-X-) staat: 

radio-ontvangapparaten radioversterkerapparaten radiozendapparaten
 

29 - De gebruikelijke waarde van een afstemcondensator voor kortegolftoepassingen is:

10 nF 1 pF 100 pF
 

30 - Het woord "KILOBYTE" wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

Kilo India Lima Oscar Bravo Yankee Tango Echo

Kilo India Lima Oscar Baltimore Yankee Texas Echo

Kilo Italy Lima Oscar Bravo Yankee Tango Echo

 

31 - Een lf-uitgangstransformator van een ontvanger:

verzorgt de geluidsversterking past de lf-eindtrap en de luidspreker op elkaar aan voorkomt dat wisselstroom door de luidspreker loopt
 
32 - Een 2-meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF-televisie-uitzending.

        De oorzaak hiervan is:
geen goede aanpassing van de zendantenne een te grote frequentiezwaai van de 2-meter zender onvoldoende onderdrukking van harmonischen in de 2-meter zender
 

33 - In een schakeling, bestaande uit een batterij en twee in serie geschakelde weerstanden, moet de stroom

        door de weerstanden gemeten worden.

 

        Wat is de juiste schakeling? 

         

schakeling 3 schakeling 2 schakeling 1
 

34 - De golflengte van een signaal, dat gereflecteerd wordt door de F-laag, kan zijn:

10 m 10 cm 1 m
 

35 - Het doel van een FM-detector in een ontvanger is:

de amplitudevariaties van het middenfrequentsignaal om te zetten in een laagfrequentsignaal de frequentievariaties van het middenfrequentsignaal om te zetten in een laagfrequentsignaal de frequentievariaties in het middenfrequent gedeelte constant te houden
 

36 - De weerstand van een seriekring in resonantie is:

laag hoog negatief
 

37 - Dit is een blokschema van een FM-zender.

         

        Het met een + gemerkte blokje is de: 

oscillator voeding lf-versterker
 

38 - Hoe lang moeten de parasitaire elementen X, Y en Z zijn?

         

X = 92 cm; Y = 102 cm; Z = 105 cm X = 91 cm; Y = 92 cm; Z = 102 cm X = 105 cm; Y = 102 cm; Z = 92 cm

 

39 - Als selectieve hoogfrequentversterker kan worden gebruikt:

        

schema 3 schema 2 schema 1
 

40 - Als transistoroscillator kan het best worden gebruikt:

         

schakeling 3 schakeling 1 schakeling 2