inleiding examens

Proefexamen  N augustus 2009

1- Transformator T2 dient voor het:

      

verkrijgen van de juiste voedingsspanning aanpassen aan de luidspreker-impedantie opwekken van de BFO-spanning
 

2 - Een wisselstroom heeft een frequentie van 3500 kHz.

 

     Het aantal malen dat de stroom per seconde van richting verandert bedraagt: 

1.750.000 3.500.000 7.000.000
 

3 - Een nadeel van enkelzijbandmodulatie ten opzichte van amplitudemodulatie is:

meer vervorming door draaggolf interferentie meer vervorming door selectieve fading meer vervorming door onjuiste afstemming
 

4 - Welke bewering is juist?

de bandbreedte van een FM-signaal hangt af van de frequentie en de sterkte van het modulerende signaal de bandbreedte van een FM-signaal is onafhankelijk van het modulerende signaal de bandbreedte van een FM-signaal is altijd kleiner dan de bandbreedte van een AM-signaal
 

5 - Een zender is aangesloten op een kunstantenne (dummy load).

     Het uitgangsvermogen van de zender wordt een factor 4 vergroot.

 

     De uitgangsstroom wordt dan: 

16 maal zo groot 2 maal zo groot

4 maal zo groot

 

6 - Als van een weerstand van 200 ohm de mogelijke waarde ligt tussen 190 ohm en 210 ohm dan is de tolerantie:

5% 10% 20%
 
7 - De maximaal toelaatbare stroom die continu door een 10 watt weerstand van 1000 ohm mag lopen is:
1 A 0,01 A 0,1 A
 

8 - De maximaal toelaatbare gelijkstroom I bedraagt:

       

0,01 A 0,1 A 1 A
 

9 - Variabele condensatoren worden toegepast in:

gelijkspanningsvoedingen antenne-aanpasschakelingen netontstoringsfilters
 

10 - In welke schakeling geleidt de diode?

        

schakeling 2 schakeling 1 schakeling 3
 

11 - Een zenerdiode wordt meestal toegepast om een:

constante spanning te maken voedingsspanning te verhogen signaal te versterken
 

12 - De schakeling is een:

         

laagdoorlaatfilter detector stabilisator
 

13 - In R2 wordt 20 watt gedissipeerd.

           

       In R1 wordt dan gedissipeerd: 

10 W 40 W 5 W
 

14 - De vervangingscapaciteit van twee condensatoren parallel:

ligt tussen de capaciteit van de twee condensatoren in is altijd kleiner dan de capaciteit van de kleinste condensator is altijd groter dan de capaciteit van de grootste condensator
 

15 - Drie condensatoren van respectievelijk 200, 300 en 600 pF worden in serie geschakeld.

 

       De vervangingscapaciteit is: 

100 pF 1100 pF 120 pF
 

16 - Achter een zender wordt een filter geplaatst om het uitzenden van harmonischen te verminderen.

 

       Dit moet zijn een: 

bandsperfilter hoogdoorlaatfilter laagdoorlaatfilter

 

17 - Welke schakeling stelt een banddoorlaatfilter voor?

         

schakeling 3 schakeling 1 schakeling 2
 

18 - Een 2-meter FM-ontvanger heeft een middenfrequentie van 10 MHz.

 

       Om een signaal op 145 MHz te ontvangen kan de oscillatorfrequentie zijn:

10 MHz 145 MHz 155 MHz
 

19 - Een superheterodyne-ontvanger heeft geen hf-versterker.

 

      Draaien aan de afstemknop verandert de afstemfrequentie van: 

de oscillator en de antenne-ingang de middenfrequent afstemkringen de detector
 

20 - Een bandfilter past men toe in:

de laagfrequentversterker de middenfrequentversterker een voedingsapparaat
 

21- Dit is het blokschema van een FM-zender.

      

      Het blokje gemerkt met X stelt voor: 

de stuurtrap de modulator de scheidingstrap
 

22 - De gebruikelijke naam voor element nr.2 van de yagi-antenne is:

         

straler director reflector
 

23 - Welke figuur stelt een eindgevoede halvegolfantenne voor?

         

figuur 3 figuur 2 figuur 1
 

24 - De antennevoedingslijn die het best dicht bij metalen objecten kan worden toegepast is:

open lijn twin-lead coaxiale kabel
 

25 - Lange afstand communicatie op hf-banden wordt mogelijk gemaakt door het afbuigen van

        radiogolven in de: 

stratosfeer troposfeer ionosfeer
 
26 - Een lokaal station in de AM-omroepband wordt `s-avonds onvervormd ontvangen.
        Tegelijkertijd wordt op een nabijgelegen frequentie een veraf gelegen station met zo nu en dan
        ernstig vervormde modulatie ontvangen.

        De meest waarschijnlijke oorzaak van deze vervorming is:
een fout in de zender een plotselinge troposferische verstoring selectieve fading
 

27 - Twee of meer golven van een radiosignaal kunnen verschillende wegen volgen naar de ontvangantenne, waardoor

        de sterkte van het ontvangen signaal varieert.

 

        Deze sterkteverandering heet: 

absorptie fading reflectie
 

28 - Bij normale condities zullen radiogolven van circa 2 meter golflengte:

met het aardoppervlak meebuigen zich volgens een vrijwel rechte lijn voortplanten van het aardoppervlak afbuigen
 

29 - De belangrijkste component van een breedband-kunstantenne is een:

luchtspoel niet-inductieve weerstand draadgewonden weerstand
 

30 - Een 2-meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF-televisie uitzending.

 

       De oorzaak hiervan is: 

onvoldoende onderdrukking van harmonischen in de 2-meter zender geen goede aanpassing van de zendantenne een te grote frequentiezwaai van de 2-meter zender
 

31 - Als een radiozendamateur zijn yagi-antenne in een bepaalde richting zet en gaat zenden, blijkt bij de buren

       de CD-speler gestoord te worden.

       De CD-speler heeft een CE-keurmerk.

 

       De storing is waarschijnlijk het gevolg van: 

harmonischen van de zender frequentie-instabiliteit van de zender de hoge veldsterkte van het zendsignaal in de CD-speler
 
32 - Een 2-meter zender stoort de ontvangst van TV-signalen in de UHF-band.

        Deze storing wordt meestal veroorzaakt doordat van de zender:
de frequentiezwaai te groot is de frequentie niet stabiel is de harmonischen-onderdrukking onvoldoende is
 

33 - U moet een reparatie uitvoeren aan een 300 volt voeding.

 

       Na het uitschakelen van de netspanning neemt u de volgende veiligheidsmaatregel: 

u wacht nog ongeveer 5 minuten voordat u begint u verwijdert de zekeringen u ontlaadt alle condensatoren
 

34 - Bewering 1:

        In een zender wordt fasemodulatie toegepast voor het uitzenden van een datakanaal.

        De klasse van uitzending is G3E.

       Bewering 2:

       Via een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf worden met behulp van een hulpdraaggolf met de hand

       geseinde morsetekens verzonden.

       De klasse van uitzending is J2A.

 

     Wat is juist? 

alleen bewering 2 bewering 1 en bewering 2 alleen bewering 1
 

35 - Een enkelzijbandzender wordt gebruikt voor het uitzenden van morsetekens.

 

       De klasse van uitzending is: 

J1E F2A J2A
 

36 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

       "(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."

 

      In plaats van (-X-) staat: 

radio-ontvangapparaten radioversterkerapparaten radiozendapparaten
 

37 - De radiozendamateur mag het amateurstation gebruiken voor het uitzenden van:

opmerkingen van commerciële aard informatie die betrekking heeft op het amateurstation versleutelde informatie
 

38 - In de "gebruiksbepalingen" is onder meer bepaald dat de radiozendamateur:

tijdens de uitzendingen van het amateurstation hierbij altijd aanwezig dient te zijn bij het gebruik van het amateurstation overlast in het radioverkeer dient te voorkomen recht heeft op ongestoord gebruik van de aan de Amateurdienst toegewezen frequentiebanden

 

39 - Op het vaste adres van de geregistreerde radiozendamateur staat het amateurstation zodanig opgesteld dat door

       het indrukken van de microfoonschakelaar de zender in bedrijf komt.

       De radiozendamateur is niet aanwezig. 

 

      Wat is juist? 

de radiozendamateur handelt correct als hij aan z`n huisgenoten heeft verteld dat niemand aan het amateurstation mag komen dit is toegestaan als het bewijs van registratie aanwezig is dit is in strijd met de voorschriften en beperkingen
 

40 - Tijdens uitzendingen op frequenties, waarop de Amateurdienst met een secundaire status is

         toegestaan, is de radiozendamateur verplicht: 

altijd voorrang te verlenen aan diensten die een gelijke status hebben als de Amateurdienst altijd voorrang te verlenen aan diensten met een primaire status altijd voorrang te verlenen aan andere diensten met een secundaire status