1- De spanning tussen de punten X en Y is:

      

1 V 3 V 2 V
 

2 - De frequentie van een radiogolf is 0,3 GHz.

 

      De golflengte is: 

0,1 m 0,001 m 1 m
 

3 - Een sinusvormig signaal gaat per seconde 20 keer door het nulpunt.

 

      De frequentie van dit signaal is: 

40 Hz 20 Hz 10 Hz
 

4 - Een voordeel van amplitudemodulatie ten opzichte van enkelzijbandmodulatie is:

minder vervorming door frequentie-afwijkingen minder vervorming door selectieve fading minder vervorming door draaggolf interferentie
 

5 - Als van een weerstand van 200 ohm de mogelijke waarde ligt tussen 190 ohm en 210 ohm dan is de tolerantie:

10% 5%

20%

 

6 - In R3 wordt een vermogen gedissipeerd van 2 watt.

    

     Het vermogen dat in R1 gedissipeerd wordt is: 

8 W 4 W 16 W
 
7 - De maximaal toelaatbare gelijkstroom I bedraagt:
    
1 A 0,1 A 0,01 A
 

8 - Op een condensator staat aangegeven: 20 ยตF/16 V.

 

      Dit betekend: 

de capaciteit van de condensator is 20 microfarad en de maximale werkspanning is 16 volt de zelfinductie van de condensator is 20 microhenry en de maximale werkspanning is 16 volt de capaciteit van de condensator is 20 microfarad en de minimale werkspanning is 16 volt
 

9 - Condensatoren met een grote capaciteit zijn:

luchtcondensatoren micacondensatoren elektrolytische condensatoren
 

10 - De gebruikelijke waarde van een afstemcondensator voor kortegolftoepassingen is:

10 nF 1 pF 100 pF
 

11 - Een lf-uitgangstransformator van een ontvanger:

verzorgt de geluidsversterking past de lf-eindtrap en de luidspreker op elkaar aan voorkomt dat wisselstroom door de luidspreker loopt
 

12 - Een van deze toepassingen van een transformator is niet juist:

wijzigen van wisselspanning versterken van vermogen aanpassen van antenne aan kabel
 

13 - Een waarde van 200 pF wordt bereikt met:

        

geen van beide schakelingen alleen schakeling 2 alleen schakeling 1
 

14 - Indien bij een seriekring de zelfinductie en de capaciteit beiden verdubbeld worden zal de resonantiefrequentie:

gehalveerd worden 4 maal zo hoog worden 2 maal zo hoog worden
 

15 - Welke schakeling gedraagt zich als een resonantiekring?

        

schakeling 1 schakeling 2 schakeling 3
 

16 - Indien bij een parallelkring de zelfinductie wordt verdubbeld en de capaciteit wordt gehalveerd, dan zal de

       resonantiefrequentie: 

2 maal zo hoog worden gehalveerd worden gelijk blijven

 

17 - Op alle TV kanalen (zowel boven als onder de 2-meter band) ondervindt een TV-ontvanger storing van een

       2-meter amateurstation.

 

        Dit probleem kan worden opgelost door het plaatsen van een: 

hoogdoorlaatfilter aan de antenne-ingang van de TV laagdoorlaatfilter aan de antenne-uitgang van de 2-meter zender bandsperfilter aan de antenne-ingang van de TV
 

18 - De mengtrap van een enkel superheterodyne ontvanger dient om uit het antennesignaal met het oscillatorsignaal:

het middenfrequentsignaal te verkrijgen het laagfrequentsignaal te verkrijgen het signaal voor automatische frequentiebijregeling te verkrijgen
 

19 - Het middenfrequentfilter in een ontvanger dient voor:

onderdrukking van de spiegelfrequentie detectie van het laagfrequentsignaal verbetering van de selectiviteit
 

20 - De automatische versterkingsregeling van een ontvanger regelt de:

detector oscillator middenfrequentversterker
 

21- Aan een frequentieverdrievoudiger wordt een signaal toegevoerd met een zwaai van 1 kHz.

 

      De zwaai van het uitgangssignaal zal zijn: 

1/3 kHz 3 kHz 1 kHz
 

22 - Een antenne straalt in het horizontale vlak gelijkmatig in alle richtingen.

 

        Deze antenne kan zijn een: 

groundplane middengevoede horizontale dipool yagi
 

23 - De gebruikelijke naam voor element nr.1 van de yagi-antenne is:

        

director reflector straler
 

24 - Welke figuur stelt een eindgevoede halvegolfantenne voor?

       

figuur 3 figuur 1 figuur 2
 

25 - Fading of sluiering van radiogolven beneden 30 MHz ontstaat doordat:

ze langs meer dan een pad de ontvangantenne bereiken de D-laag alleen overdag aanwezig is en deze de radiogolven grotendeels absorbeert de absorptie van de D-laag afneemt met toenemende frequentie
 
26 - De eigenschappen in de troposfeer bepalen in belangrijke mate de voortplanting van radiogolven in de:
VHF band HF band VHF en HF band
 

27 - Onder troposfeer wordt verstaan het gedeelte van de atmosfeer boven het aardoppervlak:

tussen zee niveau en ongeveer 10 km hoogte tussen 80 en 120 km hoogte tussen 120 en 500 km hoogte
 

28 - De voortplanting van radiogolven over grote afstand in de 2-meter band is vooral afhankelijk van:

het aantal zonnevlekken de stand van de zon de temperatuurverdeling in de onderste luchtlagen
 

29 - Van een niet aangesloten kring is de resonantiefrequentie te bepalen met een:

universeelmeter dipmeter frequentieteller
 

30 - Een 2-meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF-televisie uitzending.

 

       De oorzaak hiervan is: 

een te grote frequentiezwaai van de 2-meter zender onvoldoende onderdrukking van de harmonischen in de 2-meter zender geen goede aanpassing van de zendantenne
 

31 - Een TV toestel ondervindt op de meeste kanalen storing van een amateurradiozender werkend in de 50 MHz band.

 

       De meest waarschijnlijke oorzaak is: 

de ingangstrap van de TV wordt overbelast de zender straalt harmonischen uit bij de TV ontbreekt een laagdoorlaatfilter
 
32 - Deze LC-kring, parallel aan de ingang van de ontvanger, dient om:
      
de bandbreedte van de ontvanger te verkleinen de bandbreedte van de ontvanger te vergroten een storend signaal uit te filteren
 

33 - De beste methode om een ontvanger te beschermen tegen de effecten van een nabije blikseminslag is:

een smoorspoel over de antenne-ingang plaatsen de ontvangerkast goed aarden de ontvanger loskoppelen van antenne en lichtnet
 

34 - Bewering 1:

        Een dubbelzijband AM-zender zendt een muzieksignaal uit.

        De klasse van uitzending is A3C. 

        Bewering 2:

        Via een FM-zender worden met de hand geseinde morsesignalen verzonden.

        De klasse van uitzending is F1E

 

        Wat is juist? 

alleen bewering 2 geen van beide beweringen alleen bewering 1
 

35 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

        "(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van

         radiocommunicatiesignalen."

 

        In plaats van (-X-) staat: 

radiozendapparaten radio-ontvangapparaten radioversterkerapparaten
 

36 - Een radiozendamateur beluistert een radioverbinding tussen twee andere radiozendamateurs.

 

        Het (her)uitzenden van de opgevangen informatie is: 

toegestaan, als deze informatie betrekking heeft op technische onderzoekingen zonder meer toegestaan nooit toegestaan
 

37 - De radiozendamateur moet:

in staat zijn vast te stellen dat het door de antenne uitgestraalde zendvermogen niet wordt overschreden er voor zorgdragen dat het toegestane zendvermogen niet wordt overschreden kunnen vaststellen met welk zendvermogen de zendinrichting werkt
 

38 - Een radiozendamateur in de catagorie N gebruikt de klasse van uitzending F3E met een bandbreedte van 16 kHz.

 

       Hij mag zenden op: 

145,795 MHz 144,995 MHz 145,016 MHz

 

39 - Het zendvermogen van een zender is instelbaar van 1 tot 50 watt.

        De zender kan werken van 144-148 MHz.

 

        Mag een radiozendamateur met de N-registratie dit apparaat gebruiken? 

nee alleen als de niet toegestane frequenties zijn geblokkeerd ja, mits hij binnen de grenzen van zijn N-bevoegdheid blijft
 

40 - De roepletters moeten worden uitgezonden:

bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste twee maal en tijdens de uitzending een maal per 5 minuten bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste een maal en tijdens de uitzending een maal per 5 minuten bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste een maal en tijdens de uitzending een maal per 10 minuten