inleiding examens

Proefexamen  N juli 2009


1- Een zender is afgesloten met een belastingsweerstand van 50 Ω.

      

    Het hf-uitgangsvermogen van de zender is: 

7,2 W 18 W 30 W
 

2 - Een condensator met een capaciteit van 200 µF is een:

micacondensator elektrolytische condensator luchtcondensator
 

3 - Een 2-meter FM-station straalt te sterke harmonischen uit.

 

     Als gevolg hiervan kan storing optreden in: 

een ontvanger afgestemd in de FM-omroepband een laagfrequentversterker een TV-toestel afgestemd in de UHF-band
 

4 - De vervangingsweerstand is:

      

2,5 Ω 10 Ω 40 Ω
 

5 - De secundaire spanning van een transformator:

is altijd lager dan de primaire spanning kan hoger of lager zijn dan de primaire spanning

is altijd hoger dan de primaire spanning

 

6 - De hoogfrequent-verliezen van een condensator zijn het kleinst indien als diėlektricum wordt toegepast:

polystyreen keramiek lucht
 
7 - Wanneer in een geluidinstallatie laagfrequentdetectie optreedt als gevolg van een nabije EZB-zender, die
      gemoduleerd wordt met spraak, klinkt dat als:
vervormde spraak `n fluittoon aan-/ uitgeschakelde brom
 

8 - Als laagfrequentversterker kan het best worden gebruikt:

      

schema 1 schema 2 schema 3
 

9 - Een radiozendamateur laat voor een radiopeilevenement (vossenjacht) een amateurstation onbeheerd achter.

 

     Dit is: 

toegestaan alleen toegestaan met toestemming van Agentschap Telecom niet toegestaan
 

10 - Het woord ''KILOBYTE'' wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

Kilo Italy Lima Oscar Bravo Yankee Tango Echo Kilo India Lima Oscar Baltimore Yankee Texas Echo Kilo India Lima Oscar Bravo Yankee Tango Echo
 

11 - Een parallelkring heeft:

in resonantie een lage impedantie in resonantie een hoge impedantie bij alle frequenties dezelfde impedantie
 

12 - Als de detectieschakeling met BFO wordt meegeteld dan heeft een enkelvoudige superheterodyne-ontvanger:

1 mengtrap 2 mengtrappen 3 mengtrappen
 

13 - Van een wisselstroom wijzigt de stroomrichting 3.500.000 maal per seconde van richting.

 

        De frequentie bedraagt: 

1750 kHz 3500 kHz 7000 kHz
 

14 - Een zender is via een kabel met de antenne verbonden.

 

      Door het toevoegen van een antennetuner tussen de zender en de kabel kan: 

        

de antenne aan de kabel worden  aangepast de zender worden afgestemd de zender aan de antenne-inrichting worden aangepast
 

15 - Een radiozendamateur met een N-registratie wil bij een radiozendamateur met F-registratie zenden op een frequentie

        van 1297 MHz.

 

       Dit is: 

 

toegestaan, mits de radiozendamateur met de F-registratie aanwezig is bij het radiozendapparaat. niet toegestaan toegestaan, mits de radiozendamateur met de N-registratie de roepletters van de radiozendamateur met de F-registratie gebruikt
 

16 - Een geregistreerde radiozendamateur:

is er voor verantwoordelijk dat de grenzen door de uitzending op de hem toegewezen frequentiebanden niet worden overschreden moet in staat zijn nauwkeurig te bepalen op welke frequentie de uitzendingen plaatsvinden moet in staat zijn om te bepalen of de uitzendingen binnen de toegelaten frequentieband plaatsvinden

17 - Een 2-meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF-televisie uitzending.

       

       De oorzaak hiervan is: 

geen goede aanpassing van de zendantenne onvoldoende onderdrukking van harmonischen in de 2-meter zender een te grote frequentiezwaai van de 2-meter zender
 

18 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

        "(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen"

 

       In plaats van ( -X- ) staat: 

radiozendapparaten radio-ontvangapparaten radioversterkerapparaten
 

19 - Twee of meer golven van een radiosignaal kunnen verschillende wegen volgen naar de ontvangantenne, waardoor

        de sterkte van het ontvangen signaal varieert.

 

       Deze sterkteverandering heet: 

reflectie absorbtie fading
 

20 - In R1 wordt 36 watt aan warmte ontwikkeld.

      

       De warmte ontwikkeling in R2 bedraagt: 

36 W 18 W 9 W
 

21- De frequentiestabiliteit van een 2-meter FM-ontvanger wordt bepaald door de:

modulator oscillator FM-detector
 

22 - Radioverbindingen in de 2-meter band tussen stations op aarde vinden in het algemeen plaats via de:

ionosfeer troposfeer stratosfeer
 

23 - Het uitstralen van harmonischen kan worden verminderd door:

de staandegolfverhouding op de antennekabel te verbeteren een laagdoorlaatfilter tussen de zender en de antennekabel te schakelen een hoogdoorlaatfilter tussen de zender en de antennekabel te schakelen
 

24 - De seriekring is in resonantie.

       

       De impedantie is: 

zeer groot R L/C
 

25 - Met een superheterodyne-ontvanger wordt een signaal ontvangen van 1 MHz.

       De oscillatorfrequentie is 550 kHz.

 

      De middenfrequentversterker is afgestemd op: 

0,55 MHz 0,45 MHz 1,50 MHz
 
26 - Een kenmerkende eigenschap van een zenerdiode is de:
hoge weerstand in de doorlaatrichting sterke lichtgevoeligheid in de sperrichting sterk toenemende stroom boven een bekende spanning in de sperrichting
 

27 - De maximaal toelaatbare gelijkstroom I bedraagt:

         

1 A 0,1 A 0,01 A
 

28 - De voedingslijn die de beste aanpassing aan een kwartgolf-groundplane antenne geeft is:

300 Ω gebalanceerde voedingslijn 90 Ω coaxiale kabel 50 Ω coaxiale kabel
 

29 - een lf-uitgangstransformator van een ontvanger:

verzorgt de geluidsversterking voorkomt dat wisselstroom door de luidspreker loopt past de lf-eindtrap en de luidspreker op elkaar aan
 

30 - Bewering 1:

       Een dubbelzijband AM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

       De klasse van uitzending is F3E.

       Bewering 2:

       Een FM-zender zendt een telegrafiesignaal uit, bestemd voor automatische ontvangst.

       De klasse van uitzending is F1B.

 

       Wat is juist? 

alleen bewering 1 bewering 1 en bewering 2 alleen bewering 2
 

31 - De gebruikelijke naam voor element nr.2 van de yagi-antenne is:

         

reflector director straler
 
32 - Bij gebruik van frequenties in het VHF-gebied kunnen grote afstanden beter overbrugd worden door:
reflecties tegen geļoniseerde F-lagen temperatuurinversies een goed geleidend aardoppervlak
 

33 - Dit is het schema van een:

         

banddoorlaatfilter laagdoorlaatfilter bandsperfilter
 

34 - Een voordeel van enkelzijbandmodulatie vergeleken met frequentiemodulatie is:

er is ruimte voor meer zenders per 100 kHz spectrum atmosferische storingen zijn minder hinderlijk de eindtrap van de zender kan in klasse C worden ingesteld
 

35 - De juiste schakeling voor het meten van de weerstand Rx  is:

  

schakeling 3 schakeling 1 schakeling 2
 

36 - U moet een reparatie uitvoeren aan een 300 volt voeding.

 

       Na het uitschakelen van de netspanning neemt u de volgende veiligheidsmaatregel: 

u wacht nog eens 5 minuten voordat u begint u ontlaadt alle condensatoren u verwijdert de zekeringen
 

37 - Na zonsondergang worden ver verwijderde radiostations in de 3,5 MHz band hoorbaar.

 

       Dit wordt veroorzaakt omdat: 

de F-laag splitst in de F1- en de F2-laag de D-laag verdwijnt de E-laag ontstaat
 

38 - Bewering 1:

        Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

        De klasse van uitzending is F2A

       Bewering 2:

        Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

        De klasse van uitzending is J2B.

 

       Wat is juist? 

geen van beide beweringen alleen bewering 1 alleen bewering 2

39 - Twee weerstanden R1 en R2 worden parallel geschakeld.

 

       De vervangingswaarde is: 

gelijk aan het produkt van R1 en R2 gelijk aan de som van R1 en R2 kleiner dan R1 en kleiner dan R2
 

40 - Welke bewering is juist?

de bandbreedte van een FM-signaal is altijd kleiner dan de bandbreedte van een AM-signaal de bandbreedte van een FM-signaal hangt af van de frequentie en de sterkte van het modulerende signaal de bandbreedte van een FM-signaal is onafhankelijk van het modulerende signaal