inleiding examens

Proefexamen  N maart 2010


1- R dissipeert 4 Watt.
    
    Het gedissipeerde vermogen van de hele schakeling is:

6 W 12 W 8 W
 

2 - Achter een zender wordt een filter geplaatst om het uitzenden van harmonischen te verminderen.

     Dit moet zijn een:

laagdoorlaatfilter hoogdoorlaatfilter bandsperfilter
 

3 - Een voeding wordt beveiligd met een (1) of meer smeltveiligheden in de netleiding.

     Dit wordt in de praktijk gedaan met:

een (1) trage zekering een (1) snelle zekering een snelle en een trage zekering parallel
 

4 - De roepletters PD0NRK worden volgens het voorgeschreven spellingsalfabet gespeld als:

Pappa Delta Nul November Radio Kilo Pappa Delta Nul Nancy Romeo Kilo Pappa Delta Nul November Romeo Kilo
 

5 - Bij het gebruik van frequenties in het VHF-gebied kunnen grote afstanden beter overbrugd worden door:

een goed geleidend aardoppervlak temperatuurinversies reflecties tegen geļoniseerde F-lagen
 

6 - Om de resonantiefrequentie van een afgestemde kring met een (1) instrument te bepalen wordt gebruik gemaakt van een:

oscilloscoop frequentieteller dipmeter
 
7 - De mf-bandbreedte voor de ontvangst van een 2-meter telefoniesignaal is bij voorkeur:
12 kHz 100 kHz 300 kHz
 

8 - In weerstand R1 wordt 10 Watt gedissipeerd.
     
     Het gedissipeerde vermogen in de hele schakeling is:

20 W 5 W 7 W
 

9 - Een zender is afgesloten met een belastingsweerstand van 50 .
    
     Het gelijkstroom-ingangsvermogen van de eindversterker is:

18 W 30 W 36 W
 

10 - De ITU radio regio II omvat het volgende gebied:

Afrika Amerika Aziė
 

11 - Een 2-meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF-televisie-uitzending.

        De oorzaak hiervan is:

onvoldoende onderdrukking van harmonischen in de 2-meter zender een te grote frequentiezwaai van de 2-meter zender geen goede aanpassing van de zendantenne
 

12 - Van een 2-meter FM-ontvanger bepalen de volgende delen de ontvangstfrequentie

de mengtrap en de discriminator de oscillator en de middenfrequentversterker de detector en de laagfrequentversterker
 

13 - Voor een optimale ontvangst van een in frequentie gemoduleerd telefoniesignaal met een frequentiezwaai van 3 kHz moet de

        ontvanger een bandbreedte hebben van ongeveer:

12 kHz 50 kHz 3 kHz
 

14 - De vervangingsweerstand van twee weerstanden parallel:

is altijd groter dan de waarde van de grootste weerstand ligt tussen de waarden van de twee weerstanden in is altijd kleiner dan de waarde van de kleinste weerstand
 

15 - Bewering 1:
      Een dubbelzijband AM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

       De klasse van uitzending is J3E
      Bewering 2:
      Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.

      De klasse van uitzending is F3E.

      Wat is juist?

bewering 1 en bewering 2 alleen bewering 2 alleen bewering 1
 

16 - De gebruikelijke naam voor element nr. 2 van de yagi-antenne is:

        

reflector director straler

17 - Een balansmodulator wordt toegepast in een:

EZB-zender FM-zender AM zender
 

18 - Voor een constante uitgangsspanning dient de ingangsspanning:

        

gelijk te zijn aan de zenerspanning lager te zijn dan de zenerspanning hoger te zijn dan de zenerspanning
 

19 - In R2 wordt 20 Watt gedissipeerd.
       
        In R1 wordt dan gedissipeerd:

5 W 40 W 10 W
 

20 - Een radiozendamateur met een N-registratie heeft een zelfbouw 2-meter zender die een zendvermogen kan afgeven van maximaal 50 Watt.

        Het gebruik van deze zender door de N-geregistreerde is:

alleen toegestaan als het zendvermogen is verminderd tot ten hoogste 25 Watt. niet toegestaan alleen toegestaan als het zendvermogen is verminderd tot 30 Watt
 

21- In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

       " ( - X - ) : apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen.:

        In plaats van ( - X - ) staat:

radiozendapparaten radioversterkerapparaten radio-ontvangapparaten
 

22 - In een tijdschriftartikel wordt gesproken over "82 mH".

        Deze aanduiding behoort bij een:

weerstand condensator spoel
 

23 - Wanneer de weerstand R1 kleiner wordt gemaakt dan zal de warmteontwikkeling in R2:

         

gelijk blijven afnemen toenemen
 

24 - Hoe lang moeten de parasitaire elementen X, Y en Z zijn?

        

X = 91 cm; Y = 92 cm; Z = 102 cm X = 92 cm; Y = 102 cm; Z = 105 cm X = 105 cm; Y = 102 cm; Z = 92 cm
 

25 - Een geregistreerde radiozendamateur gebruikt zijn amateurstation als een onbemand relaisstation.

        Dit is:

altijd toegestaan uitsluitend toegestaan met een vergunning van Agentschap Telecom nooit toegestaan
 
26 - Op welke frequentie is de antenne in resonantie?
       
ongeveer 100 MHz ongeveer 150 MHz ongeveer 200 MHz
 

27 - Condensatoren met een grote capaciteit zijn:

luchtcondensatoren elektrolytische condensatoren micacondensatoren
 

28 - De FM-detector in een 2-meter ontvanger dient om:

de frequentiezwaai van het middenfrequentsignaal constant te houden het laagfrequentsignaal af te leiden uit het middenfrequentsignaal de amplitude van het middenfrequentsignaal constant te houden
 

29 - Aan de antenne-ingang van een TV-ontvanger, geschikt voor frequenties tot 900 MHz, wordt een voorziening geplaatst om oversturing

        door een 13 cm amateurzender te voorkomen.

        Dit moet zijn een:

hoogdoorlaatfilter laagdoorlaatfilter breedbandversterker
 

30 - Een omroepontvanger wordt over het hele afstembereik gestoord door een amateurstation.

        De meest waarschijnlijke oorzaak is:

laagfrequentdetectie in de ontvanger splatter van de zender slechte spiegelonderdrukking van de ontvanger
 

31 - HF-signalen zijn over lange afstand veelal onderhevig aan snelle fading.

       Dit wordt veroorzaakt door onregelmatigheid van:

de reflecties in de F-laag reflecties op de zee-oppervlakte de demping in de D-laag
 
32 - Als selectieve hoogfrequentversterker kan worden gebruikt:
       
schema 3 schema 2 schema 1
 

33 - Deze LC-kring, parallel aan de ingang van de ontvanger, dient om:

        

een storend signaal uit te filteren de bandbreedte van de ontvanger te vergroten de bandbreedte van de ontvanger te verkleinen
 

34 - Een bandfilter past men toe in:

een voedingsapparaat de middenfrequentversterker de laagfrequentversterker
 

35 - Welke karakteristiek behoort bij een laagdoorlaatfilter?

       

karakteristiek 1 karakteristiek 2 karakteristiek 3
 

36 - De spanning tussen punten de X en Y is:

         

1 V 2 V 3 V
 

37 - Na inval van de schemering zijn signalen van ver verwijderde zenders op de 80-meter band sterker omdat:

de D-laag is verdwenen de F-laag is gestegen de D-laag dikker is geworden
 

38 - De schakeling is een:

        

stabilisator laagdoorlaatfilter detector

 

39 - De roepletters PI4RSN worden volgens het voorgeschreven spellingsalfabet gespeld als:

Pappa Italy Vier Radio Sierra November Pappa India Vier Radio Sierra November Pappa India Vier Romeo Sierra November
 

40 - De eigenschappen in de troposfeer bepalen in belangrijke mate de voortplanting van radiogolven in de:

VHF- en HF-band HF-band VHF-band