1- R dissipeert 4 Watt. Het gedissipeerde vermogen van de hele schakeling is:
2 - Achter een zender wordt een filter geplaatst om het uitzenden van harmonischen te verminderen. Dit moet zijn een:
3 - Een voeding wordt beveiligd met een (1) of meer smeltveiligheden in de netleiding. Dit wordt in de praktijk gedaan met:
4 - De roepletters PD0NRK worden volgens het voorgeschreven spellingsalfabet gespeld als:
5 - Bij het gebruik van frequenties in het VHF-gebied kunnen grote afstanden beter overbrugd worden door:
6 - Om de resonantiefrequentie van een afgestemde kring met een (1) instrument te bepalen wordt gebruik gemaakt van een:
8 - In weerstand R1 wordt 10 Watt gedissipeerd. Het gedissipeerde vermogen in de hele schakeling is:
9 - Een zender is afgesloten met een belastingsweerstand van 50 Ω. Het gelijkstroom-ingangsvermogen van de eindversterker is:
10 - De ITU radio regio II omvat het volgende gebied:
11 - Een 2-meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF-televisie-uitzending. De oorzaak hiervan is:
12 - Van een 2-meter FM-ontvanger bepalen de volgende delen de ontvangstfrequentie
13 - Voor een optimale ontvangst van een in frequentie gemoduleerd telefoniesignaal met een frequentiezwaai van
3 kHz moet de ontvanger een bandbreedte hebben van ongeveer:
14 - De vervangingsweerstand van twee weerstanden parallel:
15 - Bewering 1: Een dubbelzijband AM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is J3E.
Bewering 2: Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is F3E. Wat is juist?
16 - De gebruikelijke naam voor element nr. 2 van de yagi-antenne is:
17 - Een balansmodulator wordt toegepast in een:
18 - Voor een constante uitgangsspanning dient de ingangsspanning:
19 - In R2 wordt 20 Watt gedissipeerd. In R1 wordt dan gedissipeerd:
20 - Een radiozendamateur met een N-registratie heeft een zelfbouw 2-meter zender die een
zendvermogen kan afgeven van maximaal 50 Watt. Het gebruik van deze zender door de N-geregistreerde is:
21- In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:
" ( - X - ) : apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van
radiocommunicatiesignalen.: In plaats van ( - X - ) staat:
22 - In een tijdschriftartikel wordt gesproken over "82 mH". Deze aanduiding behoort bij een:
23 - Wanneer de weerstand R1 kleiner wordt gemaakt dan zal de warmteontwikkeling in R2:
24 - Hoe lang moeten de parasitaire elementen X, Y en Z zijn?
25 - Een geregistreerde radiozendamateur gebruikt zijn amateurstation als een onbemand relaisstation. Dit is:
27 - Condensatoren met een grote capaciteit zijn:
28 - De FM-detector in een 2-meter ontvanger dient om:
29 - Aan de antenne-ingang van een TV-ontvanger, geschikt voor frequenties tot 900 MHz, wordt een voorziening geplaatst om oversturing
door een 13 cm amateurzender te voorkomen. Dit moet zijn een:
30 - Een omroepontvanger wordt over het hele afstembereik gestoord door een amateurstation. De meest waarschijnlijke oorzaak is:
31 - HF-signalen zijn over lange afstand veelal onderhevig aan snelle fading. Dit wordt veroorzaakt door onregelmatigheid van:
33 - Deze LC-kring, parallel aan de ingang van de ontvanger, dient om:
34 - Een bandfilter past men toe in:
35 - Welke karakteristiek behoort bij een laagdoorlaatfilter?
36 - De spanning tussen punten de X en Y is:
37 - Na inval van de schemering zijn signalen van ver verwijderde zenders op de 80-meter band sterker omdat:
38 - De schakeling is een:
39 - De roepletters PI4RSN worden volgens het voorgeschreven spellingsalfabet gespeld als:
40 - De eigenschappen in de troposfeer bepalen in belangrijke mate de voortplanting van radiogolven in de: