inleiding examens

Proefexamen  N najaar 2007


1- In het telegrafieverkeer is de gebruikelijke afkorting voor alstublieft:

 

SVP PSE PLS
 

2 - Bij het toepassen van fasemodulatie in een zender voor de overdracht van een telefoniesignaal is de klasse van uitzending:

 

J3E G3E F3E
 

3 - In de Telecommunicatiewet is bepaald:


     Stelling 1: Een vergunning kan door Onze Minister worden ingetrokken indien de houder van de vergunning hierom verzoekt.


     Stelling 2: Een vergunning kan door Onze Minister worden ingetrokken indien de houder van de vergunning niet meer voldoet aan de aan hem

     gestelde eisen om in aanmerking te komen voor een vergunning

 

stelling 1 is juist en stelling 2 is onjuist stelling 1 is onjuist en stelling 2 is juist stelling 1 is juist en stelling 2 is juist
 

4 - Het woord “GOLF” wordt volgens het internationale spellingsalfabet als volgt gespeld:

 

Ghana Oscar Londen Foxtrot Golf Oscar Lima Foxtrot Golf Ontario Lima Fox
 

5 - Een zender werkt met een klasse van uitzending F3E (FM).
      Het gemiddelde vermogen dat door de eindtrap aan de antenne-inrichting wordt afgegeven bedraagt 8 watt.
      Volgens de "Voorschriften en beperkingen" is het zendvermogen:

 

4 W 8 W

16 W

 

6 - Een radiozendamateur beluistert een radioverbinding tussen 2 andere radiozendamateurs.
      Het (her)uitzenden van de opgevangen informatie is:

 

nooit toegestaan zonder meer toegestaan toegestaan, als deze informatie betrekking heeft op technische onderzoekingen
 

7 - Gedurende een uitzending dient de radiozendamateur zijn roepletters:

 

alleen op verzoek van het tegenstation te vermelden ten minste éénmaal per 10 minuten te vermelden ten minste éénmaal per 5 minuten te vermelden
 

8 - Een voorstel om op een andere frequentie te gaan werken wordt in de Q-code gesteld als:

 

QRV ? QSB ? QSY ?
 

9 - Veiligheidsaarde wordt aangebracht met als doel:

 

de antenne-retourstroom mogelijk te maken het chassis (massa) van de zendinstallatie op
     aardpotentiaal te brengen
een mogelijk potentiaalverschil tussen de nul van
      het net en aarde op te heffen
 

10 - Welke stof is een basismateriaal voor halfgeleiders?

 

silicium teflon nikkel
 

11 - De spanning tussen de punten X en Y is:

 

      

3 V 2 V 1 V
 

12 - Iemand wil met vier staafcellen van 1,5 V een batterij van 6 V maken.
        De juiste wijze van aansluiten is:

        

A B C
 

13 - De polarisatie van een radiogolf is gedefinieerd als:

 

de richting van het magnetisch veld de richting van het elektrisch veld de hoofdstralingsrichting van de zendantenne
 

14 - De frequentie van een wisselstroom is 50 hertz.


        Dit betekent:

 

er loopt een stroom van 50 ampère er ontstaat een potentiaalverschil van 50 volt de stroom verandert 100 keer per seconde van
      richting
 

15 - In een enkelzijband-zender wordt de draaggolf onderdrukt om:

 

de bandbreedte te halveren de verstaanbaarheid te verbeteren het beschikbare vermogen in de zijband te
      concentreren
 

16 - Een zender bestaan uit drie modulen. De totale opgenomen gelijkstroom is 1 ampere.

       

        De stroom in module 3 bedraagt:

 

480 mA 580 mA 900 mA

17 - De mogelijke waarde van een 200 ohm weerstand met een tolerantie van 10% ligt tussen:

 

195 en 205 ohm 190 en 210 ohm 180 en 220 ohm
 

18 - Een gebruikelijke waarde voor een variabele condensator is:

 

1 microfarad 10 nanofarad 100 picofarad
 

19 - Het signaal van een amateurzender heeft het volgende spectrum:

       

        Het gebruikte modulatietype is:

CW frequentiemodulatie enkelzijbandmodulatie
 

20 - Op een condensator staat aangegeven: 20 µF/16 V.
        Dit betekent:

 

de capaciteit van de condensator is 20 microfarad
     en de minimale werkspanning is 16 volt
de zelfinductie van de condensator is 20 microhenry
      en de maximale werkspanning is 16 volt
de capaciteit van de condensator is 20 microfarad
      en de maximale werkspanning is 16 volt
 

21- In welke schakeling geleidt de diode?

      

A B C
 

22 - De beste antennevoedingslijn die dicht bij metalen objecten kan worden toegepast is:

 

coaxiale kabel twin-lead open lijn
 

23 - In het schema is de stroom door R:

       

gelijk aan die door de ampèremeter groter dan die door de ampèremeter kleiner dan die door de ampèremeter
 

24 - In een kring wordt aan de vaste condensator van 250 pF een afstemcondensator, met een minimumwaarde van 10 pF, parallel geschakeld.
        De afstemcondensator heeft een capaciteitsvariatie van 500 pF.

       
        De kring ziet een capaciteitsvariatie van:

 

240 tot 740 pF 250 tot 750 pF 260 tot 760 pF
 

25 - De resonantiefrequentie van een afstemkring wordt bepaald door:

 

uitsluitend de zelfinductie van de spoel uitsluitend de capaciteit van de condensator de capaciteit van de condensator en de zelfinductie van de spoel
 

26 - Dit is het schema van een:

       

laagdoorlatend filter hoogdoorlatend filter banddoorlatend filter
 

27 - Van een 2-meter FM-ontvanger bepalen de volgende delen de ontvangfrequentie:

 

de oscillator en de middenfrequentversterker de detector en de laagfrequentversterker de mengtrap en de discriminator
 

28 - Het volgende middenfrequent-signaal wordt toegevoerd aan een FM-detectorschakeling.

       

         Welk uitgangssignaal geeft de detectorschakeling af?

        

A B C
 

29 - Blokschema CW/EZB-ontvanger:

       

         Het blokje gemerkt met X stelt voor:

de middenfrequentversterker de hoogfrequentversterker de oscillator
 

30 - De zwevings-oscillator (BFO) van een superheterodyne ontvanger is nodig bij de ontvangst van:

     

AM (A3E)

FM (F3E)

CW (A1A)

 

31 - Blokschema FM-zender:

       

         Het blokje gemerkt met X stelt voor:

de stuurtrap de modulator de scheidingstrap
 

32 - De belangrijkste eis, die aan de oscillator van een zender wordt gesteld, is dat:

 

een signaal van groot vermogen wordt opgewekt de sterkte van het opgewekte signaal constant is de frequentie van het opgewekte signaal constant is
 

33 - De derde harmonische van 3,6 MHz is:

 

1,2 MHz 7,2 MHz 10,8 MHz
 

34 - Een halvegolfantenne heeft een lengte van 1 meter.


        Deze antenne is in resonantie voor signalen met een frequentie van ongeveer:

 

150 MHz 75 MHz 37,5 MHz
 

35 - De gebruikelijke naam voor element nr.2 van de yagiantenne is:

       

straler director reflector
 

36 - De golflengte van een signaal, dat gereflecteerd wordt door de F-laag, kan zijn:

 

10 cm 1 m 10 m
 

37 - In het UHF-gebied kunnen grote afstanden overbrugd worden als gevolg van:

 

reflecties tegen de geïoniseerde D-laag grote zonnevlekken-activiteit temperatuurinversies
 

38 - Een belasting is aangesloten op een spanningsbron.


        Wat is de juiste plaats voor een spanningsmeter waarmee we de klemspanning van de spanningsbron willen meten?

 

in serie met de spanningsbron in serie met de belasting parallel aan de belasting

39 - Om de resonantiefrequentie van een afgestemde kring met één instrument te bepalen wordt gebruik gemaakt van een:

 

dipmeter oscilloscoop frequentieteller
 

40 - Een omroepontvanger wordt over het hele afstembereik gestoord door een amateurstation.


        De meest waarschijnlijke oorzaak is:

 

splatter van de zender Laagfrequentdetectie in de ontvanger slechte spiegelonderdrukking van de ontvanger