inleiding examens

Proefexamen  N najaar 2008 - 2


1- De afstand, waarover in de 2-meter band een verbinding gemaakt kan worden, wordt soms sterk vergroot door:

veel stof in de lucht een relatief hoog aantal zon-uren per dag buiging in luchtlagen van verschillende temperatuur
 

2 - Een amateurzender werkt met de klasse van uitzending F3E en een bandbreedte van 16 kHz.

 

      Volgens de "gebruiksbepalingen"mag deze zender niet werken op:

144.016 MHz 145,160 MHz 145,995 MHz
 

3 - Een van deze toepassingen van een transformator is niet juist:

aanpassen van antenne aan kabel versterken van vermogen wijzigen van wisselspanning
 

4 - Een 2-meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF televisie uitzending.

 

     De oorzaak hiervan is:

geen goede aanpassing van de zendantenne onvoldoende onderdrukking van de harmonischen in de 2-meter zender een te grote frequentiezwaai van de 2-meter zender
 

5 - Wanneer op een condensator met luchtisolatie een hogere spanning wordt aangelegd, zal de capaciteit:

groter worden kleiner worden

gelijk blijven

 

6 - Dit is een blokschema van een 2-meter zender.

     

     Het blokje gemerkt met een X stelt voor:

de modulator de voeding de buffertrap
 
7 - De gebruikelijke bandbreedte van een amateur FM-telefoniesignaal is
10 a 20 kHz groter dan 30 kHz kleiner dan 2 kHz
 

8 - De gebruikelijke naam voor het element nr 3 van de yagi-antenne is:

     

reflector director straler
 

9 - De maximaal toelaatbare gelijkstroom I bedraagt:

    

0,01 A 1 A 0,1 A
 

10 - Wanneer de weerstand R1 kleiner wordt gemaakt dan zal de warmteontwikkeling in R2:

       

afnemen gelijk blijven toenemen
 

11 - Van een amplitude-gemoduleerde 2-meter zender is de modulatie hoorbaar uit de luidspreker van een

        TV-ontvanger, zelfs als de volumeregelaar hiervan op minimum is ingesteld.

 

         De juiste conclusie is:

de TV antenne heeft te weinig richteffect de storing zal verdwijnen als in de zender enkelzijbandmodulatie wordt toegepast in de laagfrequentversterker van de TV ontvanger treden detectieverschijnselen op
 

12 - Welke schakeling stelt een banddoorlaatfilter voor?

        

schakeling 2 schakeling 3 schakeling 1
 

13 - Het is de radiozendamateur in alle gevallen toegestaan het amateurstation te gebruiken om informatie

        uit te zenden:

die versleuteld is die betrekking heeft op amateurstations van commerciële aard
 

14 - In weerstand R1 wordt 10 watt gedissipeerd.

        

        Het gedissipeerde vermogen in de gehele schakeling is:

7 W 5 W 20 W
 

15 - Een nadeel van een eindgevoede halvegolf antenne is:

de hoge hf spanning op de isolator in het midden van de straler de hoge hf stroom die door de aardaansluiting kan lopen de hoge hf spanning die kan optreden bij het voedingspunt
 

16 - In een laagfrequentversterker wenst men signalen met frequenties boven het hoorbare gebied te onderdrukken.

       

        Welk filter wordt toegepast?

filter 3 filter 1 filter 2

17 - In de "gebruiksbepalingen" wordt onder het radiostation verstaan:

een inrichting waarmee bevoegde personen die geïnteresseerd zijn in radiotechniek onderlinge radioverbindingen onderhouden een of meer radiozendapparaten met de daarbij behorende antenne inrichtingen een samenstel van radio-ontvang en zendapparaten voor het onderhouden van amateurradioverbindingen
 

18 - De schakeling geeft een spanningsverzwakking (Uin /Uuit ) van:

       

2 maal 3 maal 1 maal
 

19 - Een FM-zender geeft een draaggolfvermogen af van 10 watt en is belast met een gloeilamp van 15 watt.

        De zender wordt met spraak gemoduleerd.

 

        Deze lamp zal:

in het spraakritme feller gloeien alleen tijdens het spreken gloeien constant gloeien
 

20 - Een radiozendamateur ondervindt storing van een radiostation dat niet bevoegd is met hem radioverbindingen

        te maken.

        Om dit station hierover te informeren brengt de radiozendamateur hiermee een radioverbinding tot stand.

 

        Dit is:

toegestaan als de amateurdienst in die frequentieband een primaire status heeft niet toegestaan toegestaan als de amateurdienst in die frequentieband een secundaire status heeft
 

21- Een zender is via een kabel met de antenne verbonden.

 

       Door het toevoegen van een antennetuner tussen de zender en de kabel kan:

de zender aan de antenne-inrichting worden aangepast de antenne aan de kabel worden aangepast de zender worden afgestemd
 

22 - Fading of sluiering van radiogolven beneden 30 MHz ontstaan doordat:

de absorptie van de D-laag afneemt met toenemende frequentie de D-laag alleen overdag aanwezig is en deze de radiogolven grotendeels absorbeert ze langs meer dan één pad de ontvangantenne bereiken
 

23 - Dit is het blokschema van een FM-ontvanger.

       

        welke bewering is juist?

blok 2 stelt de mengtrap voor en blok 5 de FM detector blok 1 stelt de mengtrap voor en blok 4 de FM detector blok 4 stelt de mengtrap voor en blok 6 de laagfrequentversterker
 

24 - De vervangingscapaciteit van twee condensatoren in serie:

is altijd groter dan de capaciteit van de grootste condensator is altijd kleiner dan de capaciteit van de kleinste condensator ligt tussen de capaciteit van de twee condensatoren in
 

25 - Lange afstand communicatie op hf banden wordt mogelijk gemaakt door het afbuigen van radiogolven in de:

ionosfeer troposfeer stratosfeer
 
26 - Bij gebruik van frequenties in het VHF-gebied kunnen grote afstanden beter overbrugd worden door:
temperatuurinversies reflecties tegen geïoniseerde F-lagen een goed geleidend aardoppervlak
 

27 - De maximaal toelaatbare stroom bedraagt:

       

A B C
 

28 - Een belasting is aangesloten op een spanningsbron.

 

        Wat is de juiste plaats voor een spanningsmeter waarmee we de klemspanning van de spanningsbron willen meten?

in serie met de spanningsbron in serie met de belasting parallel aan de belasting
 

29 - De waarde van deze weerstand is:

       

1,2 KW, tolerantie 10% 220 W, tolerantie 10% 1,2 KW, tolerantie 5%
 

30 - Een zender werkt met een klasse van uitzending F3E (FM).

        Het gemiddelde vermogen dat door de eindtrap aan de antenne-inrichting wordt afgegeven bedraagt 8 watt.

 

        Volgens de "gebruiksbepalingen"is het zendvermogen:

1 W 4 W 8 W
 

31 - De seriekring is in resonantie.

       

        De impedantie is:

zeer groot L / C R
 
32 - De beste methode om een ontvanger te beschermen tegen de effecten van een nabije blikseminslag is:
de ontvanger uitschakelen de ontvangerkast goed aarden de ontvanger loskoppelen van antenne en lichtnet
 

33 - Een bandfilter past men toe in:

een voedingsapparaat de laagfrequentversterker de middenfrequentversterker
 

34 - De henry is de eenheid van:

capaciteit zelfinductie frequentie
 

35 - Een VHF-zender wordt in frequentie gemoduleerd met een lf-signaal.

 

        Het VHF-signaal heeft:

twee zijbandfrequenties een zijbandfrequentie veel zijbandfrequenties
 

36 - Een radiozendamateur maakt vanuit de auto een verbinding op 2 meter.

        Tot zijn schrik merkt hij dat hij een zakelijke afspraak niet kan nakomen.

        Hij vraagt aan de radiozendamateur met wie hij verbinding heeft dit telefonisch door te geven.

 

         Dit is:

toegestaan als de zakelijke relatie ook radiozendamateur is toegestaan niet toegestaan
 

37 - Dit is het schema van een:

       

hoogdoorlaatfilter bandsperfilter banddoorlaatfilter
 

38 - een squelch-schakeling dient om:

vonkstoringen te onderdrukken ruis te onderdrukken als geen signaal wordt ontvangen spiegelfrequentie(s) te onderdrukken

39 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

 

        "(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van

         radiocommunicatiesignalen."

 

         In plaats van (-X-) staat:

radio-ontvangapparaten radioversterkerapparaten radiozendapparaten
 

40 - De radialen van een groundplane antenne voor de 2-meter band hebben een lengte van ongeveer:

100 cm 50 cm 25 cm