inleiding examens

Proefexamen  N najaar 2008 - 4

 

1- Als transistoroscillator kan het best worden gebruikt:

    

schakeling 2 schakeling 1 schakeling 3
 

2 - De meest gebruikte impedantie van kunstantennes voor VHF is:

100 W 50 W 25 W
 

3 - Lange-afstand-communicatie op hf-banden wordt mogelijk gemaakt door het afbuigen van radiogolven in de:

ionosfeer troposfeer stratosfeer
 

4 - De spanning die een gelijkstroomvoeding levert wordt met een universeelmeter gemeten.

 

      De meter gedraagt zich als een:

weerstand met een hoge waarde weerstand met een lage waarde isolator
 

5 - Een harmonische van 145 MHz is:

217,5 MHz 290 MHz

72,5 MHz

 

6 - Dit is een schema van een:

    

hoogdoorlaatfilter banddoorlaatfilter bandsperfilter
 

7 - De maximaal toelaatbare stroom bedraagt:

    

200 mA 40 mA 25 mA
 

8 - Van een amplitude-gemoduleerde 2-meter zender is de modulatie hoorbaar uit de luidspreker van een TV-ontvanger,

      zelfs als de volumeregelaar hiervan op minimum is ingesteld.

 

      De juiste conclusie is:

de storing zal verdwijnen als in de zender enkelzijbandmodulatie wordt toegepast de TV-antenne heeft te weinig richteffect in de laagfrequentversterker van de TV-ontvanger treden detectieverschijnselen op
 

9 - Een radiozendamateur met een N-registratie heeft een zelfbouw 2-meter zender die een zendvermogen kan afgeven

     van maximaal 50 watt.

 

      Het gebruik van deze zender door de N-geregistreerde is:

alleen toegestaan als het zendvermogen is verminderd tot 30 W alleen toegestaan als het zendvermogen is verminderd tot ten hoogste 25 W niet toegestaan
 

10 - De juiste aansluiting van de gekleurde aders van een 3-aderig snoer in de netsteker is:

pen 1: bruin

     pen 2: blauw

     randaarde: geel/groen

pen 1: rood

     pen 2: blauw

     randaarde: geel

pen 1: blauw

     pen 2: bruin

     randaarde: groen

 

11 - Dit is een schema van een:

       

banddoorlaatfilter bandsperfilter laagdoorlaatfilter
 

12 - Een zonnevlekkenmaximum komt voor, (gemiddeld) eens per:

9 jaar 15 jaar 11 jaar
 

13 - HF-signalen zijn over lange afstand veelal onderhevig aan snelle fading.

 

       Dit wordt veroorzaakt door onregelmatigheden van

de demping in de D-laag reflecties op de zee-oppervlakte de reflecties in de F-laag
 

14 - Deze L-C schakeling heeft:

       

zowel een parallel- als een serieresonantiefrequentie alleen een serieresonantiefrequentie alleen een parallelresonantiefrequentie
 

15 - In een hoogfrequentkring wordt een vaste condensator van 60 pF in serie geschakeld met een variabele condensator.

        De capaciteit van de variabele condensator kan worden ingesteld tussen 20 en 40 pF

 

        De kring ziet een capaciteitvariatie van:

20 tot 40 pF 80 tot 100 pF 15 tot 24 pF
 

16 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

 

        "(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."

 

        In plaats van (-X-) staat:

radioversterkerapparaten radio-ontvangapparaten radiozendapparaten

17 - De vervangingsweerstand van twee weerstanden parallel:

ligt tussen de waarde van de twee weerstanden in is altijd groter dan de waarde van de grootste weerstand is altijd kleiner dan de waarde van de kleinste weerstand
 

18 - Onder de frequentie van een wisselspanning wordt verstaan:

het aantal perioden per seconde het aantal nuldoorgangen per seconde de tijdsduur van een periode
 

19 - De parasitaire elementen van een yagi-antenne zijn:

de straler en de director de straler en de reflector de director en de reflector
 

20 - een zender is afgesloten met een belastingsweerstand van 50 W .

       

        Het hf-uitgangsvermogen van de zender is:

18 W 7,2 W 30 W
 

21- In de schakeling zijn alle weerstanden 100 ohm.

       In R2 wordt een vermogen gedissipeerd van 1 watt.

      

       In R1 wordt een vermogen gedissipeerd van:

1 W 4 W 2 W
 

22 - Voor een constante uitgangsspanning dient de ingangsspanning:

       

gelijk te zijn aan de zenerspanning lager te zijn dan de zenerspanning hoger te zijn dan de zenerspanning
 

23 - Iedere condensator is 6 µF.

       

        De vervangingswaarde is:

9 µF 4 µF 6 µF
 

24 - Volgens de "gebruikersbepalingen" wordt onder het zendvermogen van een FM-zender verstaan:

het aan de eindtrap geleverde gelijkstroomvermogen het door de zender afgegeven hoogfrequentvermogen het door de antenne effectief uitgestraalde vermogen
 

25 - In weerstand R1 wordt 10 watt gedissipeerd.

       

        Het gedissipeerde vermogen in de gehele schakeling is:

20 W 5 W 7 W
 

26 - Aansluiting 1 is de:

      

basis collector emitter
 

27 - IARU-bandplannen dienen om:

de bandbreedte van amateuruitzendingen te beperken aan iedere amateur een vaste frequentie toe te wijzen de storingen tussen amateurstations onderling te verminderen
 

28 - Een FM-zender wordt gebruikt voor het uitzenden van een facsimile-signaal.

 

        De klasse van uitzending is:

F1D J1C F2C
 

29 - De letter "L" wordt in de electronica gebruikt voor een:

spoel weerstand condensator
 

30 - Welke karakteristiek behoort bij een hoogdoorlaatfilter?

       

karakteristiek C (3) karakteristiek B (2) karakteristiek A (1)
 

31 - Fading in de HF-banden (3-30 MHz) kan worden veroorzaakt door:

twee in lengte verschillende propagatiewegen het toepassen van een te klein zendvermogen regengebieden tussen zender en ontvanger
 

32 - Dit is een blokschema van een FM-zender.

       

       Het met een + gemerkte blokje is de:

lf-versterker oscillator voeding
 

33 - Een enkelzijbandzender werkt met een draaggolfoscillator op 1 MHz.

        Het zijbandfilter laat uitsluitend signalen in de lage zijband door.

 

        Voor spraaksignalen met frequenties tussen 300 Hz en 3000 Hz zijn de grenzen van de doorlaatband van dit filter:

997 kHz en 999,7 kHz 997 kHz en 1003 kHz 1000,3 kHz en 1003 kHz
 

34 - De meter wijst aan:

        - in stand 1: 6 ampère

        - in stand 2: 2 ampère

       

        De juiste waarde van Rx   is:

2 W 4 W 6 W
 

35 - Twee weerstanden R1 en R2 worden parallel geschakeld.

 

        De vervangingswaarde is:

kleiner dan R1 en kleiner dan R2 gelijk aan het produkt van R1 en R2 gelijk aan de som van R1 en R2
 

36 - Een zender is aangesloten op een kunstantenne (dummy load).

        Het uitgangsvermogen van de zender wordt 4 maal zo groot.

 

        De uitgangsspanning wordt dan:

16 maal zo groot 4 maal zo groot 2 maal zo groot
 

37 - Dit is het blokschema van een ontvanger.

      

        Het blokje gemerkt met een X stelt voor:

de oscillator de middenfrequentversterker de hoogfrequentversterker
 

38 - Radiozendamateurs met een F-registratie bij Agentschap Telecom, mogen CW-verbindingen maken op 135,7 - 137,8 kHz.

 

        Dit is een golflengte van ongeveer:

22 kilometer 2,2 kilometer 220 meter

39 - In netvoedingen moet de aarddraad van het netsnoer worden verbonden met het metalen chassis.

 

        Hierdoor zal in alle gevallen dat er een fout in de voeding optreedt:

het chassis geen hoge spanning ten opzichte van aarde krijgen de aardlekschakelaar aanspreken de netveiligheid aanspreken
 

40 - U moet een reparatie uitvoeren aan een 300 volt voeding.

 

        Na het uitschakelen van de netspanning neemt u de volgende veiligheidsmaatregel:

u ontlaadt alle condensatoren u wacht nog ongeveer 5 minuten voordat u begint u verwijderd de zekeringen