inleiding examens

Proefexamen  N najaar 2008 - 5


1- Het zendvermogen van een zender is instelbaar van 1 tot 50 watt.

     De zender kan werken van 144-148 MHz.

 

     Mag een radiozendamateur met een N-registratie dit apparaat gebruiken?

ja, mits hij binnen de grenzen van zijn N-bevoegdheid blijft nee alleen als de niet toegestane frequenties zijn geblokkeerd
 

2 - Om het opgenomen vermogen van de zender te meten gebruikt men een voltmeter en een ampèremeter.

     

      Het opgenomen vermogen bedraagt:

100 W 99,95 W 95 W
 

3 - Drie weerstanden van elk 300 ohm worden parallel geschakeld.

 

     De vervangingsweerstand is:

300 Ω 900 Ω 100 Ω
 

4 - Een weerstand van 100 ohm kan gemaakt zijn van:

teflon polystyreen nikkel
 

5 - Voor een constante uitgangsspanning dient de ingangsspanning:

     

hoger te zijn dan de zenerspanning gelijk te zijn aan de zenerspanning

lager te zijn dan de zenerspanning

 

6 - Indien van een parallelkring de capaciteit wordt gehalveerd zal de resonantiefrequentie:

√2 maal zo laag worden √2 maal zo hoog worden verdubbeld worden
 
7 - De stroom die een weerstand in gaat is:
gelijk aan de stroom die er uit komt kleiner dan de stroom die er uit komt groter dan de stroom die er uit komt
 

8 - In een voedingsapparaat wordt de aangeboden netspanning omgezet naar een andere wisselspanning door:

de transformator de gelijkrichter het filter
 

9 - De schakeling geeft een spanningsverzwakking (Uin /Uuit ) van:

    

1 maal 3 maal 2 maal
 

10 - De afstand, waarover in de 2-meter band een verbinding gemaakt kan worden, wordt soms sterk vergroot door:

veel stof in de lucht een relatief hoog aantal zon-uren per dag buiging in de luchtlagen van verschillende temperatuur
 

11 - Indien van een seriekring de zelfinductie wordt verdubbeld, zal de resonantiefrequentie:

√2 maal zo laag worden gehalveerd worden 2 maal zo hoog worden
 

12 - In het blokschema is de functie van blok 12 de:

       

AM-detector FM-detector AVR-detector
 

13 - Een 2-meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF-televisie-uitzending.

 

        De oorzaak hiervan is:

onvoldoende onderdrukking van harmonischen in de 2-meter zender een te grote frequentiezwaai van de 2-meter zender geen goede aanpassing van de zendantenne
 

14 - De antennevoedingslijn die het best dicht bij metalen objecten kan worden toegepast is:

coaxiale kabel open lijn twin-lead
 

15 - Het omzetten van een wisselstroom in gelijkstroom heet:

versterken oscilleren gelijkrichten
 

16 - Aan de antenne-ingang van een TV-ontvanger voor 50 MHz en hoger wordt een filter geplaatst om oversturing

        door een hf-amateurzender te voorkomen.

 

        Dit moet zijn:

laagdoorlaatfilter voor frequenties tot 30MHz bandsperfilter voor frequenties van 50 MHz tot 1000 MHz hoogdoorlaatfilter voor frequenties boven 50 MHz

17 - In R3 wordt een vermogen gedissipeerd van 2 watt.

       

        Het vermogen dat in R1 gedissipeerd wordt is:

16 W 8 W 4 W
 

18 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

 

        "(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."

 

        In plaats van (-X-) staat:

radiozendapparaten radioversterkerapparaten radio-ontvangapparaten
 

19 - Een radiozendamateur met een N-registratie heeft een zelfbouw 2-meter zender met een zendvermogen van

        maximaal 60 watt.

 

        Het gebruik van deze zender door de N-geregistreerde is:

zonder beperkingen toegestaan niet toegestaan alleen toegestaan als het zendvermogen wordt verminderd tot ten hoogste 25 W
 

20 - De juiste volgorde van toenemende bandbreedte is:

CW, FM-telefonie, EZB-telefonie CW, EZB-telefonie, FM-telefonie EZB-telefonie, FM-telefonie, CW
 

21- Een breedband-antenneversterker is aangesloten tussen een TV-antenne en een TV-ontvanger.

       Bij het inschakelen van een hf-amateurzender worden alle TV-kanalen gestoord.

 

       Deze storing is in het algemeen op te heffen door:

een banddoorlaatfilter achter de versterker te plaatsen een laagdoorlaatfilter voor de versterker te plaatsen een hoogdoorlaatfilter voor de versterker te plaatsen
 

22 - Welke bewering is het meest juist?

 

       Radiogolven met een golflengte van 2 meter:

planten zich vrijwel rechtlijnig voort volgen de kromming van het aardoppervlak worden gereflecteerd door de ionosfeer
 

23 - U moet een reparatie uitvoeren aan een 300 volt voeding.

 

        Na het uitschakelen van de netspanning neemt u de volgende veiligheidsmaatregel:

u wacht nog ongeveer 5 minuten voordat u begint u ontlaadt alle condensatoren u verwijderd de zekeringen
 

24 - De schakeling stelt voor:

       

een oscillator een mengtrap een versterkertrap
 

25 - Bij gelijke modulatie is de bandbreedte van een EZB-signaal ongeveer:

de helft vande bandbreedte van een AM-signaal gelijk aan de bandbreedte van een AM-signaal twee maal de bandbreedte van een AM-signaal
 
26 - De roepletters moeten worden uitgezonden:
bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste een maal en tijdens de uitzending een maal per 5 minuten bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste een maal en tijdens de uitzending een maal per 10 minuten bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste twee maal en tijdens de uitzending een maal per 5 minuten
 

27 - Wanneer op een condensator met luchtisolatie een hogere spanning wordt aangelegd, zal de capaciteit:

kleiner worden groter worden gelijk blijven
 

28 - Een coaxiale kabel is weergegeven in:

       

figuur 2 figuur 1 figuur 3
 

29 - Het woord "ZOTSKAP" wordt volgens het voorgeschreven spellingsalfabet gespeld als:

Zulu Oscar Tango Sierra Kilo Alfa Papa Zulu Oslo Texas Sierra Kilo Alfa Papa Zulu Ontario Tango Sierra Kilo Alfa Papa
 

30 - De versterkertrap werkt op 145 MHz.

       

        Wat is juist?

 

C1 is een kunststofcondensator

     C2 is een elektrolytische condensator

C1 is een keramische condensator

     C2 is een keramische condensator

C1 is een keramische condensator

     C2 is een elektrolytische condensator

 

31 - In een hoogfrequentkring wordt een vaste condensator van 60 pF in serie geschakeld met een variabele condensator.

        De capaciteit van de variabele condensator kan worden ingesteld tussen 20 en 40 pF

 

        De kring ziet een capaciteitsvariatie van:

15 tot 24 pF 20 tot 40 pF 80 tot 100 pF
 
32 - Vergroting van de frequentiezwaai van een FM-zender heeft tot gevolg dat:
het zendbereik wordt verkleind er uitgezonden wordt met een grotere bandbreedte het zendvermogen wordt vergroot
 

33 - Van een 2-meter FM-ontvanger bepalen de volgende delen de ontvangfrequentie:

de mengtrap en de discriminator de oscillator en de middenfrequentversterker de detector en de laagfrequentversterker
 

34 - Hoe lang moeten de parasitaire elementen X, Y en Z zijn?

       

X = 92 cm; Y = 102 cm; Z = 105 cm X = 91 cm; Y = 92 cm; Z = 102 cm X = 105 cm; Y = 102 cm; Z = 92 cm
 

35 - Dit is het blokschema van een FM-zender.

      

        Het blokje gemerkt met een X stelt voor:

de vermenigvuldigtrap de stuurtrap de modulator
 

36 - HF-signalen zijn over lange afstand veelal onderhevig aan snelle fading.

 

        Dit wordt veroorzaakt door onregelmatigheid van:

reflecties op de zee-oppervlakte de demping in de D-laag de reflecties in de F-laag
 

37 - Een AM-zender wordt gemoduleerd met spraak.

 

        De klasse van uitzending is:

F3A A3E F1D
 

38 - Gedurende een uitzending dient de radioamateur zijn roepletters:

alleen op verzoek van het tegenstation te vermelden niet te vermelden ten minste eenmaal per 5 minuten te vermelden

39 - Overdag is een noord-zuid radioverbinding over 10.000 km vrijwel steeds mogelijk op:

28 MHz 14 MHz 7 MHz
 

40 - Een amateurzender werkend in de 21 MHz band veroorzaakt storingen in de TV-ontvangst van kanaal 4 (61-68 MHz).

 

        De storingen kunnen worden opgeheven door:

een hoogdoorlaatfilter in de antennevoedingskabel van de zender toe te passen een laagdoorlaatfilter in de antennevoedingskabel van de zender toe te passen de eindtrap in klasse C in te stellen