![]() |
| 7 - De stroom die een weerstand in gaat is: | |||
| gelijk aan de stroom die er uit komt | kleiner dan de stroom die er uit komt | groter dan de stroom die er uit komt | |
|
8 - In een voedingsapparaat wordt de aangeboden netspanning omgezet naar een andere wisselspanning door: |
|||
| de transformator | de gelijkrichter | het filter | |
|
9 - De schakeling geeft een spanningsverzwakking (Uin /Uuit ) van:
|
|||
| 1 maal | 3 maal | 2 maal | |
|
10 - De afstand, waarover in de 2-meter band een verbinding gemaakt kan worden, wordt soms sterk vergroot door: |
|||
| veel stof in de lucht | een relatief hoog aantal zon-uren per dag | buiging in de luchtlagen van verschillende temperatuur | |
|
11 - Indien van een seriekring de zelfinductie wordt verdubbeld, zal de resonantiefrequentie: |
|||
| √2 maal zo laag worden | gehalveerd worden | 2 maal zo hoog worden | |
|
12 - In het blokschema is de functie van blok 12 de:
|
|||
| AM-detector | FM-detector | AVR-detector | |
|
13 - Een 2-meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF-televisie-uitzending.
De oorzaak hiervan is: |
||||
| onvoldoende onderdrukking van harmonischen in de 2-meter zender | een te grote frequentiezwaai van de 2-meter zender | geen goede aanpassing van de zendantenne | ||
|
14 - De antennevoedingslijn die het best dicht bij metalen objecten kan worden toegepast is: |
|||
| coaxiale kabel | open lijn | twin-lead | |
|
15 - Het omzetten van een wisselstroom in gelijkstroom heet: |
|||
| versterken | oscilleren | gelijkrichten | |
|
16 - Aan de antenne-ingang van een TV-ontvanger voor 50 MHz en hoger wordt een filter geplaatst om oversturing door een hf-amateurzender te voorkomen.
Dit moet zijn: |
||||
| laagdoorlaatfilter voor frequenties tot 30MHz | bandsperfilter voor frequenties van 50 MHz tot 1000 MHz | hoogdoorlaatfilter voor frequenties boven 50 MHz | ||
|
17 - In R3 wordt een vermogen gedissipeerd van 2 watt.
Het vermogen dat in R1 gedissipeerd wordt is: |
||||
| 16 W | 8 W | 4 W | ||
|
18 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:
"(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."
In plaats van (-X-) staat: |
||||
| radiozendapparaten | radioversterkerapparaten | radio-ontvangapparaten | ||
|
19 - Een radiozendamateur met een N-registratie heeft een zelfbouw 2-meter zender met een zendvermogen van maximaal 60 watt.
Het gebruik van deze zender door de N-geregistreerde is: |
|||
| zonder beperkingen toegestaan | niet toegestaan | alleen toegestaan als het zendvermogen wordt verminderd tot ten hoogste 25 W | |
|
20 - De juiste volgorde van toenemende bandbreedte is: |
|||
| CW, FM-telefonie, EZB-telefonie | CW, EZB-telefonie, FM-telefonie | EZB-telefonie, FM-telefonie, CW | |
|
21- Een breedband-antenneversterker is aangesloten tussen een TV-antenne en een TV-ontvanger. Bij het inschakelen van een hf-amateurzender worden alle TV-kanalen gestoord.
Deze storing is in het algemeen op te heffen door: |
||||
| een banddoorlaatfilter achter de versterker te plaatsen | een laagdoorlaatfilter voor de versterker te plaatsen | een hoogdoorlaatfilter voor de versterker te plaatsen | ||
|
22 - Welke bewering is het meest juist?
Radiogolven met een golflengte van 2 meter: |
|||
| planten zich vrijwel rechtlijnig voort | volgen de kromming van het aardoppervlak | worden gereflecteerd door de ionosfeer | |
|
23 - U moet een reparatie uitvoeren aan een 300 volt voeding.
Na het uitschakelen van de netspanning neemt u de volgende veiligheidsmaatregel: |
||||
| u wacht nog ongeveer 5 minuten voordat u begint | u ontlaadt alle condensatoren | u verwijderd de zekeringen | ||
|
24 - De schakeling stelt voor:
|
||||
| een oscillator | een mengtrap | een versterkertrap | ||
|
25 - Bij gelijke modulatie is de bandbreedte van een EZB-signaal ongeveer: |
||||
| de helft vande bandbreedte van een AM-signaal | gelijk aan de bandbreedte van een AM-signaal | twee maal de bandbreedte van een AM-signaal | ||
| 26 - De roepletters moeten worden uitgezonden: | ||||
| bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste een maal en tijdens de uitzending een maal per 5 minuten | bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste een maal en tijdens de uitzending een maal per 10 minuten | bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste twee maal en tijdens de uitzending een maal per 5 minuten | ||
|
27 - Wanneer op een condensator met luchtisolatie een hogere spanning wordt aangelegd, zal de capaciteit: |
||||
| kleiner worden | groter worden | gelijk blijven | ||
|
28 - Een coaxiale kabel is weergegeven in:
|
||||
| figuur 2 | figuur 1 | figuur 3 | ||
|
29 - Het woord "ZOTSKAP" wordt volgens het voorgeschreven spellingsalfabet gespeld als: |
||||
| Zulu Oscar Tango Sierra Kilo Alfa Papa | Zulu Oslo Texas Sierra Kilo Alfa Papa | Zulu Ontario Tango Sierra Kilo Alfa Papa | ||
|
30 - De versterkertrap werkt op 145 MHz.
Wat is juist?
|
||||
|
C1 is een kunststofcondensator C2 is een elektrolytische condensator |
C1 is een keramische condensator C2 is een keramische condensator |
C1 is een keramische condensator C2 is een elektrolytische condensator |
||
|
31 - In een hoogfrequentkring wordt een vaste condensator van 60 pF in serie geschakeld met een variabele condensator. De capaciteit van de variabele condensator kan worden ingesteld tussen 20 en 40 pF
De kring ziet een capaciteitsvariatie van: |
||||
| 15 tot 24 pF | 20 tot 40 pF | 80 tot 100 pF | ||
| 32 - Vergroting van de frequentiezwaai van een FM-zender heeft tot gevolg dat: | ||||
| het zendbereik wordt verkleind | er uitgezonden wordt met een grotere bandbreedte | het zendvermogen wordt vergroot | ||
|
33 - Van een 2-meter FM-ontvanger bepalen de volgende delen de ontvangfrequentie: |
||||
| de mengtrap en de discriminator | de oscillator en de middenfrequentversterker | de detector en de laagfrequentversterker | ||
|
34 - Hoe lang moeten de parasitaire elementen X, Y en Z zijn?
|
||||
| X = 92 cm; Y = 102 cm; Z = 105 cm | X = 91 cm; Y = 92 cm; Z = 102 cm | X = 105 cm; Y = 102 cm; Z = 92 cm | ||
|
35 - Dit is het blokschema van een FM-zender.
Het blokje gemerkt met een X stelt voor: |
||||
| de vermenigvuldigtrap | de stuurtrap | de modulator | ||
|
36 - HF-signalen zijn over lange afstand veelal onderhevig aan snelle fading.
Dit wordt veroorzaakt door onregelmatigheid van: |
||||
| reflecties op de zee-oppervlakte | de demping in de D-laag | de reflecties in de F-laag | ||
|
37 - Een AM-zender wordt gemoduleerd met spraak.
De klasse van uitzending is: |
||||
| F3A | A3E | F1D | ||
|
38 - Gedurende een uitzending dient de radioamateur zijn roepletters: |
||||
| alleen op verzoek van het tegenstation te vermelden | niet te vermelden | ten minste eenmaal per 5 minuten te vermelden | ||
|
39 - Overdag is een noord-zuid radioverbinding over 10.000 km vrijwel steeds mogelijk op: |
||||
| 28 MHz | 14 MHz | 7 MHz | ||
|
40 - Een amateurzender werkend in de 21 MHz band veroorzaakt storingen in de TV-ontvangst van kanaal 4 (61-68 MHz).
De storingen kunnen worden opgeheven door: |
||||
| een hoogdoorlaatfilter in de antennevoedingskabel van de zender toe te passen | een laagdoorlaatfilter in de antennevoedingskabel van de zender toe te passen | de eindtrap in klasse C in te stellen | ||