inleiding examens
1- De frequentie van het elektriciteitsnet in Nederland bedraagt:
2 - Elektromagnetische golven met een frequentie van ongeveer 1,8 MHz:
3 - Een zender en ontvanger zijn 300 km van elkaar verwijderd.
Wat is de kortste tijd waarin het zendersignaal de ontvanger kan bereiken?
4 - Voor optimale ontvangst van een in frequentie gemoduleerd telefoniesignaal met een frequentiezwaai van 3 kHz
moet de ontvanger een bandbreedte hebben van ongeveer:
5 - De mogelijke waarde van een 200 ohm weerstand met een tolerantie van 10% ligt tussen:
180 en 220 Ω
6 - In R3 wordt een vermogen gedissipeerd van 2 watt.
het vermogen dat in R1 gedissipeerd wordt is:
8 - Wanneer op een condensator met luchtisolatie een hogere spanning wordt aangelegd, zal de capaciteit:
9 - Een condensator met een capaciteit van 200 µF is een:
10 - De gebruikelijke waarde van een afstemcondensator voor kortegolftoepassingen is:
11 - De weerstand R is:
12 - De aansluitingen van een transistor worden genoemd:
13 - Wanneer R1 groter gemaakt wordt, dan zal de warmteontwikkeling in R2:
14 - De vervangingswaarde is:
15 - Drie condensatoren van respectievelijk 200, 300 en 600 pF worden in serie geschakeld.
De vervangingscapaciteit is:
16 - De resonantiefrequentie van een afstemkring wordt bepaald door:
17 - Welke karakteristiek behoort bij een hoogdoorlaatfilter?
18 - De bandbreedte van een FM-ontvanger wordt bepaald door:
19 - Een bandfilter past men toe in:
20 - een squelch-schakeling dient om:
21- De functie van een stuurtrap in een FM-zender is het:
22 - De radialen van een groundplane antenne voor de 2-meter band hebben een lengte van ongeveer:
23 - Van een drie-elements yagi moet de voedingslijn worden aangesloten op:
24 - Welk figuur stelt een eindgevoede halvegolfantenne voor?
25 - Lange afstand communicatie op HF-banden wordt mogelijk gemaakt door het afbuigen van radiogolven in de:
27 - een zonnevlekkenmaximum komt voor, (gemiddeld) eens per:
28 - De afstand, waarover in de 2-meter band een verbinding gemaakt kan worden, wordt soms sterk vergroot door:
29 - De stroom die een gelijkstroomvoeding levert wordt met een universeelmeter gemeten.
De meter gedraagt zich als een:
30 - Een 2-meter zender veroorzaakt storing in de ontvangst van een UHF-televisie-uitzending.
De oorzaak hiervan is:
31 - Een amateurzender veroorzaakt storing in een elektronisch orgel.
De oorzaak hiervan kan zijn:
33 - Een voeding wordt beveiligd met een (1) of meer smeltveiligheden in de netleiding.
Dit wordt in de praktijk gedaan met:
34 - Bewering 1:
Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is J3E.
Bewering 2:
Een FM-zender zendt datasignalen uit.
De klasse van uitzending is F1D.
Wat is juist?
35 - Een AM-zender wordt gemoduleerd met spraak.
De klasse van uitzending is:
36 - In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:
"(-x-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."
In plaats van (-X-) staat:
37 - Een registratie voor het gebruik van frequentieruimte voor het doen van onderzoekingen door radiozendamateurs
wordt uitgevoerd namens de Minister van:
38 - In de "gebruiksbepalingen" wordt onder het radiostation verstaan:
39 - Volgens de "gebruiksbepalingen" wordt onder het zendvermogen van een FM-zender verstaan:
40 - Een radiozendamateur met een N-registratie mag in de 70-cm band: