![]() |
|
18 - Een zender is afgesloten met een belastingsweerstand van 50 W.
|
||||
| 18 W | 30 W | 36 W | ||
| 19 - Een dikke koperdraad heeft in vergelijking met een dunne koperdraad van dezelfde lengte: | |||
| meer weerstand | evenveel weerstand | minder weerstand | |
|
20 - De hoogste werkelijke waarde van een 220 ohm 5% weerstand kan bedragen: |
|||
| 209 W | 225 W | 231 W | |
|
21- Condensatoren met een grote capaciteit zijn: |
||||
| luchtcondensatoren | micacondensatoren | elektrolytische condensatoren | ||
|
22 -
Een spoel is aangesloten op een sinusvormige wisselspanning. |
|||
| bij
halvering van de frequentie verdubbelt de stroom door de spoel |
bij
halvering van de frequentie halveert de stroom door de spoel |
bij
halvering van de spanning verdubbelt de stroom door de spoel |
|
| 23 - De secundaire spanning van een transformator: | ||||
| is altijd hoger dan de primaire spanning | is altijd lager dan de primaire spanning | kan hoger of lager zijn dan de primaire spanning | ||
|
24 - Deze schakeling kan worden gebruikt als:
|
||||
| stroomstabilisator | spanningverdubbelaar | spanningstabilisator | ||
|
25 - Als laagfrequent-versterker kan het best worden gebruikt:
|
||||
| A | B | C | ||
|
26 - De vervangingswaarde is:
|
||||
| 0,5 microfarad | 2 microfarad | 22 microfarad | ||
|
27 - De stroom door de spoel is ongeveer:
|
||||
| 0,24 mA | 6 mA | 2,4 A | ||
|
28 - Welke schakeling gedraagt zich als een resonantiekring?
|
||||
| A | B | C | ||
|
29
- Van een amplitude-gemoduleerde 2-meter zender is de modulatie hoorbaar
uit de luidspreker van een TVontvanger,
|
||||
| in
de laagfrequentversterker van de TV-ontvanger treden detectieverschijnselen op |
de
storing zal verdwijnen als in de zender enkelzijbandmodulatie wordt toegepast |
de
buitenmantel van de Tv-antennekabel is onderbroken |
||
|
30 - Blokschema superheterodyne ontvanger:
Het blokje gemerkt X stelt voor de: |
||||
| detector | mengtrap | middenfrequentversterker | ||
|
31 -
Drie stroommeters hebben een meetgebied van 1 ampère. |
||||
| waarover
bij een stroom van 1 ampère een spanning van 0,1 volt staat |
die een inwendige weerstand van 1 W heeft | die een inwendige weerstand van 10 MW heeft | ||
| 32 - De scheidingstrap van een zender bevindt zich: | ||||
| direct na de oscillator | direct voor de eindtrap | tussen eindtrap en antennekabel | ||
|
33 - Dit is het blokschema van een FM zender.
Het met een + gemerkte blokje is de: |
||||
| lf begrenzer | oscillator | voeding | ||
|
34 - Splatterstoring door een zender wordt veroorzaakt door: |
||||
| overmodulatie | brom op de draaggolf | onvoldoende onderdrukking van harmonischen | ||
|
35 - De radialen van een groundplane antenne voor de 2-meter band hebben een lengte van ongeveer: |
||||
| 25 cm | 50 cm | 100 cm | ||
|
36 -
Na zonsondergang worden ver verwijderde radiostations in de 3,5 MHz band
hoorbaar. |
||||
| de F-laag splitst in de F1- en de F2-laag | de E-laag ontstaat | de D-laag verdwijnt | ||
|
37 - Onder troposfeer wordt verstaan het gedeelte van de atmosfeer boven het aardoppervlak: |
||||
| tussen zee-niveau en ongeveer 10 km hoogte | tussen 80 en 120 km hoogte | tussen 120 en 500 km hoogte | ||
|
38 - In de schakeling is een hoog-ohmige voltmeter toegepast.
Nadat schakelaar S is gesloten geeft de voltmeter een spanning aan van: |
||||
| 12 V | 10 V | 2 V | ||
| 39 - De juiste impedantie-aanpassing van een antennesysteem wordt gecontroleerd met een: | ||||
| ohmmeter | veldsterktemeter | staandegolfmeter | ||
|
40 - Een seriekring heeft: |
||||
| in resonantie een hoge impedantie | bij alle frequenties dezelfde impedantie | in resonantie een lage impedantie | ||