Proefexamen C voorjaar 2000


1- In het telegrafie verkeer is de gebruikelijke afkorting voor BERICHT:
BK BRT MSE MSG
 
2 - De amateurdienst wordt uitgeoefend door bevoegde personen:

1 die geïnteresseerd zijn in de radiotechniek
2 met uitsluitend een persoonlijk oogmerk en zonder geldelijke interesse.
Wat is juist?
bewering 1 samen met 2 alleen bewering 1 alleen bewering 2 geen van de beweringen
 
3 - De ITU regio 1, waartoe Nederland behoort, omvat alleen de volgende gebieden:
Nederland, België en Luxemburg de CEPT - landen Europa Europa, Afrika en enkele Aziatische landen
 
4 - Een radiozendamateur laat ten behoeve van een radiopeilevenement (vossenjacht) een amateurstation onbeheerd achter:
Dit is:
toegestaan alleen toegestaan met toestemming van de RDR alleen toegestaan met toestemming van een amateurvereniging niet toegestaan
 
5 - Het zendvermogen van een bakenzender op 1296 MHz is 15 watt.
Het vermogen van ongewenste hoogfrequente componenten in de frequentieband
boven 17,7 GHz mag per component niet meer bedragen dan:
10 microwatt naar de stand van de techniek mogelijk is -60 db ten opzichte van het zendvermogen -50 db ten opzichte van het zendvermogen
 
6 - De vergunninghouder moet:
in staat zijn om te bepalen dat het uitgestraalde
zendvermogen niet wordt overschreden
er voor zorgdragen dat het toegestane zendvermogen
niet wordt overschreden
kunnen vaststellen met welk zendvermogen de zendinrichting werkt kunnen vaststellen hoeveel hoogfrequentvermogen aan de
antenne van de zendinrichting wordt toegevoerd
 
7 - een sinusvormige wisselstroom met een amplitude (I max) van 10 ampère loopt door een weerstand van 10 Ω
Het opgenomen vermogen is:
1000 W 500 W 100 W 50 W
 
8 - Twee gelijke spanningsbronnen worden parallel geschakeld.
De klemspanning:
wordt lager wordt hoger blijft gelijk wordt nul
 
9 - van een luchtcondensator is de plaatafstand 2 mm.
de elektrische veldsterkte tussen de platen is 300 V/m.
De spanning tussen de platen is:
150 V 60 V 1,5 V 0,6 V
 
10 - er loopt gelijkstroom door een geleider.
de richting van het magnetisch veld is.
A B C D
 
11 - de golflengte van de derde harmonische van een 10 MHz signaal is:
3,33 m 10 m 30 m 90 m
 
12 - de effectieve waarde van de spanning is ongeveer
0 V 141 V 177 V 353 V
13 - de gemiddelde waarde van de stroom is:
6 A 3 A 2 A 1 A
 
14 - een HF - draaggolf wordt amplitude gemoduleerd met spraak.
constant blijft:
de frequentie van de HF - draaggolf de frequentie van het modulerende signaal de amplitude van de HF - draaggolf de amplitude van de HF - draaggolf en de frequentie van het modulerende signaal
 
15 - een FM - zender wordt gemoduleerd met een toon van 2500 Hz.
de frequentiezwaai is 10 KHz
de modulatie - index is:
0,25 2,5 4 40
 
16 - een EZB - zender wordt gestuurd met een dubbeltoon (1100 en 1900 Hz van gelijke amplitude).
de meter wijst 71 volt aan.

de PEP bedraagt:
50 W 71 W 100 W 150 W
17 - bij toenemende temperatuur zal:
U1 toenemen en U2 afnemen U1 constant blijven en U2 toenemen U1 afnemen en U2 toenemen U1 constant blijven en U2 afnemen
 
18 - De reactantie van een spoel wordt groter, zowel bij:
hogere frequentie als bij grotere zelfinductie hogere frequentie als bij kleinere zelfinductie lagere frequentie als bij grotere zelfinductie lagere frequentie als bij kleinere zelfinductie
 
19 - een ideale transformator heeft een primaire wikkeling van 9 windingen en een secundaire van 3 windingen.
op de secundaire wikkeling wordt een condensator aangesloten van 90 pF.
Op de primaire wikkeling wordt een capaciteit gemeten van:
10 pF 30 pF 270 pF 810 pF
 
20 - De diodekeuze in een gelijkrichtschakeling is afhankelijk van:
alleen de maximale sperspanning zowel de maximale sperspanning als de maximale stroom alleen de maximale stroom geen van de hier gegeven grootheden
 
21- de stroomversterking is ongeveer:
5 10 50 100
 
22 - de ingangsimpedantie bij 1 KHz van een j - fet ligt tussen:
1 ohm en 100 ohm 100 ohm en 10 kilo ohm 10 kilo ohm en 1 mega ohm 1 mega ohm en 100 mega ohm
 
23 - de transistor staat ingesteld in :
gemeenschappelijke basisschakeling (GBS) gemeenschappelijke emitterschakeling (GES) gemeenschappelijke collectorschakeling (GCS) een combinatie van GBS en GES
 
24 - de grafiek geeft enkele karakteristieken van een triode weer. :
De steilheid van deze buis is ongeveer
1 mA/V 2 mA/V 3 mA/V 4 mA/V
 
25 - in de schakeling komt +5 volt overeen met logisch 1 en 0 volt met logisch 0
de juiste waarheidstabel is:
A B C D
 
26 - als de frequentie wordt verdubbeld, dan wordt de ingangsimpedantie:
1708 ohm 1100ohm 2200 ohm 1000 ohm
 
27 - en waarde van 200 uH wordt bereikt met:
geen der schakelingen schakeling 1 schakeling 2 beide schakelingen

28 - de spoel heeft een gelijkstroomweerstand van 40 ohm.
de reactantie is 1 kilo ohm. de ingangspanning is ongeveer
4 V 100 V 104 V 204 V
 
29 - van een seriekring in resonantie wordt de serieweerstand vergroot van Rs = 10 ohm naar Rs = 20 ohm
de kwaliteitsfactor Q wordt hierdoor:
2 x kleiner niet veranderd 2 x groter 4 x groter
 
30 - twee kringen van een bandfilter zijn onderkritisch gekoppeld.
de spanning U over de secundaire als functie van de frequentie wordt gegeven door:
A B C D
 
31 - in het filter zijn 3 seriekringen in resonantie op de daarbij aangegeven frequenties.

het filter :
laat 2000 Hz en 4000hz door laat 2000 Hz door en spert 4000 Hz spert 2000 Hz en laat 4000 Hz door spert 2000 Hz en 4000Hz
 
32 - In de schakeling zijn identieke componenten gebruikt; i1 en i2 zijn de piekstromen door de dioden.

welke van de volgende beweringen is juist?.
i1 is groter dan i2 ; u1 is groter dan u2 i1 is groter dan i2 ; u1 is kleiner dan u2 i1 is kleiner dan i2 ; u1 is groter dan u2 i1 is kleiner dan i2 ; u1 is kleiner dan u2
 
33 - een amplitude gemoduleerd signaal kan onvervormd worden versterkt door :
een frequentie vermenigvuldiger een lineaire versterker een versterker in klasse C een niet lineaire versterker
 
34 - de ingangs frequentie is 10 KHz.
de condensator wordt vervangen door een condensator van 1000 pF.

hierdoor zal de versterking :
groter worden kleiner worden gelijk blijven nul worden
 
35 - met een product detector worden gewoonlijk de volgende klassen van uitzending gedetecteerd :
EZB en FM FM en AM AM en CW CW en EZB
 
36 - welke schakeling oscilleert op de resonantiefrequentie van de LC kring ?
zowel schakeling X als schakeling Y uitsluitend schakeling X uitsluitend schakeling Y geen van beide schakelingen
 
37 - de regellus is in stabiele toestand (gelocked).

welke bewering is juist ?
de frequentie op punt A is hoger dan de frequentie op punt B de frequenties op de punten A en B zijn gelijk de frequentie op punt A is lager dan de frequentie op punt B de spanning op de punten A en B zijn altijd in fase
 
38 - blokschema 2 - meter ontvanger (dubbelsuper) :

Als het ontvangen signaal een frequentiezwaai heeft van 3 KHz dan bedraagt de frequentiezwaai in de 2e mf - versterker :
30 Hz 300 Hz 3 KHz 30 KHz
 
39 - de begrenzer in een FM ontvanger begrenst:
de frequentiezwaai het frequentieverloop van de oscillator de amplitude van het te detecteren signaal de bandbreedte van het laagfrequentsignaal
 
40 - voor een telegrafiezender (A1A) geldt :
de frequentiestabiliteit is niet belangrijk omdat er geen spraakmodulatie wordt toegepast alle trappen kunnen in klasse C worden ingesteld er kan alleen in de eindtrap worden gesleuteld de bandbreedte van het uitgezonden signaal is nul Hz
 
41 - een enkelzijband - zender heeft een zijbandfilter met een bandbreedte van 2500 Hz
de draaggolf is goed onderdrukt.
als de zender met spraak wordt gemoduleerd blijkt de bandbreedte van de uitzending aanzienlijk groter te zijn dan 2500 Hz.
door welke oorzaak kan dit verschijnsel ontstaan?.
de frequentie van de draaggolf ligt te ver naast de doorlaatband van het zijbandfilter de staandegolfverhouding in de voedingskabel naar de antenne is te groot een versterkertrap na het zijbandfilter wordt overstuurd de frequentiekarakteristiek van de laagfrequentmodulatieversterker loopt te ver door
 
42 - paraboolantennes worden hoofdzakelijk toegepast in de frequentieband:
30 - 100 MHz 100 - 300 MHz 300 - 1000 MHz 1000 - 3000 MHZ
 
43 - een in het midden gevoede halvegolfantenne is in resonantie op 7 MHz
bij gebruik van deze antenne op 14 MHz is de impedantie in het voedingspunt:
veel lager veel hoger sterk inductief sterk capacitief
 
44 - een transmissielijn dient om :
de antenneweerstand te verlagen de antenneweerstand te verhogen hoogfrequentenergie over te dragen de juiste aanpassing tussen de antenne en de transmissielijn te verkrijgen
 
45 - een zender werkend op 3,5 MHz wordt aangesloten op een antenne bestaande uit een draad met een lengte van 25 meter.

welke aankoppeling is juist ?
A B C D
 
46 - onder de MUF (maximaal bruikbare frequentie) voor een bepaalde verbinding wordt verstaan :
de hoogste frequentie die kan worden toegepast de frequentie waarbij de fading maximaal is de frequentie waarop altijd kan worden gewerkt de hoogste frequentie waarvoor de apparatuur geschikt is
 
47 - onder de dode zone wordt verstaan, het gebied rondom een zender dat :
wel door de grondgolf maar niet door de ruimtegolf wordt bestreken wel door de ruimtegolf maar niet door de grondgolf wordt bestreken noch door de grondgolf noch door de ruimtegolf wordt bestreken zowel door de grondgolf als door de ruimtegolf wordt bestreken
 
48 - de voltmeter heeft een inwendige weerstand van 200 kilo-ohm.

wanneer de spanning tussen de punten X en Y met deze voltmeter wordt gemeten, bedraagt de meetfout :
2% 10% 20% 50%
 
49 - de modulatievorm welke de minste storing door laagfrequentdetectie veroorzaakt is :
amplitudemodulatie (AM) frequentiemodulatie (FM) enkelzijbandmodulatie (EZB) morsetelegrafie (CW)
 
50 - U bent genoodzaakt een schakeling af te regelen waarop een gevaarlijk hoge spanning staat.
het risico hierbij wordt groter door :
gebruik te maken van een scheidingstransformator in de 220V netleiding schoenen van isolerend materiaal te dragen geïsoleerd gereedschap te gebruiken beide handen tegelijkertijd te gebruiken