Proefexamen  C Najaar 2002


1- de Q - code QRT betekent:

 

houd op ik ben beschikbaar verlaag de seinsnelheid de sterkte van uw signaal verandert
 

2 - Het gebruikelijke morseteken voor EINDE UITZENDING is:

K(-.-) AR aaneengesloten (.-.-.) NK aaneengesloten(-.-.-) RK aaneengesloten (.-.-.-)
 

3 - De ITU radio regio II omvat het volgende gebied:

Europa Afrika Amerika Azië 
 

4 - Een zendamateur zendt uit in de klasse van uitzending J3E (EZB).

     Het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap van het radiozend-

     apparaat afgegeven gemiddeld vermogen, gerekend over één periode van de

     hoogfrequent uitgangswisselspanning tijdens het maximum van de omhullende,

     bedraagt 100 watt.

 

      Volgens de voorschriften en beperkingen is het zendvermogen:

25 W 100 W 200 W 400 W
 

5 - Op het vaste adres van de vergunninghouder staat het amateurstation zodanig

     opgesteld dat door het indrukken van de microfoonschakelaar de zender in bedrijf

     komt.

      De vergunninghouder is niet aanwezig.

 

     Wat is juist? 

dit is toegestaan dit is toegestaan als het registratiebewijs aanwezig is de vergunninghouder handelt correct als hij aan z`n huisgenoten heeft verteld dat niemand aan het amateurstation mag komen dit is in strijd met de voorschriften en beperkingen
 

6 - Tabel bij artikel 8 van de "voorschriften en beperkingen":

      

      Van een mobiel amateurstation dat uitsluitend kan werken in de 2-meter band en met

      een klasse van uitzending F3E is het zendvermogen 10 watt.

 

      het vermogen van ongewenste hoogfrequente uitstraling in de frequentieband 

      430-440 MHz mag per component niet meer bedragen dan:

1 milliwatt 100 microwatt 10 microwatt -50db ten opzichte van het zendvermogen
 

7 -  Deze wisselspanning wordt aangesloten op een weerstand van 10 ohm.

     

      Het opgenomen vermogen is:

5 W 7,07 W 10 W 100 W
 

8 -  Met de capaciteit (ah) van een batterij of accu wordt bedoeld:

het maximaal te leveren vermogen het produkt van de EMK en de kortsluitstroom het produkt van de elektrische spanning en de maximaal te leveren stroomsterkte  het produkt van de afgenomen stroom en de tijd dat deze stroom kan worden geleverd
 

9 -  De spanning tussen de punten X en Y is:

      

0 V 1 V 2 V 3 V
 

10 - Een batterij heeft een bronspanning (EMK) van 8,4 volt en een inwendige weerstand

        van 0,3 ohm. De batterij wordt belast met een weerstand: de klemspanning is

        nu 7,2 volt.

        De belastingweerstand is:

1,5 ohm 1,8 ohm 2,1 ohm 2,4 ohm
 

11 -  Om een magnetisch veld af te schermen, gebruikt men materiaal met een:

lage diëlektrische constante lage permeabiliteit hoge diëlektrische constante hoge permeabiliteit
 

12 -  Een sinusvormige wisselspanning heeft een effectieve waarde van 100 volt.

         De momentele waarden van deze wisselspanning liggen tussen:

0 V en +141,4 V -70,7 V en + 70,7 V -100 V en + 100 V -141,4 V en + 141,4 V
 

13 -  Een voordeel van amplitudemodulatie ten opzichte van enkelzijbandmodulatie is:

minder vervorming door selectieve fading minder vervorming door frequentie-afwijkingen minder vervorming door draaggolf-interferentie plaats voor meer zenders in de banden
 

14 - Achter een zender met een uitgangsvermogen van 5 watt wordt een versterker 

       geschakeld welke 20 watt afgeeft.

       Het zendvermogen zal toenemen met:

3 dB 6 dB 9 dB 12 dB
 

15 - Een hoogfrequentdraaggolf wordt 100% in amplitude gemoduleerd met een sinus-

       vormig signaal.

       Tijdens de vermogensmaxima van het gemoduleerd signaal is het hoogfrequent-

        vermogen:

de helft van het draaggolfvermogen gelijk aan het draaggolfvermogen tweemaal zo groot als het draaggolfvermogen viermaal zo groot als het draaggolfvermogen
 

16 - Het weerstandsverloop van een NTC-weerstand is:

         

A. B. C. D.

17 - Een condensator van 25 nF is aangesloten op een wisselspanning met een 

        frequentie van 50 kHz.

        De reactantie Xc is ongeveer:

127 ohm 254 ohm 800 ohm 1250 ohm
 

18 -  Een spoel heeft een gelijkstroomweerstand van 24 Ohm. Bij een bepaalde frequentie

         is de reactantie 32 Ohm.

        De impedantie is dan:         

24 ohm

32 ohm 40 ohm 56 ohm
 

19 -  Een dipoolantenne met een impedantie van 300 Ohm wordt met behulp van een

        transformator aangepast aan een coaxkabel van 75 Ohm.

        De wikkelverhouding van de transformator is:

1 : 1 1,4 : 1 2 :1  4:1
 

20 -  Om de resonantiefrequentie van de kring een faktor 2 te verhogen, moet de

         regelspanning op de varicap gewijzigd worden van:

        

10 naar 5 V 5 naar 20 V 12,5 naar 20 V 20 naar 5 V
 

21- De stroomversterking is ongeveer:

      

5 10 50 100
 

22 -  De regellus met fase-vergelijk-schakeling bevindt zich in vergrendelde toestand

        (gelocked).

         

        Op punt P staat:

een gelijkspanning met langzame variaties een constante gelijkspanning een wisselspanning van  1 Mhz een wisselspanning van 30 Mhz
 

23 - Juist is:

         

X = 0 en Y = 0 X = 0 en Y = 1 X = 1 en Y = 0 X = 1 en Y = 1
 

24 - De vervangingsweerstand is:

        

3,5 Kohm 4 Kohm 4,5 Kohm 5 Kohm
 

25 - Voor elk van de (ideaal veronderstelde) condensatoren is de maximaal toelaatbare

        spanning 80 volt.

        

        Wat is de hoogste waarde van de gelijkspanning die op deze schakeling mag worden

        aangesloten?

40 V 80 V 120 V 160 V
 

26 - De impedantie Z is bij resonantie:

        

75 Ohm 100 Ohm 300 Ohm 400 Ohm
 

27 -  Dit is de frequentiekarakteristiek van een resonantiekring.

         

         De kwaliteitsfactor (Q) van deze kring bedraagt:

16,7 25 50 100
 

28 - Welke filterkarakteristiek is geschikt voor een telefonie EZB-zender?

        

A B C D
 

29 -  Welke schakeling kan gebruikt worden als dubbelzijdige gelijkrichter?

       

A B C D
 

30 - Bij het openen van schakelaar S veranderen de genoemde versterkereigenschappen:

       

versterking, groter/ vervorming, groter versterking, groter/vervorming, kleiner versterking, kleiner/vervorming, groter versterking, kleiner/vervorming, kleiner
 

31 - De schakeling stelt voor een:

       

 

hoogdoorlaatfilter laagdoorlaatfilter verschilversterker modulator
 

32 - Flankdetectie is een bijzondere toepassing van een:

diodedetector productdetector Foster-Seeley detector Phase Locked Loop detector
 

33 - De schakeling werkt als oscillator. 

       

      Stelling 1: De kring is afgestemd op de tweede harmonische van het kristal;

      Stelling 2: Het kristal werkt praktisch in parallel-resonantie.

       Wat is juist?

 

stelling 1 en 2 alleen stelling 1 alleen stelling 2 geen van beide stellingen
 

34 - Blokschema 2-meter ontvanger (dubbelsuper):

      

        Als het ontvangen signaal een frequentiezwaai heeft van 3 kHz dan bedraagt de

        frequentiezwaai in de 2e mf-versterker:

30 Hz 300 Hz 3 kHz 30 kHz
 

35 -  In een ontvanger wordt hoogfrequentversterking toegepast om de :

gelijkloop tussen oscillator en antennekring te verbeteren kruismodulatie in de mengtrap te verminderen gevoeligheid van de ontvanger te verbeteren bandbreedte van de ontvanger te verkleinen
 

36 - De zwevingsoscillator (BFO) van een superheterodyne ontvanger werkt meestal op

       een frequentie dichtbij de frequentie van de :

hoogfrequentversterker middenfrequentversterker audioversterker eerste oscillator
 

37 - Intermodulatie in een ontvanger wordt veroorzaakt door het mengen van:

twee sterke antennesignalen twee zwakke antennesignalen een sterk antennesignaal en de oscillatorfrequentie een zwak antennesignaal en de middenfrequentie
 

38 - De voornaamste reden voor het gebruik van een bufferversterker achter een

        oscillator is om:

de drift van de oscillator-frequentie te verminderen de harmonische produkten te verminderen de  oscillator onafhankelijk te maken van invloeden van de overige trappen constant houden van de afgegeven oscillatorspanning

39 - Een maatregel om het optreden van chirp te voorkomen is:

een ontstoorcondensator over de seinsleutel schakelen de oscillator van de zender continu laten oscilleren de oscillator van de zender meesleutelen de zendereindtrap in klasse B instellen
 

40 - Een paraboolantenne met een schoteldiameter van 1 meter wordt gebruikt op een 

       frequentie van 5,6 Ghz.

       Indien dezelfde schotel vervolgens wordt gebruikt voor een antenne op een

       frequentie van 10,5 Ghz, wordt die:

antennewinst, groter/ openingshoek (bundelbreedte) groter antennewinst, groter/ openingshoek (bundelbreedte), kleiner antennewinst, kleiner/ openingshoek(bundelbreedte), groter antennewinst, kleiner/openingshoek (bundelbreedte) kleiner
 

41 - Een open halvegolf dipool in de vrije ruimte heeft in het midden een impedantie

        van ongeveer:

600 Ohm 240 Ohm 72 Ohm 36 Ohm
 

42 - Stelling 1: Het aan de voorzijde van een gevouwen dipool uitzonden vermogen is

        groter dan het aan de achterzijde uitgezonden vermogen;

        Stelling 2: De voor-achterverhouding van een gevouwen dipool is groter dan die van 

        een Yagi-antenne.

        Wat is juist?

stelling 1 en 2 alleen stelling 1 alleen stelling 2 geen van beide stellingen
 
43 - De verkortingsfactor van een coaxiale kabel is afhankelijk van:
het diëlektricum de lengte van de kabel de toegepaste frequentie de staandegolfverhouding
 

 44 - Een symmetrisch blokvormig signaal met een frequentie van 1000 Hz bevat naast

        de grondfrequentie onder andere de volgende:

100 Hz 500 Hz 3000 Hz 4000 Hz  
 

45 - In een periode met een groot aantal zonnevlekken:

wordt de 28 MHz band bruikbaarder voor grotere afstanden wordt de kans op temperatuurinversie groter splitst de E-laag zich vaker op in de F1- en F2-laag neemt de skip-distance toe
 

46 - Vanuit een aardsatelliet op 1000 km hoogte wordt een UHF-uitzending gedaan.

      Deze uitzending is op aarde te ontvangen in een gebied met een straal van maximaal

      ongeveer:

100 km 500 km 4000 km 20000 km
 

47 - Een ampèremeter heeft een inwendige weerstand van 20 Ohm. Met een parallel-

        weerstand van 5 Ohm is het meetgebied 20 mA.

        Het meetgebied van de meter zonder parallelweerstand is:

      

4 mA 5 mA 15mA 16 mA
 

48 - Een laagfrequent-oscilloscoop heeft een ingangsimpedantie van 1 MOhm parallel met

        20 pF. Men meet met een afgeschermde kabel van 100 pF per meter met een lengte

        van 80 cm.

        Het meetpunt wordt nu belast met:

1 MOhm en 16 pF 1 MOhm en 20 pF 1 MOhm en 100 pF 1 MOhm en 120 pF
 

49 - Een amateurzender werkend in de 21 Mhz band veroorzaakt storing in de 

        tv-ontvangst van kanaal 4 (61-68 Mhz).

        De storing kan worden verminderd door:

de frequentiestabiliteit te vergroten de uitsturing van de eindtrap te verkleinen de afvlakking van de voeding te verbeteren de hoogdoorlaatfilter achter te zender te plaatsen
 

50 - U bent genoodzaakt een schakeling af te regelen waarop een gevaarlijk hoge 

        spanning staat.

        Het risico hierbij wordt groter door:

gebruik te maken van een scheidingstransformator in de 220v netleiding schoenen van isolerend materiaal te dragen geïsoleerd gereedschap te gebruiken beiden handen tegelijkertijd te gebruiken