Proefexamen  C VOORJAAR 2003


1- De code QSB  betekent:

 

de sterkte van uw signaal verandert ik heb last van atmosferische storingen ik verminder mijn zendvermogen mijn positie is
 

2 - De volgende gebieden bevinden zich in ITU regio III

Europa en Afrika Australië en China Afrika en Australië Noord- en Zuid-Amerika
 

3 - Een amateurvergunninghouder koopt een tweedehands mobilofoon, werkend in de band 146-174 Mhz.

      Hij wijzigt het frequentiebereik in 144-172 Mhz.

 

      Het gebruik van dit apparaat is:

niet toegestaan. alleen toegestaan als de eindtrap van de zender is verwijderd. toegestaan, mits hij zich aan de voorschriften en beperkingen houdt. toegestaan, mits het toegestane zendvermogen niet kan worden overschreden.
 

4 - Tijdens uitzendingen op frequenties, waarop de Amateurdienst met een secundaire status is toegelaten, is de radiozend-

      amateur verplicht:

te allen tijde voorrang te verlenen aan diensten met een primaire status te allen tijde voorrang te verlenen aan andere diensten met een secundaire status te allen tijde voorrang te verlenen aan diensten die een gelijke status hebben als de amateurdienst voorrang te verlenen aan alle diensten als blijkt dat zijn uitzending storing veroorzaakt
 

5 - Op het vaste adres van de vergunninghouder staat het amateurstation zodanig opgesteld dat door het indrukken van

      de microfoonschakelaar de zender in bedrijf komt.

      De vergunninghouder is niet aanwezig.

 

     Wat is juist: 

dit is toegestaan dit is toegestaan als de vergunning aanwezig is de vergunninghouder handelt correct als hij aan zijn huisgenoten heeft verteld dat niemand aan het amateurstation mag komen dit is in strijd met de voorschriften en beperkingen
 

6 - De vergunninghouder moet onder andere:

er voor zorgdragen dat door de uitzendingen de grenzen van de hem toegewezen frequentiebanden niet worden overschreden in staat zijn om te bepalen of de uitzendingen binnen de toegelaten frequentieband plaatsvinden in staat zijn nauwkeurig te bepalen op welke frequentie de uitzendingen plaatsvinden op elk moment de zendfrequentie van de uitzendingen kunnen bepalen
 

7 - Door een weerstand loopt een stroom.

     Hierdoor ontstaat over deze weerstand een spanning van 12 volt.

 

    De stroom wordt vier maal zo groot gemaakt.

    De spanning wordt dan:

3 V 12 V 24 V 48 V
 

8 - Er is 1 kWh energie beschikbaar.

 

     Een 100 watt lamp kan hiermee worden gevoed gedurende:

0,1 uur 1 uur 10 uur 100 uur
 

9 - De gemiddelde waarde van de stroom I bedraagt:

     

0,5 A 0,707 A 1 A 1,5 A
 

10 - Van een luchtcondensator is de plaatafstand  2mm.

        De spanning tussen de platen is 6 volt.

 

       De elektrische veldsterkte tussen de platen is:

3000 V/m 300 V/m 120 V/m 30 V/m
 

11 - De frequentie is:

       

1 Hz 2,5 Hz 5 Hz 50 Hz
 

12 - De gemiddelde waarde van de stroom is:

       

0 mA 4 mA 4√2 mA

8 mA

 

13 - Gegeven is het frequentiespectrum van een met 1 toon gemoduleerde AM-zender.

       

        De draaggolf wordt voorgesteld door:

lijn 1 lijn 2 lijn 3 lijnen 1 en 3
 

14 - Het signaal van een EZB-amateurzender heeft het volgende spectrum:

       

        Het vermogen van de restdraaggolf is 10 milliwatt.

 

        Het vermogen van de zijband is:

100 mW 1 W 10 W 100 W
 

15 - Als de belastingsweerstand van een accu gelijk wordt gekozen aan de inwendige weerstand van die accu, dan zal:

 

de accu minimaal vermogen leveren aan de belasting de accu maximaal vermogen leveren aan de belasting er minimale stroom vloeien in het circuit er maximale stroom vloeien in het circuit
 

16 - Een zendereindtrap heeft een rendement van 60%.

        Bij een voedingspanning van 10 volt bedraagt de door de eindtrap opgenomen stroom 10 ampère.

        De coaxiale kabel naar de antenne geeft een vermogensverlies van 30%.

 

        Het aan de antenne afgegeven vermogen is:

42 W 28 W 18 W 12 W

17 - Een ronde koperdraad met een diameter van 1 mm en een lengte van 1 meter wordt gelijkmatig uitgetrokken  tot een

        lengte van 2 meter.

 

        De weerstand van de draad:

blijft gelijk wordt gehalveerd wordt verdubbeld wordt verviervoudigd
 

18 - De zwevings-oscillator (BFO) van een superheterodyne ontvanger is nodig bij de ontvangst van:

televisie (A3F) AM (A3E) FM (F3E) CW  (A1A)
 

19 - Een smoorspoel met een impedantie van 10 0hm heeft een ohmse weerstand van 8 ohm en wordt aangesloten op een

        sinusvormige wisselspanning van 10 volt.

 

        Het gedissipeerde vermogen is:

12,5 W 10 W 8 W 6 W
 

20 - In transformatoren worden ijzerkernen toegepast.

        De ijzeren lamellen die de kern vormen worden onderling geïsoleerd.

 

       Dit isoleren heeft tot doel de:

magnetische flux te versterken kernverliezen te verkleinen koppeling te versterken transformatieverhouding te vergroten
 

21- De stroom I 2 is:

      

0.5 A 1 A 2 A 4 A
 

22 - Het vermogen dat de transistor dissipeert is ongeveer:

       

25 mW 30 mW 35 mW 60 mW
 

23 - Stelling 1: De anodestroom van een triode radiobuis is afhankelijk van de roosterspanning;

 

        Stelling 2: De anodestroom van een triode radiobuis is afhankelijk van de anodespanning.

 

        Wat is juist:

stelling 1 en 2 alleen stelling 1 alleen stelling 2 geen van beide stellingen
 

24 -  Juist is:

        

Y = 0 en Z = 0 Y = 1 en Z = 1 Y = 1 en Z = 0 Y = 0 en Z = 1
 

25 - Drie weerstanden worden parallel geschakeld.

        De waarden zijn: 10, 15, en 30 ohm.

 

       De vervangingsweerstand is:

5 Ω 7,5 Ω 18,3 Ω 55 Ω
 

26 - Iemand wil een gloeilamp van 12 V/10 W voeden uit het 230 V net.

        Er staan twee gelijke transformatoren ter beschikking van elk primair 230 V en secundair 6 V/1 A

 

       Rekening houdend met de fase is de juiste schakeling:

primaire wikkelingen in serie en secundaire wikkelingen in serie primaire wikkelingen in serie en secundaire wikkelingen parallel primaire wikkelingen parallel en secundaire wikkelingen in serie primaire wikkelingen parallel en secundaire wikkelingen parallel
 

27 - in R3 wordt een vermogen gedissipeerd van 2 watt.

       

        Het vermogen dat in R1 gedissipeerd wordt is:

2W 4W 8W 16W
 

28 - Gegeven:

        R = 600 Ω; C = 5mF; 2 x Pi x F=250

       

        De impedantie van de schakeling is:

600 Ω 800 Ω 1000Ω 1400Ω
 

29 - Van een seriekring in resonantie wordt de serieweerstand vergroot van Rs = 10 ohm naar Rs = 20 ohm.

 

        De kwaliteitsfactor Q wordt hierdoor:

2 x kleiner niet veranderd 2 x groter 4 x groter
 

30 - Dit is een schema van een:

       

laagdoorlatend filter banddoorlatend filter bandsperrend filter frequentie-onafhankelijke verzwakker
 

31 - In het filter zijn 3 seriekringen in resonantie op de daarbij aangegeven frequenties.

       

        Het filter:

laat 2000 Hz en 4000 Hz door laat 2000 Hz door en spert 4000 Hz spert 2000 Hz en laat 4000 Hz door spert 2000 Hz en 4000 Hz
 

32 - Op de schakeling wordt een blokvormige spanning U1 aangesloten.

       

        De uitgangsspanning U2 wordt voorgesteld door:

       

A B C D
 

33 - Een amplitudegemoduleerd signaal  kan onvervormd worden versterkt door:

een frequentievermenigvuldiger een lineaire versterker een versterker in klasse C een niet- lineaire versterker
 

34 - Een zender werkt op 145 MHz.

 

        De tweede harmonische hiervan is:

72,5 MHz 145 MHz 217,5 MHz 290 MHz
 

35 - Een voordeel van frequentiemodulatie vergeleken met enkelzijbandmodulatie is:

 

de bandbreedte van de ontvanger kan kleiner zijn er is ruimte voor meer zenders per 100 kHz spectrum in de ontvanger kan een productdetector worden toegepast de eindtrap van de zender kan in klasse C worden ingesteld
 

36 - In de schakeling komt +5 volt overeen met logisch 1 en 0 volt met logisch 0.

      

        De juiste waarheidstabel is

        

A B C D
 

37 - De spiegelonderdrukking van een superheterodyne ontvanger wordt verbeterd door:

de bandbreedte van de lF-versterker te verkleinen de selectiviteit van de hf-versterker te vergroten de selectiviteit van de mf-versterker te vergroten de stabiliteit van de oscillator te vergroten
 

38 - De ingangsspanning Uin is amplitude gemoduleerd.

       

        De uitgangsspanning Uuit is weergegeven door:

       

A B C D

39 - Het circuit voor de automatische versterkingsregeling van een EZB-ontvanger heeft bij voorkeur een afvaltijd

       van ongeveer:

1 microseconde 1 milliseconde 1 seconde 1 minuut
 

40 - De eigenschap van een ontvanger om signalen op naastliggende frequenties te onderdrukken heet:

stabiliteit bandbreedte gevoeligheid selectiviteit
 

41 - In een 2-meter FM-zender wordt doorgaans:

Het oscillatorsignaal eerst in frequentie verveelvoudigd tot de zendfrequentie en vervolgens gemoduleerd het modulatiesignaal verveelvoudigd en aan de eindtrap toegevoerd het oscillatorsignaal eerst gemoduleerd en vervolgens in frequentie verveelvoudigd het modulatiesignaal en het oscillatorsignaal beide afzonderlijk verveelvoudigd en dan aan de modulator toegevoerd
 

42 - Een enkelzijbandzender werkt met een draaggolfoscillator op 1 MHz.

        Het zijbandfilter laat uitsluitend signalen in de lage zijband door.

 

       Voor spraaksignalen met frequenties tussen 300 Hz en 3000 Hz zijn de grenzen van de doorlaatband van dit filter:

997 kHz en 1003 kHz 1000,3 kHz en 1003 kHz 997,7 kHz en 1003,3 kHz 997 kHz en 999,7 kHz

43 - Chirp (Tjoep) kan optreden als:

de voedingsspanning van de oscillator onvoldoende stabiel is de seinsleutel van de zender niet goed is afgesteld de antenne te licht gekoppeld is met de eindtrap de seinsleutel te veel varieert
 

44 - Het gevolg van het naar beneden buigen van de radialen van een groundplane antenne is:

het verhoogt de stralingshoek het brengt de voetpuntimpedantie dicht bij 50 ohm het brengt de voetpuntimpedantie dicht bij 300 ohm dat er geen mantelstromen kunnen lopen
 

45 - Een antenne met traps:

is een helix-antenne onderdrukt stoorsignalen heeft maximale winst in alle richtingen kan op meer dan één band worden gebruikt
 

46 - Van elke coaxkabel is de karakteristieke impedantie en de elektrische lengte gegeven.

       

        De staandegolfmeter (SGM), welke is gemaakt voor 50 ohm, wijst ongeveer aan:

0,7 : 1 1,0 : 1 1,4 : 1 2,0 : 1
 

47 - Een transmissielijn dient om:

de antenne-impedantie te verlagen de antenne-impedantie te verhogen hoogfrequentenergie over te dragen de juiste aanpassing tussen de antenne en de transmissielijn te verkrijgen
 

48 - Als er rondom een kortegolf-zendantenne een dode zone aanwezig is, dan is de zendfrequentie :

lager dan de laagst bruikbare frequentie lager dan de kritische frequentie gelijk aan de kritische frequentie hoger dan de kritische frequentie
 

49 - Een wisselstroom met een frequentie van 14 MHz in een draad van een open voedingslijn kan gemeten worden

        met een:

in de draad opgenomen koolweerstand van 1 ohm en hierover een draaispoelmeter in de draad opgenomen koolweerstand van 1 ohm en hierover een draaispoelmeter in serie met een diode staandegolfmeter dipmeter
 

50 - Een radiozendamateur plaatst zijn antenne op een dak waarop reeds mobilofoonantennes staan.

        De mobilofoons werken op 150,5 en 155,5 MHz.

        Als de amateur op 145,5 MHz zendt, blijkt zo nu en dan zijn signaal op 155,5 MHz hoorbaar te worden.

 

       De waarschijnlijke oorzaak is:

intermodulatie overmodulatie blokkering laagfrequentdetectie