F-Examen

1. Van een wisselstroom wijzigt de stroomrichting 3.500.000 maal per seconde van richting.
De frequentie bedraagt:

2. Een belasting wordt aangesloten op een sinusvormige wisselspanning.
Het verloop van de stroom i en de spanning u is in de grafiek aangegeven.

De belasting bestaat uit:

3. Wanneer in een geluidinstallatie laagfrequentdetectie optreedt als gevolg van een nabije EZB-zender, die gemoduleerd wordt met spraak, klinkt dat als:
4. Een waarde van 200 pF wordt bereikt met:


5. In deze schakeling is Q4:


6. Een laagfrequent-oscilloscoop heeft een ingangsimpedantie van 1 MΩ parallel met 20 pF.
Men meet met een afgeschermde kabel van 100 pF per meter met een lengte van 80 cm.

Het meetpunt wordt nu belast met:

7. Verbindingen in de 14 MHz band over grote afstand worden gemaakt via:
8. Juist is:


9. Bewering 1:
een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is J3E.
Bewering 2:
Een FM-zender zendt datasignalen uit.
De klasse van uitzending is F1D.

Wat is juist?

10. Laagfrequentdetectie geeft de minst opvallende storing bij de volgende soort uitzending:

11. een luidspreker met een impedantie van 8Ω moet worden aangesloten op een versterker die belast moet worden met 800Ω.

De beste aanpassing wordt verkregen met een transformator:

12. De "skip distance" is alleen aanwezig wanneer de zendfrequentie:

13. Instelling oscilloscoop;
Horizontaal: 4 μsec/schaaldeel
Verticaal; 25 V/schaaldeel

De frequentie van deze wisselspanning is:


14. Het woord "YOGHURT" wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

15. Drie gelijke spoelen met dezelfde Q-factor worden parallel geschakeld.
Er is geen magnetische koppeling.

De Q-factor van de schakeling:

16. Een geregistreerde radiozendamateur koopt een tweedehands mobilofoon, werkend in de band 146 - 174 MHz.
Hij wijzigt het frequentiebereik in 144 - 172 MHz.

Het gebruik van dit apparaat is:

17. Afscherming van bedrading en onderdelen die een hoge spanning voeren bevordert:
18. De stroom I is 84 mA.

De stroom door R is:
19. In R1 wordt 36 watt aan warmte ontwikkeld.

De warmte ontwikkeling in R2 bedraagt:


20. Door het toevoegen van een hf-trap voor de mengtrap van een superheterodyne ontvanger:

21. Deze vermogensversterker is geschikt voor:


22. Tijdens een amateurradio-uitzending moeten de roepletters worden uitgezonden ten minste 1 maal per:
23. Een maatregel om het optreden van chirp te voorkomen is:

24. De verkortingsfactor van een transmissielijn wordt bepaald door de:
25. een schakelende voeding heeft ten opzichte van een voeding met een vermogenstransistor als serie-regelaar het voordeel dat:

26. R dissipeert 4 watt.

Het gedissipeerd vermogen van de gehele schakeling is:


27. Bewering 1:
In een zender wordt fasemodulatie toegepast voor het uitzenden van een datakanaal.
De klasse van uitzending is G3E.
Bewering 2:
Via een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf worden met behulp van een hulpdraaggolf met de hand geseinde morsetekens verzonden.
De klasse van uitzending is J2A.

Wat is juist?
28. Deze L-C schakeling heeft:


29. Stelling 1:
het aan de voorzijde van een gevouwen dipool uitgezonden vermogen is groter dan het aan de achterzijde uitgezonden vermogen;
Stelling 2:
De voor/achterverhouding van een gevouwen dipool is groter dan die van een yagi-antenne.

Wat is juist:

30. Voor de transistor geldt: UBE = -0,5 V.
De zenerspanning is 2 V.

De spanning U is:


31. De roepletters moeten worden uitgezonden:

32. De reactantie van een spoel wordt groter, zowel bij:

33. In de mengtrap van een superheterodyne-ontvanger wordt het hoogfrequentsignaal:

34. een staandegolfmeter (SGM) voor 70 Ω is opgenomen in een antennekabel van 70 Ω.

Bij welke afsluitimpedantie wijst de meter 1 aan?


35. De vervangingswaarde is:


36. De waarde van u1 en u2 is:


37. een zendereindtrap, bedoeld voor het versterken van een enkelzijbandsignaal, wordt voor een zo hoog mogelijk rendement ingesteld in:

38. Als van een elektronenbuis een gegeven wordt uitgedrukt in een aantal mA/V dan heeft dat betrekking op de:
39. De schakeling wordt gebruikt voor het meten van een wisselspanning met een frequentie van 50 Hz.

De draaispoelmeter, die voor gelijkspanning geijkt is, meet van de gelijkgerichte spanning:


40. Als schakelaar S1 gesloten wordt zal de lamp:


41. De stroom IR ijlt:


42. In de verzwakker wordt gedissipeerd:


43. een parabolische reflector met een diameter van 30 cm werkt het beste in het frequentiegebied:

44. Op grote afstand van een 21 MHz zender worden rasterstoringen ondervonden in de televisie-ontvangst op kanaal 4 (63 MHz).

De storingen kunnen worden opgeheven door:
45. De gemiddelde waarde van de stroom is:


46. Bij een bepaalde frequentie is XL = 400Ω.

Als de frequentie wordt verdubbeld, dan wordt de impedantie Z ongeveer:


47. De ITU regio I, waartoe Nederland behoort, omvat de volgende gebieden:

48. Een ideale voltmeter, geijkt voor gelijkspanning, wordt via een gelijkrichter aangesloten op een sinusvormige wisselspanning met een effectieve waarde van 10 Volt.

De meter zal dan ongeveer aanwijzen:
49. De gebruikelijke bandbreedte van een amateur EZB-telefoniesignaal is:
50. Juist is: