F-Examen

1. De uitgangsspanning U,sub>uit is:


2. een luchtcondensator bestaat uit 2 koperplaten.
de oppervlakte van deze platen wordt 2 X zo groot gemaakt.

De capaciteit zal:

3. De draaggolf van een AM-zender wordt met 1 toon gemoduleerd.
Het uitgangssignaal wordt op een oscilloscoop zichtbaar gemaakt.
De oscilloscoop is gesynchroniseerd met het toonsignaal.

Het juiste beeld is:


4. Een hf-oscillator moet elektrisch en mechanisch stabiel zijn om te bereiken dat de oscillator geen:
5. De reflectie van electromagnetische golven door de ionosfeer is het minst afhankelijk van:
6. Een condensator van 25 nF is aangesloten op een wisselspanning met een frequentie van 50 kHz.

De reactantie Xc is ongeveer:

7. Ingang S gaat over van logisch 0 naar 1.

Uitgang Q:


8. De spanning over de diode is:


9. Een zender is via een kabel met de antenne verbonden.

Door het toevoegen van een antennetuner tussen de zender en de kabel kan:

10. een staandegolfmeter voor 50Ω meet een staandegolfverhouding van 1 op een coaxiale kabel 50Ω wanneer deze is afgesloten met een:

11. PA3XXX in Breda hoort op 80 meter ON4ZZZ in Antwerpen roepen:
CQ-DX, CQ-DX, de ON4ZZZ.

Hoe reageert PA3XXX hierop?
12. De absorptie-frequentiemeter maakt gebruik van het effect dat:

13. De schakeling rondom Q2 is bedoeld:


14. De kantelfrequentie van dit filter bedraagt ongeveer:


15. Een radiozendamateur maakt vanuit de auto een verbinding op 2 meter.
Tot zijn schrik merkt hij dat hij een zakelijke afspraak niet kan nakomen.
Hij vraagt aan de radiozendamateur met wie hij verbinding heeft dit telefonisch door te geven.
Dit is:
16. Een FM-zender geeft een draaggolfvermogen af van 10 watt en is belast met een gloeilamp van 15 watt.
De zender wordt met spraak gemoduleerd.

Deze lamp zal:
17. In een zenderstuurtrap wordt het signaal van een kristaloscillator gemengd met dat van een variabele oscillator.
Voor het zendbereik tussen 3,5 - 3,8 MHz komt de volgende combinatie in aanmerking:
18. De maximale doorlaatstroom in een halfgeleiderdiode wordt begrensd door de:
19. De ITU regio I, waartoe Nederland behoort, omvat de volgende gebieden:

20. een multimeter heeft een gevoeligheid van 20 kΩ/V.
De meter is geschakeld op het 10 volt bereik.
De meter wijst 7 volt aan.

De eigen weerstand van de meter is:

21. De spanning U over de secundaire van 2 overkritisch gekoppelde kringen, als functie van de frequentie, is gegeven door:


22. een omroepontvanger wordt over het hele afstembereik gestoord door een amateurstation.

De meest waarschijnlijke oorzaak is:

23. Tussen twee versterkertrappen is een passief filter geschakeld.

De totale versterking tussen A en B is:


24. Een seriekring heeft een resonantiefrequentie van 100 MHz.

Voor een signaal van 90 MHz gedraagt deze kring zich als een:

25. De roepletters PA3RMI worden volgens het voorgeschreven spellingsalfabet gespeld als:
26. Een meetapparaat dat versterkers bevat voor horizontale en verticale afbuiging is een:

27. Dit is het blokschema van een FM-zender.

Het blokje met X stelt voor:


28. Tijdens een amateurradio-uitzending moet de radiozendamateur er voor zorgdragen dat:

29. De transistor staat geschakeld in:


30. De versterking van de schakeling is:


31. Een TV-toestel ondervindt op de meeste kanalen storing van een amateurradiozender werkend in de 50 MHz band.

De meest waarschijnlijke oorzaak is:

32. De weerstand Rk zorgt voor de:


33. De frequentiezwaai van het antennesignaal is 12 kHz.

De frequentiezwaai van de oscillator is:


34. De transformator heeft n1 = 20 windingen en n2 = 100 windingen.

De ingangsimpedantie Z1 is:


35. Een signaalsterkte wordt gerapporteerd als "S-9 plus 20 dB".

Indien van de beluisterde zender het vermogen wordt gereduceerd van 150 W naar 15 W, dan behoort het signaalsterkte rapport te zijn:
36. In het filter zijn 3 seriekringen in resonantie op de daarbij aangegeven frequenties.

Het filter:


37. Om de resonantiefrequentie van de kring een factor 2 te verhogen, moet de regelspanning op de varicap gewijzigd worden van:

38. De "oervorm" van een NPN-transistor is de "twee-dioden" schakeling in:


39. Welke LED licht duidelijk op?


40. De frequentiezwaai van een FM-zender wordt vergroot van 2 kHz naar 3 kHz.

Het zendvermogen van de zender:

41. Deze schakeling kan worden gebruikt als:


42. een staandegolfmeter (SGM) voor 70 Ω is opgenomen in een antennekabel van 70 Ω.

Bij welke afsluitimpedantie wijst de meter 1 aan?


43. Voor een bruikbare modulatie zal de waarde van R1 liggen in de ordegrotte van:

44. De 40-meter amateurband grenst aan een omroepband.

Als `s-avonds een aantal omroepzenders door elkaar hoorbaar wordt op een in de amateurband afgestemde ontvanger is dit waarschijnlijk te wijten aan:

45. Een breedband-antenneversterker is aangesloten tussen een TV-antenne en een TV-ontvanger.
Bij het inschakelen van een hf-amateurzender worden alle TV-kanalen gestoord.

Deze storing is in het algemeen op te heffen door:

46. De antenne is ontworpen voor de 80- en 40-meter amateur band.
In de antenne zijn twee gelijke "traps" opgenomen.
Stelling 1:
De "traps" gedragen zich op 40-meter als een sperfilter waardoor de eindstukken van de antenne niet meewerken.
Stelling 2:
De "traps" gedragen zich op 80-meter als een capacitieve reactantie, waardoor beide eindstukken worden aangekoppeld.

Wat is juist:

47. Deze schakeling is een:


48. Condensator C7 dient als:


49. De frequentiestabiliteit van een zender wordt voornamelijk bepaald door:

50. Een varicapdiode wordt meestal gebruikt voor: