F-Examen

1. De uitgangsspanning U is:


2. Yagi-antennes bevatten zogenaamde parasitaire elementen.

Als ze op de juiste manier geplaatst zijn:

3. Een 10-meter zender veroorzaakt laagfrequentdetectie in een geluidsinstallatie.
Om de storing op te heffen worden laagohmige luidsprekeruitgangen ontkoppeld door middel van condensatoren, parallel aan de uitgangen.

De meest geschikte capaciteitswaarde is:
4. De stroom I is:


5. Het uitgangsvermogen van een zender wordt verhoogd van 1 watt naar 2 watt.

Dit is een verhoging van:

6. Om het opgenomen vermogen van de zender zo nauwkeurig mogelijk te meten, dient de weerstand van de respectievelijke meetinstrumenten te zijn:


7. De kans dat een zender te veel harmonischen uitstraalt is het grootst als de eindtrap wordt ingesteld in:

8. Een superheterodyne-ontvanger heeft geen hf-versterker.

Draaien aan de afstemknop verandert de afstemfrequentie van:


9. Om licht te geven dient een LED te werken:
10. De roepletters PI4RSN worden volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:
11. Deze karakteristiek heeft betrekking op een:


12. In de kring wordt de waarde van R gehalveerd.

de bandbreedte wordt hierdoor:
13. Verticaal opgestraalde signalen met een frequentie hoger dan de kritische frequentie worden door de ionosfeer:

14. De versterking van de schakeling is:


15. Van een spoel is gegeven: L = 0,25 H.

Als f = 100 Hz, dan is XL ongeveer:

16. De batterijen zijn geheel geladen.
De schakelaars S1 en S2 worden gelijktijdig gesloten.
Na 48 uur zijn beide batterijen gelijktijdig uitgeput.

De capaciteit (Ah) van de batterij in schakeling X is:
17. De middenfrequentversterker is opgebouwd rond transistor:


18. een parabolische reflector met een diameter van 30 cm werkt het beste in het frequentiegebied:

19. Instelling oscilloscoop:
Horizontaal: 2μsec/schaaldeel
Verticaal: 25 V/schaaldeel

Uit dit beeld leidt u de volgende waarden af:


20. Bij een Id = 4 mA en een Ugs = - 3 V behoort een source-weerstand Rs :

21. Bewering 1:
Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is F2A.
Bewering 2:
Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is J2B.

Wat is juist?

22. De 3 dB bandbreedte van een parallelkring, met een Fres van 21 MHz en een Q van 70, is:
23. Op het vaste adres van de geregistreerde radiozendamateur staat het amateurstation zodanig opgesteld dat door het indrukken van de microfoonschakelaar de zender in bedrijf komt.
De radiozendamateur is niet aanwezig.

Wat is juist?
24. Om harmonischen van de zendfrequentie te onderdrukken wordt aan de coaxiale voedingslijn naar de antenne een coaxiale stub aangebracht.

Wat is juist:


25. Ingang Y gaat over van 0 naar 1.

uitgang Q:


26. In een LC-oscillator vindt de positieve terugkoppeling van de uitgang naar de ingang gebruikelijk plaats door middel van een:
27. Een ideale voltmeter, geijkt voor gelijkspanning, wordt via een gelijkrichter aangesloten op een sinusvormige wisselspanning met een effectieve waarde van 10 Volt.

De meter zal dan ongeveer aanwijzen:
28. Het aanbrengen van een poederijzerkern in een spoel die op 3,5 MHz wordt toegepast, heeft de volgende invloed:
29. PA3XXX in Breda hoort op 80 meter ON4ZZZ in Antwerpen roepen:
CQ-DX, CQ-DX, de ON4ZZZ.

Hoe reageert PA3XXX hierop?
30. Als de frequentie wordt verdubbeld, dan wordt de ingangsimpedantie:


31. In de schakeling komt +5V overeen met een logisch 1 en 0V met een logisch 0.

32. De PLL wekt een frequentie op tussen 144 en 146 MHz.
Het uitgangssignaal Uuit wordt gemoduleerd door het microfoonsignaal.

De meest geschikte kantelfrequentie van het filter in de regellus is:


33. De gemiddelde waarde van de stroom I bedraagt:


34. Een antenne wordt in het midden symetrisch gevoed via een open kwartgolflijn.

Welke tekening geeft de juiste spanningsverdeling op straler en voedingslijn weer?


35. Van een fase-regellus is het met een + aangegeven onderdeel:


36. In de schakeling zijn alle weerstanden 100 ohm.
In R2 wordt een vermogen gedissipeerd van 1 watt.
In R1 wordt een vermogen gedissipeerd van:


37. Een geregistreerde radiozendamateur koopt een tweedehands mobilofoon, werkend in de band 146 - 174 MHz.
Hij wijzigt het frequentiebereik in 144 - 172 MHz.

Het gebruik van dit apparaat is:

38. In deze schakeling wordt in plaats van een transistor met een stroomversterkingsfactor Hfe=100 een transistor toegepast met een Hfe=50.

wat is het gevolg?
39. Juist is:


40. De regellus met fase-vergelijk-schakeling bevindt zich in vergrendelde toestand (gelocked).

Op punt P staat:


41. De stroom door de spoel is ongeveer:


42. In welk figuur is de aanpassing bij de halvegolf antenne juist?


43. De meest geschikte bandbreedte voor een hf-amateur-ontvanger, die gebruikt wordt voor EZB-telefonie ontvangst, bedraagt:

44. R1 en R2


45. Voor het verkrijgen van een 10 volt- en een 30 volt-meetgebied moeten R1 en R2 zijn:


46. De dode zone is het gebied rondom een kortegolf zender, waarin:

47. Op de ingang is een pulsvormige spanning aangesloten.
De (onbelaste) uitgangsspanning is:


48. een radiozendamateur laat voor een radiopeilevenement (vossenjacht) een amateurstation onbeheerd achter.

Dit is:

49. De impedantie Z bedraagt:


50. De nauwkeurigheid van een frequentieteller wordt bepaald door de: