F-Examen

1. U bent heel ambitieus en besluit zelf een 2 meter zender te gaan bouwen.

Zodra de zender zover is dat u er een signaal mee kunt uitzenden:

2. een zender voor 144 MHz heeft in het uitgangssignaal een sterke component op 72 MHz.
Dit is waarschijnlijk het gevolg van:
3. Door een 15-meter zender wordt een ongewenst signaal van 63 MHz uitgestraald, waardoor de televisie-ontvangst op deze frequentie wordt gestoord.

De storing kan worden voorkomen door:

4. Welke van de schakelingen kan worden toegepast om een negatieve en een positieve gelijkspanning te krijgen?


5. Voor het versterken met zo hoog mogelijk rendement van een CW telegrafiesignaal wordt de zendereindtrap ingesteld in:

6. De Q-factor van een spoel in een resonantiekring heeft vooral invloed op de:
7. Volgens het Internationale Radioreglement is radiocommunicatie tussen amateurstations van verschillende landen:

8. Bij demodulatie van enkelzijbandsignalen wordt doorgaans gebruik gemaakt van een:
9. Iedere condensator is 6μF.

De vervangingswaarde is:


10. Veiligheidsaarde wordt aangebracht met als doel:

11. Door een ideale spoel loopt een sinusvormige stroom.

De spanning over de spoel is:

12. Een zender voor enkelzijbandtelefonie is aangesloten op een kunstmatige belasting (dummy load) met een weerstand van 50 ohm.
De zender wordt gemoduleerd met een dubbeltoonsignaal.
Een op de uitgang van de zender aangesloten oscilloscoop vertoont het in de figuur aangegeven beeld.

De Peak Envelope Power (P.E.P) van de zender bedraagt:


13. In variabele condensatoren is het dielectricum veelal:

14. Een verticale antenne heeft een lengte van 10 meter.
De impedantie van de antenne is ongeveer 36 ohm.

De zendfrequentie is ongeveer:


15. De schakeling rondom Q2 is bedoeld:


16. Bewering 1:
een dubbelzijband AM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is F3E.
Bewering 2:
een FM-zender zendt een telegrafiesignaal uit, bestemd voor automatische ontvangst.
De klasse van uitzending is F1B.

Wat is juist?

17. Elektromagnetische golven met een frequentie van ongeveer 1,8 MHz:
18. Een radiozendamateur werkt met zijn 70-cm FM-transceiver op de camping.
Zijn buurman gebruikt een draagbare TV,ingesteld op ca. 480 MHz.
Hij merkt dat het beeld donker wordt als de amateur uitzendt.
Dit kan het gevolg zijn van:
19. De hoogste laag in de ionosfeer is:

20. In de weerstand wordt een vermogen van 1 watt gedissipeerd.
I1 is dan:


21. Dit is het blokschema van een ontvanger.

Wat is de frequentie van de 2e mf-versterker?


22. Een voeding wordt beveiligd met 1 of meer smeltveiligheden in de netleiding.

Dit wordt in de praktijk gedaan met:

23. Met deze meetopstelling wordt de resonantiefrequentie van de kring bepaald.
Ri is de inwendige weerstand van de voltmeter.

Wat is juist?

24. De schakeling stelt voor een:


25. Een analoog signaal wordt aangeboden aan een ADC.
De nauwkeurigheid van de conversie kan worden vergroot door:
26. De uitgangsspanning Uuit is:


27. Bij het toepassen van fasemodulatie in een zender voor de overdracht van een telefoniesignaal is de klasse van uitzending:

28. Deze FET-schakeling is een typische:


29. een balun wordt toegepast om:
30. Met de schakeling worden achtereenvolgens vier signalen met gelijke amplitude gemeten.

De grootste uitslag treedt op bij
31. De effectieve waarde van de spanning is ongeveer:


32. In het geval van een FM-zender wordt volgens de "gebruikersbepalingen" onder zendvermogen verstaan:

33. Chirp (Tjoep) kan optreden als:
34. De zender van een radiozendamateur met een F-registratie kan in de 40-meter amateurband een zendvermogen leveren van maximaal 600 watt.

Het gebruik van deze zender is:

35. In R1 wordt 36 watt gedissipeerd.

In R2 wordt gedissipeerd:


36. Bij een normale instelling is de weerstand tussen de gate en de source van een veldeffecttransistor:

37. R2 en R3:


38. Het aanbrengen van meetkoppeling in een versterker kan tot gevolg hebben dat:

39. Een voltmeter dient een zeer hoge impedantie te hebben opdat:
40. De primaire wikkeling van een transformator is aangesloten op een wisselspanning van 230 volt.
De secundaire spanning bedraagt 23 volt.

De wikkelverhouding nprimair : nsecundair is:

41. De verkortingsfactor is er bij een stuk coaxiale kabel de oorzaak van dat de verhouding, werkelijke lengte / elektrische lengte (lengten uitgedrukt in de zelfde eenheid):
42. Juist is:


43. De gemiddelde waarde van de stroom over het tijdsinterval van 0 tot π/2 seconde is:


44. De spoelen zijn NIET gekoppeld.

welke schakeling heeft een vervangingszelfinductie van 10 mH?


45. Door het aanbrengen van seriespoelen in een dipoolantenne zal de:
46. Een 10-meter zender veroorzaakt laagfrequentdetectie in een geluidsinstallatie.
Om de storing op te heffen worden laagohmige luidsprekeruitgangen ontkoppeld door middel van condensatoren, parallel aan de uitgangen.

De meest geschikte capaciteitswaarde is:
47. De draaggolf van een AM-zender wordt met 1 toon gemoduleerd.
Het uitgangssignaal wordt op een oscilloscoop zichtbaar gemaakt.
De oscilloscoop is gesynchroniseerd met het toonsignaal.

Het juiste beeld is:


48. een luchtcondensator bestaat uit 2 koperplaten.
de oppervlakte van deze platen wordt 2 X zo groot gemaakt.

De capaciteit zal:

49. Een voorversterker voor de twee meter amateurband heeft minimaal een bandbreedte van:

50. Ingang Y gaat over van 0 naar 1.

uitgang Q: