F-Examen Nieuwe Stijl

1. Het frequentiespectrum van een hf-signaal dat 50% amplitude gemoduleerd is met een constante lf-sinustrilling vertoont:

2. Afscherming van bedrading en onderdelen die een hoge spanning voeren bevordert:
3. De kantelfrequentie van dit filter bedraagt ongeveer:


4. Hoe lang moeten de parasitaire elementen X, Y en Z zijn?


5. De reikwijdte van een UHF-zender wordt het meest vergroot door:

6. De mogelijkheden voor het maken van radioverbindingen via de ionosfeer zijn mede afhankelijk van het aantal zonnevlekken.

Deze afhankelijkheid is het sterkst voor de:

7. In de schakeling zijn alle weerstanden 100 ohm.
In R2 wordt een vermogen gedissipeerd van 1 watt.
In R1 wordt een vermogen gedissipeerd van:


8. Een condensator wordt aangesloten op een sinusvormige wisselspanning van 15 volt.
Bij een frequentie van 100 Hz is de stroom door de condensator 50 mA.

Indien de frequentie 2000 Hz bedraagt is de stroom:
9. Van een pentode, ingesteld in klasse A, is het verband tussen Ia en Ug gegeven bij een anodeweerstand van 5000 Ω.

De spanningsversterking is:
10. De voltmeter met een inwendige weerstand van 10 kilo-ohm per volt is ingesteld op het bereik van 10 volt.
De inwendige weerstand van de batterij is te verwaarlozen.

De voltmeter wijst aan:


11. De belastingsstroom Ibel varieert van 100 tot 300 mA.
Het maximaal gedissipeerde vermogen door de zenerdiode is:


12. Achter een zender met een uitgangsvermogen van 5 watt wordt een versterker geschakeld welke 20 watt afgeeft.

Het zendvermogen zal toenemen met:

13. In deze zender zijn R9 en R10 aanwezig om de basis van Q3:


14. iemand wil een gloeilamp van 12 V/10 W voeden uit het 230 V net.
er staan twee gelijke transformatoren ter beschikking van elk primair 115 V en secundair 6V/1 A.

De juiste schakeling is:


15. Een enkelzijbandzender heeft een zijbandfilter met een bandbreedte van 2500 Hz.
De draaggolf is goed onderdrukt.
Als de zender met spraak wordt gemoduleerd blijkt de bandbreedte van de uitzending aanzienlijk groter te zijn dan 2500 Hz.

Door welke oorzaak kan dit verschijnsel ontstaan?

16. Ingang Y kan zowel logisch 1 als logisch 0 zijn.

Uitgang Q is:


17. Het vermogen dat de transistor dissipeert is ongeveer:


18. Juist is:


19. De spanning (Uce) tussen emitter en collector is:


20. Een EZB-zender wordt gestuurd met een dubbeltoon (1100 Hz en 1900 Hz, van gelijke amplitude).
De meter wijst 71 volt aan.

De Peak Envelope Power (PEP) bedraagt:


21. Definitie zendvermogen:
Het door de direct met (...X...) te koppelen trap van het radiozendapparaat afgegeven gemiddeld vermogen, gerekend over een periode van de hoogfrequente uitgangswisselspanning tijdens het maximum van de omhullende (Peak Envelope Power).

Op de plaats van (...X...) moet staan:

22. In een enkelzijbandzender kiest men bij voorkeur voor een balansmodulator omdat hiermee:

23. Bij een normale instelling is de weerstand tussen de gate en de source van een veldeffecttransistor:

24. Voor een telegrafiezender (A1A) geldt:

25. In de schakeling is de wisselstroom 0,5 ampere

De aangesloten spanning is:
26. De bruikbaarheid van de 28 MHz band voor intercontinentaal radioverkeer is het grootst:

27. De polarisatie van een radiogolf is gedefinieerd als;

28. IARU bandplannen zijn:
29. Juist is:


30. Voor het versterken met zo hoog mogelijk rendement van een CW telegrafiesignaal wordt de zendereindtrap ingesteld in:

31. In netvoedingen moet de aarddraad van het netsnoer worden verbonden met het metalen chassis.

Hierdoor zal in alle gevallen dat er een fout in de voeding optreedt:

32. Twee stukken coaxkabel met een elektrische lengte van elk 0,25λ en een karakteristieke impedantie van 70Ω zijn in serie geschakeld.

De staandegolfmeter (SGM), welke is gemaakt voor 50Ω, geeft een staandegolfverhouding aan van ongeveer:


33. Een seriekring bestaat uit een spoel van 1 μH met een ohmse weerstand van 0,1 ohm en een condensator.
de resonantiefrequentie bedraagt 8 MHz.

De Q-factor van de kring is ongeveer:

34. In een superheterodyne-ontvanger is de frequentie-afstand tussen de afgestemde frequentie en de spiegelfrequentie:

35. een smoorspoel met een impedantie van 10 ohm heeft een ohmse weerstand van 8 ohm en wordt aangesloten op een sinusvormige wisselspanning van 10 volt.

Het gedissipeerde vermogen is:

36. Ingang Y kan zowel logisch 1 als logisch 0 zijn.

Uitgang Q is:
37. Voor de schakeling geldt:


38. Het primaire doel van de hf-versterker in een ontvanger is om:

39. In de "gebruikersbepalingen" wordt onder het radiostation verstaan:
40. Tijdens uitzendingen op frequenties, waarop de Amateurdienst met een secundaire status is toegestaan, is de radiozendamateur verplicht:

41. Bij een Id = 4 mA en een Ugs = - 3 V behoort een source-weerstand Rs :

42. Bij de oscillator is de faseverschuiving tussen de punten X en Y (beide gemeten t.o.v. aarde):


43. De schakeling stelt voor een:


44. Een FM-zender geeft een draaggolfvermogen af van 10 watt en is belast met een gloeilamp van 15 watt.
De zender wordt met spraak gemoduleerd.

Deze lamp zal:
45. Juist is:


46. Bij temperatuurinversie kunnen radiogolven in de 145 MHz frequentieband aanzienlijk grotere afstanden overbruggen dan normaal.

Dit komt omdat:

47. Flipflop is een andere naam voor een:

48. Dit is een schema van:


49. Bij het toepassen van fasemodulatie in een zender voor de overdracht van een telefoniesignaal is de klasse van uitzending:

50. De hoogste laag in de ionosfeer is: