F-Examen Nieuwe Stijl

1. Een radioverbinding over lange afstand op 145 MHz is mogelijk door:

2. Een batterij met een inwendige weerstand van 15 ohm en een bronspanning (EMK) van 30 volt wordt aangesloten op een parallelschakeling van 2 weerstanden van 30 ohm.

De stroom die de batterij levert is:

3. De Q-factor van een spoel heeft vooral betrekking op de:

4. Binnen het kader van de amateurdienst is de Nederlandse radiozendamateur bevoegd:

5. De zelfinductie van een spoel is hoofdzakelijk afhankelijk van:

6. Op de loper van R15 is een sinusvormig signaal aanwezig.
De potentiometer staat in de middenstand.

Het aan de hoofdtelefoon aangeboden signaal:


7. De schakeling werkt als een overtone-oscillator.
Stelling 1: De kring is afgestemd op de tweede harmonische van het kristal.
Stelling 2: Het kristal werkt in serie-resonantie.

Wat is juist?
8. In deze schakeling is Q4:


9. De stroom I is 84 mA.

De stroom door R is:
10. Een met spraak in amplitude gemoduleerd hf-signaal (A3E) heeft als eigenschap:

11. De beweging van electronen onder invloed van een elektrische spanning heet:

12. De transformatoren zijn identiek en elk bedoeld voor primair 230 V, secundair 12 V.

De spanning over weerstand R is:


13. Voor een transistor geldt: Ube = 0,7 V.
De basisstroom is te verwaarlozen. Uce is:


14. Tussen twee versterkertrappen is een passief filter geschakeld.

De totale versterking tussen A en B is:


15. De 3 dB bandbreedte van een parallelkring, met een Fres van 21 MHz en een Q van 70, is:
16. Het woord "export" wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

17. Een ideale voltmeter, geijkt voor gelijkspanning, wordt via een gelijkrichter aangesloten op een sinusvormige wisselspanning met een effectieve waarde van 10 Volt.

De meter zal dan ongeveer aanwijzen:
18. De eigenschappen in de troposfeer bepalen in belangrijke mate de voortplanting van radiogolven in de:
19. Storingen welke veroorzaakt worden door sleutelklikken van een telegrafiezender (A1A) kunnen worden voorkomen door:

20. In het blokschema is de functie van de meter het aanwijzen van:


21. De kantelfrequentie van dit filter bedraagt ongeveer:


22. Van "skip distance" kan slechts sprake zijn als de:

23. Een seriekring bestaat uit een spoel van 1 μH met een ohmse weerstand van 0,1 ohm en een condensator.
de resonantiefrequentie bedraagt 8 MHz.

De Q-factor van de kring is ongeveer:

24. Bij een radiogolf is de kritieke frequentie:
25. Een spoel van 2 μH met een draadweerstand van 0,1 ohm wordt toegepast op een frequentie van 2 MHz.

De Q-factor van de spoel is ongeveer:
26. De uitgangsspanning Uuit is:


27. Als door variatie van de voedingsspanning de stroom door de zenerdiode varieert van -20 mA tot -60 mA, varieert de spanning over Rb:

28. Sleutelklikken kunnen worden verminderd door tussen de seinsleutel en de zender op te nemen:


29. De totale versterking tussen A en B is:


30. Een amateurstation zendt in spraak in de klasse van uitzending F3E. Voor de voorgeschreven indentificatie geldt dat het amateurstation mag uitzenden in:
31. De polarisatie van een dipool-antenne wordt bepaald door de:

32. In het blokschema is de functie van blok 12 de:

33. De volgende gebieden bevinden zich in ITU regio III:
34. Dit blokschema toont een:


35. een radiozendamateur met een registratie in de catagorie F maakt zijn verbindingen in de 20-meter amateurband.
Zijn zender kan een zendvermogen leveren van maximaal 600 watt.

Het gebruik van deze zender is:

36. een 50Ω staandegolfmeter is met coaxiale kabels van 50Ω opgenomen tussen een zender en antenne.
Deze meter geeft een SWR van 20:1 aan.

Dit betekent dat de:


37. Gedurende een uitzending dient de radiozendamateur zijn roepletters:

38. Voor het versterken met zo hoog mogelijk rendement van een morsetelegrafiesignaal moet de zendereindtrap worden ingesteld in:

39. Fading of sluiering van radiogolven beneden 30 MHz ontstaat doordat:
40. De stroom I door de weerstand R is:


41. Een breedband-antenneversterker is aangesloten tussen een TV-antenne en een TV-ontvanger.
Bij het inschakelen van een hf-amateurzender worden alle TV-kanalen gestoord.

Deze storing is in het algemeen op te heffen door:

42. Tussen de platen van een luchtcondensator wordt een passende plaat geschoven met een dielektrische constante van 5.


De waarde van de capaciteit zal nu:
43. De juiste volgorde van toenemende bandbreedte is:

44. Een geregistreerde radiozendamateur koopt een tweedehands mobilofoon, werkend in de band 146 - 174 MHz.
Hij wijzigt het frequentiebereik in 144 - 172 MHz.

Het gebruik van dit apparaat is:

45. In welk figuur is de aanpassing bij de halvegolf antenne juist?


46. Als de frequentie wordt verdubbeld, dan wordt de ingangsimpedantie:


47. Een superheterodyne-ontvanger heeft geen hf-versterker.

Draaien aan de afstemknop verandert de afstemfrequentie van:


48. De effectieve waarde van de spanning is ongeveer:


49. een in een enkele laag gewikkelde spoel wordt vervangen door een spoel die 10% langer is.
De overige eigenschappen (aantal windingen, diameter, kernmateriaal) blijfen gelijk.

De zelfinductie is nu:
50. Door een weerstand loopt een stroom.
Hierdoor ontstaat over deze weerstand een spanning van 12 volt.
De stroom wordt vier maal zo groot gemaakt.

De spanning wordt dan: