F-Examen Nieuwe Stijl
1
. Het woord "KILOBYTE" wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:
A.
Kilo India Lima Oscar Baltimore Yankee Texas Echo
B.
Kilo Italy Lima Oscar Bravo Yankee Tango Echo
C.
Kilo India Lima Oscar Bravo Yankee Texas Echo
D.
Kilo India Lima Oscar Bravo Yankee Tango Echo
2
. Een accu heeft een inwendige weerstand van 1 ohm en een bronspanning (EMK) van 6 volt.
Op de klemmen van de accu sluiten we een weerstand aan van 3 ohm.
De stroom door de weerstand is:
A.
1,5 A
B.
6 A
C.
0,67 A
D.
2 A
3
. Tussen de platen van een luchtcondensator wordt een passende plaat geschoven met een dielektrische constante van 5.
De waarde van de capaciteit zal nu:
A.
5 maal zo klein worden
B.
gelijk blijven
C.
25 maal zo groot worden
D.
5 maal zo groot worden
4
. Een halvegolf dipool wordt in het midden gevoed.
De stroomverdeling over de dipool is aangegeven in:
A.
figuur 1
B.
figuur 4
C.
figuur 3
D.
figuur 2
5
. Van "skip distance" kan slechts sprake zijn als de:
A.
antenne verticaal is gepolariseerd
B.
zendfrequentie zo laag is dat geen ruimtegolf ontstaat
C.
zendfrequentie hoger is dan de kritische frequentie
D.
zendfrequentie lager is dan de kritische frequentie
6
. Instelling oscilloscoop:
Horizontaal 1 usec/schaaldeel
Vertikaal: 10V/schaaldeel
Uit dit beeld lijdt u de volgende waarden af:
A.
amplitude 40V; periodeduur 2 μsec
B.
amplitude 20V; periodeduur 2 μsec
C.
amplitude 40V; periodeduur 4 μsec
D.
amplitude 20V; periodeduur 4 μsec
7
. Als er rondom een kortegolf-zendantenne een dode zone aanwezig is, dan is de zendfrequentie:
A.
gelijk aan de kritische frequentie
B.
lager dan de laagst bruikbare frequentie
C.
lager dan de kritische frequentie
D.
hoger dan de kritische frequentie
8
. De roepletters moeten worden uitgezonden:
A.
telkens om de 5 minuten ten minste tweemaal in spraak of morse
B.
bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste 1 maal en tijdens de uitzending 1 maal per 5 minuten
C.
bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste twee maal en tijdens de uitzending 1 maal per 5 minuten
D.
bij het begin en het einde van elke uitzending ten minste 1 maal en tijdens de uitzending 1 maal per 5 minuten
9
. Om deze schakeling te kunnen maken beschikt u over 4 trafo's met verschillende wikkelverhoudingen.
U wenst een onbelaste uitgangsspanning van 10 V zo dicht mogelijk te benaderen.
U kiest een een transformator met een wikkelverhouding van:
A.
44:1
B.
5,5:1
C.
31:1
D.
22:1
10
. Een transistorversterker in gemeenschapelijke basisschakeling heeft:
A.
een grote stroomversterking
B.
een lage uitgangsimpedantie
C.
een geringe dissipatie
D.
een lage ingangsimpedantie
11
. Welke karakteristiek behoort bij een banddoorlaatfilter?
A.
karakteristiek 3
B.
karakteristiek 1
C.
karakteristiek 4
D.
karakteristiek 2
12
. Een bitstroom wordt in FSK gemoduleerd met een shift van 170 Hz en een symboolsnelheid van 50 baud.
De benodigde bandbreedte van het uitgezonden signaal is in de praktijk:
A.
50 Hz
B.
8500 Hz
C.
170 Hz
D.
250 Hz
13
. De golflengte van een signaal wordt bepaald door:
A.
de amplitude en de frequentie
B.
de frequentie en de voortplantingssnelheid
C.
de frequentie en de periodeduur
D.
de amplitude en de voortplantingssnelheid
14
. De transistor staat geschakeld in:
A.
een combinatie van GBS en GES
B.
gemeenschappelijke collectorschakeling (GCS)
C.
gemeenschappelijke basis-schakeling (GBS)
D.
gemeenschappelijke emitterschakeling (GES)
15
. De spanning op de aansluitklemmen van een antenne wordt verhoogd van 10 mV naar 14 mV.
Het vermogen neemt toe met:
A.
6 dB
B.
3 dB
C.
1,4 dB
D.
4 dB
16
. Diode D
1
is een:
A.
gelijkrichtdiode
B.
varicapdiode (capaciteitsdiode)
C.
zenerdiode
D.
LED
17
. De bruikbaarheid van de 28 MHz band voor intercontinentaal radioverkeer is het grootst:
A.
gedurende een magnetische storm
B.
overdag, gedurende een periode van een maximum aantal zonnevlekken
C.
overdag, gedurende een periode van een minimum aantal zonnevlekken
D.
`s nachts, gedurende een periode van een minimum aantal zonnevlekken
18
. De meest geschikte bandbreedte voor een hf-amateur-ontvanger, die gebruikt wordt voor EZB-telefonie ontvangst, bedraagt:
A.
400 Hz
B.
15 kHz
C.
7,5 kHz
D.
2,4 kHz
19
. In een in klasse A ingestelde triode-versterker geldt:
Stelling 1: de anode is positief ten opzichte van de kathode
stelling 2: het stuurrooster is positief ten opzichte van de kathode
Wat is juist:
A.
alleen stelling 2
B.
beide stellingen
C.
alleen stelling 1
D.
geen van beide stellingen
20
. een kristalcalibrator met een grondfrequentie van 100 kHz heeft een afwijking van +10 Hz.
Indien men op een ontvanger de 35e harmonische waarneemt is de frequentie van deze harmonische:
A.
3503,500 kHz
B.
3501,000 kHz
C.
3500,350 kHz
D.
3500,035 kHz
21
. Deze schakeling is een:
A.
FM-detector
B.
begrenzer
C.
AM-detector
D.
productdetector
22
. De belangrijkste component van een breedband-kunstantenne is een:
A.
luchtspoel
B.
ijzerkernspoel
C.
niet-inductieve weerstand
D.
draadgewonden weerstand
23
. Wanneer alle TV-beelden van uw buurman met ruis ontvangen worden op het moment dat u de zender inschakelt en uw buurman zijn eigen TV-antenne, dan hebben we te maken met:
A.
een niet goed aangepaste antennekabel
B.
blokkering van de ingangsversterker van het TV-toestel
C.
een overbelaste voedingsstabilisatieschakeling in het TV-toestel
D.
een niet goed aangepaste detectieschakeling in het TV-toestel
24
. Een oscilloscoop, aangesloten op de antenne-aansluiting van een zender, vertoont het onderstaande beeld.
Dit duidt op een:
A.
FM-zender met sterke tweede harmonische
B.
AM-zender gemoduleerd met een toon
C.
FM-zender gemoduleerd met een toon
D.
EZB-zender gemoduleerd met een toon
25
. Een amateurstation zendt in spraak in de klasse van uitzending F3E. Voor de voorgeschreven indentificatie geldt dat het amateurstation mag uitzenden in:
A.
alleen F3E
B.
elke klasse van uitzending
C.
onder andere F3E, G3E en R3E
D.
alleen F2A
26
. Een seriekring bestaat uit een spoel van 1 μH met een ohmse weerstand van 0,1 ohm en een condensator.
de resonantiefrequentie bedraagt 8 MHz.
De Q-factor van de kring is ongeveer:
A.
500
B.
50
C.
0,1 x 10
-6
D.
0,8 X 10
-6
27
. De steilheid van een triode wordt uitgedrukt in mA/V.
Deze mA en V hebben betrekking op variaties in de:
A.
roosterstroom en roosterspanning
B.
roosterstroom en anodespanning
C.
anodestroom en anodespanning
D.
anodestroom en roosterspanning
28
. Door een 15-meter zender wordt een ongewenst signaal van 63 MHz uitgestraald, waardoor de televisie-ontvangst op deze frequentie wordt gestoord.
De storing kan worden voorkomen door:
A.
een sperfilter voor 63 MHz op te nemen in de antenneleiding van de TV-ontvanger
B.
tussen de zender en de voedingslijn naar de antenne een laagdoorlatend filter op te nemen
C.
de staandegolfverhouding te verbeteren
D.
de eindtrap van de zender in symmetrische schakeling uit te voeren
29
. De kantelfrequentie van dit filter bedraagt ongeveer:
A.
2000 Hz
B.
500 Hz
C.
200 Hz
D.
50 Hz
30
. een ideale transformator is belast zoals hieronder aangegeven.
De stroom i
2
is:
A.
0,5 A
B.
1 A
C.
2 A
D.
4 A
31
. Als een niet-lineaire zendversterker gebruikt wordt voor EZB-telefonie dan:
A.
wordt de verstaanbaarheid verbeterd
B.
wordt de bandbreedte kleiner
C.
ontstaat er vervorming
D.
wordt de zijband omgekeerd
32
. Als door variatie van de voedingsspanning de stroom door de zenerdiode varieert van -20 mA tot -60 mA, varieert de spanning over Rb:
A.
0 V
B.
0,3 V
C.
0,4 V
D.
0,2 V
33
. De verkortingsfactor van gangbare coaxkabel is:
A.
0,35
B.
0,17
C.
1,4
D.
0,7
34
. De spanning over de weerstand is:
A.
200 V
B.
150 V
C.
210 V
D.
280 V
35
. Aan de uitgang van een lf-versterker kunnen harmonischen van het ingangssignaal verschijnen wanneer:
A.
er parasitaire capaciteiten aanwezig zijn
B.
de bandbreedte beperkt is
C.
de versterking bij alle frequenties niet even groot is
D.
de versterker overstuurd wordt
36
. Tijdens uitzendingen op frequenties, waarop de Amateurdienst met een secundaire status is toegestaan, is de radiozendamateur verplicht:
A.
altijd voorrang te verlenen aan diensten met een primaire status
B.
voorrang te verlenen aan alle diensten als blijkt dat zijn uitzending storing veroorzaakt
C.
altijd voorrang te verlenen aan andere diensten met een secundaire status
D.
altijd voorrang te verlenen aan diensten die een gelijke status hebben als de Amateurdienst
37
. De reactantie van een zelfinductie als functie van de frequentie verloopt volgens:
A.
figuur B
B.
figuur D
C.
figuur A
D.
figuur C
38
. Van een dubbelfasige gelijkrichter is de uitgangsspanning 10 volt bij een belasting met 100 ohm.
De transformator en de diodes worden ideaal verondersteld.
De primaire wisselstroom is:
A.
100 mA
B.
10 mA
C.
100√2 mA
D.
10√2 mA
39
. Een modulatievorm voor digitale signalen is:
A.
PEP
B.
DAC
C.
ADC
D.
2-PSK
40
. een parallelkring heeft een resonantiefrequentie van 100 MHz.
Voor een signaal van 90 MHz gedraagt deze kring zich als een:
A.
weerstand
B.
spoel
C.
condensator
D.
doorverbinding
41
. Bewering 1:
Een FM-zender wordt gebruikt voor het zenden van een digitaal TV-signaal.
De klasse van uitzending is F1D.
Bewering 2:
een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is J3E.
Wat is juist?
A.
bewering 1 en bewering 2
B.
alleen bewering 2
C.
geen van beide beweringen
D.
alleen bewering 1
42
. Een zendereindtrap is afgesloten met een belastingsweerstand.
Het afgegeven hoogfrequentvermogen wordt bepaald door vermenigvuldigen van de waarden aangewezen door de meters:
A.
1 en 4
B.
2 en 3
C.
3 en 4
D.
1 en 2
43
. Een registratie in de catagorie F voor het doen van onderzoekingen door radiozendamateurs wordt door Agentschap Telecom uitgevoerd onder de volgende voorwaarden
A.
leeftijd tenminste 12 jaar en geslaagd voor het examen F
B.
leeftijd tenminste 14 jaar en geslaagd voor het examen N
C.
leeftijd tenminste 14 jaar en geslaagd voor het examen F
D.
leeftijd tenminste 12 jaar en geslaagd voor het examen N
44
. In welk figuur is de aanpassing bij de halvegolf antenne juist?
A.
figuur 1
B.
figuur 4
C.
figuur 2
D.
figuur 3
45
. De vervangingswaarde is:
A.
3/6 µF
B.
18 µF
C.
2 µF
D.
6 µF
46
. De juiste plaats van de DAC in een DSP-systeem is:
A.
module 1
B.
module 3
C.
module 2
D.
module 4
47
. Een ideale enkelzijbandzender wordt met een sinusvormige toon van 1000 Hz uitgestuurd.
Het uitgangssignaal wordt op een oscilloscoop zichtbaar gemaakt.
Het juiste beeld is:
A.
beeld 2
B.
beeld 1
C.
beeld 4
D.
beeld 3
48
. Een schakeling om mantelstromen tegen te gaan is:
A.
schakeling 1
B.
schakeling 4
C.
schakeling 3
D.
schakeling 2
49
. Een 50 MHz zender is door 20 meter coaxiale kabel (demping=20 dB/100 meter) en een balun (demping = 0,4 db) verbonden met een Yagi-antenne (winst = 10,4 dB).
het zendvermogen bedraagt 10 watt.
Het effectief uitgestraald vermogen (erp) is:
A.
20 W
B.
10 W
C.
30 W
D.
40 W
50
. Het vermogen dat de transistor dissipeert is ongeveer:
A.
30 mW
B.
25 mW
C.
35 mW
D.
60 mW