inleiding examens
Proefexamen F Najaar 2006
1- Tijdens een morse-verbinding wilt u aan het tegenstation kenbaar maken dat u gestoord wordt door andere stations.
U gebruikt dan de Q-code:
3 - Bij overtreding van de "Voorschriften en beperkingen" is de Minister van Economische Zaken bevoegd:
1. u een geheel of gedeeltelijk zendverbod op te leggen; 2. uw zendinstallatie te vernietigen.
Juist is:
4 - Een amateurzender met de klasse van uitzending F3E en een bandbreedte van 16 kHz mag op de volgende frequentie
NIET zenden:
5 - Een radiozendamateur maakt vanuit de auto een verbinding op 2 meter.
Tot z'n schrik merkt hij dat hij een zakelijke afspraak niet kan nakomen.
Hij vraagt aan de radiozendamateur met wie hij verbinding heeft dit telefonisch door te geven.
Dit is:
toegestaan als het bericht maar zeer kort is en er in de directe omgeving geen telefoon aanwezig is
9 - De gemiddelde waarde van de stroom I bedraagt:
14 - Een signaalsterkte wordt gerapporteerd als "S9 plus 20 dB". Indien van de beluisterde zender het vermogen wordt gereduceerd van 150 W naar 15 W, dan behoort het
signaalsterkte rapport te zijn:
15 - De grafische voorstelling van een sinusvormige wisselspanning die in tegenfase is met de elektrische stroom, is:
16 - Een EZB-zender wordt gestuurd met een dubbeltoon (1100 Hz en 1900 Hz van gelijke amplitude).
De meter wijst 71 volt aan. De PEP bedraagt:
17 - De karakteristiek behoort bij een:
18 - Een condensator wordt aangesloten op een sinusvormige wisselspanning van 15 volt.
Bij een frequentie van 100 Hz is de stroom door de condensator 50 mA.
Indien de frequentie 2000 Hz bedraagt is de stroom:
20 - Een ideale transformator heeft primair 500 windingen en secundair 100 windingen. De primaire stroom is ongeveer:
21- Voor een bruikbare modulatie zal de waarde van R1 liggen in de ordegrootte van:
22 - In de schakeling met een siliciumtransistor zal de meter de volgende gelijkspanning aangeven:
23 - De zenerdiode in de schakeling heeft de volgende karakteristiek:
De spanning U over de zenerdiode is:
25 - Juist is:
26 - De dioden zijn gelijk.
27 - De spanning over R2 is:
28 - De spanning over de spoel is:
31 - Het gebruikelijke vervangingsschema voor een kwartskristal is:
32 - Dit is het schema van een:
33 - In een versterker wordt de 80 meter amateurband (3,5 – 3,8 MHz) in zijn geheel versterkt.
De bandbreedte van deze versterker moet minimaal zijn:
44 - Een halvegolf-open-dipool wordt op dezelfde plaats vervangen door een halvegolf-gevouwen-dipool.
In beide gevallen is het door de antenne uitgestraalde vermogen 100 watt op 14,1 MHz. Het op 1000 km afstand ontvangen signaal:
45 - In welke figuur is de aanpassing juist?
48 - De staandegolfmeter (SGM) is gemaakt voor een impedantie van 50 ohm. De antenne-aanpassingseenheid (ATU) wordt zo afgeregeld dat de staandegolfmeter 1 aanwijst.
Er is nu een staandegolfverhouding van 1 bereikt in:
50 - Door een 15-meter zender wordt een ongewenst signaal van 63 MHz uitgestraald, waardoor de
televisie-ontvangst op deze frequentie wordt gestoord. De storing kan worden voorkomen door: