inleiding examens
Proefexamen F voorjaar 2006
Wat is juist?
4 - Bewering 1: Een dubbelzijband-AM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal. De klasse van uitzending is A1A. Bewering 2: Een FM-zender wordt gemoduleerd met datasignalen. De klasse van uitzending is F3D
5 - In de "Voorschriften en beperkingen" wordt onder het amateurstation verstaan:
7 - De juiste kleuraanduiding van de draden in een netaansluiting is:
8 - De stroom I is:
9 - Dit is het schema van een:
10 - Het magnetisch veld H om een geleider waarin een stroom I loopt, wordt weergegeven door:
12 - De gemiddelde waarde van de stroom I is:
13 - Een 2-meter FM-zender wordt gemoduleerd met spraak.
De zwaai is 3 kHz.
De bandbreedte van het hf-signaal is ongeveer:
14 - De uitgang van een amateurzender is afgesloten met 50 Ω.
Op een oscilloscoop zien we het volgende beeld:
De Peak Envelope Power (P.E.P) is:
15 - De karakteristiek van een metaalfilmweerstand is:
16 - Het aantal windingen van een in een enkele laag gewikkelde spoel wordt verdubbeld.
De overige eigenschappen (bewikkelde lengte, diameter, kernmateriaal) blijven ongewijzigd.
De zelfinductie wordt ongeveer:
17 - Een LED (light emitting diode) dient als volgt te worden aangesloten op een spanning van 12 volt.
18 - D1 is hier een:
19 - We bieden t.o.v. aarde een sinusvormig signaal aan op de loper van R15.
De potentiometer staat in de middenstand. Het aan de hoofdtelefoon aangeboden signaal: (zie tekening bij vraag 18)
20 - Voor laagfrequent volumeregeling dient de volgende variabele weerstand of potentiometer:
(zie tekening bij vraag 18)
21- De stroomversterking is ongeveer:
24 - In de weerstand R1 wordt 25 watt gedissipeerd.
In de weerstand R2 wordt gedissipeerd:
25 - Voor elk van de (ideaal veronderstelde) condensatoren is de maximaal toelaatbare spanning 80 volt.
Wat is de hoogste waarde van de gelijkspanning die op deze schakeling mag worden aangesloten?
26 - Een spoel van 2 µH met een draadweerstand van 0,1 ohm wordt toegepast op een frequentie van 2 MHz.
De Q-factor van de spoel is ongeveer:
27 - De kantelfrequentie van dit filter bedraagt ongeveer:
28 - De schakeling is onbelast.
De spanning tussen P en Q wordt weergegeven door:
29 - De uitgangsspanning Uuit is ongeveer:
31 - In een LC-oscillator vindt de positieve terugkoppeling van de uitgang naar de ingang gebruikelijk plaats
door middel van een:
32 - De regellus met fase-vergelijk-schakeling is in stabiele toestand (gelocked).
De deler is ingesteld op:
33 - Wat is de frequentie van de 2e mf-versterker?
35 - De gevoeligheid van een FM-ontvanger voor de 2-meter band wordt uitgedrukt in het aantal microvolt aan de ingang,
nodig om:
36 - Een ontvanger is afgestemd op een zwak AM-signaal dat gemoduleerd is met een toon van 1000 Hz.
Ongeveer 10 kHz hoger is een zeer sterk AM signaal aanwezig dat gemoduleerd is met 1500 Hz.
Er treedt kruismodulatie op.
U hoort nu:
39 - Een ideale enkelzijband-telefoniezender met onderdrukte draaggolf op 7 MHz, zendt de hoge zijband uit.
De modulatie bestaat uit sinusvormige signalen van 1000 en 1800 Hz.
In het uitgezonden frequentiespectrum zijn componenten aanwezig op:
40 - Een halvegolfantenne wordt aan het einde gevoed via een voedingslijn met een lengte van een kwart golf.
De impedantie gemeten tussen P en Q is:
41 - De antenne is ontworpen voor de 80- en 40-meter amateur-band. In de antenne zijn 2 gelijke "traps" opgenomen.
44 - De primaire stroom I is:
47 - Aan een milli-ampèremeter met een eigen weerstand van 50 ohm en een meetgebied van 0,5 mA wordt een
weerstand van 5 ohm parallel geschakeld.
Bij volle uitslag van de meter is de totale stroom door deze meetschakeling:
48 - Met deze meetopstelling wordt de resonantiefrequentie van de kring bepaald.
Ri is de inwendige weerstand van de voltmeter.
49 - Een 50 Ω staandegolfmeter (SWR) is met 50 Ω coaxkabels van elk 5 meter geschakeld tussen een zender
en een belasting X.
Deze meter wijst 1 aan. In X bevindt zich een: