N-Examen Nieuwe Stijl

1. Om de resonantiefrequentie van een antenne te verhogen dient men:

2. De letter "L" wordt in de elektronica gebruikt voor een:

3. Een radiozendamateur maakt vanuit de auto een verbinding op 2 meter.
Tot zijn schrik merkt hij dat hij een zakelijke afspraak niet kan nakomen.
Hij vraagt aan de radiozendamateur met wie hij verbinding heeft dit telefonisch door te geven.

Dit is:

4. In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

"(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."

In plaats van (-X-) staat:

5. Radiogolven met een frequentie van 10 MHz kunnen worden teruggekaatst in de:

6. De ITU regio I, waartoe Nederland behoort, omvat de volgende gebieden:

7. Om het opgenomen vermogen van de zender te meten gebruikt men een voltmeter en een amperemeter.

het opgenomen vermogen bedraagt:


8. Laagfrequentdetectie geeft de minst opvallende storing bij de volgende soort uitzending:

9. In een CW-zender is het modulerende signaal een:

10. Een radiozendamateur in de catagorie N zendt uit op 145,798 MHz.

Dit is:

11. De resonantiefrequentie van een afstemkring wordt bepaald door:

12. Na zonsondergang worden ver verwijderde radiostations in de 3,5 MHz band hoorbaar.

Dit wordt veroorzaakt omdat:

13. Een zender werkt op een golflengte van 150 meter.

De frequentie is:

14. Een zender bestaat uit een variabele-frequentie-oscillator die via een stuurtrap verbonden is met de vermogensversterker.

Dit is een:
15. een zender is via een kabel met de antenne verbonden.

Door het toevoegen van een antennetuner tussen de zender en de kabel kan:

16. De vervangingsweerstand van twee weerstanden parallel:

17. Welke karakteristiek behoort bij een bandsperfilter?


18. Elektromagnetische golven planten zich in de vrije ruimte voort met een snelheid van ongeveer:

19. Bewering 1:
Een dubbelzijband AM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is A3E.
Bewering 2:
In een zender wordt fasemodulatie toegepast voor het uitzenden van een datakanaal.
De klasse van uitzending is G3E.

Wat is juist?

20. In R3 wordt een vermogen gedissipeerd van 2 watt.

Het vermogen dat in R1 gedissipeerd wordt is:


21. De spanning tussen de punten X en Y is:


22. U bent genoodzaakt een schakeling af te regelen waarop een gevaarlijk hoge spanning staat.

Het risico hierbij wordt GROTER door:

23. Radiozendamateurs met een F-registratie bij Agentschap Telecom, mogen CW verbindingen maken op 135,7 - 137,8 kHz.

Dit is een golflengte van ongeveer:

24. Het woord "KILOBYTE" wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

25. Een van deze toepassingen van een transformator is niet juist:

26. Een ontvanger is afgestemd op 144 MHz.
De oscillator werkt hierbij op 134 MHz.
Vervolgens wordt de oscillator afgestemd op 135 MHz.

Nu is de ontvanger afgestemd op;

27. De roepletters PD0NRO worden volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

28. een zonnevlekkencyclus duurt gemiddeld:

29. Hoe lang moeten de parasitaire elementen X, Y en Z zijn?


30. Een registratie voor het gebruik van frequentieruimte voor het doen van onderzoekingen door radiozendamateurs wordt uitgevoerd namens de Minister van:

31. In de schakeling is een hoog-ohmige voltmeter toegepast.

Nadat schakelaar S is gesloten geeft de voltmeter een spanning aan van:


32. Bewering 1:
Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is J3E.
Bewering 2:
Een FM-zender zendt datasignalen uit.
De klasse van uitzending is F1D.

wat is juist?

33. De maximaal toelaatbare stroom die continu door een 10 watt weerstand van 1000 ohm mag lopen is:

34. Een goede frequentiestabiliteit van een superheterodyne-ontvanger wordt vooral bereikt door het toepassen van:

35. Een dikke koperdraad heeft in vergelijking met een dunne koperdraad van dezelfde lengte:

36. Dit is het blokschema van een ontvanger.

Het blokje gemerkt met X stelt voor de:


37. De middenfrequentversterker van een superheterodyne-ontvanger:

38. Dit is een schema van een:


39. Als van een weerstand van 200 ohm de mogelijke waarde ligt tussen 190 ohm en 210 ohm dan is de tolerantie:

40. De FM-detector in een 2-meter ontvanger dient om: