Proefexamen  N najaar 2001


1- De Q-code QRT  betekent:

houd op einde bericht ik word gestoord
 

2 - In het telegrafieverkeer is de gebruikelijke afkorting om de roepletters van het tegen

     station en het eigen station te scheiden:

D DE V
 

3 - De vergunning voor het gebruik van frequentieruimte wordt aan radiozendamateurs

      verleend voor:

1 jaar Vijf jaar 10 jaar
 

4 - Een radiozendamateur beluistert een radioverbinding tussen 2 andere radiozend-

     amateurs:

 

     Het (her)uitzenden van de opgevangen informatie is: 

nooit toegestaan toegestaan, als deze informatie betrekking heeft op technische onderzoekingen zonder meer toegestaan
 

5 - Een N-vergunninghouder wil bij een C-vergunninghouder zenden op een frequentie

      van 1297 MHz.

 

      Dit gebruik is:

toegestaan, mits de N-vergunninghouder de roepletters van de C-vergunninghouder gebruikt toegestaan, mits het zendvermogen maximaal 25 watt bedraagt

niet toegestaan

 

6 - In de "voorschriften en beperkingen" is onder meer bepaald dat de vergunninghouder:

bij het gebruik van het amateurstation overlast in het radioverkeer dient te voorkomen recht heeft op ongestoord gebruik van de aan de amateurdienst toegewezen frequentiebanden  tijdens de uitzendingen van een amateurstation hierbij altijd aanwezig dient te zijn
 
7 - De roepletters PD0NRO worden volgens het spellingalfabet gespeld als:
papa delta nul november romeo oscar papa december nul november romeo oscar papa delta nul november radio oscar
 

8 - Een radiozendamateur ondervindt storing van een radiostation dat niet bevoegd is 

      met hem radioverbindingen te maken.

      Om dit station hierover te informeren brengt de radiozendamateur hiermee een 

      radioverbinding tot stand.

 

     Dit is:

toegestaan als blijkt dat het radiostation eveneens storing ondervindt van de uitzendingen van het amateurstation toegestaan als de amateurdienst in die frequentieband een primaire status heeft niet toegestaan
 

9 - Dit is een:

 

diode luidspreker smeltveiligheid 
 

10 - Door een weerstand loopt een stroom van 1 ampère; de spanning over de weerstand

        is 25 volt. 

        

        De waarde van de weerstand is:

25 ohm 1 ohm 1/25 ohm
 

11 - De spanning die in Nederland op het lichtnet verwacht mag worden ligt tussen:

200 en 220 V 218 en 222 V 216 en 244 V
 

12 - Elektromagnetische golven met een frequentie van ongeveer 1,8 MHz:

zijn uitermate geschikt om afstanden van meer dan 10.000 km te overbruggen  geven bij afstanden van meer dan 500 km in het algemeen `s nachts een betere ontvangst dan overdag worden niet gereflecteerd door lagen in de ionosfeer
 

13 - Onder de frequentie van een wisselspanning wordt verstaan:

de tijdsduur van één periode  het aantal nuldoorgangen per seconde het aantal perioden per seconde
 

14 - Een FM-zender geeft een draaggolfvermogen af van 10 watt en is belast met een 

        gloeilamp van 15 watt.

        De zender wordt met spraak gemoduleerd.

        

        Deze lamp zal:

 

alleen tijdens het spreken gloeien constant gloeien  in het spraakritme feller gloeien
 

15 - De mf-bandbreedte voor de ontvangst van een 2-meter FM-telefoniesignaal is

        bij voorkeur:

300 kHz 100 kHz 12 kHz
 

16 - Een potentiometer is:

        

Een weerstand met verplaatsbare aftakking een meetinstrument voor het meten van weerstand  een meetinstrument voor het meten van een potentiaalverschil 

17 - welk opschrift op een condensator is juist ?

        

3,3 nF 3,3 mA 3,3 µH
 
18 - een condensator met een capaciteit van 200 µF is een:
luchtcondensator micacondensator elektrolytische condensator
 
19 - In een netvoeding wordt de uitgangsspanning hoofdzakelijk bepaald door de:
waarde van de filter condensator zelfinductie van de smoorspoel  transformator 
 

20 - Als door variatie van de voedingspanning de stroom door de zenerdiode varieert

        van -20 mA tot  -60 mA, varieert de spanning over de zenerdiode:

 

 

0,05 V 0,1 V 0,15 V
 

21- Als transistoroscillator kan het best worden gebruikt:

 

      

A B C
 

22 - In de weerstand R wordt een vermogen gedissipeerd van:

       

10 W 20 W 80 W
 
23 - Een waarde van 340 pF, gemeten tussen de aansluitklemmen, wordt bereikt met:

       

schakeling 1 schakeling 2 geen van beide schakelingen 
 

24 - Dit is een schema van een :

       

seriekring laagdoorlaatfilter parallelkring 
 

25 - Op alle TV-kanalen (zowel boven als onder de 2-meter band) ondervindt een 

        TV-ontvanger storing van een 2-meter amateurstation.

        

        Dit probleem kan worden opgelost door het plaatsen van een :

bandsperfilter aan de antenne ingang van de TV hoogdoorlaatfilter aan de antenne ingang van de TV laagdoorlaatfilter aan de antenne uitgang van de 2 meter zender 
 
26 - De juiste volgorde van de trappen in een FM-ontvanger is:

        

hf-versterker, mengtrap, begrenzer, mf-versterker, detector mengtrap, hf-versterker, begrenzer, mf-versterker, detector hf-versterker, mengtrap, mf-versterker, begrenzer, detector 
 

27 - Blokschema superheterodyne ontvanger:

       

        het blokje gemerkt met X stelt voor:

 

de detector de oscillator de laagfrequentversterker 
 

28 - De FM-detector in een 2-meter ontvanger dient om:

het laagfrequentsignaal af te leiden uit het middenfrequentsignaal de amplitude van het middenfrequentsignaal constant te houden de frequentiezwaai van het middenfrequentsignaal constant te houden
 

29 - Een balansmodulator wordt toegepast in een:

CW-zender FM-zender EZB-zender
 

30 - In een enkelzijbandzender wordt het signaal opgewekt als lage zijband.

        De draaggolfoscillator werkt op 455 kHz.

        Alleen laagfrequente signalen tussen 300 en 3000 Hz mogen worden overgebracht.

 

        De doorlaatband van het zijbandfilter moet liggen tussen de frequenties:

 

452,0 kHz en 454,7 kHz 452,0 kHz en 458,0 kHz 455,3 kHz en 458,0 kHz
 

31 - De voedingslijn die de beste aanpassing aan een kwartgolf-groundplane antenne

        geeft is:

50 ohm coaxiale kabel 90 ohm coaxiale kabel 300 ohm gebalanceerde voedingslijn
 
32 - De golflengte van een signaal, dat gereflecteerd wordt door de F-laag, kan zijn:
10 cm 1 m 10 m
 

33 - Radioverbindingen in de 2-meter band tussen stations op aarde vinden in het

        algemeen plaats via de :

troposfeer ionosfeer stratosfeer
 

34 - De schakeling stelt de eindtrap van een zender voor.

        Men wil de gelijkstroom door de eindtrap meten met een universeelmeter.

 

        de juiste plaats voor de meter is:

 

A B C
 

35 - Men wil de gelijkspanning over de weerstand R met een voltmeter meten.

 

        

        De aanwijzing is het nauwkeurigst indien de weerstand van de meter:

zo hoog mogelijk is zo laag mogelijk is 10 kilo-ohm bedraagt
 

36 - Een 50 ohm staandegolfmeter (SWR-meter) is met verliesvrije 50 ohm coaxkabels

        aangesloten tussen een zender en een antenne.

        De SWR-meter wijst 1:1 aan.

       

        Dit betekent dat de energie uit de zender:

door de antenne volledig wordt gereflecteerd  door de antenne volledig wordt uitgestraald  in de zender zelf wordt gedissipeerd 
 

37 - Er wordt storing ondervonden van de harmonischen van een amateurzender.

 

        Om de storing op te heffen dient in de antennekabel bij de zender het volgende

        filter te worden opgenomen:

 

A B C
 

38 - Tijdens een experiment komt een persoon met z`n handen in contact met een draad

        onder hoge spanning en kan deze niet meer loslaten.

 

        Welke handeling verricht U om deze persoon te helpen?

 

de spanning uitschakelen  de persoon lostrekken van de spanningsdraad de persoon aanwijzingen geven wat hij moet doen
39 - Een voeding wordt beveiligd met één of meer smeltveiligheden in de netleiding.

        Dit wordt in de praktijk gedaan met:

één trage zekering één snelle zekering een snelle en een trage zekering in serie
 

40 - Radio-apparatuur kan het beste tegen blikseminslag beveiligd worden door

        de apparatuur:

 

uit te schakelen los te koppelen van het net los te koppelen van het net en de antenne