|
3 - In
de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie
voor:
"( -X-): eigenschap van apparaten, om op bevredigende wijze in hun elektro-
magnetische omgeving te kunnen functioneren zonder zelf elektromagnetische
storingen te veroorzaken die ontoelaatbaar zijn voor alles wat zich in die
omgeving
bevindt."
In plaats van (-X-) staat:
|