Proefexamen  N najaar 2003


1- De Q-code QRO betekent:

verhoog zendvermogen verhoog de seinsnelheid verlaag de seinsnelheid
 

2 - De roepletters worden aan de vergunninghouder toegewezen door:

KPN Telecom Agentschap Telecom de examencommissie voor radiozendamateurs
 

3 - Een radiozendamateur heeft z'n amateurstation op een vast adres in Rotterdam opgesteld.

      In verband met verandering van zijn werk gaat hij wonen in Groningen en dit wordt tevens z'n correspondentie-adres.

      Het amateurstation blijft echter in Rotterdam vast opgesteld.

 

     De radiozendamateur dient Agentschap Telecom  hiervan:

schriftelijk in kennis te stellen alleen in kennis te stellen als hij het amateurstation gebruikt telefonisch in kennis te stellen
 

4 - Bij een zendamateur zijn aanwezig één of meer:

      1.    radio-ontvangers

      2.    radiozendapparaten

      3     antenne-inrichtingen

 

     Volgens de "Voorschriften en beperkingen" bestaat het amateurstation uit de combinatie van:

1 en 2 2 en 3 1, 2 en 3
 

5 - De roepletters PA1HDT/P worden volgens het spellingsalfabet gespeld als:

Papa Alfa Een Home Delta Tango breukstreep Post Papa Alfa Een Hotel Delta Tango breukstreep Papa

Papa Alfa Een Hotel Dandy Tango breukstreep Papa

 

6 - In de "Voorschriften en beperkingen" is onder meer bepaald dat de vergunninghouder:

zijn roepletters alleen door middel van telefonie mag uitzenden verplicht is te allen tijde voorrang te verlenen aan diensten met een secundaire status passende maatregelen dient te treffen ter voorkoming van gebruik van zijn amateurstation door onbevoegden
 

7 - De roepletters moeten worden uitgezonden:

bij het begin en het einde van elke uitzending tenminste een maal tijdens de uitzending een maal per 10 minuten bij het begin en het einde van elke uitzending tenminste een maal en tijdens de uitzending een maal per 5 minuten telkens om de 5 minuten tenminste tweemaal in spraak of morsetekens
 

8 - Het voornaamste doel van een aanpassingsnetwerk tussen zender en antennekabel is:

beveiliging tegen gevaar bij aanraking antennedraad optimale belasting van de zender vermindering van de terugwerking op de zenderfrequentie
 

9 - Dit is het tekensymbool van een:

     

diode antenne transistor
 

10 - Vier goede elektrische isolatoren zijn:

glas, hout, koper, porselein papier, glas, lucht, aluminium glas, lucht, plastic, porselein
 

11 - Door een weerstand loopt een stroom van 1 ampère. De spanning over deze weerstand is evenredig met:

 

V I I 2 I
 

12 - Bij geopende schakelaar S dissiperen de weerstanden elk 50 watt.

        Als de schakelaar S wordt gesloten, is het gedissipeerde vermogen:

       

 

50 W 100 W 200 W
 

13 - Zes 1,5 V cellen worden op onderstaande manier aangesloten.

       

        De spanning tussen A en B is:

4,5 V 6 V 9 V
 

14 - De frequentie van het elektriciteitsnet in Nederland bedraagt:

50 Hz 60 Hz 230 Hz
 

15 - De voortplantingssnelheid voor radiogolven in een bepaald materiaal is 250.000 km/s.

        In dit materiaal is de golflengte van het signaal 2 meter. De frequentie is dan:

125 kHz 125 MHz 150 MHz
 

16 -  Een sinusvormig signaal gaat per seconde 20 keer door het nulpunt. De frequentie van dit signaal is:

40 Hz 20 Hz 10 Hz

17 - De meest geschikte bandbreedte voor een hf-amateur-ontvanger, die gebruikt wordt voor EZB-telefonie-ontvangst,

       bedraagt:

2,4 kHz 7,5 kHz 15 kHz
 

18 - Het signaal van een amateurzender heeft het volgende spectrum:

       

       Het gebruikte modulatietype is:

frequentiemodulatie amplitudemodulatie enkelzijbandmodulatie
 

19 - Een zender bestaan uit drie modulen. De totale opgenomen gelijkstroom is 1 ampère.

       

       De stroom in module 3 bedraagt:

480 mA 580 mA 900 mA
 

20 - De waarde van deze weerstand is:

       

1 ohm 10 ohm 100 ohm
 

21- De capaciteit van een condensator wordt uitgedrukt in:

henry watt farad
 

22 - De hoogfrequent-verliezen van een condensator zijn het kleinst indien als diëlektricum wordt toegepast:

keramiek lucht mica
 

23 - De zelfinductie van de spoel in de kring van de eindtrap van een 145 MHz zender is over het algemeen:

veel groter dan die van een 28 MHz zender ongeveer gelijk aan die van een 28 MHz zender veel kleiner dan die van een 28 MHz zender
 

24 - Diodes worden vaak gebruikt in een:

detectieschakeling laagdoorlaatfilter sperfilter
 

25 - De schakeling is een:

 

       

detector stabilisator laagdoorlaatfilter
 

26 - De aansluitingen van een NPN-transistor worden genoemd:

basis, emitter en drain collector, basis en source emitter, basis en collector
 

27 - De stroom in de schakeling is:

       

 

0,5 A 2 A 8 A
 

28 - De parallelkring is in resonantie. De impedantie tussen X en Y is:

       

nul R zeer groot
 

29 - Dit is het schema van een:

       

bandsperfilter hoogdoorlaatfilter laagdoorlaatfilter
 

30 - Een superheterodyne-ontvanger heeft een middenfrequentie van 455 kHz.

        Voor de ontvangst van een signaal op 3,575 MHz is de oscillator afgestemd op:

2,665 MHz 4,030 MHz 4,485 MHz
 

31 - Blokschema superheterodyne-ontvanger:

       

       Het blokje gemerkt met X stelt voor:

mengtrap oscillator middenfrequentversterker
 

32 -De bandbreedte van een superheterodyne-ontvanger wordt hoofdzakelijk bepaald door:

de middenfrequentkringen de hoogfrequentkringen de oscillatorkring
 

33 - De zwevings-oscillator (BFO) van een superheterodyne-ontvanger is nodig bij de ontvangst van:

AM (A3E) FM (F3E) CW (A1A)
 

34 - In de figuur is het blokschema van een FM-zender weergegeven:

      

       Het blokje gemerkt met X, stelt voor de:

oscillator modulator vermenigvuldigtrap
 

35 - In een amateurstation wordt het laagdoorlaatfilter in de antennekabel gebruikt om:

signalen lager in frequentie dan de zendfrequentie te verzwakken signalen op de zendfrequentie te verzwakken signalen hoger in frequentie dan de zendfrequentie te verzwakken
 

36 - De derde harmonische van 3,6 MHz is:

1,2 MHz 7,2 MHz 10,8 MHz
 

37 - De parasitaire elementen van een Yagi-antenne zijn:

de straler en de reflector de straler en de director de director en de reflector
 

38 - Een coaxiale kabel bestaat uit:

een centrale geleider omgeven door een afscherming twee geleiders omgeven door een afscherming twee afgeschermde geleiders

39 - De meter wijst aan:

     . in stand 1: 6 ampère

     . in stand 2: 2 ampère

      

       De juiste waarde van R x is:

2 Ω 4 Ω 6 Ω
 

40 - De beste methode om een ontvanger te beschermen tegen de effecten van een nabije blikseminslag is:

een condensator van 1 mF over de antenne-ingang aansluiten de ontvanger loskoppelen van antenne en lichtnet de ontvangerkast goed aarden