|
10 - De schakeling geeft een spanningsverzwakking ( U in/U uit) van:
|
|||
| 1 maal | 2 maal | 3 maal | |
|
11 - Door een weerstand van 1 ohm loopt een constante stroom van 2 ampère. Welke weerstand moet worden gebruikt? |
|||
| een 1 watt weerstand | een 2 watt weerstand | een 5 watt weerstand | |
|
12 - Bij een frequentie van 200 MHz behoort een golflengte van: |
|||
| 0,75 meter | 1,5 meter | 3 meter | |
|
13 - Audiosignalen bestrijken de frequentieband: |
||||
| 0 - 1.500 Hz | 20 - 20.000 Hz | 100 - 100.000 Hz | ||
|
14 - Bij een gelijke modulatie is de bandbreedte van een EZB-signaal ongeveer: |
|||
| twee maal de bandbreedte van een AM-signaal | gelijk aan de bandbreedte van een AM-signaal | de helft van de bandbreedte van een AM-signaal | |
|
15 - Het signaal van een amateurzender heeft het volgende spectrum:
Het gebruikte modulatietype is: |
|||
| frequentiemodulatie | enkelzijbandmodulatie | CW | |
|
16 - De juiste volgorde van toenemende bandbreedte is: |
||||
| CW, FM-telefonie, EZB-telefonie | CW, EZB-telefonie, FM-telefonie | FM-telefonie, EZB-telefonie, CW | ||
|
17 - De mogelijke waarde van een 200 ohm weerstand met een tolerantie van 10% ligt tussen: |
||||
| 195 en 205 ohm | 190 en 210 ohm | 180 en 220 ohm | ||
|
18 - De waarde van deze weerstand is:
|
|||
| 680 ohm | 6,8 Kohm | 2,8 Mohm | |
| 19 - Condensatoren met een grote capaciteit zijn: | |||
| luchtcondensatoren | micacondensatoren | elektrolytische condensatoren | |
|
20 - Variabele condensatoren worden toegepast in: |
|||
| afvlakschakelingen | netontstoringsfilters | antenne-aanpasschakelingen | |
|
21- Eén van deze toepassingen van een transformator is NIET juist: |
||||
| aanpassen van antenne aan kabel | versterken van vermogen | koppelen van versterkertrappen | ||
|
22 - Een lf-uitgangstransformator van een ontvanger: |
|||
| verzorgt de geluidsversterking | voorkomt dat wisselstroom door de luidspreker loopt | past de lf-eindtrap en de luidspreker op elkaar aan | |
|
23 - De schakeling stelt voor:
|
||||
| een versterkertrap | een mengtrap | een oscillator | ||
|
24 - De vervangingsweerstand is:
|
||||
| 33,3 ohm | 150 ohm | 300 ohm | ||
|
25 - De vervangingswaarde is:
|
||||
| 0,5 microfarad | 2 microfarad | 22 microfarad | ||
|
26 - De resonantiefrequentie van een afstemkring wordt bepaald door: |
||||
| uitsluitend de zelfinductie van de spoel | uitsluitend de capaciteit van de condensator | de capaciteit van de condensator en de zelfinductie van de spoel | ||
|
27 - Dit is het schema van een:
|
||||
| laagdoorlaatfilter | hoogdoorlaatfilter | frequentieonafhankelijk filter | ||
|
28 - Met een superheterodyne ontvanger wordt een signaal ontvangen van 1 MHz. De oscillatorfrequentie is 550 kHz. De middenfrequentversterker is afgestemd op: |
||||
| 1,50 MHz | 0,55 MHz | 0,45 MHz | ||
|
29 - als de BFO wordt meegeteld heeft een enkelvoudige superheterodyne ontvanger tenminste: |
||||
| 2 oscillatoren | 3 oscillatoren | 4 oscillatoren | ||
|
30 - Het omzetten van een wisselstroom in gelijkstroom heet: |
||||
| gelijkrichten | versterken | oscilleren | ||
|
31 - Voor een 2-meter FM-zender geldt: |
||||
| de oscillator stuurt de eerste vermenigvuldigtrap | de modulator moduleert de eindtrap | de vermenigvuldigtrap stuurt de oscillator | ||
|
32 - Het uitgangsfilter van een zender bevindt zich: |
||||
| tussen oscillator en verdubbelaar | direct voor de eindtrap | tussen eindtrap en antennekabel | ||
|
33 - Harmonischen zijn: |
||||
| variaties van de frequentie van het draaggolfsignaal | signaalcomponenten op veelvouden van de oorspronkelijke frequentie | signaalcomponenten als gevolg van menging tussen het oorspronkelijke signaal en de modulatie | ||
|
34 - Een halvegolfantenne heeft een lengte van 1 meter. Deze antenne is in resonantie voor signalen met een frequentie van ongeveer: |
||||
| 150 MHz | 75 MHz | 37,5 MHz | ||
|
35 - De gebruikelijke naam voor een element nr. 1 van de Yagi-antenne is:
|
||||
| straler | director | reflector | ||
|
36 - Verbindingen in de 14 MHz band over grote afstand worden gemaakt via: |
||||
| de grondgolf | de troposfeer | de ionosfeer | ||
|
37 - Onder troposfeer wordt verstaand het gedeelte van de atmosfeer boven het aardoppervlak: |
||||
| tussen zee-niveau en ongeveer 10 km hoogte | tussen 80 en 120 km hoogte | tussen 120 en 500 km hoogte | ||
|
38 - Elektrische spanning wordt gemeten met een: |
||||
| ampèremeter | voltmeter | ohmmeter | ||
|
39 - De belangrijkste component van een breedband-kunstantenne is een: |
||||
| luchtspoel | draadgewonden weerstand | niet-inductieve weerstand | ||
|
40 - Een 2-meter zender stoort de ontvangst van Tv-signalen in de UHF-band. Deze storing wordt meestal veroorzaakt doordat van de zender: |
||||
| de frequentie niet stabiel is | de frequentiezwaai te groot is | de harmonischen-onderdrukking onvoldoende is | ||