het vermogen dat
als gevolg van de constructie van de
eindtrap niet kan worden overschreden |
het produkt van de
voedingsspanning en de gemiddelde
stroom toegevoerd aan het deel van de eindtrap waarmee
de antenne is gekoppeld |
het
door de direct met de antenne-inrichting te koppelen
trap van het radiozendapparaat afgegeven gemiddeld
vermogen, gerekend over een periode van de hoogfrequente
uitgangswisselspanning tijdens het maximum van de omhullende (Peak Envelope
Power)
|