|
Achtergrond.
Rond 1950 bestond er een behoefte onder centraal Europese VHF en UHF amateurs, naar een simpele manier om hun positie door te kunnen geven tijdens een contest. Omdat de score bepaald werd door de afstand, normaal 1 punt per kilometer, werd de z.g.n "QRA Locator" (de naam is in 1972 veranderd in "QTH Locator") geïntroduceerd. Dit systeem gebruikte twee letters om de grootste eenheid aan te duiden (de Square, oftewel het Vak), een vak was 2 graden longitude bij 1 graad latitude. Zonder dubbele vakken te hebben kon dit systeem een omgeving beslaan van 0-52 graden Oosterlengte en 40-66 graden noorderlengte.
Dit systeem werd al snel populair en de amateurs gebruikten het al gauw voor allerlei doeleinden, en niet alleen tijdens contesten. Ook werd het in het z.g.n herhalingsgebied gebruikt zodat er dubbele vakken ontstonden in verschillende gebieden (het systeem omvatte slechts 2,1% van het aardoppervlak).
Ook de Noord Amerikaanse amateurs begonnen
interesse te krijgen voor dit systeem van locator berekening. Onder andere door deze ontwikkelingen werd er tijdens de Europese VHF ontmoeting in 1976 te Amsterdam besloten, dat er een wereld wijde discussie op gang gezet moest worden om een wereldwijd systeem te bedenken.
In 1978 besloot de IARU regio1, om de andere
regio's te raadplegen over deze zaak. In april 1980, tijdens een meeting van Europese VHF managers die gehouden werd in Maidenhead bij Londen werd besloten dat het voorstel van G4ANB met een kleine modificatie de beste oplossing was. In 1982 werd het "Maidenhead locator systeem" erkend door de IARU regio 1als het nieuwe locator systeem te starten op 1 januari, 1985.
De aarde verdeeld in velden. |