F-Examen

1. Bij de oscillator is de faseverschuiving tussen de punten X en Y (beide gemeten t.o.v. aarde):


2. De gemiddelde waarde van de stroom is:


3. De "skip distance" is alleen aanwezig wanneer de zendfrequentie:

4. De kring L1-C1 staat afgestemd op de:

5. Afscherming van bedrading en onderdelen die een hoge spanning voeren bevordert:
6. De gemiddelde waarde van de stroom over het tijdsinterval van 0 tot π/2 seconde is:


7. Een frequentieverdrievoudiger met een (1) transistor wordt gestuurd met een 10 MHz-signaal.
In de collectorstroom zijn de volgende frequenties aanwezig:
8. De verliesvrije transformator is belast met een weerstand.

De stroom door de weerstand is:


9. Deze schakeling functioneert als een:


10. De spanning op de aansluitklemmen van een antenne wordt verhoogd van 10 volt naar 14 volt. De vermogenstoename komt dan ongeveer overeen met:
11. R11 en R12:


12. Bewering 1:
Een dubbelzijband AM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
de klasse van uitzending is A3E.
Bewering 2:
In een zender wordt fasemodulatie toegepast voor het uitzenden van een datakanaal.
De klasse van uitzending is G3E.

Wat is juist?

13. De waarheidstabel, waarin Q de uitgang is, behoort bij een:


14. De frequentiezwaai van het antennesignaal is 12 kHz.

De frequentiezwaai van de oscillator is:


15. een luchtcondensator bestaat uit 2 koperplaten.
de oppervlakte van deze platen wordt 2 X zo groot gemaakt.

De capaciteit zal:

16. De voetpunt-impedantie van een kwartgolf verticale hf-antenne op een goed geleidend horizontaal grondvlak is ongeveer:

17. De staandegolfverhouding in een antennekabel wordt bepaald door:

18. een halvegolf gevouwen dipool wordt via een balun in het midden gevoed door een coaxiale kabel van 75 ohm.

Voor goede aanpassing heeft de balun tussen kabel en antenne een impedantieverhouding van:

19. Voor een EZB-zender geldt:
20. Als gevolg van niet-lineariteit in een zendereindtrap ontstaat:

21. In deze schakeling wordt in plaats van een transistor met een stroomversterkingsfactor Hfe=100 een transistor toegepast met een Hfe=50.

wat is het gevolg?
22. Het doel van een balun in een antennesysteem is het:

23. In de mengtrap van een superheterodyne-ontvanger wordt het hoogfrequentsignaal:

24. Door het sluiten van schakelaar S wordt:


25. Als van een elektronenbuis een gegeven wordt uitgedrukt in een aantal mA/V dan heeft dat betrekking op de:
26. Van Amsterdam naar Stockholm wordt een radioverbinding op 145 MHz gemaakt.

Dit is mogelijk omdat:

27. De werking van een geaarde aluminium afschermbus om een hf-spoel berust op:

28. Een spoel heeft een gelijkstroomweerstand van 24Ω.
Bij een bepaalde frequentie is de reactantie 32Ω.

De impedantie is dan:

29. Een FM-zender geeft een draaggolfvermogen af van 10 watt en is belast met een gloeilamp van 15 watt.
De zender wordt met spraak gemoduleerd.

Deze lamp zal:
30. De maximale doorlaatstroom in een halfgeleiderdiode wordt begrensd door de:
31. Een condensator van 25 nF is aangesloten op een wisselspanning met een frequentie van 50 kHz.

De reactantie Xc is ongeveer:

32. De batterijen zijn geheel geladen.
De schakelaars S1 en S2 worden gelijktijdig gesloten.
Na 48 uur zijn beide batterijen gelijktijdig uitgeput.

De capaciteit (Ah) van de batterij in schakeling X is:
33. Een draaggolf is 100% in amplitude gemoduleerd met 1 laagfrequent sinusvormig signaal.


De in het uitgezonden signaal aanwezige hoogfrequent componenten zijn aangegeven in:
34. Een met spraak in amplitude gemoduleerd hf-signaal (A3E) heeft als eigenschap:

35. De gemiddelde waarde van de stroom I is:


36. een enkelzijbandzender wordt met twee even sterke sinusvormige audiosignalen van respectievelijk 800 Hz en 1000 Hz uitgestuurd.
Het uitgangssignaal wordt zichtbaar gemaakt op een oscilloscoop.

Dit beeld geeft aan dat een van de zendertrappen:


37. In een circuit loopt een wisselstroom bestaande uit een grondgolf en zijn derde harmonische.

Welke grafische voorstelling van de totale stroom past hierbij?.


38. De schakeling stelt voor een:


39. Drie weerstanden worden parallel geschakeld.
De waarden zijn 10, 15, en 30 ohm.

De vervangingsweerstand is:

40. De roepletters PA3RMI worden volgens het voorgeschreven spellingsalfabet gespeld als:
41. Een wisselstroom heeft een frequentie van 3500 kHz.

Het aantal malen dat de stroom per seconde van richting verandert bedraagt:

42. Het houden van radiowedstrijden (contesten) is niet toegestaan in de frequentieband:
43. Bij welke schakeling staat de wijzer van de meter precies op het einde van de schaal? De meters mogen als ideaal worden verondersteld.

44. Het gebruik van amateurtelevisie met een bandbreedte van 6 MHz is toegestaan:

45. een zendereindtrap, ingesteld in klasse B, wordt maximaal uitgestuurd door een 100% in amplitude gemoduleerde draaggolf.
Het uitgangsvermogen van de draaggolf is 100 watt.

Als deze eindtrap maximaal wordt uitgestuurd door een enkelzijbandsignaal, bedraagt het uitgangsvermogen (PEP):

46. Paraboolantennes worden hoofdzakelijk toegepast in de frequentieband:
47. R2 en R3



48. De spanning tussen de punten X en Y is:


49. De primaire wikkeling van een transformator is aangesloten op een wisselspanning van 230 volt.
De secundaire spanning bedraagt 23 volt.

De wikkelverhouding nprimair : nsecundair is:

50. Een ideale enkelzijbandzender wordt met twee even sterke sinusvormige audiosignalen van respectievelijk 800 Hz en 1000 Hz uitgestuurd.
Het uitgangssignaal wordt zichtbaar gemaakt op een oscilloscoop.

Het juiste beeld is: