F-Examen

1. De weerstand tussen A en B is:

2. De antenne is ontworpen voor de 80 en 40 meter amateur band.
In de antenne zijn 2 gelijke "traps" opgenomen.

Stelling 1:
De "traps" gedragen zich op 40 meter als een capacitieve reactantie, waardoor samen met de eindstukken een halvegolf dipool ontstaat;
Stelling 2:
De "traps" gedragen zich op 80 meter als een inductieve reactantie, waardoor samen met de beide eindstukken een halvegolf dipool ontstaat.

Wat is juist:

3. De "skip distance" is de afstand tussen:

4. Bij draagbaar gebruik van een Nederlandse amateurzender in een ander CEPT-land moet aan de roepletters een / (breukstreep) worden toegevoegd gevolgd door:

5. een amplitudegemoduleerde zender wordt gemoduleerd met twee sinusvormige signalen van 3 en 6 kHz.
Een ontvanger die deze signalen met een AM-detector zonder vervorming kan ontvangen moet een bandbreedte hebben van minimaal:
6. Bij de oscillator is de faseverschuiving tussen de punten X en Y (beide gemeten t.o.v. aarde):


7. Het woord "export" wordt volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

8. De spanning op de aansluitklemmen van een antenne wordt verhoogd van 10 mV naar 14 mV.

Het vermogen neemt toe met:

9. In de schakeling wordt de collector-emitterspanning van de transistor gemeten.
De meter zelf heeft geen afwijking.
Welke meter veroorzaakt de kleinste meetfout?
10. een schakelende voeding heeft ten opzichte van een voeding met een vermogenstransistor als serie-regelaar het voordeel dat:

11. De waarde van Rx is:


12. Een reconstructiefilter is een:
13. Van een zender nemen de laatste twee trappen een stroom op van respectievelijk 100 mA en 1 A; de voedingsspanning is 10 V.

De versterking van de laatste trap is:


14. een halvegolf gevouwen dipoolantenne voor de 40-meter band wordt gevoed door een lintlijn met een karakteristieke impedantie van 300Ω.
De lengte van deze voedingslijn:
15. Op de loper van R15 is een sinusvormig signaal aanwezig.
De potentiometer staat in de middenstand.

Het aan de hoofdtelefoon aangeboden signaal:


16. Het primaire doel van de hf-versterker in een ontvanger is om:

17. Met een oscilloscoop en een twee-toon testsignaal kan van een EZB-zender worden bepaald:
18. Een gloeilamp van 12 volt en 200 mA wordt met behulp van een voorschakelweerstand aangesloten op een spanning van 24 volt.

De juiste waarde van de voorschakelweerstand is:

19. In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:
" (- X -): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."

In plaats van (- X -) staat:
20. De automatische versterkersregeling van een ontvanger regelt de:
21. tijdens een uitzending moeten de roepletters uitgezonden worden ten minste eenmaal per:

22. De waarde van de weerstand Rc is:


23. De frequentiezwaai van een FM-gemoduleerde draaggolf wordt groter als de:

24. Uw tegenstation in een CW-QSO blijkt een zeer slecht seiner te zijn.
U begrijpt desondanks met moeite wat er wordt geseind.
Bovendien komt het signaal zwak binnen en zit er een hevige bromtoon op zijn signaal.

Welk ontvangstrapport geeft u hem?
25. Het oversturen van de eindtrap van een EZB-zender heeft tot gevolg dat de signalen:
26. Een radiozendamateur met een N-registratie wil bij een radiozendamateur met F-registratie zenden op een frequentie van 1297 MHz.

Dit is:

27. Bewering 1:
Een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is F2A.
Bewering 2:
Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is J2B.

Wat is juist?

28. een yagi-antenne heeft een voor-achterverhouding van 10 dB.
Aan deze antenne wordt 100 watt toegevoerd.

Het naar achteren uitgestraalde vermogen bedraagt ongeveer:

29. Voor de uitgang Q geldt:


30. Een luidspreker met een impedantie van 6 ohm wordt via een aanpassingstransformator aangesloten op een versterker die belast moet worden met 600 ohm.

De wikkelverhouding van de transformator moet zijn:

31. De afkorting "CRC" komt van:

32. Na zonsondergang worden ver verwijderde radiostations in de 3,5 MHz band hoorbaar.

Dit wordt veroorzaakt omdat:

33. Bij een radiogolf is de kritieke frequentie:
34. Flipflop is een andere naam voor een:

35. Yagi-antennes bevatten zogenaamde parasitaire elementen.

Als ze op de juiste manier geplaatst zijn:

36. De waarheidstabel van een exclusiefe OF-poort (EXOR) is gegeven in:


37. Dit pi-filter dat tussen de eindtrap van een zender en de voedingskabel naar de antenne is geschakeld:


38. Een radiozendamateur laat voor een georganiseerd radioamateur-peilevenement zijn zender werkend achter in het bos.
Dit is:
39. Een zendereindtrap is afgesloten met een belastingsweerstand.

Het afgegeven hoogfrequentvermogen wordt bepaald door vermenigvuldigen van de waarden aangewezen door de meters:


40. De werking van een geaarde aluminium afschermbus om een hf-spoel berust op:

41. De coaxiale antennekabel van een 2-meter zender dient zo kort mogelijk te zijn in verband met de:

42. Voor verbindingen vanuit Nederland met amateurstations op een ander continent kan het beste gebruik worden gemaakt van:
43. Een gloeilampje van 24 volt en 50 milli-ampere wordt via een voorschakelweerstand aangesloten op een spanning van 60 volt.

De juiste waarde van de voorschakelweerstand is:

44. Een 50 ohm coaxiale kabel wil men aanpassen op een antenne met een impedantie van 72 ohm.
Men gebruikt hiervoor een kwartgolf impedantietransformator.
De transformator wordt gemaakt met coaxiale kabel met een karakteristieke impedantie van:
45. Wanneer alle TV-beelden van uw buurman met ruis ontvangen worden op het moment dat u de zender inschakelt en uw buurman zijn eigen TV-antenne, dan hebben we te maken met:

46. De "skip distance" is nul wanneer de zendfrequentie:
47. Een modulatievorm voor digitale signalen is:
48. De componenten L3, L4 en C5 dienen voor het:


49. Een EZB-zender is belast met een kunstantenne (dummy load) en wordt met spraak gemoduleerd.
De ingang van een oscilloscoop is aangesloten op deze dummy load.
De ingangsgevoeligheid van de oscilloscoop bedraagt 20 Volt/schaaldeel.

De Peak Envelop Power (PEP) bedraagt:
50. De kantelfrequentie van dit filter bedraagt ongeveer: