F-Examen

1. Q1, Q2 en Q3 zijn:


2. Laagfrequentdetectie geeft de minst opvallende storing bij de volgende soort uitzending:

3. De vervangingswaarde is:


4. Instelling oscilloscoop:

Horizontaal 1 usec/schaaldeel
Vertikaal: 10V/schaaldeel

Uit dit beeld lijdt u de volgende waarden af:
5. Ingang Y gaat over van 0 naar 1.

uitgang Q:


6. De uitgangsspanning van een belaste enkelzijdige gelijkrichter met kleine afvlakcondensator verloopt als aangegeven in:


7. Uit de luidsprekers van een geluidsinstallatie wordt het signaal van een 144 MHz amateurzender hoorbaar.
Er is al een netfilter aangebracht en er zijn smoorspoelen in de luidsprekerleidingen geplaatst.
De storing blijft ook aanwezig als alle signaaltoevoerdraden zijn losgenomen.

De oorzaak van de storing is waarschijnlijk het gevolg van:
8. De zenerdiode in de schakeling heeft de onderstaande karakteristiek.
De spanning U over de zenerdiode is weergegeven in:


9. een luidspreker met een impedantie van 8Ω moet worden aangesloten op een versterker die belast moet worden met 800Ω.

De beste aanpassing wordt verkregen met een transformator:

10. een luchtcondensator bestaat uit 2 koperplaten.
de oppervlakte van deze platen wordt 2 X zo groot gemaakt.

De capaciteit zal:

11. Het door de antenne effectief uitgestraald vermogen (erp) is:


12. Het opgenomen vermogen is:


13. Een ideale enkelzijbandzender wordt met twee even sterke sinusvormige audiosignalen van respectievelijk 800 Hz en 1000 Hz uitgestuurd.
Het uitgangssignaal wordt zichtbaar gemaakt op een oscilloscoop.

Het juiste beeld is:


14. Tussen de platen van een luchtcondensator wordt een passende plaat geschoven met een dielektrische constante van 5.


De waarde van de capaciteit zal nu:
15. Deze karakteristiek heeft betrekking op een:


16. De amateurdienst wordt uitgeoefend door bevoegde personen;
1. die geinteresseeerd zijn in de radiotechniek
2. met uitsluitend een persoonlijk oogmerk en zonder geldelijke interesse

Wat is juist?

17. Een radioverbinding over lange afstand op 145 MHz is mogelijk door:

18. Het voornaamste doel van een aanpassingsnetwerk tussen zender en antennekabel is:
19. een 50Ω staandegolfmeter is met coaxiale kabels van 50Ω opgenomen tussen een zender en antenne.
Deze meter geeft een SWR van 20:1 aan.

Dit betekent dat de:


20. een voordeel van frequentiemodulatie vergeleken met enkelzijbandmodulatie is:

21. X is een kwartskristal voor 7 MHz (grondtoon).
Ui wordt opgewekt door een signaalgenerator met nauwkeurig instelbare frequentie Fg.
Als Fg heel langzaam van 6,99 naar 7,01 MHz wordt veranderd, is op de voltmeter V te zien dat het kristal resoneert.

Op de voltmeter ziet men:
22. De impedantie van de schakeling is:


23. Als door variatie van de voedingsspanning de stroom door de zenerdiode varieert van -20 mA tot -60 mA, varieert de spanning over Rb:

24. De stroom die een gelijkstroomvoeding levert wordt met een universeelmeter gemeten.

De meter gedraagt zich als een:
25. De schakelende voeding wordt belast door RL.
T1 werkt als een schakelaar: open of dicht.
De spanning Uc heeft de getekende golfvorm.

Uu is ongeveer:

26. Bewering 1:
een dubbelzijband AM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is J3E.
Bewering 2:
een FM-zender wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is F3E.
Wat is juist?
27. Met de schakeling worden achtereenvolgens vier signalen met gelijke amplitude gemeten.

De grootste uitslag treedt op bij
28. Het effectief opvangend oppervlak van een halvegolfdipool voor 144 MHz is t.o.v. het effectief opvangend oppervlak van een halvegolfdipool voor 432 MHz:

29. Aurora-reflectie treedt voornamelijk op bij frequenties:

30. Deze ontvanger is bedoeld voor de modulatiewijze:


31. een parallelschakeling van een spoel en een condensator is aangesloten op een wisselspanningsbron.

Het faseverschil tussen de stroom door de spoel en die door de condensator bedraagt:
32. Als een lokaal 2-meter FM-amateurstation uitzendt merken amateurs in de omgeving dat de ontvangst van zwakke signalen, op 100 - 500 kHz naast de frequentie van het lokale station, verslechtert.
Het signaal van het lokale station is niet zo sterk, dat de gestoorde ontvangers worden overstuurd.

Dit duidt erop dat de zender van het lokale station waarschijnlijk;

33. Twee radiozendamateurs, die dicht bij elkaar wonen, hebben onderling een duplexverbinding in FM op 70 cm.
De ene amateur zendt op 431,5 MHz en de andere op 438,5 MHz.
In dezelfde straat worden op een portofoon beide amateurstations hoorbaar op 425,5 MHZ.

Er is hier waarschijnlijk sprake van storing door:

34. Bij welke schakeling is de spanning tussen de punten P en Q nul?


35. De elektrische component in elektromagnetische golven:

36. Met de schakeling worden achtereenvolgens vier signalen met gelijke amplitude gemeten.

De kleinste uitslag treedt op bij:


37. Een versterker heeft de gegeven amplitude/frequentiekarakteristiek.

De versterker is ontworpen als:
38. Onder de dode zone wordt verstaan het gebied rondom een zender dat:
39. De collectorstroom is 100 mA.

De stroom I is:
40. In een enkelzijbandzender wordt een balansmodulator gebruikt, waardoor:
41. C5, C10 en C12:



42. een parallelkring heeft een resonantiefrequentie van 100 MHz.

Voor een signaal van 90 MHz gedraagt deze kring zich als een:
43. De versterking van de schakeling is:


44. Het volgende middenfrequent-signaal wordt toegevoerd aan een FM-detectorschakeling.

Welk uitgangssignaal geeft de detectorschakeling af?


45. een zendereindtrap, ingesteld in klasse B, wordt maximaal uitgestuurd door een 100% in amplitude gemoduleerde draaggolf.
Het uitgangsvermogen van de draaggolf is 100 watt.

Als deze eindtrap maximaal wordt uitgestuurd door een enkelzijbandsignaal, bedraagt het uitgangsvermogen (PEP):

46. De logische 1 = +5V en de logische 0 + 0V.

Dit is een:


47. Om een hoogohmige antenne aan te passen aan de voedingslijn met lagere impedantie, wordt een "stub" toegepast.

Wat is juist:


48. Voor optimale verstaanbaarheid van spraak dient via een telefoniezender een frequentieband overgebracht te worden die ligt tussen:

49. Van een pentode, ingesteld in klasse A, is het verband tussen Ia en Ug gegeven bij een anodeweerstand van 5000 Ω.

De spanningsversterking is:
50. Een waarde van 200 pF wordt bereikt met: