N-Examen

1. Een amateur zendt op een golflengte van 2197 meter.

De hiermee overeenkomende frequentie ligt in de band:

2. In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:

"(-X-): apparaten die naar hun aard bestemd zijn voor het zenden of het zenden en ontvangen van radiocommunicatiesignalen."

In plaats van (-X-) staat:

3. Bij het toepassen van fasemodulatie in een zender voor de overdracht van een telefoniesignaal is de klasse van uitzending:

4. Een FM-zender wordt gebruikt voor het uitzenden van een facsimile-signaal.

De klasse van uitzending is:

5. Volgens de "gebruikersbepalingen" wordt onder het zendvermogen van een FM-zender verstaan:

6. In een hoogfrequentkring wordt een vaste condensator van 60 pF in serie geschakeld met een variabele condensator.
De capaciteit van de variabele condensator kan worden ingesteld tussen 20 en 40 pF.

De kring ziet een capaciteitsvariatie van:

7. In een CW-zender is het modulerende signaal een:

8. Een geregistreerde radiozendamateur:


9. Voor een constante uitgangsspanning dient de ingangsspanning:


10. Voor de koppeling van de zender met de antenne wordt vaak coaxiale kabel gebruikt.

Een belangrijke reden hiervoor is:

11. De vervangingsweerstand van twee weerstanden in serie:

12. Een superhetrodyne-ontvanger is zodanig afgestemd, dat een antennesignaal van 12 MHz kan worden ontvangen.
De middenfrequentie is 1,5 MHz.

De oscillatorfrequentie van deze ontvanger is:

13. In een elektronisch orgel treedt laagfrequentdetectie op.

Deze is het duidelijkst waarneembaar bij:

14. De parallelkring is in resonantie.

De impedantie tussen X en Y is:


15. De schakeling is een:

16. Overdag is een noord-zuid radioverbinding over 10.000 km vrijwel steeds mogelijk op:

17. De waarde van deze weerstand is:


18. Een zender is aangesloten op een kunstantenne (dummy load).
Het uitgangsvermogen van de zender wordt een factor 4 vergroot.

De uitgangsstroom wordt dan:

19. HF-signalen zijn over lange afstand veelal onderhevig aan snelle fading.

Dit wordt veroorzaakt door onregelmatigheid van:

20. Een 2-meter EZB-zender veroorzaakt storing in een geluidsversterker.
LF-detectie wordt voorkomen door toepassing van een weerstand van ongeveer 500 Ω in de basisleiding van de 1e transistor en een C naar aarde.

De goede keuze voor C is:


21. In de schakeling zijn alle weerstanden 100 ohm.
In R2 wordt een vermogen gedissipeerd van 1 watt.

In R1 wordt een vermogen gedissipeerd van:


22. Een enkel superheterodyne-ontvanger heeft een middenfrequentie van 455 kHz.

Voor ontvangst op 7,055 MHz is de oscillator afgestemd op:

23. Een bgreedband antenneversterker is aangesloten tussen een TV-antenne en een TV-ontvanger.
Bij het inschakelen van de hf-amateurzender worden alle kanalen gestoord.

Deze storing is in het algemeen op te heffen door;

24. De ITU regio I, waartoe Nederland behoort, omvat de volgende gebieden:

25. In R3 wordt een vermogen gedissipeerd van 2 watt.

Het vermogen dat in R1 gedissipeerd wordt is:


26. De golflengte van een signaal, dat gereflecteerd wordt door de F-laag, kan zijn:

27. Het spanningsverschil tussen P en Q is:


28. Transformator T2 dient voor het:


29. Tijdens een experiment komt een persoon met z`n handen in contact met een draad onder hoge spanning en kan deze niet meer loslaten.

Welke handeling verricht u om deze persoon te helpen?

30. een superheterodyne-ontvanger heeft geen hf-versterker.

Draaien aan de afstemknop verandert de afstemfrequentie van:

31. U moet een reparatie uitvoeren aan een 300 volt voeding.

Na het uitschakelen van de netspanning neemt u de volgende veiligheidsmaatregel:

32. Om de resonantiefrequentie van een afgestemde kring met een instrument te bepalen wordt gebruik gemaakt van een:

33. De schakeling geeft een spanningsverzwakking (Uin/Uuit van:


34. Fading of sluiering van radiogolven beneden 30 MHz ontstaat doordat:

35. De belangrijkste eis, die aan de oscillator van een zender wordt gesteld, is dat:

36. Als laagfrequentversterker kan het best worden gebruikt:


37. Een condensator met een capaciteit van 200 µF is een:

38. De roepletters PD0NRO worden volgens het voorgeschreven spellingalfabet gespeld als:

39. Van welke schakeling is de vervangingscapaciteit 10 µF?


40. Lange afstand HF-signalen zijn veelal onderhevig aan fading.

Dit wordt in het algemeen veroorzaakt door: