N-Examen

1. Gedurende een uitzending dient de radiozendamateur zijn roepletters:

2. aansluiting 1 is de:


3. Een lokaal station in de AM-omroepband wordt `s-avonds onvervormd ontvangen.
Tegelijkertijd wordt op een nabijgelegen frequentie een veraf gelegen station met zo nu en dan ernstige vervormde modulatie ontvangen.

De meest waarschijnlijke oorzaak van deze vervorming is:

4. De spanning tussen de punten X en Y is:


5. Drie condensatoren van respectievelijk 200, 300 en 600 pF worden in serie geschakeld.

De vervangingscapaciteit is:

6. De radiozendamateur moet:

7. HF-signalen zijn over lange afstand veelal onderhevig aan snelle fading.

Dit wordt veroorzaakt door onregelmatigheid van:

8. de zelfinductie van de spoel in de kring van de eindtrap van een 145 MHz zender is over het algemeen:

9. De oscillator in een superheterodyne-ontvanger:

10. Bewering 1:
Een enkelzijbandzender met onderdrukte draaggolf wordt gemoduleerd met een spraaksignaal.
De klasse van uitzending is J2B.
Bewering 2:
Een FM-zender zendt een telegrafiesignaal uit, bestemd voor automatische ontvangst.
De klasse van uitzending is F1B.

Wat is juist?

11. Een spoel is aangesloten op een sinusvormige wisselspanning.

Juist is:

12. De bandbreedte van een FM-ontvanger wordt bepaald door:


13. In een enkelzijbandzender wordt de draaggolf onderdrukt om:

14. Een zender, welke werkt in de band 144-148 MHz en 100 watt kan leveren, wordt te koop aangeboden.

Mag een radiozendamateur met een N-registratie deze apparatuur gebruiken?

15. Een zender bestaat uit een variabele-frequentie-oscillator die via een stuurtrap verbonden is met de vermogensversterker.

Dit is een:
16. Een belasting is aangesloten op een spanningsbron.

Wat is de juiste plaats voor een spanningsmeter waarmee we de klemspanning van de spanningsbron willen meten?

17. Een enkelzijbandzender wordt gebruikt voor het uitzenden van morsetekens.

De klasse van uitzending is:

18. De mf-bandbreedte voor de ontvangst van een 2-meter FM-telefoniesignaal is bij voorkeur:

19. Een amateurzender werkend in de 21 MHz band veroorzaakt storing in de frequentieband 61-68 MHz.

De storing kan worden verminderd door:

20. De onderdelen van de antenne hebben de volgende benamingen:


21. De hoogfrequent-verliezen van een condensator zijn het kleinst indien als dielectricum wordt toegepast:

22. een radiozendamateur met een N-registratie wil uitzenden op 144,990 MHz in de klasse van uitzending F1A en een bandbreedte van 1,2 kHz.

Dit frequentiegebruik is:

23. Een nadeel van een kwartgolf draadantenne zonder voedingslijn is:

24. Een superhetrodyne-ontvanger is zodanig afgestemd, dat een antennesignaal van 12 MHz kan worden ontvangen.
De middenfrequentie is 1,5 MHz.

De oscillatorfrequentie van deze ontvanger is:

25. Bij het afstemmen van een superheterodyne FM-ontvanger verandert:

26. Van welke schakeling is de vervangingscapaciteit 10 µF?


27. De waarde van deze weerstand is:


28. Dit is het blokschema van een ontvanger.

Het blokje gemerkt X stelt voor de:


29. Een weerstand kan gemaakt zijn van:

30. Een antenne straalt in het horizontale vlak gelijkmatig in alle richtingen.

Dit kan zijn een:

31. In R1 wordt 36 watt gedissipeerd.

In R2 wordt gedissipeerd:


32. Deze dipool-antenne is het best bruikbaar voor de:


33. Variabele condensatoren worden gevormd door twee geleiders met daartussen een dielectricum.

Ze worden veelal toegepast voor:

34. Een seriekring heeft:

35. Een superheterodyne-ontvanger is zodanig afgestemd, dat een antennesignaal van 12 MHz kan worden ontvangen.
De middenfrequentie is 1,5 MHz.

De oscillatorfrequentie van deze ontvanger is:

36. Dit is het blokschema van een ontvanger.

Het blokje gemerkt met X stelt voor:


37. In R3 wordt een vermogen gedissipeerd van 2 watt.

Het vermogen dat in R1 gedissipeerd wordt is:


38. Een radiozendamateur met een N-registratie heeft een zelfbouw 2-meter zender met een zendvermogen van maximaal 60 watt.

Het gebruik van deze zender door de N-geregistreerde is:

39. Een zender is aangesloten op een kunstantenne (dummy load).
Het uitgangsvermogen van de zender wordt 4 maal zo groot.

De uitgangsspanning wordt dan:

40. R dissipeert 4 watt.

Het gedissipeerd vermogen van de gehele schakeling is: